woensdag 18 oktober 2017

Schaf de OTS af - deel 2


Het regent bewijzen dat een ondertoezichtstelling door jeugdzorg geen enkele garantie biedt voor de veiligheid van kinderen, maar desalniettemin draait de jacht op kindermishandeling vanuit de Augeo Foundation op volle toeren. Meer instanties moeten worden betrokken bij de Meldcode kindermishandeling om het aantal meldingen op te voeren en sneller in te grijpen in gezinnen bij vermoedens van kindermishandeling. Ze weten heel goed dat uit de praktijk blijkt dat de meldingen vaak niet serieus worden genomen, vooral als een kind al onder toezicht staat -omdat jeugdzorg zichzelf als ‘expert’ beschouwt en geen bemoeienis van anderen verdraagt uit de directe omgeving van het kind- en ze zijn inmiddels ook voldoende op de hoogte gesteld van de gevolgen voor gezinnen die valselijk van kindermishandeling worden beschuldigd. Het speuren naar ‘zorgelijke signalen’ wordt onverminderd voortgezet, want de gekte wordt niet minder, maar erger en dringt zich als een virus binnen in alle hoeken en gaten van de samenleving. Zelfs het Openbaar Ministerie dat gaat over het strafrecht organiseert nu samen met Veilig Thuis en de Augeo Foundation bijeenkomsten zoals de Vakdag Kindermishandeling, (1) waarbij ze praten over speculatieve onderzoeken: ACE’s (Adverse Child Experience).(2) Ik zie in de toekomst gebeuren dat ouders niet alleen zonder bewijs hun kind kunnen verliezen aan de jeugdbeschermers zoals nu al het geval is, maar dat ze op zeker moment ook achter de tralies kunnen verdwijnen op grond van mishandelingspeculaties. In Engeland waren er al voorbeelden van talloze strafprocessen in verband met Münchhausen by proxy-beschuldigingen.(3) Daar lijken ze er inmiddels van teruggekomen getuige een artikel van Michael Nott uit 2005 getiteld ‘The Munchausen Syndrome by Proxy witch hunt’ maar in Nederland lopen we met alles tien jaar achter dus hier begint de hysterie pas.

Strafbare feiten onder toezicht jeugdzorg

De afgelopen week kwamen er twee zaken in het nieuws die aantonen hoe ineffectief de ondertoezichtstelling als kinderbeschermingsmaatregel is omdat er zware mishandeling van kinderen plaatsvond, terwijl jeugdzorg langere tijd bij beide gezinnen betrokken was. We zien dit soort zaken met de regelmaat van de klok voorbij komen, maar deze twee casussen waren opnieuw zeer ernstig. In de zaak van de Zwijndrechtse moeder die haar kinderen elf jaar mishandelde, (4) wordt gesproken over ‘slaan, schoppen, haren trekken en krabben’. Er werden in het gezin kopstoten uitgedeeld en de vader misbruikte zowel zijn zoon als zijn dochter. De dochter werd vanaf haar kleutertijd soms twee maal per dag misbruikt in de gang en de douche en de jongen moest ontlasting en sambal eten tot hij ging kotsen. Moeder wordt door deskundigen ‘enigszins of geheel ontoerekeningsvatbaar’ verklaard. En nu komt het mooiste, jeugdzorg kwam al jaren bij het gezin over de vloer en deed niets met de tientallen meldingen bij het meldpunt kindermishandeling afkomstig van familie en bekenden. (Waarom krijg ik weer zo’n déjà vû?) De ernstige mishandeling kwam aan het licht omdat de kinderen zelf telefonische opnames maakten en een dagboek van de mishandelingen bijhielden.

Melden biedt geen veiligheid

De lezer dient zich te realiseren dat dit de ‘jeugdbeschermers’ zijn die na een melding over vermoedens van kindermishandeling door de buren, school, de huisarts of politie gedaan bij Veilig Thuis de verantwoordelijkheid krijgen voor de veiligheid van het in zijn ontwikkeling bedreigde kind. Dit zijn de professionals die zogenaamd getraind zijn in het herkennen van kindermishandeling. Deze blinde naïeve hulpverleners die zich vaak laten inzuigen in de gezinssituatie mogen de ondertoezichtstelling uitvoeren, nadat via de Raad voor de Kinderbescherming de beschermingsmaatregel door de rechter is opgelegd. Ze staan er met hun neus bovenop, terwijl de mishandeling plaatsvindt. 

Landgraaf

In de zaak van de poging tot doodslag op een peuter in Landgraaf (5) lezen we over een ‘overdwarse schedelbreuk, bloed in de hersenen en cannabis in zijn bloed en urine’ waarmee een driejarig jongetje het ziekenhuis van Heerlen wordt binnengebracht. Ook deze peuter en zijn zusje stonden al langere tijd onder toezicht van jeugdzorg en er was al eerder sprake van blauwe plekken op het lichaam van het fysiek en verstandelijk achtergebleven jongetje. Volgens verklaringen van moeder zou het kind al langere tijd door haar aan cannabis verslaafde ex zijn mishandeld, waar familieleden, buren en kennissen aan toevoegden dat hij het jongetje graag pestte, treiterde en mishandelde. En dat allemaal onder ‘toezicht’ van jeugdzorg. Ik denk dat de kans op dodelijke mishandeling van kinderen onder toezicht van jeugdzorg ongeveer gelijk is aan de kans hierop zonder bemoeienis van deze belanghebbende instantie. Sterker nog, misschien zijn kinderen wel veiliger zonder jaren van ondertoezichtstelling aangezien jeugdzorg de neiging heeft anderen van een zaak weg te houden zodra zij het kind in beheer heeft. Een onafhankelijke waarnemer zou het kind waarschijnlijk veel eerder in veiligheid hebben gebracht.

