zaterdag 19 mei 2018

Gemeenten voeren geen regie over de wijkteams


Open brief aan de Minister van rechtsbescherming

Geachte heer Dekker,

Als redacteur van de blog Dark horse Essays en tevens vertrouwenspersoon in een wijkteam/jeugdzorg-casus, wil ik u op de hoogte stellen van de onverkwikkelijke praktijken die zich bij de wijkteams afspelen. Dit met het doel om voor u aanschouwelijk te maken wat het resultaat is van de Transitie die op 1 januari 2015 van start ging. De gemeenten in Nederland zijn in het algemeen niet in staat om regie te voeren over de jeugdzorg, noch in het vrijwillige, noch in het gedwongen kader en men laat de verantwoordelijkheid hiervoor graag over aan de sector zelf. Er zijn weinig wethouders jeugdzaken of beheerders van het Sociaal Domein bij de gemeenten te vinden die bovenop de wijkteams zitten om regelmatig de kwaliteit van hun werkzaamheden te controleren of machtsmisbruik en willekeur bij hulpverleners tegen te gaan. Het enige raadslid dat ik tot nu toe heb mogen ontmoeten met een heldere visie op de gemeentelijke jeugdzorg is Wim Willems van de gemeente Apeldoorn, (1) maar hij is een roepende in de woestijn, zoals jarenlang verschillende ouderplatforms en familie- en jeugdrechtadvocaten dat zijn geweest. 

De verdwenen casemanager

Bij al het amateurisme en de onwetendheid die ik heb mogen aanschouwen spant echter één gemeente de kroon. In die gemeente zijn ze er niet alleen als wijkteam niet in geslaagd te voldoen aan de opdracht van de rechter om in het vrijwillige kader de communicatie tussen twee gescheiden ouders weer op gang te brengen, maar laten ze zich schaamteloos leiden door de wensen van één van beide partijen en werken mee aan de chantagepraktijken van de advocaat van vader richting moeder (In jeugdzorg-jargon: ‘ingezogen worden in de casus’ of in de volksmond ‘partijdigheid’). Alsof dit nog niet genoeg is hebben ze na een periode van kritische feedback van de vertrouwenspersonen van moeder besloten dat vanaf heden er helemaal geen casemanager meer is die in de casus regie voert. Er wordt slechts een Kindbehartiger aangesteld die uitsluitend de agenda van vader en zijn advocaat zal volgen, omdat deze Kindbehartiger enkel met de kinderen in gesprek zal gaan (die volledig onder invloed staan van vader en oma vz, omdat ze daar hun hoofdverblijfplaats hebben) en niet met moeder. De omgang is stilgelegd, eerst door het wijkteam zonder rechterlijk besluit en later door de advocaat van vader die zich gedwongen zag hiervoor toch naar de rechter te gaan, omdat het manipuleren van moeder niet meer vol te houden was onder het toeziend oog van objectieve buitenstaanders. 

Advocaat wordt ‘casemanager’

Wat het betekent dat er geen casemanager meer op de casus zit, samen met feit dat de Kindbehartiger geheel en al geïnstrueerd zal worden door één van beide partijen, heb ik geschreven aan de contactpersoon van het Sociaal Domein waarop ik zoals bij al mijn eerdere mails géén, een verlaat of een ontwijkend antwoord verwacht te krijgen: 

Beste mevrouw,

Zoals ik het begrijp zal deze kindbehartiger aan de juridische strategie beantwoorden van H…., de advocaat van vader. De kindbehartiger lijkt vooralsnog niet over een eigen identiteit of eigen visie te beschikken, dus de facto is daarmee H… zowel advocaat als casemanager geworden. Het wijkteam staat erbij en kijkt ernaar.

Als de kindbehartiger zich in de casus laat inzuigen en eenzijdig haar werk doet (door beïnvloeding van H…., omdat het wijkteam geen regie kan voeren), zonder mee te wegen dat de kinderen een lange termijn-belang hebben bij het kennen van hun beide ouders, kan zij daar bij haar beroepsgroep op aangesproken worden middels een interne klachtenprocedure. 

