donderdag 5 juni 2014

Komt een man in het Westerpark…

Kort geleden bezocht ik het Westerpark waar ik al een tijdje niet meer was geweest, om tot mijn grote schrik te ontdekken dat ze tegen de schuine grashelling bij het waterbassin een roestige stalen constructie hadden geplaatst dat moest doorgaan voor kunstwerk. Een eindje verderop stonden er nog een paar van een wat kleiner formaat, wat robuuster vormgegeven, zodat ze tezamen de bezoekers onvermijdelijk van het rustgevende groen, het water en het weidse uitzicht afleidden richting het ‘statement’ van de kunstenaar.

Ik dacht dat we met de herwaardering van figuratieve (herkenbare en ambachtelijke) kunst wel zo langzamerhand verlost zouden raken van die groteske, onbegrijpelijke en peperdure verschijningen in de openbare ruimte, maar nog niet in Amsterdam. Daar is kennelijk nog genoeg geld beschikbaar voor die ‘linkse hobby’s’, waarvan een culturele elite altijd vond dat we het moesten leren begrijpen.

Hele orkesten worden tegenwoordig wegbezuinigd, bejaarden krijgen niet langer de zorg die ze nodig hebben, het speciaal basisonderwijs wordt afgeknepen, maar er is nog genoeg geld om een nauwkeurig geconstrueerde stapel roest neer te zetten in het mooie park waar ik zomers graag kom om te ontspannen, voor me uit te kijken en lekker te mijmeren in het gezelschap van andere bezoekers, wat vogels en nieuwsgierige eenden.

Ik kan geen ander nut voor het bouwsel bedenken dan het als uitkijktoren te gebruiken, wanneer het park weer eens afgesloten wordt met een ondoorzichtige omheining voor popconcerten waar je een kaartje voor moet kopen. Misschien kan ik boven in het kunstwerk een hangmat bevestigen en zo met wat drinken en chips gratis een stukje cultuur meepakken. Dan heb ik er op mijn eigen manier toch nog betekenis aan gegeven, want dat is geloof ik de bedoeling van moderne kunst.

Sven Snijer

woensdag 4 juni 2014

Zelfregulatie als ‘missing link’

Zelfregulatie is een term die ik gebruik om iets aan te duiden dat al van oudsher bekend staat als de ‘gulden middenweg’, een begrip dat in onze cultuur wordt opgevat als een wat gezapige levenshouding die weinig spannends belooft, omdat het lijkt alsof het een rem betekent op iedere heftige beleving of groots verlangen. Het lijkt ook alsof die middenweg buiten onszelf ligt en we moeten volgen in een spoor dat reeds is uitgezet, wat een lichte wrijving geeft met ons moderne gevoel van zelfbepaling. Zelfregulatie is niets anders dan het midden houden tussen de extremen zoals het ook in de oudheid werd bedoeld, maar het woord ‘zelf’ maakt dat het voor mijn gevoel dichterbij staat en binnen de eigen verantwoordelijkheid ligt.

De moderne mens heeft een negatieve associatie met woorden als zelftucht of zelfdiscipline, die in het verleden synoniem waren voor zelfregulatie, omdat het hard en bestraffend klinkt. Veel mensen hebben al het gevoel dat ze zoveel moeten en proberen juist een moment en een gelegenheid te vinden om aan alle dwang te ontsnappen. De moderne mens wil ‘uit zijn bol gaan’ en zich even helemaal laten gaan om zich goed te voelen.


Toch zien we keer op keer dat dit uit je bol gaan niet zonder risico’s is want in toenemende mate vallen er doden onder jongeren door onverantwoord gebruik van drank en drugs. Relaties staan in de huidige tijd onder grote druk door een overvloed aan mooie en aantrekkelijke mensen en het welvaartsidee dat iedere dag in het leven een ‘kans’ is zodat je jezelf van geen enkel pleziertje wilt beroven. Er wordt ons voorgespiegeld dat we ons nooit mogen vervelen, omdat overal wel iets leuks te doen is, als je maar positief blijft. Reclames maken ons wijs dat we er voortdurend voor moeten oppassen iets te missen en suffig thuis op de bank zitten terwijl anderen feest vieren. We leren van de shampoo-reclames dat we ‘het waard zijn’ en van de loterij dat we niet die kans op 10 miljoen moeten laten schieten, zodat straks de buren met dezelfde postcode die wél een lot hadden gekocht ons kunnen uitlachen. Ieder mens kan tegenwoordig opdreunen dat hij ‘alles uit het leven wil halen wat er in zit’ zonder te weten hoe dit moet worden waargemaakt, omdat geluk voelt als een soort verplichting, zoals vroeger iedereen automatisch geboren werd in ‘zonde’ ook zonder te weten waarom.
 