Ondertoezichtstelling is ‘Russische roulette’

Het wordt tijd dat gemeentelijke beleidsmakers wakker worden en zelf gaan nadenken in plaats van zich als makke schapen te laten leiden door de mishandelingslobby met haar miljoenen en miljarden en inzien dat ondertoezichtstelling slechts een schijnveiligheid biedt die maar één doel heeft en dat is een voortdurende inkomstenbron voor jeugdzorg in stand houden van €7.700,- per kind, per jaar. Niemand houdt toezicht op de veiligheid van het kind, want de hulpverleners zijn vaker niet dan wel in het gezin aanwezig en als er van buitenaf zorgen worden geuit door de betrokken omgeving dan vindt jeugdzorg dat maar lastig. In de hulpverleningsdans rondom gezinnen verdienen alle betrokken instanties geld, maar niemand houdt in de gaten of het welzijn van het kind wel gediend is met alle bemoeienissen die vaak meer gaan over de hulpverleningsrelatie tussen jeugdbeschermers en ouders dan over kwaliteitszorg voor het kind. Juist de ouders waar jeugdzorg makkelijk afspraken mee kan maken zijn vaak de laag ontwikkelde, verslaafde of psychiatrische ouders die van zichzelf weten dat ze niet tot een normale opvoeding in staat zijn. Zelfbewuste ouders met enige zelfredzaamheid kunnen de jeugdzorgbemoeienis in hun leven vaak niet verdragen en komen juridisch met hen in conflict. Om die reden lopen vooral de onder toezicht gestelde kinderen van zwak begaafde of verslaafde ouders groot gevaar, niet de kinderen van ouders die met jeugdzorg de strijd aangaan, want daarvoor moet je bepaalde kwaliteiten bezitten als zelfrespect, doorzettingsvermogen en strijdbaarheid (dus ook pedagogische vaardigheden).  

Sharleyne, Papillon, Daniëlla, …

Het is iedere keer hetzelfde liedje; of het nu gaat over de dood van Sharleyne, Papillon of het door haar stiefvader doodgeknuppelde verstandelijk beperkte meisje Daniëlla waarbij tien hulpverleningsinstanties betrokken waren.(6) De incompetentie van de jeugdbeschermers straalt er vanaf. Het ergste is dat jeugdbeschermers hun eigen falen niet eens in de gaten hebben, maar rustig geloven dat ze alles doen wat in hun vermogen ligt om een kind of gezin te helpen. Dit zegt zowel iets over hun eigen perceptie als over hun competenties. De uitzending over de kinderen van de alcoholische moeder uit ‘Ieder huisje’(7) moest de kijker een beeld geven van hoe jeugdbeschermers te werk gaan en hoewel het mij persoonlijk voorkwam als een regelrechte aanklacht tegen henzelf en hun functioneren, schijnen jeugdbeschermers er een soort promotie van hun activiteiten in te zien. Zo verscheen er juni 2013 een artikel in Trouw over jeugdbeschermers die een gezin begeleidden, totdat het niet echt meer ging omdat alles was geprobeerd.(8) De vader had een IQ van 63 en daarnaast een psychiatrische diagnose. Hij uitte zijn stress met scheldpartijen en dreigementen. Moeder Leanne had ook een verstandelijke beperking, had een zeer moeilijke jeugd en was prostituee. Met ‘goede bedoelingen’ en vrijwillige hulp hadden de jeugdbeschermers alles gedaan wat ze konden, totdat op zeker moment de huisarts het onverantwoord vond om het volgende familiedrama af te wachten…

Zwakzinnige, maar gehoorzame ouders

Er zijn talloze zaken waarbij het mis gaat of waar het op het randje zat van een fatale afloop voor het kind, maar geen jeugdbeschermer zal zichzelf dit aanrekenen, noch de rechter, noch de gemeente, noch de landelijke politiek. Er wordt vooral gekeken of alle protocollen wel gevolgd zijn en dan is alles ‘dik in orde’ ook al is er weer een kind dood. Ik ken zaken waarbij kinderen in een mum van tijd uit huis werden gehaald, met nog geen kwart van de zorgelijke signalen die we waarnemen bij gezinnen onder toezicht van jeugdzorg met dodelijke afloop. Jeugdzorg wil geen capabele ouders, maar hopeloze zaken met de hoogste mate van onwaarschijnlijkheid voor een goed resultaat, zolang de ouders maar gehoorzamen. Als je braaf meeloopt in het opgelegde traject dan is er altijd wel een herkansing en dan mag je met je dronken kop de auto tegen een boom parkeren of jezelf ternauwernood ervan weerhouden een dodelijke dosis slaappillen in te nemen als je pasgeboren kind boven ligt te slapen. Het maakt niet uit wat je doet, als je maar beterschap belooft aan de gezinsvoogd en die relatie in stand houdt, want dan mag je het kind houden. Maar oh wee de ouders die in verzet gaan; die zijn pas een bedreiging voor het kind! Deze karikatuur die voor hulpverlening en jeugdbescherming moet doorgaan heeft wat mij betreft zijn langste tijd gehad.