In deze casus staat één ding als een paal boven water; dat vader niet in staat is om als volwassen man overleg te plegen met de moeder van de kinderen in het belang van de kinderen. En dat de kinderen bij voortduring door vader, zijn advocaat en het wijkteam worden misbruikt om hun moeder/oma mz onderuit te halen. Dat heet psychische kindermishandeling, maar dat weten jullie als zorgprofessionals natuurlijk beter dan ik.

Sven Snijer

Amateurs aan het roer

Ik wil u erop wijzen dat deze kinderen die in een hevig loyaliteitsconflict verkeren (kinderen spreken over zeer verontrustende dingen; zelfmoordneiging, seksueel misbruik, ect, naast veel ziekmeldingen en slechte cijfers op school) nooit zijn onderzocht door een echte professional, zoals een orthopedagoog-generalist of een kinderpsycholoog, wat broodnodig is gezien het spanningsveld waar de kinderen in verkeren, maar overgeleverd zijn aan sociaal werkers en hun speculaties, die niet over de universitaire kennis beschikken en zeker niet de klinische ervaring (j-ggz) om juist in te schatten hoe het werkelijk met de kinderen gaat. In plaats daarvan laten HBO-geschoolden zich eenzijdig dingen influisteren door zwaar beïnvloede kinderen, (2) waar één der strijdende partijen mee naar de rechter zal gaan. Door de afwezigheid van een casemanager kan de nieuw in te werken Kindbehartiger moeiteloos worden ingezet door de advocaat van vader als wapen in komende rechtszaken, zonder dat moeder (die geen gezag heeft) hier ook maar iets tegen kan doen. Dit is het resultaat van uw besparingen, dat gedurende het ontwikkelingstraject het voornaamste doel werd van de Decentralisatie. Nog meer macht voor onbekwame hulpverleners, nog minder rechten voor ouders en nog minder kwaliteitszorg voor kinderen. En de jeugdzorg was al zo’n puinhoop. In deze casus geeft de gemeente in feite een Kindbehariger ‘cadeau’ aan één van beide partijen om te gebruiken naar believen. De advocaat van vader voert hier de regie, niet het wijkteam. En helaas is deze gemeente niet uniek.

Een vechtscheiding financieren

De gemeente betaalt vader in feite om zijn vechtscheiding te blijven voeren tegen de moeder van de kinderen, want er is op geen enkele wijze inspanning verricht door het wijkteam om het contact tussen vader en moeder weer op gang te brengen (wat de opdracht was van de rechter en de voorwaarde waarop de ondertoezichtstelling werd beëindigd). Dit is vanuit de inzichten van de adolescentie-psychologie natuurlijk van het grootste belang voor de latere identiteitsontwikkeling van de kinderen, dat ouders met elkaar blijven communiceren. Dat kinderen niet gedwongen worden te kiezen tussen één van beide ouders. Nu wil de ironie dat de advocaat van vader (die ex-gezinsvoogd van jeugdzorg is en zich ook zodanig gedraagt) tevens geschoold is in mediation, maar daar helemaal niets van laat blijken. In tegendeel, de kinderen zijn primair een juridisch wapen om moeder en haar kant van de familie kapot te maken met als enig alibi de ‘beweringen van de kinderen’. De kinderen die nooit professioneel zijn onderzocht. Omdat de wijkteamleden zich niet meer durven te laten lenen voor de eenzijdige presentatie van feiten, omdat ze inmiddels voldoende op hun incompetente handelen zijn gewezen bij hun superieuren (die niets bevestigen van onze klachten, maar wel de casemanager in rook laten opgaan) moet nu de Kindbehartiger diezelfde rol gaan vervullen, wat uit het verweer van advocaat vader blijkt bij het kort geding. Productie (x) laat zien dat er een afspraak wordt gemaakt dat de Kindbehartiger op dezelfde partijdige wijze zal handelen als de wijkteamleden hebben gedaan en dat de advocaat van vader de regie heeft.

Waar is de doorzettingsmacht?

