maandag 27 april 2015

Onze vrijheid als antifilosofie

Wat is bij uitstek het symbool van onze vrijheid in het westen? Een filosoof als Spinoza, Lessing, Voltaire, Giordano Bruno, Thomas Paine of  Erasmus? De meeste mensen weten niet eens wat deze filosofen naar voren hebben gebracht en waar hun centrale ideeën over gaan. Onze vrijheid is een anti-filosofie, een benadrukking van wat vrijheid niet is. Het is geen oorlog, geen onderdrukking, geen genocide, geen hongersnood, geen beknotting van een simpel burgerlijk levensgeluk en geen discriminatie. Alles waar we bang voor zijn, ons gehinderd of bezwaard door voelen, getraumatiseerd of verontrust, is het tegendeel van datgene wat we graag willen hebben maar niet goed kunnen benoemen of helder omschrijven: vrijheid.

Dit mankement komt nergens beter tot uitdrukking dan in het herdenken van de Tweede Wereldoorlog en met name de holocaust. Want het zijn de gruwelijkheden en de verschrikkingen van die tijd die de hedonistische zelfgenoegzame westerse mens die ruggengraatloos is geworden door aanhoudende vrede en welvaart even moeten wakker schudden uit de vaart der volkeren en hem doen beseffen dat er nog belangrijker waarden in het leven zijn dan een nieuwe I-phone. Vrijheid is een wat zwak uitgedrukte term om het goede leven te omschrijven als die niet onmiddellijk gevolgd wordt door datgene wat onze vrijheid constitueert: waarheid. En in de eerste plaats filosofische waarheid, meer dan de wetenschappelijke waarheid, omdat die uiteindelijk slechts een methode is en geen wegwijzer.

Filosofische waarheid bouwt zowel op de wetenschappelijke inzichten die ons tot bepaalde conclusies dwingen, als aan de morele stem van de persoon in ons binnenste, die de wenselijkheid van dingen ter overweging neemt. Waarheid kan ons bevrijden, terwijl bevrijding niet noodzakelijkerwijs waarheid met zich meebrengt. De Oostelijke Europese landen werden aan het einde van de Tweede Wereldoorlog bevrijdt door de Russen, maar ze verkregen daarmee geen waarheid of waardigheid als vrije burgers. Ze werden de slaven van het communistische systeem en het leidde tot een nieuw soort van gevangenschap. Het verschil tussen lichamelijke en geestelijke vrijheid was ten tijde van de Koude Oorlog duidelijker dan nu. Men wilde graag uit Oost-Berlijn wegvluchten en zijn leven daarvoor riskeren omdat de geestelijke vrijheid zwaarder woog dan een leven van voorspelbare socialistische zekerheid, met permanente controle door de staat en gevangenisstraffen voor degenen die voor zichzelf dachten.

In onze tijd lijkt er geen vijand te bestaan, anders dan het gevaar van economische neergang, een enge ziekte of overbevolking. Voor wie in de islam geen bedreiging ziet voor de westerse vrijheid en burgerrechten is er hier en daar enkel een 'incident' te bespeuren, dat politie en justitie maar moeten aanpakken en verder de F-16’s in het Midden-Oosten. Ideologisch willen weinigen hun vingers eraan branden. De westerse mens wil niet over zijn vrijheid nadenken, hij wil er gewoon over kunnen beschikken. Het hoeft niet gefundeerd te zijn op iets dat rationeel deugdelijk is, want het toevalsgeloof en de persoonlijke smaak woekeren vrolijk verder in de maakbare samenleving. We staan niet ergens voor, maar liever ergens achter. We staan bijvoorbeeld met z’n allen achter Anne Frank, een dapper joods meisje dat opgesloten werd in een achterhuis om niet gezien te worden door de Duitse bezetter. Ze hield er er een wereldberoemd geworden dagboek over bij.

Als je aan westerse kinderen vraagt wat vrijheid is, dan antwoorden ze dat dit betekent dat je niet zoals Anne Frank hoeft te leven, weggestopt, onopgemerkt en over het hoofd gezien, maar tegelijkertijd zien we in ons huidige straatbeeld nieuwe ‘Anne Franks’ voorbij lopen in een boerka of nikaab, weggestopt en onzichtbaar gemaakt. Sociale dwang en religieuze hersenspoeling noemen we in 2015 een ‘eigen keuze’, alsof vrouwenemancipatie wat te benauwd geformuleerd werd tot dusver. Ik heb mijzelf nooit herkend in Anne Frank en ik heb nooit begrepen waarom juist dit veertienjarige meisje symbool moet staan voor vijf jaar van oorlog en verschrikking.

Anne Frank is voor mij het zwakste argument dat pleit voor de westerse beschaving. Zoals ze symbool staat voor miljoenen joden die zijn uitgemoord door de Europese mens (ook in voorgaande eeuwen) geeft het juist weer wat we aan rede tekort zijn geschoten en waar ons redelijk vermogen verworden is tot mechanisch denken. Geen bezielde kennis, maar functionele procedures in dienst van magisch-mythologisch denken (nazisme) dat eerder een religie was dan een filosofie. Het was een geloof, dat de Europese mens terugtrok in een duister verleden, dat nog duisterder werd doordat zowel de historische context eraan ontbrak van de echte Germaanse cultuur, als door het feit dat ze bekrachtigd werd door de technologie die het ‘gewone’ moorden transformeerde in systematisch uitmoorden, waardoor ook het uitroeien van de medemens een procedure werd.