Onderzoeksrechter

Er moet een radicale knip komen tussen hulpverlening en kinderbescherming onder leiding van een onderzoeksrechter/rechter-commissaris die in eerste instantie grondig onderzoek doet naar de veiligheid van het kind binnen drie dagen, zoals voorgesteld door advocaat Huib Struycken.(9) Is er sprake van ‘ernstig en acuut gevaar’ voor de minderjarige dan gaat het kind onmiddellijk naar een crisisplaatsing en wordt er niet door jeugdzorg of Veilig Thuis aangerommeld met informantenonderzoeken bij ketenpartners zoals school of huisarts, die veel te lang duren en vaak leiden tot de nutteloze maatregel van ondertoezichtstelling of het alternatief hiervoor, de inkomsten die jeugdbeschermers voor zichzelf genereren met ‘drang’ zoals werd aangetoond door een artikel in Follow the Money.(10) Indien er geen onmiddellijk en ernstig gevaar is, maar er wel enige zorgen zijn rond het veilig opgroeien van het kind, dan zullen in twee weken tijd alle belanghebbenden in de zaak door de rechter-commissaris worden gehoord en noodzakelijke onderzoeken opgestart, zodat er een compleet beeld ontstaat bij de onderzoeksrechter van de situatie en de benodigde interventies. De hulpverleners worden op die manier niet belast met de risico-taxatie, maar kunnen echt hulp gaan verlenen in het gezin.(11) De veiligheidsvraag en ook het welzijn van het kind (evt. psychologisch onderzoek - nulmeting) zijn dan aan het begin van het traject reeds in kaart gebracht. Dit heeft als extra voordeel dat ook het effect van de geboden hulp kan worden gemeten ten opzichte van de beginsituatie.

[In 2010 werden de effecten van jeugdzorginterventies door Van Yperen en Van der Steege omschreven als ‘verwaarloosbaar effectief’] (12)

Tranentrekkers tegen ‘kindermishandeling’

Alleen deze aanpak heeft kans van slagen om kinderen zowel veiligheid als zorgkwaliteit te bieden en hen ook op langere termijn een goede kans te geven om in de maatschappij hun plek te vinden. Elke te voorkomen uithuisplaatsing is meegenomen, maar niet als daarmee de veiligheid van kinderen in gevaar komt en dat is precies wat jeugdzorgtrajecten vaak doen. Ze houden een kind eerder in een onveilige situatie dan dat ze het eruit bevrijden, terwijl veel kinderen die heel goed thuis hadden kunnen blijven wonen met goede zorg, onrechtmatig van hun ouders worden weggerukt. De jeugdbeschermer doet niet alles in het belang van het kind, maar heeft ‘alle belang bij het kind’. Het wordt tijd dat politici, beleidsmakers en ook het grote publiek zich gaan verzetten tegen de ziekelijke beeldvorming van de mishandelingsindustrie die hen blijft bestoken met campagnes over het Vergeten Kind, het mishandelde kind, het eenzame kind, het opzettelijk ziek gemaakte kind (PCF), het kind in het nauw, het onbegrepen kind, het kind met ‘het verschrikkelijke geheim’ (omdat er niets te vinden is). Wij moeten eisen dat jeugdbeschermers verantwoording afleggen over het ontbreken van de zorgkwaliteit en veiligheid voor ’de meest kwetsbaren in de samenleving’. Want de meest kwetsbaren in de samenleving helpen wil iedereen, alleen moeten we niet zo naïef zijn om te denken dat meer melden de oplossing is, want de kans is groot dat daarmee juist het echte belang van het kind aan het zicht onttrokken wordt.

Sven Snijer



(1)Vakdag Kindermishandeling, Eva Kwakman (op twitter), 12 oktober 2017






(7)Ieder huisje  30 december 2014 RTL8 (video niet meer beschikbaar) http://svensnijer-essays.blogspot.nl/2017/02/bevrijdt-de-hulpverlener_28.html







donderdag 5 oktober 2017

Peter Prinsen over jeugdzorg - deel 3

Het interview met advocaat Huib Struycken, getiteld ‘Jeugdbescherming heeft een onderzoeksrechter nodig’ heeft een inhoudelijke discussie op gang gebracht over de rechtspleging in jeugdzorgzaken en werd door de politiek bekroond met een motie aan de regering.(1)

Deel 1 van het huidige interview was getiteld ‘Jeugdzorg de gebeten hond?’ en ging over de drogredenen die het debat over jeugdzorg ontregelen. Voorts werd het probleem Jeugdzorg omschreven als wettelijk gedrocht dat de uitvoering van twee wezensvreemde wetten (OTS en Jeugdhulp) in handen legt van één organisatie.(2)

Deel 2 droeg de titel ‘Morele paniek’ en handelde over misleidende wetenschap die een valse wetenschappelijke basis heeft gelegd onder het overheidsbeleid met betrekking tot kindermishandeling.(3)

Hieronder het derde deel van dit interview.

DEEL 3 – HET PROCES

Vrijheid

Het kan zomaar gebeuren dat u zich op weg begeeft naar het ziekenhuis om uw kind op te halen na een ziekenhuisopname, maar dat u daar aangekomen een leeg bed aantreft. Daar staat u dan, met de leuke verrassing voor uw kind in uw handen. U raakt in verwarring, die al snel omslaat in paniek. Dan ontwaart u naast het bed van uw kind iemand die iets aan u meedeelt: dat uw kind is “opgehaald en bij een pleeggezin is ondergebracht op een geheim adres”. Emoties kolken in uw brein: ongeloof, angst, woede, paniek, machteloosheid… Een toekomst zonder uw kind flitst door uw hoofd. Dit kan niet! Dit mag niet! Uw kind is achter uw rug meegelokt door vreemden en van zijn vrijheid beroofd.

Of ouders worden met hun kind “uitgenodigd” voor een gesprek op het politiebureau, over een incident dat heeft plaatsgevonden. Eerst wordt u als ouder binnengeroepen voor een voorgesprek. In de hal zit iemand die wel even uw kind onder zijn of haar hoede neemt. Niets vermoedend stemt u daarmee in. Op zeker moment vraagt u zich af wanneer uw kind binnen zal worden geroepen, maar dan blijkt: uw kind is er al niet meer. Het is meegenomen door vreemden, op weg naar een pleeggezin op een geheim adres. U voelt zich lafhartig verraden en u voelt woede en angst voor de toekomst opkomen. Uw kind is achter uw rug meegenomen door vreemden en van zijn vrijheid beroofd.