Deze casus is exemplarisch voor hoe het er al decennia lang in de jeugdzorg aan toe gaat en de Transitie had aan dit soort praktijken juist een einde moeten maken. Ik breng u de beroemde oneliner in herinnering: ‘Eén gezin, één plan, één regisseur’. Er is in deze casus noch een plan, noch een regisseur en een toch al gebroken gezin drijft steeds verder naar de afgrond, omdat de hulpverleners een deel van het probleem zijn geworden (en feitelijk steeds zijn geweest). Ze zijn het medicijn dat werkt als een gif, omdat de dokter afwezig is en de assistenten voor dokter zijn gaan spelen. De succesformule van de Transitie was dat er een wijkteamleider/generalist zou komen met ‘doorzettingsmacht’ die goed het onderscheid zou kunnen maken tussen sociale problematiek en ggz-problematiek. (Waar die verwachting op gestoeld was weet niemand) Wat ik heb gezien is een wijkteam-coördinator die op geen enkel inhoudelijk aspect van ingediende klachten ingaat en zich verschuilt achter de juridisch adviseur van de gemeente en achter de advocaat van vader. Terwijl het mandaat ligt bij het gemeentelijke wijkteam in het kader van ‘vrijwillige hulp’, wat betekent dat indien het wijkteam niet in haar opdracht slaagt, er zou moeten worden ‘opgeschaald’ naar een beschermtafel of Raad voor de Kinderbescherming, zodat opnieuw de rechter een uitspraak kan doen. Deze gemeente is niet alleen incompetent, maar kan de casus tevens niet uit handen geven en voorziet één der strijdende partijen van een carte blanche op kosten van de gemeente.

Nog steeds geen aansprakelijkheid

Een ander adagium voor de Transitie was het versterken van de “Eigen regie” van ouders. Ik heb nergens gelezen dat de advocaat van één van beide ouders de regie zou krijgen, maar ik kan me wel voorstellen dat dit één van de bedroevende resultaten is van een slecht voorbereide Transitie waar de meeste gemeenten gewoon mee zijn overvallen. Ze hadden geen idee van wat er structureel mis gaat in deze sector en hebben vanuit hun onderbuikgevoel de verantwoordelijkheid voor het ‘grote onbekende’ maar gedelegeerd aan ex-jeugdzorgwerkers. De wijkteams gedragen zich nu als het vroegere Bureau Jeugdzorg en bij problemen rent men net zo hard naar de jurist, al is dit nu de gemeentelijke jurist (3). Aansprakelijkheid is er net zo min als in het oude systeem en betere klachtafhandeling ook niet. Je zou denken dat degene die betaalt graag waar wil voor zijn geld, maar de complexiteit van het corrupte jeugdzorg-systeem (inclusief het falende jeugd- en familierecht) maakt dat ze liever een te hoge rekening betalen dan dat ze ergens hun vingers aan branden. Liever een te dure jeugdzorg, dan als wethouder persoonlijk aansprakelijk worden gehouden voor de jeugdzorg-incompetentie, die in opdracht van de landelijke overheid in de stad is ingekwartierd. Het SKJ regelt de klachten en de gemeente moet zoveel mogelijk duiken, want het afschuiven van iedere systeemverantwoordelijkheid, zoals de landelijke overheid altijd heeft gedaan, dat kunnen de gemeenten natuurlijk ook.

Sven Snijer




woensdag 4 april 2018

Het belang van ouders


Los van de vanzelfsprekende waarde die ouders hebben in biologische en verzorgende zin -een kind op de wereld zetten, het voeden en voorzien van alle noodzakelijke levensbehoeften, het overdragen van een basale kennis van mens & maatschappij vanuit de eigen ervaringswereld of met behulp van de opvoedingsdeskundigheid van artsen, pedagogen, psychologen en anderen die er hun beroep van hebben gemaakt- doel ik met deze titel vooral op de juridische betekenis van het ouderschap. In onze kind-gecentreerde samenleving is het een vanzelfsprekendheid geworden dat er niets kostbaarder en heiliger is dan het onschuldige en onbedorven kind dat beschermd moet worden tegen een boze buitenwereld, om te beginnen tegen de eigen ouders. (1) Het ‘belang van het kind’ is in die zin dan ook het belang van zijn/haar ouders overstegen en is in de eerste plaats komen te liggen in de schoot van de zorgprofessionals, of iedereen die zichzelf zo durft te noemen. De rechtspositie van ouders in het civiel recht is bij voorbaat een verdachte entiteit, vooral wanneer het een strijd betreft tussen jeugdbeschermers en ouders. (2) Het recht van de ouder staat nagenoeg gelijk aan egoïsme en pedagogische blindheid, want het recht van het kind staat er diametraal tegenover aan de kant van de jeugdbeschermers. De professionals moeten de minder begaafde ouders (dat wordt vaak gesuggereerd) uitleggen wat ze ‘verkeerd’ doen en waarom zij met hun denken en handelen een gevaar zijn voor het belang van hun kind.