Jonge mensen zijn hongerig

In de Telegraaf van een dag geleden was er een oproep van een GGZ-arts om bepaalde feesten waarvan bekend is dat er veel drugs wordt gebruikt voortaan te verbieden. Een pleidooi voor een ‘keiharde aanpak’ zoals die te verwachten valt na een periode waarin het gedogen is verworden tot een totale onverschilligheid. Opeens moet er flink opgetreden worden zodat de jongeren zien dat het menens is en zich met een schok bewust worden dat ze op de verkeerde weg zijn. Opeens komt het heldere zonlicht van de braafheid door de mistwolken heen schijnen en zien jongeren het nut en het belang in van een meer gereguleerd leven in overeenstemming met de burgerlijke maatstaven. Ik dacht het niet.

Jonge mensen zijn hongerig naar ervaring en hebben inderdaad vaak nog niet het vermogen om realistisch de gevaren van bepaalde gedragingen in te zien als iedereen om hen heen hetzelfde doet en hun ouders van mening zijn dat ze niet te betuttelend mogen zijn, omdat dit jongeren zou belemmeren in het vinden van hun eigen verantwoordelijkheid. Ik denk zelf dat je jeugdigen net zo lang moet beschermen, disciplineren en voorlichten totdat ze met hun gedrag hebben laten zien dat ze eigen verantwoordelijkheid aankunnen. 

Uiteindelijk gaat het niet om de gezondheid van jongeren, maar om de redenen waarom ze die gezondheid waarderen en er vrijwillig voor kiezen van hun lichaam en geest geen vuilnisvat te maken, roofbouw te plegen op hun gestel en omgang te zoeken met figuren die er een destructieve levensstijl op nahouden. De manier waarop veel jongeren zichzelf naar de vernieling helpen is geen kwestie van niet om kunnen gaan met seks, drank of drugs, maar op een dieper niveau niet om kunnen gaan met zichzelf. Met de dubbelzinnige boodschappen waarmee jongeren bestookt worden van aan de ene kant iets van hun leven maken, met ambitie en professionaliteit, terwijl ze tegelijkertijd ‘gewoon zichzelf moeten zijn’ en alle remmen los mogen gooien, waarbij keer op keer het cliché van ‘je leeft maar één keer’ naar hun hoofd wordt geslingerd.

Waardeverlies door commercie

Ik denk dat veel volwassenen jongeren onbedoeld in de war maken omdat ze het eigenlijk zelf niet zo goed meer weten. Wat zijn de waarden van een cultuur eigenlijk die in toenemende mate op geld is gebaseerd, waar een politiek stelsel langzaam in de uitverkoop gaat en het speelterrein wordt van de grootste multinationals? Hoe kun je je kinderen eigenlijk nog wijs maken dat stemmen belangrijk is en ze geen stem verloren mogen laten gaan, als onverschillig waar ze op stemmen het kabinet dat gevormd wordt gewoon de plannen zal uitvoeren die al klaar liggen? Hoe leer je je dochter de betekenis van seks, liefde en intimiteit als seks steeds meer een product wordt en steeds meer producten met seks moeten worden geassocieerd om ze te verkopen? Hoe leer je jonge mensen om hun geweten te volgen als de mensen op de meest invloedrijke posities in onze samenleving dit regelmatig zelf ook niet doen?   

Als bedrijven gegijzeld worden door hun eigen aandeelhouders, die geen belang hebben bij een gezonde onderneming op de lange termijn, omdat ze het bedrijf op de eerste plaats zien als een ‘geld-makerij’ zoals Henry Ford het  lang geleden al verwoordde en geen enkele interesse hebben in eerlijke en duurzame producten. 

Mensen vluchten in het persoonlijke domein als de kaders van de hun omringende maatschappij steeds minder duidelijk worden. Maar op den duur is dat tevergeefs, want de maatschappelijke werkelijkheid die we met elkaar delen is uiteindelijk onontkoombaar. Als er geen beroepseer meer bestaat, maar alles draait om de snelle winst, met wat voor soort waarden moeten we jongeren dan grootbrengen? Als we eerlijke mensen van ze maken zullen ze in het maatschappelijk leven lelijk hun neus gaan stoten en ontdekken dat alles van de corruptie en de vriendjespolitiek aan elkaar hangt.