Wat hier beschreven wordt is de praktijk van de VOTS (Voorlopige Ondertoezichtstelling) met Spoed UHP (Spoedmachtiging Uithuisplaatsing). Volgens het CBS werd in 2016 in totaal 1.560 keer een VOTS uitgesproken, naar mag worden aangenomen als basis voor een Spoed UHP.

Welke geheime dienst zit er achter deze vrijheidsbeneming van onze kinderen? U raadt het al. Het is de Raad voor de Kinderbescherming, een Overheidsorgaan, handelend op een onwaardige manier. Maar ja, in het belang van het kind doen rechtsstatelijke normen er niet toe. In het belang van uw kind leidt de Overheid u om de tuin. Was dat nou nodig, zo’n achterbakse overval? Nee, dat was het niet, maar om gedoe met de ouders vóór te zijn doet de Overheid het op deze manier, want het wordt toch niet gecontroleerd. Kàn dit dan zomaar? Nee, juridisch kan dit niet, maar om gedoe met de kinderrechter vóór te zijn doet de Overheid het toch, zonder vorm van proces. Dat proces komt later wel.

Hoor en wederhoor vóór de beslissing van de rechter is de essentie van een proces. Er is één uitzondering: art. 800 lid 3 Rechtsvordering bepaalt dat een UHP bij uitzondering voorlopig voor 2 weken kan worden toegewezen als het ouderverhoor niet kan worden afgewacht wegens “onmiddellijk en ernstig gevaar voor de minderjarige”. Dan zendt de Raad telefonisch of per fax eerst een spoedverzoek (met verzonnen rampspoeden) naar de kinderrechter, die het dan telefonisch toestaat of per fax voorzien van een stempel terug stuurt naar de Raad die daarmee zijn gang kan gaan.

Kinderrechters spelen dit spel mee, eerst telefonisch achter de schermen en daarna bij het proces in de rechtszaal achter gesloten deuren. Niemand die het ziet. In het belang van de privacy van uw kind. En dat “onmiddellijk en ernstig gevaar”? Daar maalt niemand meer om, behalve de ouders.

De Rechtsstaat

Vrijheid is het axioma waarop onze democratische rechtsstaat is gebouwd. Is vrijheid absoluut? Nee, iedereen begrijpt dat in een samenleving de vrijheid van de een kan botsen met de vrijheid van de ander - vrijheid is naar zijn aard begrensd. Een Overheid is nodig en wetten zijn nodig om orde te brengen in die botsende vrijheden en die orde te handhaven.

Wie de crisis wil begrijpen waarin het Familie- en Jeugdrecht nu al zolang verkeert moet zich rekenschap geven van de wijze waarop het vrijheidsaxioma van de rechtsstaat in de wet is vastgelegd. Het gaat om vijf eisen die de rechters met de wet in de hand moeten waarborgen:

1.     Legaliteit  -  De eerste eis die de wet moet waarborgen is het “legaliteitsbeginsel” dat bepaalt dat een optreden van de Overheid jegens een burger verboden is als de bevoegdheid daartoe niet expliciet en specifiek door de wet aan de Overheid is toegekend.

2.     Instrumentaliteit en Rechtsbescherming  -  Terwijl het legaliteitsbeginsel niet-wettelijk geregeld overheidsoptreden verbiedt, belicht het instrumentaliteitsbeginsel juist de betekenis van het wel wettelijk geregelde optreden van de Overheid: wetten geven aan de Overheid bevoegdheden om op te treden tegen burgers.  Maar hoe voorkomen we dat de Overheid zijn wettelijk instrumentarium gaat misbruiken voor disproportionele sancties en inhumane of willekeurige maatregelen? Kunnen we dat aan de rechters overlaten? De geschiedenis leert dat dat zonder meer geen garantie biedt. Het is nog maar een paar eeuwen geleden dat onze voorouders in opstand kwamen tegen de tirannie van het heersende wettige gezag. Een opstand om “de tirannie te verdrijven”. Zij hebben daartoe de wet, het instrument van de Overheid, van een nieuwe dimensie voorzien: de dimensie van de rechtsbescherming. De wet die aan de Overheid bevoegdheden toekent dient tegelijk nauwkeurig de grenzen van die bevoegdheden en de voorwaarden vast te leggen. De burger kan dan diezelfde wet tegen de Overheid inroepen bij de onafhankelijke rechter. Het aldus geconstrueerde tweesnijdend zwaard van Justitia duiden we aan met Instrumentaliteit en Rechtsbescherming. Alle wetten moeten zijn voorzien van zo nauwkeurig mogelijk omschreven protocollen. Hoor en wederhoor is daarin essentieel.

3.     Onafhankelijkheid  -  Rechtsbescherming bestaat alleen bij de gratie van een onafhankelijke, onpartijdige rechtspraak. (De bepaling dat de Raad voor de Kinderbescherming èn belast is met het verzoeken van een kinderbeschermingsmaatregel èn een adviesorgaan is van de rechter is flagrant in strijd met dit elementaire beginsel van de rechtsstaat. Dit maakt de kinderrechter tot “ketenpartner” van de Raad).

4.  Rationaliteit  -  Het optreden van alle rechtsstatelijke organen moet rationeel gemotiveerd zijn en steunen op de wet en op feiten. Onwaarheden zijn taboe. Onbegrensde discretionaire bevoegdheid van de kinderrechter doet afbreuk aan het legaliteitsbeginsel en fnuikt in zoverre de rechtsbescherming.