Veel gelukkige kinderen in Nederland

Mijn voorstel is om het eens om te draaien en het belang van het kind primair te leggen bij het eigen gezin en de mensen die de verantwoordelijkheid hebben genomen om een kind op de wereld te zetten en er voor te zorgen. Opvoeden gaat niet altijd goed en daarom moeten er instanties zijn die er op toezien dat het in extreme gevallen mogelijk is dat de ouders (tijdelijk) van hun taak als opvoeder worden ontheven. Maar we weten ook dat in Nederland net als in een paar Scandinavische landen de gelukkigste kinderen ter wereld wonen, dus de aanname dat ouders vaak een bedreiging vormen voor de veilige ontwikkeling van het kind, is per definitie een verkeerd vertrekpunt. Het uitgangspunt behoort te zijn dat ouders het over het algemeen goed doen en het beste met hun kinderen voor hebben, maar dat ze de opvoeding door omstandigheden zoals ziekte, echtscheiding, schulden, kind-eigen problematiek (autisme, ADHD, laag IQ, etc) niet altijd naar hun beste vermogen invullen. Indien ze daar op tijd hulp bij krijgen die toepasselijk is en georganiseerd vanuit de gezinsdynamiek, zullen de meeste ouders het al gauw weer op eigen kracht kunnen. Zoals hoogleraar Ido Weijers heeft gesteld hoeven ouders geen perfecte opvoeders te zijn, maar de opvoeding moet goed genoeg zijn. Niemand kan voldoen aan het ideaal van de pedagogische boekjes, ook de gezinsmanagers zelf niet (en vaak hebben die niet eens kinderen).

Gezinsleven staat niet centraal

Er zijn twee redenen waarom jeugdbeschermers in de praktijk deze gezinsgerichte benadering niet als uitgangspunt nemen. Ten eerste is de focus van de jeugdzorg in Nederland afwijkend van veel landen om ons heen uitgesproken negatief. Niet het welzijn van het kind, maar het belang van het kind staat centraal. Het ‘belang van het kind’ is een juridische formule en geen psychologisch/medische diagnose. Het kind krijgt nadrukkelijk een belang toegewezen dat afwijkt van het belang van zijn/haar ouders, terwijl dat kind-belang ook voor een aanzienlijk deel samenvalt met het belang van de ouders (recht op gezinsleven). (3) Het welzijn van het kind, zou namelijk anders dan het belang van het kind, zowel de veiligheid van het kind als de inbedding in het gezinsleven omvatten en goede integrale gezinshulp als prioriteit hebben. Dat is nu niet het geval, omdat het kind door het systeem juridisch wordt geïsoleerd met haar taalgebruik. De obsessie van hulpverleners met het ‘gevaar voor het kind’ en de ‘veilige ontwikkelingsbedreiging’ (met vanzelfsprekend de biologische ouders als hoofdverdachten) wordt veroorzaakt door de fanatieke mishandelingslobby (4) die alle hulpverlenende instanties één voor één in gijzeling neemt. De tweede reden voor de negatieve insteek bij gezinshulp is de handelingsverlegenheid van jeugdzorg/ jeugdbeschermers zelf, bij gezinnen waar het gevaar voor het kind evident is. (5) Daar waar te laat wordt ingegrepen bij zware en aantoonbare kindermishandeling, vallen er slachtoffertjes die de krantenkoppen halen en van de weeromstuit leidt dat weer tot een doorgeslagen jeugdzorgbeleid, waar een ‘Taskforce-kindermishandeling’ de schijn moeten wekken dat er nu wel professioneel zal worden gehandeld. In werkelijkheid leidt het meestal tot meer verdachtmaking van normale ouders, die door jeugdbeschermers worden behandeld alsof ze ieder moment een psychose kunnen krijgen of er al jarenlang een pervers genoegen in scheppen hun eigen kind ziek te maken (De Veilig Thuis-razzia’s die grote sympathie genieten van de huidige minister van VWS). (6)