Het is niet de rede geweest die ons in de steek heeft gelaten in de Tweede Wereldoorlog, maar de zielloosheid in ons denken. Het tirannieke element van het functionele dat in dienst van een geloofswaarheid (de Arische mens) zo verwoestend heeft gewerkt. De Europese mens heeft zijn rede sinds lange tijd verwaarloosd in morele en culturele zin en zoekt zijn heil voortdurend in gebruiksgemak. De vrijheid die we ervaren geeft ons mogelijkheden, maar we verliezen bij gebrek aan filosofische onderbouwing van onze moderne westerse levensstijl langzamerhand de mogelijkheid tot vrijheid. Religieus fundamentalisme kan niet gekeerd worden enkel door een rechtssysteem, een veiligheidsdienst en een alliantie in het Midden-Oosten die wat extremisten van de aardbodem vaagt vanuit de lucht. Uiteindelijk moet het westen niet alleen militair en economisch superieur blijken, maar ook ideologisch, omdat op de lange termijn bommen geen overwinning bezorgen, maar ideeën. Je kunt je bij anderen gevreesd maken, maar zonder kennis en emancipatiemogelijkheden nooit geliefd.

Ik herdenk op 4 mei geen dapper meisje dat werd opgesloten in een achterhuis, maar een hele reeks van filosofen die door de eeuwen heen bepalend zijn geweest voor de gang van de westerse mens naar zijn hedendaagse vrijheid. Degenen die hiervoor zijn gevangen genomen, gemarteld, gedood en wiens boeken werden verbrand. Ik herdenk de mensen die de weg hebben geëffend voor datgene waar we vandaag de dag in overvloed over beschikken, maar waarvan we de grondslagen nog maar zeer moeilijk kunnen aanwijzen. De denkers die een middeleeuws geloof durfden te betwistten en die er een redelijk alternatief tegenover stelden. Het geloof in de mens. Een mens die zich niet onderwerpt, die zich niet blind staart op een hiernamaals, maar die zich ook niet zoals vandaag de dag laat hypnotiseren door de materiële werkelijkheid, alsof zijn zelfbewustzijn en explorerend vermogen slechts een product zijn van de stof. Ik herdenk de ziel van de westerse mens die gevangen zit in het achterhuis van de commercie, de gemakzucht en de vanzelfsprekendheid, waardoor het hem vaak aan de filosofische moed ontbreekt om te onderscheiden, te beoordelen en zich uit te spreken.

Sven Snijer

dinsdag 14 april 2015

De tribale samenleving

Met alle commotie over de PGB’s die maar niet rond komen, de ouderen die onvoldoende zorg aan huis krijgen en de kinderen die in het Passend Onderwijs nog steeds niet lijken te passen, is iedereen zo in beslag genomen met 'te redden wat er te redden valt', dat de wortel van het probleem al lang aan het zicht onttrokken is. Die afschuwelijke participatiesamenleving, dat tekentafelontwerp dat van onze moderne verzorgingsstaat een karikatuur heeft gemaakt waar niemand van begrijpt aan welke ideologische voorwaarden ze voldoet of naar wat voor soort samenleving ze ons zal brengen.


Ik heb het al eerder gesteld in voorgaande publicaties dat het vreemd is dat niemand kan verklaren of we de participatie-samenleving juist als bij uitstek liberaal moeten zien (je mag het allemaal zelf doen) of juist als sociaal (we gaan elkaar helpen) of toch als heel christelijk (hulp krijgen voornamelijk vanuit je eigen familienetwerk). Het lijkt misschien erg theoretisch en geen urgent probleem voor mensen die nu tot hun enkels in de zorgproblemen staan te soppen, maar wat er zichtbaar wordt in verschillende segmenten van de samenleving is precies waar meerdere groepen en zorgprofessionals al voor gewaarschuwd hadden nog voordat de Transitie in stemming gebracht werd in de Eerste en Tweede Kamer. Het gebrek aan ideologische legitimatie is een schijnbaar onbelangrijk probleem ten opzichte van de alsmaar stijgende zorgkosten, maar op termijn zal blijken dat het in werkelijkheid de kern van het probleem uitmaakt. Voor wie begrijpt dat de Transitie vooral een bezuinigingsoperatie is, waarbij op den duur het recht van de sterkste zal gelden, hadden de alarmbellen al veel eerder af moeten gaan.

Hoe is het mogelijk dat de overheid de zorg voor mensen terug delegeert naar de samenleving en de collectieve voorzieningen langzaam steeds verder afslankt, met als morele dekking van de hele operatie het valse beeld van ouderen en hulpbehoevenden die zo graag uit vrije wil mee willen doen in de maatschappij en heel graag hun eigen netwerk inschakelen, veel liever dan de zorgprofessionals waar ze tot nu toe mee te maken hadden. Het is gewoon niet waar, want de meeste ouderen willen helemaal hun verzorgingstehuis niet uit. Als je tweeënnegentig bent dan wil je niet opeens gaan ‘netwerken’, maar gewoon de verzorging krijgen waar je recht op hebt. Dan heb je geen behoefte aan een paar wijsneuzige tutjes die net van school komen om jou te vertellen hoe je het allemaal leuk kunt organiseren bij jou in de buurt.(1) Wat een poppenkast. En nog erger is dat de overheid niet aangeeft op welke basis we als burgers een beroep moeten doen op elkaar. De meeste mensen gaan niet meer naar de kerk, dus christelijke naastenliefde kan het niet zijn. De Partij van de Arbeid staat al enige tijd op instorten, dus solidariteit kan het ook niet zijn. De zorg voor je buren en je hulpbehoevende familieleden gaat enorm veel tijd kosten en een beperking opleveren voor de individuele bewegingsvrijheid en persoonlijke ontplooiing, dus liberaal kan het ook niet zijn….