5.     Openbaarheid  -  Dit is het sluitstuk van de rechtsstaat. Ieder orgaan van de Staat moet ter verantwoording kunnen worden geroepen door een hoger orgaan van de rechtsstaat. In een goed functionerende rechtsstaat zijn rechters echter onafhankelijk, hetgeen betekent dat er geen hoger orgaan is dat van rechters verantwoording van hun rechtspraak kan eisen. Daarom moet openbaarheid van de rechtspraak er voor zorgen dat structurele ontsporingen van de rechtspraak zichtbaar zullen zijn. Daardoor kan een publiek debat zorgen voor terugkoppeling naar de wetgever die via de wet maatregelen kan nemen. 

De staat van het Jeugdrecht

De beginselen van de rechtsstaat stonden blijkbaar het optreden in het Jeugdrecht in de weg en zijn over boord gezet, in de onjuiste veronderstelling dat het zonder die beginselen beter en effectiever zou gaan. Het resultaat is willekeur op een schaal zoals die vóór de Verlichting heerste.

Terug naar de Spoed UHP

De spoed UHP is een voor kinderen traumatische vorm van vrijheidsbeneming. Rechtsstatelijk bezien is deze vrijheidsbeneming vergelijkbaar met de strafrechtelijke vrijheidsbeneming bij volwassenen. Als we die twee vormen uit het oogpunt van rechtsbescherming vergelijken, dan leidt dit tot een onthutsende conclusie.

Een “gewone” OTS met een UHP wordt uitgesproken op de simpele grond dat “een minderjarige zodanig opgroeit dat hij in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd”. (N.B.: er staat niet bij waar dat uit moet blijken). Daarbij kan uithuisplaatsing worden uitgesproken “Indien dit noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding van de minderjarige of tot onderzoek van diens geestelijke of lichamelijke gesteldheid”.

Deze beide artikelen munten uit door nietszeggendheid. Het gaat alleen maar om een mening. Tegen een mening is geen verweer mogelijk. Het komt er op neer dat de Raad en de G.I. een blanco volmacht hebben om kinderen te beroven van hun vrijheid. Toetsing blijft achterwege. De wet biedt hier geen enkele rechtsbescherming.

Bij de Spoedmachtiging UHP komt er een meer feitelijk criterium bij. De rechter kan in uitzonderlijke gevallen zonder eerst de ouders te horen een spoed UHP uitspreken “indien de behandeling niet kan worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor de minderjarige”, waarna binnen 14 dagen het ouderverhoor alsnog moet plaatsvinden. Met de woorden onmiddellijk en ernstig gevaar voor de minderjarige biedt de wet tenminste enige rechtsbescherming, zij het dat die gegeven zou moeten worden door dezelfde rechter die straks ook inhoudelijk over het verzoek moet oordelen. Maar ook in dit geval blijft iedere toetsing achterwege.

Conclusie: aan kinderen wordt zelfs de schamelste vorm van rechtsbescherming onthouden. Hoe zorgvuldig springt de wetgever om als het om de vrijheid van volwassenen gaat? Voor volwassenen (meerderjarigen) heeft de wetgever in het wetboek van strafrecht in maar liefst vele honderden artikelen (ca 200 bladzijden op A4-formaat) de rechtsstatelijk vereiste feitelijke specificaties opgesomd die mogen leiden tot vrijheidsbeneming: de strafbare feiten. Vergelijk dit eens met de schamele omschrijving “zodanig opgroeien dat hij in zijn ontwikkeling wordt bedreigd” als het om minderjarigen gaat!

Maar het verschil wordt nog groter als we de voorlopige vrijheidsbeneming van volwassenen vergelijken met die van kinderen. Voor volwassenen voorziet de wet in een afzonderlijke Rechter-Commissaris die de rechtmatigheid toetst van de voorlopige hechtenis. De R.C. kan zich geheel concentreren op dat aspect: was de aanhouding en inbewaringstelling rechtmatig? Was er een redelijk vermoeden van schuld?

“Uiterlijk binnen drie dagen en vijftien uur, te rekenen vanaf het tijdstip van de aanhouding, wordt de verdachte ten einde te worden gehoord voor de rechter-commissaris geleid”, zo bepaalt het wetboek van strafvordering, gedetailleerd tot op het uur. Ten aanzien van die tijdspanne van 3 dagen wordt in 20 pagina’s wettekst uitermate gedetailleerd voorgeschreven hoe de Overheid met zijn bevoegdheid tot vrijheidsbeneming moet omgaan. Vervolgens worden taak en bevoegdheid van de R.C. in nog eens twintig pagina’s wettekst minutieus omschreven.

Al met al beslaat de rechtsbescherming voor vervolging van volwassenen een boekwerk van ruim 300 pagina’s. Voor de vrijheidsbeneming van minderjarigen heeft de wetgever volstaan met de hiervoor geciteerde wetsartikelen van 3 à 4 regels, en daarmee basta. . .

Een rechtsstaat voor het kind

Het realiseren van een rechtsstaat voor het kind is een enorme operatie, tenminste zo omvangrijk als die waarmee de Jeugdwet in 2015 tot stand is gebracht. Toch zou vooralsnog met enkele relatief zeer eenvoudige ingrepen in het wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering de ergste nood gelenigd kunnen worden. Die ingreep zou moeten bestaan uit de invoering van een Rechter-Commissaris, belast met de rechtmatigheidstoets van de spoedmachtiging uithuisplaatsing (kan de behandeling van het verzoek UHP niet worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor de minderjarige”). Deze RC dient binnen drie dagen (en niet 2 weken) te worden ingeschakeld. Aan de ouders van de minderjarige zou van rechtswege een (piket-)advocaat moeten worden toegevoegd die erop moet toezien dat de rechtmatigheidstoets wordt uitgevoerd. De 3-dagentermijn biedt de verzoekende partij (de Raad?) voldoende tijd om dat onmiddellijke en ernstige gevaar te onderbouwen. De politie krijgt van de wet ook niet meer tijd dan drie dagen.