Hulpverlener als roofdier

Het belang van de ouder/ ouderschap is een waarde (vrijwel zonder rechtswaarborg) dat van verdachtmaking vrijgemaakt moet worden. Het mag niet bij voorbaat een egoïsme zijn, maar dient opgevat te worden als een natuurlijke behoefte om te strijden voor -en het beschermen van- het eigen kroost. De vijand is niet altijd een bloeddorstig wild dier of een mens met criminele intenties, want het kan in ons huidige stelsel van jeugdhulpverlening net zo goed de hulpverlener zelf zijn die het grootste gevaar vormt voor het gezinsleven. (7) Met het ondermijnen van de rechtspositie van ouders, bestaande uit het schrappen van het recht op een advocaat tot het moment dat het dossier naar de Raad voor de Kinderbescherming wordt gestuurd, in samenhang met het systematisch toepassen van ‘drang & dwang’ door wijkteams, waarbij ouders vaak niet weten wat ze te wachten staat als ze niet ‘vrijwillig’ meewerken omdat ze niet worden voorgelicht over procedures of hun rechtspositie, is het ouderschap feitelijk vogelvrij verklaard. (8) Het mag geen verbazing wekken dat dit soort methoden juist in Rotterdam zijn begonnen toen Hugo de Jonge daar wethouder van jeugdzaken was, die ze nu als minister met een misselijkmakend enthousiasme ook op landelijk niveau bezig is aan te prijzen. Dreigen met de rechter indien ouders een meningsverschil hebben met de ‘hulpverleners’ in het vrijwillige kader (9) gebeurt nu nog vaker dan bij het oude en gehate Bureau Jeugdzorg en van 'Eigen Kracht' -dat het toverwoord was om ouders, maar ook Kamerleden over de streep te trekken bij die verfoeilijke Transitie- is al helemaal geen sprake meer, want alles wat goed is wordt door dezelfde spelers van weleer (Bureau Jeugdzorg = G.I.) ingekapseld in hun ongewijzigde mentaliteit en juridische structuur.

Kind plaatsen zonder dossier

Ik heb zo langzamerhand een broertje dood aan het belang van het kind. Het is een nietszeggende term die door ‘Jan en alleman’ geclaimd wordt en die ieder voorstel voor betere jeugdhulp -hoe krom en ondoordacht ook- sympathiek maakt en altijd extra subsidie kan losmaken omdat niemand kindertjes in de kou wil laten staan. We zijn geen harteloze mensen, maar wel een beetje kortzichtige mensen. Wie niet het juridische ‘belang van het kind’ voor de bijziende ogen houdt, maar het integrale welzijn van het kind, zal zich richten op de begeleiding van kinderen tot aan de volwassen leeftijd. Dan hoeven we niet als konijnen in de koplampen van een auto te staren naar het onmiddellijke gevaar (dat we ‘vermoeden’) waar het kind van gered moet worden ten koste van alles. De meeste ‘redders’, zowel melders als hulpverleners, hebben na drie tot vijf jaar geen idee meer hoe het met het kind gaat, waar het woont, wie zijn verzorgers zijn, etc. Het kind verdwijnt in de molen van het systeem en wordt een ‘herhalende breuk’. (10) De stoornis waarmee het ooit uit huis werd geplaatst is niet professioneel behandeld en het kind blijft problematisch gedrag vertonen, zodat het bij meerdere instellingen en pleegplaatsingen mis blijft gaan. “Het verleden, daar praten we niet meer over” zei recentelijk een hulpverlener die de verantwoordelijkheid heeft gekregen voor een kind dat zwaar getraumatiseerd werd afgeleverd bij een pleeggezin (dat er niet eens het dossier bij kreeg!) dat nooit behandeling had gekregen. Reden dat het kind ook hier weer ‘mislukte’ en dat de pleegouders, ondanks alle liefde en inspanningen voor het kind de handen er vanaf moesten trekken, omdat het eigen gezin eronderdoor dreigde te gaan. (11) En dan spreken we over kinderen waar er werkelijk iets aan de hand is in de thuissituatie, niet over de vals beschuldigde ouders die hun normale kind naar de ondergang zien gaan in het falende jeugdzorgsysteem.