Het enige waar ik op uitkom als verbindende kracht tussen burgers, als ik de ‘Grote verhalen’ op mijn lijstje van ideologische legitimaties voor de participatiesamenleving heb afgestreept, is een contact tussen mensen op basis van tribale verwantschap, de familie, de stam of de clan. In moderne termen vertaald (omdat we vaak zo verspreid wonen als familieleden, door de uitvinding van de auto) betekent de stam eigenlijk de straat, of de wijk waarin we wonen. Het stadsdeel is onze nieuwe dorpscultuur en de stadsdeelvoorzitter is ons nieuwe opperhoofd. De wijkverpleegkundige is de medicijnman/vrouw en de politieagenten zijn de jagers. Met de Transitie waarin burgers moeten participeren, waarvan de overheid het beeld blijft bestendigen dat ze willen participeren, is er een culturele achteruitgang gecreëerd van zo’n vijftienhonderd jaar in de geschiedenis. De collectieve voorzieningen verdwijnen langzaam (worden teruggebracht tot een minimum) en de burgers zijn weer op zichzelf en op elkaar aangewezen, maar dit keer zonder religie als bindend element, noch een sociale theorie als basis voor gemeenschappelijkheid.(2)

De nieuwe reden voor samenscholing en het elkaar de helpende hand bieden is dat we zo langzamerhand allemaal in het zelfde zinkende schuitje terecht komen en uit nood geboren elkaar ondersteunen. Net zoals mensen na een grote ramp ook opeens de warmte voelen van voor elkaar te zorgen, omdat iedereen met dezelfde situatie geconfronteerd wordt van verlies van huis, vrienden en familie. Uit ellende krijgen we weer een beetje begrip voor elkaar. De huidige ramp, genaamd de participatiesamenleving, wordt ons aangeboden door het gelegenheidsduo VVD en PvdA (alleen de laatste wordt er electoraal voor afgestraft, zo lijkt het), maar hij is er met volledige steun van de leden van andere partijen in de Tweede Kamer doorgekomen. Want de meesten van hen die zich nu proberen te profileren als kritische volksvertegenwoordigers aangaande de gevolgen van de nieuwe jeugdwet en overheveling van zorgtaken naar de gemeenten hebben er kort geleden nog, ondanks talloze waarschuwingen vanuit de samenleving, van harte mee ingestemd.

Sven Snijer


(2) Als de economie het leidende verhaal is, dan is er straks geen ideologie meer om de financiële argumenten te weerspreken of in een onderscheidend betekenisgevend kader te zetten. Er wordt door politici van links tot rechts net gedaan alsof de economie zelf een argumentatie geeft, maar geld zegt niets. Ze is een middel dat we gebruiken als ondersteuning voor de waarden die we als samenleving creëren. 

Update 14 juli 2015: 

http://www.socialevraagstukken.nl/site/2015/07/04/we-leven-in-on-sociologische-tijden/

Update 21 maart 2016:

http://www.marysjabbens.nl/blog/mijn-dagelijkse-gevecht-tegen-de-gemeente/

zaterdag 28 maart 2015

De omgekeerde logica van Halbe Zijlstra


Als de hogedrukketel dreigt te ontploffen dan moet je het deksel ervan nog steviger aandraaien! Dat is zo ongeveer de gedachtegang van VVD- fractieleider Halbe Zijlstra die een nieuwe en ‘realistische’ benadering in het buitenlandbeleid voorstaat ten aanzien van dictatoriale regimes in het Midden-Oosten. 'Als er een stabiel regime zit, moet je dat koesteren en proberen door middel van geleidelijkheid de situatie te verbeteren voor de bewoners. We moeten ophouden met het opgeheven vingertje iemand aan te spreken.' (1)

In pragmatische zin op korte termijn geeft ik hem volkomen gelijk, want de schoolmeesterachtige houding van westerse politici richting het Midden-Oosten haalt al decennia niets uit. Niet alleen Nederland vangt er bot mee, maar ook een land als de Verenigde Staten, zoals in een recente documentaire op de BBC te zien was. Hillary Clinton kan de Arabische Sjeiks nog zoveel voorstellen doen voor de gelijkschakeling van de positie van vrouwen, maar ze laten het van zich afglijden als water van de rug van een eend. De manier waarop de autoritaire regimes het doen heeft altijd goed gewerkt, dus waarom zou het humaner moeten? Het feit dat de 'Arabische lente' is verandert in een IS-revolutie die het hele Midden-Oosten aan het destabiliseren is, maakt dat ze enkel in hun aloude conservatieve ideeën worden bevestigd.

Halbe Zijlstra besluit dat de tijd van idealistisch denken voorbij is en kiest partij voor de onderdrukkende regimes. Niet omdat hij ze zo geweldig vindt, maar in navolging van onze VVD-premier Rutte, omdat het voor onze eigen veiligheid in Europa beter is dat de terroristen daar creperen in plaats van dat ze hierheen komen. Als het regime van een gemiddelde dictator in die regio een paar opstanden hardhandig kan neerslaan, mensen kan laten arresteren, martelen en executeren, dan scheelt dat weer zoveel aanslagen bij ons. Dat is best goed rekenwerk en het praktische aspect ervan zal veel Nederlanders zeker aanspreken. Ik denk alleen dat meneer Zijlstra een verkeerd beeld heeft van waar het fundamentalisme en extremisme door gevoed worden, want het is juist dankzij het decennia lang kritiekloos steunen van de dictators in het Midden-Oosten dat de bevolking zo vaak zijn toevlucht zoekt tot religieus extremisme.