Hiervoor is al vermeld dat in 2016 volgens het CBS 1.560 keer een VOTS is uitgesproken. Een onbekend, maar vermoedelijk substantieel deel van deze gevallen kan de toets der kritiek niet doorstaan doordat zelfs in het Raadsverzoek nimmer “onmiddellijk en ernstig gevaar” wordt gesteld (de kinderrechter moet zijn toevlucht nemen tot het “inlezen” van de ontbrekende stelling).

De bestaande discussie over dit onderwerp heeft reeds geleid tot een motie die bij de Minister van Veiligheid en Justitie aandringt op een onderzoek naar deze rechtsfiguur. De inspanning van de hier voorgestelde ingreep valt in het niet bij andere bestaande rechtsfiguren en mag geen belemmering zijn om aan minderjarigen deze glimp van de rechtsstaat te onthouden.







zondag 1 oktober 2017

Onderzoeksrechter voor eerlijk familie- en jeugdrecht



Discussies over waarheidsvinding zijn vaak verwarrend en in de meeste gevallen vruchteloos, omdat jeugdbeschermers, ouders, advocaten, politici en cliëntenraden moeilijk tot de kern komen van het probleem. De vraag is niet hoe jeugdbeschermers ertoe te bewegen zijn rapportages over gezinnen meer naar waarheid samen te stellen met een betere ‘scheiding van feiten en meningen’, maar waarom de rechters jeugdbeschermers zo weinig aan de tand voelen en niet zelf onderzoeken of de door hen gedane beweringen overeenkomen met de feitelijke gezinssituatie. Een artikel getiteld ‘Advocaten zijn bang voor kinderbescherming’ uit 1999 (1) geeft inzicht in de problematiek die in 2017 nog steeds aan de orde van de dag is. Hoe kunnen ouders zich verdedigen tegen beschuldigingen in een rechtbank die niet op bewijsvoering vaart, maar op de ‘zorgen om het kind’? In het artikel komt o.a. rechter en tevens hoogleraar Jeugd- en Familierecht aan de Vrije Universiteit van Amsterdam J.Doek aan het woord die een paar opmerkelijke uitspraken doet: 

"Met enige regelmaat ben ik rapporten van de Raad tegengekomen waarbij ik als rechter dacht: nou, nou, als ik nu advocaat was, zou ik daar flink wat gaten in schieten. Zelf kan ik dat niet doen, dat is niet mijn taak als rechter. Maar als ik dan allerlei dingen over de vader lees, waarvan ik denk, tja, daar zou ik maar wat tegenin brengen, dan blijft het toch opmerkelijk stil". 

Wat rechter Doek hier zegt is dat het niet de taak van de rechter is om de beweringen van jeugdbeschermers onderuit te halen, want dat is de taak van de advocaat van de ouders. Tegelijkertijd zegt hij in hetzelfde interview dat die verdediging door advocaten vaak niet volwaardig wordt gevoerd, omdat er dan vanuit de jeugdbescherming consequenties kunnen zijn voor de ouders. 

“Ik zie ouders over wie zeer ongunstig is gerapporteerd wel eens een paar keer slikken in de rechtszaal. Want ook al klopt het niet, dan denk ik nog dat hun advocaat hen adviseert: joh, mondje dicht, want die Kinderbescherming houdt niet van kritiek. Doe je moeilijk, dan kan het zijn dat je wordt afgerekend op de omgangsregeling, dat je je kind niet meer mag zien. Het klinkt raar, maar realiteit is dat advocaten zelden kritisch zijn in het familierecht" 

Bange advocaten 

Eigenlijk spreekt Doek zichzelf tegen, want hij stelt dat hij als rechter onpartijdig de beide partijen moet aanhoren, jeugdbeschermers aan de ene kant en ouders met hun advocaat aan de andere kant, maar hij vermoedt dat de advocaat ouders adviseert niet teveel te protesteren, want ‘jeugdbeschermers houden niet van kritiek’. Natuurlijk herkent de Raadsmedewerker in het interview zich in het geheel niet in de kritiek van deze rechter, maar we hoeven er de huidige krantenberichten maar op na te slaan om te constateren dat het nog steeds gebruikelijk is om zo met ouders om te gaan. In de zaak Luna waar adoptiedeskundige René Hoksbergen (2) optreedt namens de biologische ouders staat zwart op wit vermeld dat de ouders het omgangsrecht met hun dochter zullen verliezen als ze het wagen in hoger beroep te gaan. Oud-voorzitter van de Cliëntenraad Haaglanden-Zuid Holland René Bommelé noemde in ‘Mijn statement’ (3) ook de chantage van ouders door jeugdbeschermers rond het terugdraaien van de omgangsregeling bij verzet en recentelijk werd nog een vader afgekocht door het Leger des Heils met € 7000.- als hij het hoger beroep tegen hen zou intrekken en zou zwijgen over deze deal.(4)