Dodelijk verveeld

Mijn vroegere conservatieve ideeën en mijn radicale afkeer van drank en drugs heb ik door de jaren heen losgelaten want ik zie de middelen nu eerder als symptomen van een schreeuw om hulp dan als het feitelijke probleem. Mensen die hun geest constant benevelen en verdoven zeggen eigenlijk dat ze de druk van het leven niet aankunnen en geen weg weten te vinden in met zichzelf omgaan. Dit kan meerdere oorzaken hebben variërend van het wegdrukken van emotionele pijn die stamt uit het verleden, maar ook vaak ordinaire verveling die samenhangt met een stuk betekenisverlies door het wegvallen van religie, spiritualiteit en algemeen gedeelde geestelijke waarden. Vroeger zopen mensen omdat hun leven uitzichtloos was. Nu zuipen mensen omdat er teveel mogelijk is en er daarom ook potentieel teveel dingen verloren zullen gaan waar ze eventueel ook voor hadden kunnen kiezen. De economische crisis is voor een deel van de jongeren een oplossing voor de zogenaamde welvaartsdepressie, het gek worden van de keuzemogelijkheden. Met minder opties en meer moeite moeten doen om te overleven, wordt het vanzelf wat rustiger in de bovenkamer. Een vernieuwde kennismaking met de rauwe kant van het leven veroorzaakt door het langzaam wegvallen van de sociale zekerheden doet bijna verfrissend aan.

Een Tibetaanse monnik werd eens gevraagd wat hem het meeste was opgevallen aan westerse spirituele zoekers. Hij antwoordde dat het hem opviel dat er weinig westerlingen waren op het spirituele pad die in staat waren met één soort van geestelijke oefening hun hele ontwikkeling te richten en hun discipline en wilskracht op te bouwen. Ze gingen naar zijn idee teveel kanten tegelijk op en probeerden van alles en nog wat. Ik herkende onmiddellijk wat hij bedoelde, maar het kostte me nog jaren om voor mezelf een manier te vinden om mijn eigen ontwikkeling op een eenvoudige wijze te richten en te stabiliseren. Bij iedere nieuwe fase van je levenspad heb je als westerling toch steeds het gevoel dat er opeens ‘van alles mogelijk is’ en je merkt dat je geest al begint te anticiperen op dingen die misschien wel nooit zullen komen. De verwachtingsvolle geest van de moderne mens is in veel opzichten een handicap geworden, omdat het een virtuele benadering van het leven oplevert die niet doet wat mogelijk is met wat beschikbaar is, maar die steeds hardnekkig werkelijkheden blijft creëren los van het hier en nu.

Zoek het zelf maar uit

Gameverslaving is een ander voorbeeld van willen ontsnappen aan een maatschappij die overweldigd. Je urenlang concentreren op een spelletje geeft de illusie van een bereikbaar doel en haalt de gedachten af van de doelloosheid van je werkelijke bestaan, of het is juist een manier om je geest permanent bezet te houden, om thuis met jezelf alleen de stilte uit de weg te gaan of de intimiteit van een goed gesprek met je levenspartner. Wegduiken, verschuilen, verdoven, dat is de werkelijke oorzaak voor het gebruik en later het misbruik van allerlei genotsmiddelen en verslavende gedragingen. Als duidelijke positieve waarden in de opvoeding niet worden meegegeven, dan kunnen mensen niets anders dan door de pijn heen gaan van het overschrijden van hun eigen grenzen om te ontdekken wat die grenzen zijn en welke waarden ze willen nastreven om die grenzen voortaan bij zichzelf te respecteren. Voor mijn gevoel laten we jongeren in onze cultuur het allemaal teveel zelf uitzoeken waar ze met hun leven naartoe willen en gaat er een hoop tijd verloren voordat ze eindelijk het goede spoor voor zichzelf vinden. Daarbij lopen ze door bijvoorbeeld overmatig drankgebruik vanaf jonge leeftijd flinke schade op aan de hersenen, zodat het de spreuk ‘je moet alles een keer geprobeerd hebben’ niet altijd opgaat.

En ook al zijn de gevolgen van het excessieve gedrag bij veel jongeren bekend; de doden na house-feesten door verkeerde pillen of oververhitting van het lichaam door te lang door te gaan op pepmiddelen, comazuipers die het avondje met hun vrienden bijna niet konden navertellen, toch gaan ze er vrolijk mee verder, zodat geconcludeerd kan worden dat we in een cultuur leven waar dit soort verschijnselen helemaal geen afschrikkende werking hebben. De behoefte aan aandacht die wordt verkregen met dit ‘sociale gedrag’ is kennelijk groter dan de vrees voor de mogelijke gevolgen ervan. Het ontsnappen aan de innerlijke leegte weegt toch zwaarder. Daarom zou het goed zijn als we jongeren weer vertrouwd gaan maken met een bepaalde vorm van zelfregulatie, meditatie en zelfreflectie om spirituele waarden te ontdekken naast het eenzijdige volstampen van hun hoofden met ‘nuttige’ kennis. Want wat heb je eigenlijk aan kennis als je zo weinig van jezelf begrijpt dat je met je toekomstige baan de middelen gaat verdienen waarmee je jezelf in je vrije tijd naar de klote mag helpen?