‘Vehicle of rebellion’

Stromingen als het salafisme en wahabisme en tal van terroristische groeperingen in het Midden-Oosten zijn juist een teken van het grote wantrouwen dat ze in die landen hebben jegens het westen en het opnieuw steun betuigen aan foute regimes (ook al zijn ze een handige golfbreker voor ons) zal dat alleen maar erger maken. De grootste hinderpaal voor de ontwikkeling van het Midden-Oosten, de islam en de moslims in veelal derdewereldlanden, is dat ze bang zijn voor het westen in economische, militaire en ideologische zin. Hun religie is hun ‘vehicle of rebellion’, het laatste wat er nog voor ze overblijft om een identiteit aan te ontlenen, omdat ze op alle andere gebieden, cultuur, wetenschap, vrijheid, democratie, vrouwenemancipatie, onafhankelijk rechtssysteem, enzovoort, hopeloos achter lopen. Ze zijn juist fundamentalistisch en bij tijd en wijle geneigd om aanslagen te plegen in het westen of op westerse doelen in de eigen regio, omdat ze kotsmisselijk zijn van de één-tweetjes jarenlang tussen de onderdrukkende regimes waar ze onder moeten leven en de westerse mogendheden met hun  handelsbelangen. Alsof ze niet weten dat de Arabische prinsen lopen te ‘hoeren en te snoeren’ in de westerse casino ’s en bordelen, terwijl ze de eigen bevolking eronder houden met de Sharia.

We moeten niet de dictators steunen omdat er fundamentalisme heerst in die landen, want het is precies andersom. Als de bevolking in het Midden Oosten oprecht het gevoel had dat het westen substantieel zou inzetten op het verwijderen van dictatoriale regimes en niet alleen met mooipraterij stichtelijk loopt te doen terwijl de oliebelangen de werkelijke doorslag geven in politieke beslissingen, dan zou het gevaar van aanslagen vanzelf kleiner worden. Saddam Hoessein lieten ze na de eerste Golfoorlog gewoon zitten, omdat de weg naar de olie van Koeweit weer was vrijgemaakt en met Saddam hadden ze toch maar een ‘stabiele’ leider in het gebied die met het westen altijd op goede voet had gestaan (afgezien van die ‘domme’ inval in het buurland), want de hoeveelheden wapens die de Europese landen in de voorafgaande jaren aan de Irakese leider hadden kunnen leveren logen er niet om. Het schijnt zelfs dat een Nederlands bedrijf een rol heeft gehad in het verkopen van chemische stoffen waar later de Koerden mee werden vergast. Saddam Hoessein werd pas opgeruimd tijdens de tweede Golfoorlog, omdat hij in de VN langdurig bleef dwarsliggen door het negeren van de ene na de andere resolutie, waardoor zelfs ‘kampioen pragmatisme’ Amerika uiteindelijk van hem verlost wilde zijn. Daar hadden ze wel het smoesje van ‘massa-vernietigingswapens’ voor nodig die er helemaal niet waren.

Vluchtelingen in Europa

En dan het probleem van de vluchtelingen die allemaal naar Europa komen volgens Halbe Zijlstra als we ‘te snel’ de onderdrukkende regimes zouden helpen omverwerpen. Daar heeft hij natuurlijk gelijk in, maar geef nu eens een keer toe dat die regimes daar misschien al niet meer hadden gezeten in 2015 als het westen eerder opgehouden was ze te steunen. Feitelijk is het ondersteunen van ‘regimes’ in het Midden-Oosten begonnen vanaf het moment dat de koloniale machten als die van Groot-Brittannië en Frankrijk zich daar begonnen terug te trekken. Er is in de meeste van die landen nooit een fatsoenlijk van Europa en Amerika onafhankelijk bestuur geweest. Via allerlei wegen hielden de westerse landen altijd een vinger in de pap in het gebied en waren de mensen uit de bovenlaag van de samenleving vaak stromannen van het westen. Het salfisme en wahabisme zijn al ontstaan toen het westen nog met zijn hele militaire macht in de regio aanwezig was en het is na de zogenaamde onafhankelijkheid van de landen in het Midden-Oosten niet verdwenen. De moslims zijn -realistisch of niet- altijd het idee blijven koesteren dat terugkeer naar de ‘zuivere islam’ ze uit het moeras van economische, militaire en culturele achterstand zou leiden en hebben nooit geloof gehad in westerse methoden of westers georiënteerde leiders. Als het westen weer openlijk steun zal betuigen aan bepaalde regimes die van de eigen bevolking geen steun genieten, dan zal dat ervoor zorgen dat ze zich nog dieper gaan ingraven in hun fundamentalistische gelijk, wat hun eigen kansen op ontwikkeling nog verder zal verkleinen en het gevaar van fundamentalisme en extremisme voor het westen op lange termijn nog meer vergroten.

Sven Snijer

(1)http://www.volkskrant.nl/binnenland/vvd-wil-meer-samen-optrekken-met-dictators~a3930948/

woensdag 25 maart 2015

Waarom de islam niet verder komt

Het artikel van islamdocent Mohammed Ajouaou van de Vrije Universiteit van Amsterdam getiteld ‘Ook imams moeten hun verantwoordelijkheid nemen’(1) is een nieuwe poging om de islam te helpen integreren in het westen. Het komt  in eerste instantie modern en liberaal over, maar is bij nadere beschouwing toch niet zo vooruitstrevend is als wel lijkt. Als vanouds wordt er weer om de hete brij heen gedraaid, al komen we met zijn positionering toch een klein stapje in de goede richting.