Het gaat dus kennelijk in het familie- en jeugdrecht niet over de vraag hoe rapportages door jeugdbeschermers worden opgesteld, maar over de macht die ze hebben over ouders en hoe vervolgens advocaten in een onmogelijke situatie komen met hun cliënt. Buigen voor de chantage of de strijd aangaan met als gevolg dat de strijdbare houding van ouders tegen hen gebruikt zal worden in aanvullende rapportages als een extra belastende factor en gevaar voor het kind. Het halen van hun wettelijke recht kan ouders aangerekend worden als kindermishandeling, vaak geformuleerd als ‘ouders blijven strijden met elkaar en dat is niet goed voor het kind’, maar even zo gemakkelijk ‘ouders blijven de strijd aangaan met de hulpverleners en dat is schadelijk voor het kind’. Het is waanzin ten top dat ze hiermee wegkomen, maar het is enigszins begrijpelijk dat advocaten vaak een passieve houding aannemen in de hoop dat hun cliënten sneller van jeugdzorg verlost zijn door maar mee te werken, ondanks de vele fouten en leugens in de rapporten. De vraag rijst echter wat ‘toetsing door de rechter’ inhoudt als deze chantagepraktijken door jeugdbeschermers gewoon doorgaan. Is het de taak van de rechter om twee verhalen aan te horen of zou de rechter dieper moeten graven en jeugdbeschermers zich actief moeten laten verantwoorden voor hun beweringen, vermoedens en professionele inschattingen van gezinssituaties? 

Eén grote overschrijfmachine

Het antwoord op die vraag lijkt mij vrij eenvoudig; het civiel recht is omdat ze in tegenstelling tot het strafrecht zonder bewijs werkt, bij uitstek de plaats waar de rechter een veel grotere en actievere rol zou moeten spelen. Niet alleen vanwege de chantabele positie van ouders, maar ook omdat de jeugdzorgketen één grote overschrijfmachine is waar vanaf de eerste melding bij Veilig Thuis, via jeugdzorg (GI) en de Raad voor de Kinderbescherming de mensen die aan een casus werken al het voorgaande van elkaar overnemen. Tachtig procent van de informatie van het vroegere AMK (Veilig Thuis) werd overgenomen door de Raad en zo aan de rechter voorgelegd. De ORBA-methode indertijd bleek volgens onderzoek te hebben geleid tot een makkelijker overnemen van gegevens van het AMK door de Raad voor de Kinderbescherming, maar niet tot meer betrouwbare conclusies voor de uitkomsten van de informantenonderzoeken. (5) Daar schrik je toch van als je het leest, maar gelukkig voor de jeugdbeschermers is er bijna niemand die dergelijke rapporten leest. In het huidige systeem gaat het niet veel anders, met dit verschil dat er nu nog meer melders zijn dan indertijd, want de lobby voor kindermishandeling en vroegsignalering draait al enige jaren op volle toeren vanuit de Augeo Foundation. Iedereen voelt zich onder druk staan om al die mishandelde kinderen op te sporen, maar waar zijn ze dan?!(6) Als nieuw instrument wordt nu de term PCF gepromoot vanuit Veilig Thuis, een herdefiniëring van de oude term Münchhausen by proxy die dit keer wordt losgekoppeld van de daders en uitsluitend betrekking heeft op het kind. Zo kunnen jeugdbeschermers makkelijker een kind uit huis slepen zonder dat er ook maar enige aanwijzing hoeft te zijn dat de ouders van het kind last hebben van een psychiatrische aandoening. Het civiel recht vraagt immers niet om bewijs en met de dreiging dat jeugdbeschermers een uithuisplaatsing onder dwang zullen aanvragen bij de rechter indien ze niet gehoorzamen, stemmen velen ‘vrijwillig’ in met de uithuisplaatsing van hun kind om erger te voorkomen.
 
Drang

Deze chantagehulp die bekend staat als ‘Drang’ (het knechten van een gezin zonder toezicht van de rechter) is goed beschreven in het artikel van Follow the money ‘Het nieuwe product van kinderbeschermers is intimidatie’ (7) waarin wordt vermeld dat maar liefst veertig procent van de inkomsten van Veilig Thuis hiervan afkomstig is. In plaats van het bespelen van rechters is er nu de trend om ouders vooral te dreigen met de rechter, omdat de politiek de wens heeft geuit dat de gedwongen maatregelen naar beneden moeten. Dit fenomeen kwamen we al eerder tegen vlak voor de Transitie toen bij Jeugdbescherming Amsterdam (JBRA) de cijfers van gedwongen maatregelen al vóór de Decentralisatie sterk afnamen, niet omdat er opeens minder gevaar was voor kinderen in hun veilig opgroeien, maar omdat de Gecertificeerde Instellingen zichzelf graag wilden verkopen aan de gemeenten en wilden laten zien dat het ook zonder dwang kon in het vrijwillige kader. Vreemd toch, dat het verkrijgen van een contract bij de gemeente of de wens van de landelijke politiek wél een daling in gedwongen maatregelen kan opleveren, maar niet het gezonde verstand dat zegt dat we de concrete aantallen van OTS en UHP op inhoud moeten onderzoeken en zien of de gronden van al die maatregelen door de jaren heen eigenlijk wel deugdelijk waren. En daarmee kom ik weer terug op de rol van de rechter, want het is toch onbestaanbaar dat jeugdbeschermers ouders durven te dreigen: ’...anders gaan wij naar de rechter en die geeft ons altijd gelijk’ zoals bij de uitzending van EenVandaag te zien was over Mbp. (8) Het had veel weg van de uitspraak van de gezinsvoogd in het programma van voormalig VARA’s ombudsman Pieter Hilhorst ‘De macht van de gezinsvoogd’ enkele jaren terug, die tegen een ouder zei “Jij bent hoger opgeleid, maar ik heb de macht”.(9)