Sven Snijer

Intelligentie zonder empathie

Gisteren heeft hoogleraar Sienke Goorhuis-Brouwer voor de zoveelste maal haar zorgen kenbaar gemaakt over het feit dat kinderen op een steeds jongere leeftijd worden klaargestoomd voor de kenniseconomie. Met een opiniestuk in Trouw waarschuwt ze voor de nadelen voor jonge kinderen, wanneer ze onvoldoende ruimte krijgen voor de sociaal-emotionele ontwikkeling. Behalve de pedagogische argumenten op de korte termijn, zoals het belang van fantasiespel en verbeelding, controle over de grove en fijne motoriek, denkstappen maken en concentratie opbouwen als noodzakelijk fundament voor de latere formele ontwikkeling noemt ze ook het vooruitzicht voor kinderen en voor de samenleving, als ze hier niet in voldoende mate de gelegenheid voor krijgen. ‘Intelligentie zonder empathie leidt tot maatschappelijke blunders en persoonlijke tragedies’.

Wat een verademing om eens iemand met toekomstvisie te ontdekken, die niet zwicht voor de hijgerige dwang van een veronderstelde economische noodzaak. Een noodzaak die voor welhaast ieder ondoordacht plan dat de overheid wil doordrukken als hoofdargument wordt aangevoerd. ‘We kunnen niet achterblijven’, roepen ze gemotiveerd en licht paniekerig . Als ze in Japan kinderen die nog in de wieg liggen al een rekenmachine voor hun neus houden om ze leergierig te maken en succesvol in het volwassen leven, wie zijn wij dan om onze kinderen niet op te zadelen met dezelfde prestatiedwang? Kijk maar naar de Aziatische economieën; het werkt!

De snelle jongens

Natuurlijk is de vraag naar wat er precies werkt niet van belang voor de snelle jongens die de economie wel weer eventjes zullen aanzwengelen middels een door de overheid goedgekeurde onteigening van het kind-zijn. Waarom zouden we die toekomstige productie-eenheden laten spelen, als we ze veel rendabeler kunnen maken door ze van jongs af aan al vol te stoppen met informatie die ze later veel ‘effectiever’ zal maken in het arbeidsproces? Gevoelens, daar kan de schoorsteen niet van roken en wie zich later niet ‘happy’ voelt die gaat maar naar een psycholoog. Lekker werken en geld verdienen, daar worden mensen gelukkig van. Maar als we echt goed kijken naar een economische reus als Japan, dan zien we dat veel kinderen het stadium van werken en geld verdienen niet eens bereiken, omdat ze door de overweldigende druk van de sociale verwachtingen geen normaal leven hebben. Kinderen die examens niet halen of niet worden toegelaten op een goede school, hebben zo weinig emotioneel evenwicht en zelfwaardering dat ze zich jarenlang in hun kamer kunnen opsluiten uit schaamte of zelfmoord plegen. Maar ook voor degenen die wel hun plaats in het arbeidsproces innemen is het leven niet altijd een feest.

De hardwerkende, intelligente en effectieve Japanner is emotioneel op collectief niveau volkomen onderontwikkeld, wat tot uiting komt in allerlei bizarre modieuze uitingen van de jeugd (opvallend genoeg alleen in het weekend!) en een merkwaardige fascinatie van de Japanse man voor seksstrips met veel te jonge vrouwen/meisjes als onderwerp, wat ronduit pedofiel aandoet. De krachtige economie van het land is een indrukwekkende prestatie en heeft andere economieën, zoals de Amerikaanse en de Europese veel geleerd. Maar zoals Nederlandse werknemers er niet op zitten te wachten dat ze net als in Japan door de ploegbaas van de Toyota-fabriek worden ondervraagd over de kwaliteit van hun huwelijk, omdat het bedrijf gebaat is bij stabiele en gelukkige werknemers, moeten we misschien ook niet helemaal meegaan in de Aziatische gekte van het in een zo vroeg mogelijk stadium programmeren van onze kinderen.  

De terreur van de Participatiesamenleving

Ik maak met opzet een vergelijking met Aziatische landen als het gaat om het prestatie-onderwijs en het ondergeschikt maken van het kind aan de maatschappij als één groot productieapparaat, omdat samen met het 'nieuwe leren' ook een ontwikkeling te bespeuren valt van een toenemende gedwongen collectiviteit in onze samenleving, zoals de Sociale Wijkteams en de participatiesamenleving. Want oh, wat is het toch leuk om alles samen te doen! 