Ibn Taymiyya

Waar in meerderheid de moslims en politici in het Westen nog om het hardst roepen dat de islam 'vrede' is en dat extremistisch geweld helemaal niets met de ware islam te maken heeft, komt er nu eindelijk erkenning van een stukje militante houding vanuit de moslimgelovigen naar andersdenkenden. Het artikel vermeldt dat de ‘wij-zij’ mentaliteit van het orthodoxe wahabisme dat wereldwijd de oorzaak is van zoveel intolerantie naar niet-gelovigen of te vrijzinnige moslimgelovigen terug gaat op schriftgeleerden van zevenhonderd jaar terug. Met name Ibn Taymiyya zou hier als hoofdschuldige moeten worden aangewezen, wiens ideeën vijfhonderd jaar later zijn doorontwikkeld door Mohammed ibn Abd al-Wahad. Zij zouden in de Koranteksten en uit de Hadith vooral die elementen hebben geselecteerd die de houding van moslims naar anders -of minder orthodox-gelovigen op de spits zou drijven en geweld in die zin legitimeren. De islam is niet gewelddadig, maar door het selectief omgaan met teksten is de islam naderhand gewelddadig gemaakt.

Daar kunnen nogal wat vraagtekens bij gezet worden, zowel historisch als tekstkritisch. Ten eerste staat het iedere moslim vrij om de nadruk te leggen op Koranteksten waar hij zich het meeste door aangesproken voelt en als dat radicale teksten zijn kan niemand beweren dat dit ‘niet-islamitisch’ is, waardoor het pleidooi van Ajouaou om als moderne moslim zelf te kiezen hoe je het eigen moslim-zijn definieert (in het kader van moderniteit en mensenrechten) net zo goed omgekeerd geldt en ook een orthodoxe of extremistische lezing kan inhouden. Daarnaast is het zo dat er enkel selectief gewinkeld kan worden in het heilige boek (Koran) en de traditie (Hadith) als er een substantiële hoeveelheid teksten bestaat die geweld legitimeren en dat is inderdaad het geval. Daarnaast is het ontstaan van de islam met een enorme hoeveelheid geweld gepaard gegaan, zodat ook vanuit dat oogpunt een vredelievende interpretatie van heilige teksten eerder een verdienste is van de moderniteit en het humanisme dan van een juiste lezing van het heilige boek.

De ‘rechtgeleide kaliefen’

Om het ‘wij-zij’ denken toe te lichten; de profeet Mohammed heeft daar zelf al een begin mee gemaakt door de speciale belasting voor niet-moslims (joden en christenen), terwijl naderhand de hindoes en boeddhisten een nog lagere sociale status kregen van de verschillende moslimveroveraars in Centraal Azië en in India. De islam die de wereld veroverde met militaire middelen en niet door prediking en gebedsgenezing van apostelen zoals in de eerste eeuwen van het christendom, heeft zelf het stempel van geweld over zich afgeroepen. Niet alleen in de latere tijd van het wahabisme, maar door haar hele geschiedenis heen. Het is opmerkelijk dat de islam in de eerste vijfentwintig jaar na de dood van Mohammed al een enorm gebied had veroverd dat zich van Arabië uitstrekte tot Tunesië in het Westen, de grenzen van het huidige Afghanistan en Pakistan in het Oosten en Georgië in het Noorden. Dit was het werk van Mohammed en zijn opvolgers Omar en Othman, twee van de vier ‘rechtgeleide kaliefen’. Het waren door de religie gesanctioneerde oorlogen die geen ander doel hadden dan verovering en expansie, waarbij Omar en Othman die net als vele moslimstrijders de profeet goed hadden gekend, handelden in zijn geest. Van de rechtgeleide kaliefen wordt gezegd dat ze geen profetisch vermogen hadden zoals Mohammed, maar dat ze wel door god geleid werden. Het was dus geen vergissing dat ze oorlogen voerden en dat is een belangrijk verschil met andere religieuze oorlogen, waarbij vorsten soms de religie misbruikten voor hun eigen zelfzuchtige doeleinden, zoals in het christendom gebeurde.

Vorm en inhoud zijn in de islam één geheel. De militante teksten die oproepen tot geweld tegen de ongelovigen en de manier waarop de religie zich over de wereld verspreidde gaan hand in hand. Het is daarom onzinnig om extremistische moslimgroeperingen geen echte moslims te noemen. Men kan ze hooguit ouderwets noemen en niet in staat tot een meer humanistische interpretatie van een geloof dat voor een belangrijk deel gedateerd is. Maar het probleem gaat veel dieper, want als het enkel een militaire expansie was die de islam een slechte naam had bezorgd dan was daar nog overheen te komen. Veel erger is dat de profeet van de islam helemaal niet zo’n heilige was als vaak wordt voorgesteld. Een citaat van de Belgische islamkenner Koenraad Elst:

 "Ook de profeet beoefende of billijkte roof, gijzelneming, verkrachting, steniging van seksuele zondaars, het nemen en verkopen van slaven, sluipmoord en de terechtstelling van andersdenkenden die bezwaren durven te opperen. Praktisch alles waarmee de jihadstrijders het nieuws halen, is volgens de islambasisteksten voorgedaan door de Profeet zelf." (2)

Dat is het werkelijke struikelblok bij de modernisering en humanisering van de islam, want het is niet toevallig dat Ajouaou het probleem van de radicalisering veilig parkeert in de veertiende eeuw van Ibn Taymiyya. Op die manier blijft de profeet buiten schot. Dan hoeven we de werkelijke ontstaansgeschiedenis van de islam niet te bestuderen en kunnen we dankzij deze nieuw gevonden middeleeuwse ‘zondebok’ vrolijk doorgaan met de mythe van de islam als vredesreligie. Zo zien de politici het graag en zo proberen ze een internationaal probleem klein te houden binnen de grenzen van de Nederlandse samenleving. Andere Europese landen en de Verenigde Staten volgen precies dezelfde strategie, waardoor niet te verwachten valt dat Nederland zich hierin zal onderscheiden. Mohammed Ajouaou, die behalve als docent aan de UVA ook verbonden is aan het ministerie van Veiligheid en Justitie heeft het binnen deze politieke stellingname als zijn taak gezien de overgang voor de moslims in onze cultuur naar de moderniteit en integratie zo probleemloos mogelijk te laten verlopen en omzeilt daarbij het werkelijke probleem net als zoveel anderen. Het mythologisch denken wordt niet doorbroken, waardoor er twee werkelijkheden blijven bestaan; de prachtige liefdevolle islam met een voorbeeldige profeet en de ‘islamvervormende’ terroristische acties van ‘criminelen’ die misbruik maken van het geloof. Was het allemaal maar zo makkelijk…