Wiens belang wordt eigenlijk gediend?  

‘Waar is hier het belang van het kind?’, vraag ik me regelmatig af als verhalen zoals deze mij uit eerste hand bereiken. Een kind uit een gezin weghalen is makkelijk, maar een kind rehabiliteren is blijkbaar een stuk moeilijker. Niet-behandelde kinderen met zwaar (seksueel) trauma zijn in de jeugdzorg helaas geen zeldzaamheid en het leerniveau van veel van deze kinderen gaat in de instellingen vaak flink naar beneden, soms van VWO naar Vmbo-niveau. In pleeggezinnen kan het goed gaan, maar om verschillende redenen is het niet altijd een succes, met name als het kind vervreemd wordt van de eigen afkomst. Ondanks dat er een permanent tekort is aan goede pleegzorg blijft men doorgaan met ‘meer kinderen op de radar krijgen' van de zorgprofessionals, aangestuurd door de mishandelingslobby en een zeloot van een minister. (12) Zelfs de Augeo Foundation, de ‘Moeder aller meldingshysterici’ begint door te krijgen dat kinderen onder toezicht van jeugdzorg niet altijd beter af zijn, dus hoe lang duurt het nog voordat men zich realiseert dat kinderen geen nummer zijn op de kaart van de afhaalchinees? Er zijn talloze voorbeelden van het claimen van een bepaald belang, een historische erfenis of de stem van een maatschappelijke groep, door de meest onwaarschijnlijke personen of partijen. De middeleeuwse heldin Jeanne D’ Arc werd achtereenvolgens geclaimd door de katholieken, de socialisten en de rechts-extremisten, maar ook de republikeinse president Nicolas Zarkozy identificeerde zich nadrukkelijk met de Maagd van Orleans tijdens de verkiezingen. De Vaderlandse zeeheld Michiel de Ruyter werd tijdens de Tweede Wereldoorlog op affiches afgebeeld om Nederlanders te rekruteren voor de waffen-SS, om te gaan vechten tegen de communisten aan het Oostfront. We weten dat De Ruyter staatsgezind was met sympathie voor de liberale ideeën van de gebroeders De Witt, dus zeker geen fascist, maar dat maakte niet uit voor degenen die zijn nagedachtenis konden gebruiken voor hun eigen doeleinden.

Het kind als professionele vrijbrief

Het ‘belang van het kind’ is als term ondertussen zelf een mishandeld en misbruikt kind geworden, want het kan niet tegenspreken. Het kan niet vertellen dat de volwassenen die haar claimen spreken voor hun eigen salaris en organisatiebelang/ reputatiebelang, wraakzucht en geldingsdrang (ouders en hulpverleners) en niet op de eerste plaats voor haar welzijn en integraal levensgeluk. Het kind wordt onder de twaalf jaar in de rechtszaal niet gehoord en zelfs als het mag spreken weten we niet door welke volwassenen en met welke motieven het is beïnvloed, (13) op een leeftijd dat het de eigen lange termijn-belangen nog niet kan overzien en denkt dat de volwassenen die het dichtste bij zijn, weten wat goed is. Welk belang is er gediend als een kind door het ontbreken van behandeling wel moet mislukken in het jeugdzorgtraject en zo jarenlang een bron van inkomsten vormt voor allerhande van hulpverleners en organisaties? Welk belang wordt gediend met hulpverlening die de ouders in de houtgreep neemt, met de dreiging naar de rechter te stappen als ze niet meewerken aan de voorgestelde standaardhulp, terwijl de ouders zelf een goed stel hersens hebben en graag een bepalende stem hebben in hoe en wat er voor het kind gedaan kan worden? Is gehoorzaamheid aan het juridische apparaat van jeugdzorg in het belang van het kind of is het kind het alibi waarmee jeugdzorg gehoorzaamheid kan afdwingen? Ik stel natuurlijk vragen waar het antwoord al in besloten ligt, precies zoals jeugdzorg haar onderzoeken uitvoert; “Waardoor wordt de ontwikkeling van het kind bedreigd?” Het brein gaat op zoek naar de ‘dreigende signalen’ want het is geprogrammeerd door de evolutie om met antwoorden te komen of pogingen daartoe.