Het is met name de combinatie van prestatie-leren en gedwongen collectiviteit die mij angst inboezemt, omdat beide factoren de ontwikkeling van de eigen gedachtewereld van het kind, zowel als van het persoonlijke gevoelsleven in de weg staan. Het argument om kinderen zo vroeg mogelijk naar school te sturen (vanaf 2,5 jaar!) is niet alleen dat ze daar slimmer van zouden worden, maar ook socialer, omdat ze al vroeg met andere kinderen leren omgaan. Ik heb me er altijd over verbaasd hoe gemakkelijk mensen zich dit idee in de maag laten splitsen. Het is om te beginnen niet zo, dat wanneer een kind tot zijn vierde of vijfde jaar thuis blijft nooit met andere kinderen speelt, want de meeste vaders en moeders nemen hun kind mee naar de speeltuin waar genoeg andere kinderen zijn. Daarnaast is het pijnlijk om te zien dat veel ouders door de sociale druk om een ‘lief’ en ‘sociaal’ kind te creëren, hun jonge kind dwingen om speelgoed met andere kinderen te delen op een leeftijd dat ze daar helemaal nog niet toe in staat zijn. De terreur van het ‘samen doen’ begint al vroeg. Maar het gaat de overheid nooit ver genoeg, want als een gestroomlijnde eenheid kunnen we samen meer centjes verdienen (of besparen) dan ieder afzonderlijk.

RAAK en de Augeo-foundation

Hoogleraar Goorhuis-Brouwer heeft haar klachten over het pushen van kinderen door de jaren heen meerdere malen geuit, maar zoals we ook in andere sectoren zien, bijvoorbeeld in de jeugdzorg, worden de meningen van hoogleraren regelmatig ondergeschikt gemaakt aan de eigen politieke agenda van de beleidsmakers. Die voelen zich onder druk staan van de grootste belanghebbenden in een sector of door fanatieke lobby’s en pressiegroepen. In het geval van jeugdzorg stichting RAAK of de Augeo-Foundation, waardoor beslissingen worden genomen die vaak een effect hebben dat geheel tegengesteld is aan het beoogde doel, omdat politici meer belang hechten aan de publieke opinie dan aan goed beleid. Ze willen er niet van verdacht worden onverschillig te staan tegenover schrijnend kinderleed, want ze voelen zich met hun rede niet opgewassen tegen de schreeuwende krantenkoppen die al snel hun conclusies hebben getrokken. Zelfs de inzichten van de deskundigen op het gebied van opvoeding en ontwikkelingspsychologie kunnen hen daarbij kennelijk niet voldoende ondersteunen. De minister of staatssecretaris als loopjongen van grotere krachten die het veld al langere tijd bewerken, waardoor het weinig verschil maakt van welke politiek signatuur de zittende bewindspersoon is. Ze krijgen hun zin toch wel. 

De grote Mammon

Goorhuis-Brouwer spreekt behalve als pedagogisch deskundige heel terecht ook over de belangrijkste factor die het pedagogische klimaat voor jonge kinderen op dit moment bedreigt; de economie, waar de kleine hummels zo vroeg mogelijk voor moeten worden klaargestoomd. 

De economie, die grote Mammon, die bij gebrek aan een echte levensbeschouwing als een nieuwe lotsbepalende kracht ons allen in de greep houdt en dicteert hoe wij moeten leven. Een jaloerse god ook, die naast zich geen andere goden duldt, omdat we anders door het noodlot zullen worden getroffen. Alle politici, links of rechts, zijn allemaal bang voor een terugval in de economische groei en met de ‘openbaringen’ van het Centraal Plan Bureau in de hand (voorspellingen die haast nooit uitkomen) volgen ze allemaal dezelfde heilsweg van bezuinigen en het zo vroeg mogelijk kinderen indoctrineren dat ze hun leven in dienst moeten stellen van de economie die over ons waakt en die ons beschermt.

http://m.trouw.nl/tr/m/nl/4556/Onderwijs/article/detail/3665994/2014/06/03/Kleuters-leren-meer-van-spel-dan-van-school.dhtml?originatingNavigationItemId=4328


Sven Snijer

Update: 11 december 2015: http://demonitor.ncrv.nl/onderwijs/kleuterjuf-de-koek-is-op-ik-stop-ermee


Update: 21 februari 2016:
https://www.youtube.com/watch?v=4vXuuexB-Mg

http://demonitor.ncrv.nl/onderwijs/kinderfysiotherapeut-kleuterbrein-volstoppen-met-lesstof-levert-stressklachten-op 


De werkdruk onder basisschooldocenten is alarmerend hoog, zo lieten we in onze vorige uitzending over het Onderwijs zien. We toonden aan dat de vele administratie die docenten bijhouden, een belangrijke veroorzaker is van die werkdruk. Staatssecretaris Dekker heeft naar aanleiding van dit onderzoek laten weten dat leraren niet hoeven te administreren als dat niet tot beter onderwijs leidt.