Islam verliest gezicht op het wereldtoneel

Om een beter begrip te krijgen van waar het terrorisme en religieus extremisme werkelijk vandaan komen moeten we terug gaan naar de periode dat er gelijktijdig drie moslimrijken op instorten stonden in de zeventiende eeuw, het (Turkse) Ottomaanse rijk, het (Perzische) Sawafidische rijk en het rijk van de Groot-Moghuls in India. De redenen voor het instorten van die rijken zijn heel divers en lopen uiteen van wanbestuur, corruptie, nepotisme, strijd tussen islamitische geloofsrichtingen,  buitenlandse legers, strijd tussen moslimlegers onderling en nog meer complexe oorzaken, tezamen met het onvermogen van de islamitische wereld om de technologische ontwikkelingen in Europa bij te houden. Europa werd steeds machtiger door de overzeese handelsroutes en door versterking van zijn militaire apparaat. Het Ottomaanse rijk bijvoorbeeld, liep hier tweehonderd jaar op achter.

Het is van belang om te begrijpen dat de moslims nooit eerder in hun geschiedenis een ondergeschikte rol hadden gespeeld. Vanaf de begintijd van de islam zijn er alleen maar veroveringen geweest en de enige keer dat de moslims onder de voet werden gelopen door een buitenlands leger en verpletterende nederlagen leden en plunderingen, verwoestingen en moordpartijen over zich heen kregen was met de invallen van de Mongoolse hordes van Djengiz Khan en later Tamerlan. Maar die militaire nederlagen werden gecompenseerd door de ‘overwinning door het geloof’, omdat de Mongoolse krijgers zich na verloop van tijd bekeerden tot de islam. De islam is daarmee effectief nooit zijn greep op de veroverde gebieden kwijtgeraakt, met uitzondering van het Arabisch Spanje. De meeste moslims zijn daar na de reqonquiesta door Ferdinand en Isabella van Aragon weer verdwenen, zodat moslims eigenlijk nooit in gebieden hebben gewoond waar zij politiek, militair en religieus niet de baas waren.

Terug naar de ‘zuivere islam’

Dat is het grote verschil met de islamitische positie vanaf de zeventiende eeuw die wereldwijd alleen maar slechter werd. Het antwoord dat de moslims bedachten op de economische en militaire achteruitgaan van hun religie was terugkeer naar de ‘zuivere islam’. Ze vonden dat er door de eeuwen heen teveel vreemde invloeden in de islam waren terechtgekomen (soefisme, westerse filosofie, Perzische cultuur, Indiase cultuur en religie, machtswellust en hedonisme van de vorstenhoven, volksgeloof, heiligenverering, enz) en dachten dat ze de hele islamitische geschiedenis konden terugdraaien. Ze hadden geen enkel respect voor alle elementen uit andere culturen en de filosofisch-spirituele systemen (ook vanuit de islam zelf ontwikkeld) die de islam hadden verrijkt en vooruit geholpen in zijn ontwikkeling door de eeuwen heen. Ze wilden de hele islamitische religie strippen en terugkeren naar ‘de tijd van de profeet’ zich niet realiserend dat de opvolgers van de profeet zelf heel goed begrepen dat het groeiende moslimrijk alleen bestuurd kon worden met hulp van buitenlandse expertise in bestuur en ambtenarij. De islam is alleen maar beter geworden van nieuwe culturen.

Leven in twee werelden

Een heel nieuwe situatie is dat er nu miljoenen moslims in het westen wonen waar ze te maken hebben met een niet-islamitische context, zonder omringende cultuur die hun eeuwenoude geloofswaarheden bevestigt. De imams die hier prediken komen nog wel uit landen als Egypte, Pakistan, etc, maar kunnen niet helpen bij de culturele verschillen. Bijkomend probleem is dat moderne moslims die zelf hun geloofsinvulling willen ‘kiezen’ nog steeds gebonden zijn aan het land Saoedi-Arabië als het hart van hun geloof, in verband met de heilige steden en de pelgrimsreis die de moslim eenmaal in zijn leven moet maken. Ze staan daarmee in twee werkelijkheden, want het heilige land is ondanks olierijkdommen en technologische vooruitgang helemaal niet modern of ontwikkeld te noemen in culturele zin. Uit dat land en de omringende landen komen het door het westen zo gevreesde wahabisme en salafisme.