Het mislukte panacee

Dit zou verstandige mensen toch aan het denken moeten zetten, maar de jeugdzorg en alles wat daarin mis gaat heeft geen prioriteit in Den Haag. Het ‘universele geneesmiddel’ van de sociale wijkteams, dat de fouten en machtsmisbruik van het oude Bureau Jeugdzorg had moeten versluieren en geluidloos een transitie had moeten betekenen van hulpverleningschantage naar vriendelijke, laagdrempelige en preventieve gezinshulp kwam in hetzelfde juridische moeras terecht als haar voorganger en daarom is het project compleet mislukt. Nu al zijn er gemeenten die van hun wijkteams af willen, maar die gemeenten snappen niet dat er geen alternatief is als het rechtssysteem niet verandert.(10) Ze kunnen het sociaal honderd keer opnieuw organiseren, landelijk, provinciaal, gemeentelijk, uitbesteden, zelf doen als wijkteam, etc, maar het komt uiteindelijk allemaal op hetzelfde neer: de meldingen bij Veilig Thuis zijn beschuldigingen van kindermishandeling en dat valt onmiddellijk onder drang en dwang. De vele sociaal ondernemers die werkzaam zijn aan de vriendelijke kant van de hulpverlening (vrijwillige hulp) hebben niet in de gaten dat er zich in dit domein ook menselijke tragedies afspelen bij gezinnen die in de tang zitten van jeugdbeschermers met hun Veilig Thuisonderzoeken, beschermingsplein en Raadsonderzoeken die helemaal geen ruimte laten voor ouders om zelf te kiezen wat het beste is voor hun kind of gezin. Het zijn twee werelden die volkomen langs elkaar heen leven en daarom komen de sociaal ondernemers ondanks hun goede bedoelingen ook met zulke nutteloze adviezen. Als je ze vertelt wat er gaande is bij Veilig Thuis denken ze dat je van een andere planeet komt. Niemand snapt bovendien wat er verkeerd ging bij de stemming in de Eerste Kamer toen de vrije doorverwijzing door de huisarts naar j-ggz gehandhaafd bleef en dat dit al van tevoren de ondergang inluidde van de wijkteams; de sukkelaars die ervoor verantwoordelijk zijn dat kinderen te laat doorverwezen worden naar de j-ggz en die gezinnen met ‘drang’ de eigen regie juist afnemen, i.p.v. ‘teruggeven’. De participatiesamenleving is een lachspiegel waarbij de gemeenten de boer zijn met kiespijn, want zo langzamerhand beginnen ze te beseffen waar ze door dit kabinet ingeluisd zijn. 

De onderzoeksrechter

De taak van de onderzoeksrechter in het jeugd- en familierecht zoals voorgesteld door advocaat Huib Struycken (11) is om niet passief aan te horen wat jeugdzorg en de Raad inbrengen tegenover het al dan niet actieve verweer aan de kant van ouders, maar om actief na te gaan wat er in een gezin speelt en daarvoor niet slechts raadsrapporten en jeugdbeschermers hun verklaringen aan te horen, maar iedereen op te roepen die in de zaak een belanghebbende is. Het is eenvoudigweg niet voldoende om de jeugdzorgprofessionals hun beroepsmatige oordeel te laten geven, omdat het eigen belang van jeugdbeschermers tot op heden te weinig onderkend is. Ze hebben feitelijk drie belangen; werkgelegenheid, de bezettingsgraden in instellingen en het ten koste van alles beschermen van de eigen reputatie. Vooral dat laatste kan niet licht opgevat worden, want zo’n beetje iedere sector in Nederland heeft als grootste probleem de angst voor reputatieschade. Daarvan getuigt iedere keer opnieuw de behandeling die klokkenluiders ten deel valt of het nu bouwfraude betreft, een schandaal bij defensie of bij de SNS-bank.(12) In dit land worden mensen emotioneel, financieel en sociaal kapot gemaakt die de waarheid zeggen over wat er in een bepaald bedrijf of in een sector gaande is en het is niet ondenkbaar dat het proberen af te dekken van het eigen falen één van de belangrijkste redenen is voor jeugdbeschermers om zo hardvochtig, onbuigzaam en zonder wroeging op te treden tegenover ouders wanneer die het gelijk aan hun kant hebben. De beschuldiger die wordt beschuldigd, dat kan natuurlijk niet. Vandaar dat men bij JBRA graag weer zo snel mogelijk af wil van het pas ingevoerde tuchtrecht.

Reële dreiging?

De onderzoeksrechter zal dus niet alleen moeten kijken naar het belang van het kind, maar tevens naar de mogelijke belangen van de jeugdbeschermers zelf en dit zal makkelijker zijn als de onderzoeksrechter apart komt te staan van de rechter die de uiteindelijke beslissing neemt in een zaak. Zo hoeft een rechter niet over zijn/haar eerder genomen voorlopige beslissing te oordelen en zichzelf proberen te rechtvaardigen bij een te snel afgegeven machtiging. Als de onderzoeksrechter in drie dagen tijd alle belanghebbenden in een zaak persoonlijk hoort en niet alleen afgaat op informantenonderzoek door Veilig Thuis en de Raad kan hij/zij zich een beter oordeel vormen en vaststellen of het kind daadwerkelijk ‘acuut en ernstig’ in gevaar is zodat een uithuisplaatsing noodzakelijk is. Dit heeft twee voordelen; kinderen die werkelijk acuut in levensgevaar zijn of in ernstige ontwikkelingsbedreiging verkeren zullen sneller uit de bedreigende situatie worden weggehaald en kinderen die dit gevaar niet lopen kunnen het raadsonderzoek gewoon thuis afwachten en hoeven niet maandenlang in een instelling of pleeggezin te verblijven. Vooral met het oog op het vaak langdurige raadsonderzoek achteraf is dit een grote winst voor ouders en kind, omdat wanneer een kind eenmaal uit huis is geplaatst alles wat een kind mankeert (inclusief het trauma van de uithuisplaatsing) de ouders verweten kan worden. Het ‘gelijk achteraf’ van de jeugdbeschermers is voor ouders altijd een strijd tegen de bierkaai geweest en vooral dat zou hiermee doorbroken worden.

Sven Snijer