Maar leraren vragen zich af: Wat kan ik dan precies achterwege laten? Ondertussen krijgen we tientallen tips van kleuterleerkrachten die zich zorgen maken over het onderwijs aan jonge kinderen.

Rode draad in de reacties: Kinderen moeten op te jonge leeftijd al te schools leren en te veel kunnen. En dat kan volgens onze tipgevers tot stress en gedragsproblematiek bij kinderen leiden. We krijgen meerdere tips van kleuterjuffen die het zo oneens zijn met deze gang van zaken, dat ze afscheid nemen van hun beroep.

Waar veel leerkrachten moeite mee hebben, zijn de kleuterlesmethodes waar ze van het schoolbestuur verplicht mee moeten werken. Het accent zou te veel liggen op taal en rekenen en er zouden te veel testmomenten zijn waar de kinderen aan moeten deelnemen. Wat betekent dat voor de kwaliteit van het onderwijs en uiteindelijk voor de kleuters?
 

In het curriculum van de toekomst, onderwijs 2032, speelt persoonsvorming een grote rol. Noord-Korea aan de Noordzee http://tonvanhaperen.com/index.php?option=com_content&view=article&id=375:noord-korea-aan-de-noordzee&catid=36:actueel&Itemid=1

De Monitor april 2016: Nederlands Jeugdinstituut: ‘Erkenning van lesmethodes betekent niet dat ze effectief zijn.’ 

In ons dossier Onderwijs verdiepen we ons in het voor- en vroegschoolse (VVE) beleid. Peuters en kleuters met taalachterstanden worden met lesmethodes op de voorschool extra gestimuleerd om de Nederlandse taal goed te leren. De VVE-methodes die hiervoor worden gebruikt zijn opgenomen in een databank van het Nederlands Jeugdinstituut. Voor subsidies worden kinderopvangcentra en peuterspeelzalen door gemeentes verplicht om zo’n erkende methode te gebruiken. We gaan langs bij het NJI dat deze methodes erkent.

Lees verder..........

dinsdag 3 juni 2014

Misdaden tegen de mensheid

Taal is een onderwerp dat door verschillende filosofen tot het hoofdbestanddeel van hun filosofie is gemaakt, vermoedelijk vanuit het gegeven dat de mens met zijn taal een zeer complexe en unieke manier van kennisoverdracht heeft voortgebracht die kenmerkend is voor zijn van de dieren verschillende reflectieve bewustzijn. De mens heeft niet alleen bewustzijn, maar is zich ook in hoge mate bewust van zijn bewustzijn. Hij kan de bewegingen in zijn eigen bewustzijnsinhoud observeren en er een oordeel over geven vanuit een hoger standpunt. Anders dan een leeuw of een zebra kan de mens bij zichzelf constateren dat hij verward is, onrustig of lichtelijk depressief en dat er iets moet gebeuren om het bewustzijn weer te harmoniëren.

Taal is de eerste filosofie van de mens, omdat het ons wordt aangeleerd nog voordat we het vermogen hebben het te beoordelen. We leren ons uit te drukken in een taalsysteem met vaste regels, volgorde en opbouw naar het voorbeeld van de spraak van de mensen die ons omringen tijdens het opgroeien. Iedere taal heeft een eigen karakter, wat wil zeggen een speciale waardering of onderwaardering voor verschillende aspecten van het leven. De mate van waardering voor iets blijkt uit hoeveel woorden en uitdrukkingen er voor beschikbaar zijn om het te beschrijven. Waar een volk een fascinatie voor heeft, heeft het vaak een specifiek en onvertaalbaar woord voor in het leven geroepen, waar ze in een naburig land geen aparte uitdrukking voor kennen. Taal is meer dan een aanduiding van voorwerpen of gemoedstoestanden. Het is ook een voorkeur, een smaak en een overtuiging. Taal is een levensbeschouwing omdat het de mentaliteit reflecteert (de volksaard) van de mensen die het spreken.