Het radicalisme in de islam is geen probleem dat in het westen alleen aangepakt kan worden met de-escalerende maatregelen, omdat het echte probleem de positie van de islam wereldwijd is. Moslims kunnen op mondiaal niveau nog steeds niet accepteren dat hun geloof niet langer dominant is en dat ze geen ‘eindoverwinning’ zullen behalen op de ongelovigen als ze maar strenger en consequenter hun geloof zullen beleven (en met fundamentalistische legers de strijd aangaan met het westen). Dit mythologische denken dat rechtstreeks terug te voeren is op het leven van Mohammed toen het leger van de profeet een overwinning behaalde op een grote overmacht, omdat ze zoals ze geloofden ‘Allah aan hun zijde’ hadden, speelt nog steeds in het collectieve denken van de moslims. De islam is bij haar ontstaan in honderd jaar tijd razendsnel verspreid over de wereld vanwege deze militair-religieuze overtuiging van begunstigd te worden door God in de strijd. ‘Allah is groot’ schreeuwden de moslimstrijders op de slagvelden van alle landen die door hen werden binnengevallen. Geloof en politiek-militaire dominantie hebben nooit los van elkaar gestaan in de islamitische wereld. En deze krijgshaftige religie moet zich nu aanpassen aan een geseculariseerde samenleving als de westerse, wat in een groot deel van de islamitische wereld volstrekt niet wordt begrepen. Waarom zou het ‘ware geloof’ zich moeten aanpassen?

Symptomen van een identiteitscrisis

Fundamentalisme en extremisme in de islamitische wereld zijn geen teken van crimineel gedrag van mensen die een vals beeld van de islam uitdragen, maar laten wereldwijd de identiteitscrisis van de islam zien. Hoe moet een geloof dat altijd functioneerde in een kalifaat of in een door islamitische waarden gedomineerde cultuur zich nu een weg vinden in een overwegend atheïstische samenleving waar geloof een gemarginaliseerde rol speelt? Een religie die in haar structuur een sterke vermenging van geloof en maatschappijinrichting kent en die niet eens begrijpt wat ‘mijn islam’ inhoudt, zoals Europese of Amerikaanse moslims het soms omschrijven. Westerse landen willen het probleem van radicalisering graag klein houden en moslims hier waarschuwen voor het ‘gif’ van het radicalisme. Ze proberen als het ware het immuunsysteem van moslims hier te versterken tegen de invloeden van buitenaf die toch niet tegen te houden zijn. Het is te vergelijken met preventiebeleid bij alcohol en drugs, ‘zeg nee tegen drugs!’, maar een deel van de jongeren zal altijd blijven gebruiken, omdat ze hun leven niet op een zinvollere manier invulling kunnen geven.

Hervormingspogingen door islamitische denkers

De modernisering en hervorming van de islam is al een tijd lang een moeizaam, om niet te zeggen ontmoedigend proces. Veel ‘verlichte’ denkers in de islamitische wereld hebben het geprobeerd, maar merkten dat ze geen voet aan de grond kregen bij hun geloofsgenoten. Hanafi probeerde de islam te verbinden met Spinoza, maar we hebben niets meer van hem of zijn ideeën vernomen na de jaren negentig. Arkoun probeerde de islam opnieuw te verbinden met het islamitisch humanisme van de tiende en elfde eeuw toen de (Griekse) filosofie nog een grote rol speelde, maar hij kreeg weinig bijval(3). Dit soort denkers worden door veel moslims toch gezien als geloofs -of cultuurverraders, omdat ze een gedachtegoed verspreiden dat afkomstig is van de westerse cultuur die de islam juist haar politieke en economische macht heeft ontnomen. Wat deze hervormers niet schenen te begrijpen is dat er voor een echte hervorming op het intellectuele niveau waarop dat nodig is, een basis moet zijn van economische en culturele voorspoed. Zolang de islam vooral in derdewereldlanden aanhang heeft, in landen die politiek instabiel zijn met een etnische, religieuze en bestuurlijke chaos, is het onmogelijk om een verlichte manier van denken in deze religie ingang te doen vinden. In het westen zou het kunnen lukken als er een laag van geslaagde moslimsburgers in onze samenleving zich gaat ontwikkelen en zich theologisch-filosofisch wil scholen. Maar de kans is veel groter dat voor hen het geloof een ondergeschikte rol gaat spelen naarmate ze zich meer in de westerse cultuur gaan thuis voelen.

‘Wie is moslim?’

In een video van Mohammed Ajouaou waarin hij wordt geïnterviewd over zijn boek ‘Wie is moslim?’beantwoordt hij een aantal vragen die relevant zijn voor moslims in het westen(4). De boodschap is vrij modern, met nadruk op secularisatie, mensenrechten, geen vijandigheid naar anders gelovigen, de nadruk op de praxis, de rituelen en de zingeving van de islam, met oog voor het gevaar van een radicale ideologie die zich daarvan losmaakt. Mijn bezwaar ontstaat als ik te vaak het woord ‘rituelen’ herhaald hoor worden en ideologie vooral negatief wordt gekenschetst. Want is het niet vreemd dat een religie -dat een systeem is van geloofswaarheden (ideeën!)- vooral dat element moet zien te omzeilen dat het meest bepalend is en alleen als een cultuurgoed mag verder gaan om niet met het westen en de westerse normen en waarden in conflict te komen? Wat is een islamitische praxis zonder de geloofswaarheden waaruit ze is ontstaan en waarom zou dit jonge moslims vervulling geven? Het lijkt erop dat Ajouaou iets wil wat helemaal niet kan; terugkeer naar de rustige islam van voor het wahabisme, van voor de migratie van moslims naar het westen, van voor de verwarring van seculiere waarden als de nieuwe omkadering voor een geloof dat altijd sterk sociaal-maatschappelijk verankerd is geweest.