Het welzijn van het kind

De juiste vraag voor hulpverleners moet zijn: “Hoe kunnen we bijdragen aan het welzijn van het kind?” Dan kunnen veel problemen al snel verholpen worden of hulpvragen beantwoord. In veel gevallen kan dan met vrijwillige hulp worden volstaan, die ook nog eens door vrijwilligers geleverd wordt (homestart, maatjeshulp, etc). De professionals kunnen zich dan concentreren op de gezinnen waar écht iets aan de hand is en daar mag dan wat meer tijd en geld aan besteed worden. En omdat de hulpvraag/gevaar voor het kind daar duidelijker zichtbaar zijn, hoeven ‘onderzoeken’ niet zo lang te duren en kan meteen dwang worden ingezet als ouders geen inzicht hebben ‘in de eigen problematiek’. Dan moet dat wel bevestigd worden door alle betrokkenen eromheen, zoals huisarts, therapeut, sociaal werk, school, buren, familie en niet het resultaat zijn van teamoverleg in het ‘stamcafé’ (vergaderkamer) van de Gecertificeerde Instelling, want natuurlijk zijn die het met elkaar eens. (14) Het welzijn van het kind moet leidend zijn en dat kan soms betekenen dat het gescheiden wordt van de ouders, maar slechts voor zolang als dat nodig is.

De strijd met jeugdzorg

Het belang dat ouders hebben bij hun kind mag nooit verdacht worden gemaakt, tenzij onomstotelijk is bewezen dat ouders door zware persoonlijke problematiek het welzijn van hun eigen kinderen niet kunnen waarborgen. Maar zelfs dan hebben ouders en kinderen recht op begeleide omgang, met een frequentie die niet leidt tot vervreemding. Er zijn biologische ouders en pleegouders die een goede verstandhouding hebben met elkaar, dus het lijkt een logische aanname dat juist veel ‘strijdende ouders’ (het toppunt van kind-beschadigend gedrag volgens jeugdzorg) in veel gevallen goede redenen hebben om zich te verzetten tegen de hulpverlening. Namelijk, een rechtmatig belang bij de opvoeding van hun eigen kind en het recht om niet beoordeeld/veroordeeld te worden op basis van aannames, roddels, veronderstellingen, onderbuikgevoelens of regelrechte leugens. (15) Weggezet op basis van professionele ‘zorgen’ omtrent het kind, waarvan de inhoud zich vaak pas bewijst als het kind al onder de hoede is van de ‘beschermers’. Het nieuwe kabinet is net als de voorgaande kabinetten bezig de rechten van ouders verder te ondermijnen en ze bedreigt daarmee het welzijn van kinderen. Overheid en jeugdbeschermers hanteren een vocabulaire dat consequent een wig drijft tussen ouders en kinderen, omdat de hulpverleningsindustrie dit wenst en de overheid liever de andere kant op kijkt, terwijl ze woorden bezigt die betrokkenheid suggereren. Het gaat vooral om de indruk die gewekt wordt. Even huilen om het kinderleed, even stoer doen met een nieuwe Taskforce en dan dezelfde amateurs hun goddelijke gang laten gaan als voor de Transitie. Lekker bezig Hugo!

Sven Snijer          









…voor de intensivering van de taken van Veilig Thuis naar aanleiding van de aanscherping van de meldcode en de radarfunctie Veilig Thuis. Het gaat om een bedrag van € 11,9 miljoen in 2018 oplopend tot € 38,6 miljoen structureel vanaf 2021