Dwangmatig

Eén van de meest funeste kenmerken van de Nederlandse cultuur is een niet te stuiten vernieuwingsdrang die niet noodzakelijk een aanleiding nodig heeft in de buitenwereld, maar die zich gewoon dwangmatig manifesteert om de zoveel jaar, in het onderwijs, in de Nederlandse taal, in de opvoedkunde, etc. 

Na verloop van tijd moet het opeens allemaal weer anders vindt men, of dit nu een verbetering inhoudt of een verslechtering, want het ‘nieuwe’ lijkt een legitimatie op zich. Net zoals je om de zoveel jaar je huiskamer opnieuw wil inrichten en een andere kleur geeft aan de muren, zo wordt ook onze taal periodiek onderworpen aan de vernieuwingsdrang van de taalverbeteraars die iedere keer opnieuw hun verwoestende werk mogen doen. De laatste taalvernieuwing, de enige die ik echt bewust heb meegemaakt (die van het groene boekje) is meen ik op stevige weerstand gestuit, maar na verloop van tijd heeft iedereen zich toch bij de nieuwe feiten neergelegd en nu zitten we opgescheept met een pannenkoek, die blijkbaar in meerdere pannen is gebakken in plaats van de vroegere pannekoek (een koek uit de pan).


Complete onzin

Veel ergerlijker nog dan pannenkoeken zijn de pas ontdekte ‘misdaden tegen de menselijkheid’ (voorheen misdaden tegen de mensheid). Een term die niet alleen complete onzin is vanuit de taallogica, maar die ook een filosofische vervalsing betekent van onze taal die zich als een sluipend gif verspreidt in de postmoderne tijd. Op het eerste gezicht lijkt het concept van ‘misdaden tegen de menselijkheid’ alleen een nieuwe uitdrukkingswijze waar mensen aan moeten wennen, waarbij de logische onjuistheid niemand echt lijkt te storen. Maar ‘menselijkheid’ is een persoonlijke eigenschap, zoals vriendelijkheid, welwillendheid, schranderheid of toegeeflijkheid. Het behoort aan iemand toe en staat niet los van een persoon of een groep mensen die gezamenlijk, maar ook ieder afzonderlijk over die eigenschap beschikken. Misdaden tegen een persoonlijke eigenschap zijn logischerwijs niet mogelijk, want dan zouden we evengoed kunnen spreken van misdaden tegen de vriendelijkheid, misdaden tegen de evenwichtigheid, misdaden tegen de opvliegendheid, enzovoort. Het kan gewoon niet, maar iedere journalist schrijft het tegenwoordig braaf op. Misdaden tegen de journalistiek zou nog kunnen in de vorm van censuur, opsluiting en marteling van journalisten op grote schaal, maar misdaden tegen de journalistiekigheid beslist niet!

De levensbeschouwelijke overtreding van deze taalvernieuwing -die filosofisch verwerpelijk is en een ondermijning van één van de kernwaarden van onze cultuur- is dat we met deze verandering afstand hebben gedaan van datgene wat de vooruitgang van de mens voor een groot deel bepaalt, de overtuiging dat we samen één mensheid vormen.We zijn met zijn allen, alle landen en volkeren bij elkaar, één mensheid. (1) Een verzameling mensen die dezelfde ronde planeet bewonen en die gezamenlijk zich bewegen naar een toekomst die vanuit verschillende standpunten onzeker is, variërend van het milieu, de dreiging van oorlogen met massavernietigingswapens, hernieuwd nationalisme dat in verschillende landen om zich heen grijpt, opkomend fundamentalisme in Oost en West en het gevaar van een technologische wildgroei die van de mens een passief object maakt in een groot digitaal volgsysteem. De mensheid heeft haar mondiale zelfbewustzijn de komende tijd hard nodig, willen we niet vervallen tot totale anarchie of juist tot een massale depersonalisering.

Noodzakelijke utopie

Misdaden tegen de mensheid zijn misdaden tegen een homogeen geheel dat een intrinsieke waarde heeft die automatisch toekomt aan ieder lid van dat geheel. Er hoeft van ieder mens afzonderlijk niets individueels bekend te zijn om de menselijke waarde te schatten, want simpelweg deel uitmaken van de menselijke soort geeft een persoon waarde en verschaft hem rechten. De mensheid bestond vroeger niet, want mensen waren in het verleden een deel van de stam, later van een volk en nog later van een land. Continentaal bewustzijn is nog later tot stand gekomen (de vorming van één Europa is nog steeds een groot probleem) en een wereldbewustzijn waarbij alle landen en volkeren eendrachtig samenwerken voor een betere wereld voor ons allemaal lijkt vooralsnog een utopie. Maar het is wel een noodzakelijke utopie, omdat de problemen waar de wereld vandaag de dag voor staat alleen op een wereldwijde schaal opgelost kunnen worden. Weerstand tegen het woord mensheid, is weerstand tegen de universele werkelijkheid die ons als mensen met elkaar verbindt, dat wil zeggen weerstand tegen de beschouwende intelligentie die ons boven onszelf uit kan tillen en die ons kan samensmeden tot één wezen. Een vooruitstrevende kracht die integraal werkt en op alle gebieden en alle niveaus de verdeeldheid overstijgt en zorgt voor een universele harmonie.