Zelf de teksten lezen

Dit is niet het probleem bij de kop pakken, maar het omzeilen van het pijnlijke gedeelte van de inhoud, om zo tradities overeind te houden waarin toch al niet te zeer werd nagedacht. Het probleem van radicale moslims in Europa is inderdaad dat ze zelf de teksten uit de koran en hadith zijn gaan lezen en dat ze (hoe pijnlijk voor hun gematigde onwetende geloofsgenoten) helemaal geen moeite hebben met de radicale en gewelddadige kant van hun geliefde profeet! Sterker nog, ze brengen het in de praktijk alsof er geen veertienhonderd jaar verstreken zijn en doen er zelfs nog een schepje bovenop met hun extremiteiten in Syrië. Mijn idee is dat het radicalisme alleen echt bestreden kan worden door het probleem te zien voor wat het is: de realiteit van het geweld in de islam. Daar kan niet op religieuze gronden afstand van genomen worden, dat kan enkel op humanistische gronden. Een ‘islam van vrede’ heeft op deze radicaliserende jongeren geen enkele invloed, wel de harde feiten. Laat maar zien hoeveel miljoenen mensen om het leven zijn gekomen door veroveringscampagnes van moslimheersers door de eeuwen heen. Laat maar zien dat de islam nooit zo lang had kunnen bestaan zonder de externe filosofische, culturele en spirituele invloeden die haar hebben uitgetild boven de oorspronkelijke openbaringen aan een woestijnvolk. Maak maar duidelijk dat de historische Mohammed niets van doen heeft met het geëxalteerde mythische beeld dat onder invloed van mystieke broederschappen door de eeuwen heen van hem is gemaakt(5).

Ontmythologisering van het geloof

Alleen de realiteit kan zorgen voor echte integratie, want het krampachtig vermijden van de pijnlijke inhouden van een religie is uitstel van executie voor een geloof dat toch al ontworteld is in onze westerse context. Wat veel mensen beschouwen als de ‘gematigde islam’ is een islam die in de loop van eeuwen is uitgegroeid tot een stelsel van religieuze, filosofische, culturele en politieke invloeden die tezamen een divers en dynamisch landschap vormen waarbinnen moslims zich verschillend kunnen oriënteren, zoals Ajouaou graag wil benadrukken. Maar ik zie niet zoveel ruimte voor de ‘eigen keuze’ van moslims als er geen in Nederland opgeleide imams komen die de islam als een totale geschiedenis beschouwen met alle invloeden die daarin een rol speelden, met de nog te voltooien moderniteit en vooral ontmythologisering van het geloof als voorlopig laatste fase. ‘Jezus liep nooit over het water en Mohammed is nooit met een paardachtig wezen opgestegen naar de hemel’. Zo simpel. Als de islam dit soort inhoudelijke kritiek bespaard wordt (omdat we de olie-sjeiks niet boos willen maken of geen aanslagen willen) dan hebben we te maken met een vervalste integratie en wordt de pijn alleen maar vooruit geschoven. Laten we moslims alstublieft ook een beetje zelfbewustzijn en intellectuele emancipatie gunnen, want niemand is er bij gebaat om zachtjes in slaap te worden gesust .

Sven Snijer



Arkoun zegt over zijn eigen positie als publiek spreker: ‘Als ik geïnterviewd word, dan heb ik schrik om bepaalde woorden uit te spreken.’ Ook met een moderne denker als Tariq Ramadan is voor Arkoun geen echt gesprek mogelijk, omdat eerstgenoemde de traditionele uitgangspunten van de koranlectuur niet ter discussie stelt. Arkoun beschouwt het denken van deze predikers als een ‘grote gevangenis’. Vanwege de ‘geïnstitutionaliseerde onwetendheid’ in de Arabische wereld heeft hij weinig verwachtingen over hoe zijn werk daar zal worden ontvangen. Zijn hoop is uiteindelijk op Europa gericht, zo blijkt uit de slotpagina’s van zijn laatste interview.”

(4) ‘Wie is moslim?’- Mohammed Ajouaou https://www.youtube.com/watch?v=N5Rg7aaO2O4 

(5)Mystieke broederschappen waar de salafisten en wahabisten paradoxaal genoeg niets mee te maken willen hebben.

donderdag 19 maart 2015

Het vrije woord - ‘Mag het een onsje minder?’


Eén klein zinnetje typeert het hele islamdebat in Nederland. Het is afkomstig van een publicist die vanwege zijn/haar deelname aan het publieke debat beveiliging nodig heeft net als een aantal collega’s die hier eveneens een bijdrage aan leveren (1). 

Het krantenbericht vermeldt niet over wie het gaat, maar de bescherming door plaatselijke politie of vanuit de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid is niet in de eerste plaats ingegeven door angst dat straks het vrije woord verdwijnt, zo lijkt het. De publicist: ‘Ze zijn vooral benauwd voor de reacties als mij iets overkomt’. (En niet: ‘Ze zijn bang dat mij straks iets overkomt, voor zoiets normaals als het uiten van je mening in een vrij land.) Opmerkelijk hoe de prioriteit van politici (want politie en veiligheidsdiensten krijgen instructies van boven) altijd weer gelegd wordt bij het de-escaleren en het voorkomen van ‘trammelant’ en niet bij het bevorderen van een open discussiecultuur, omdat we geloven dat waarheid en feiten het moeten winnen van valse sentimenten. Dat een columnist eventueel zijn keel wordt doorgesneden is niet vervelend voor de Haagse feestneuzen (al zullen ze allemaal ‘zeer geschokt’ zijn na afloop), maar de maatschappelijke oproer waarbij ‘mensen tegenover elkaar komen te staan’ is waar ze ’s nachts zwetend van wakker worden. Het beschermen van de vertegenwoordigers van het vrije woord is daarmee een middel geworden en niet een doel in zichzelf. Het is eigenlijk jammer voor de bestuurders dat er nog mensen zijn die hun mond open durven te doen over ‘gevoelige kwesties’, want je wordt op die manier zo in beslag genomen door het de-escaleren en het voorkomen van maatschappelijke onrust, dat je haast geen tijd meer over hebt voor zelfverdoving en wegkijken.

Sven Snijer