Hegel

Het hoogtepunt van de Westerse filosofie was het denken van Hegel. Niet omdat zijn systeem onfeilbaar was of omdat er geen andere grote denkers leefden in die roemrijke periode van het ‘Duits Idealisme’, maar omdat in zijn werk alle grote idealen van de Europese mens tot uiting kwamen, waarbij de mens specifiek als onderdeel gold van een groter geheel dat door de hele geschiedenis heen zich bewoog naar een soort superbewustzijn. De Geest van Hegel (het woord god was te theologisch naar zijn smaak) was een kracht die in de loop van de geschiedenis door de psyche van de mensen heen werkte zonder dat zij zich dit bewust waren, zodat de Geest in feite zichzelf manifesteerde en tot voltooiing bracht in het zich ontwikkelende bewustzijn van de mensheid. De mensheid als belichaming van Gods bewustzijn.

Hegel was ook meteen het eindpunt van het idealistische denken, want hierna nam het wetenschappelijke denken langzaam maar zeker het stokje over, maar het hegeliaanse denken (‘de tijdgeest’) heeft nog lang diepgaande invloed uitgeoefend op de westerse mens. Hoewel er verschillende vormen van kritiek op het denken van Hegel gerechtvaardigd zijn, variërend van zijn miskenning van de individuele ontplooiing van de enkeling of de te grote verwevenheid van zijn filosofie met de belangen van de heersende klasse in zijn tijd, valt niet te ontkennen dat de grootsheid van zijn filosofie ook vandaag de dag nog in veel opzichten aantrekkelijk is, met name omdat hij het concept van de Geest heel consequent logisch heeft doordacht. Het is in het marxisme naderhand op een verkeerde manier geïnterpreteerd, wat een absurde ‘omkering’ tot gevolg had van Hegel’s systeem vanuit de misvatting dat Hegel’s Geest vergelijkbaar was met de Wereld der ideeën (de hoogste Idee) van Plato. Maar de Geest van Hegel was zowel geestelijke energie als de materiële manifestatie daarvan en het voornaamste middel daartoe was de mens of beter gezegd de mensheid.

Een streven

Een grote stuwkracht voor de vooruitgang van de moderne mens is het idee van de mensheid. Niet het idee van de menselijkheid, want menselijkheid daar zijn we niet altijd toe in staat. Dat hebben verschillende oorlogen en gruwelijkheden door mensen begaan tot in de recente geschiedenis aangetoond, maar de mensheid is nog steeds een ideaal dat ons voor ogen staat. Het is een streven om de vervulling te bereiken van waar wij afzonderlijke mensen op een dag misschien gezamenlijk toe in staat zullen zijn en waartoe we geroepen zijn door een onzichtbare kracht van de (spirituele) evolutie, die ons niet alleen intelligenter maakt maar geleidelijk aan ook moreler, humaner en fijngevoeliger. ‘Menselijkheid’ is een eigenschap die verbonden is met een persoon of een groep personen, die deze eigenschap verworven hebben door oefening, door te leren van fouten. Door spijt te krijgen van onmenselijkheid, die een uiting is van een gebrek aan respect voor een medemens, omdat we die medemens hebben afgezonderd van het geheel waar deze deel van uitmaakt, op grond waarvan hij onze achting en respectvolle behandeling verdient; de mensheid. De mensheid spoort ons aan om gezamenlijk verantwoordelijkheid te nemen voor een ideaal waar wij onszelf naar hopen te verheffen, waarvoor het hard nodig is menselijkheid aan te leren. 

Sven Snijer
 

(1) Tot wat voor onduidelijkheid de term 'misdaden tegen de menselijkheid' kan leiden zien we als het in een andere context wordt toegepast, zoals bij de vertaling van een filosofisch werk 'De Brieven van Marsilio Ficino ' deel 2, Rozekruis Pers Haarlem 1996, voetnoot 5 van brief 33. Hier wordt de uitspraak van Aristoteles: "Het was niet de mens die ik hielp, maar de Mensheid" vertaald met: "Het was niet de persoon die ik hielp, maar de menselijkheid" wat de tekst filosofisch onbegrijpelijk maakt.