maandag 18 juni 2018

Jezebel



Ik ken een advocaat, een listig secreet
Zij wordt lachend rijk van kinderleed
Hoe langer de scheiding, hoe beter de tijding
Daar het geld dan rijkelijk vloeien zal
En met haat en rancune voedt zich de kwal

Bij hulpverleners likt zij zich in
En stuurt ze dan aan voor eigen gewin
Ooit beschermde ‘mevrouw’ de jeugd
En staat zich nog altijd voor op de deugd
te begrijpen wat de kinderen bedreigt
Als ze kwijlend in hun nekjes hijgt

Ze vertelt het ‘grut’ wat ze moeten zeggen
Om het snel aan de rechter voor te leggen
Die de influisteringen, als feiten ziet
Allemaal bedacht door het stuk verdriet

Het mormel krijgt per uur betaald
Dus de overwinning wordt niet behaald
Met snelle strijd, een rake klap
Maar langzaam persen van het sap

Hartenbloed is waarvan ze leeft
Deze hork, die niets om kinderen geeft.     

vrijdag 25 mei 2018

Persoonlijke brief over grootouderverstoting

Redactioneel commentaar Dark horse bij onderstaande brief:

Het was reeds in januari 2018 de bedoeling om de hierna volgende persoonlijke brief te plaatsen op Dark horse Essays. De schrijfster zag er na tien jaar jeugdzorg/wijkteam-hulpverlening geen gat meer in en had zich mentaal voorbereid op een situatie waarin zij haar kleinkinderen tot hun 18e jaar niet meer zou zien. In de hoop dat er op die manier voor haar dochter nog een schamel restje hoop zou blijven bestaan, dat als er aan de grootouderverstoting waarin tegenpartij en wijkteam samen één front vormden zou worden toegegeven, tenminste haar dochter nog enigszins contact met de kleinkinderen zou kunnen blijven houden. Dit zou aan zeer stringente voorwaarden gebonden zijn, waardoor zij feitelijk de speelbal zou worden van de grillen van haar ex, haar ex-schoonmoeder en hun advocaat, door het ondertekenen van een wurgcontract (zie: brief) met de welwillende medewerking van het sociale wijkteam bij deze chantagepraktijken. De redactie van Dark horse besloot de brief te bewaren en eerst de redelijke weg te bewandelen door bij het wijkteam en de gemeente die het betreft een uitgebreide en goed onderbouwde klacht neer te leggen. Toen dit geen enkel effect had en de tijd begon te dringen door de aanhoudende juridische dreigementen van de tegenpartij, schoven moeder en dochter op advies van Dark horse hun eigen advocaat aan de kant en ruilden deze in voor een meer doortastend persoon die echt tegengas kon geven.

De juridische procedures lopen nog, maar omdat de tegenpartij het spel blijft spelen via indoctrinatie van de kinderen en de gemeente noch het wijkteam ook maar enige bereidheid hebben getoond hun verantwoordelijkheid te nemen voor het welzijn van de kinderen, die recht hebben op kwalitatief hoogstaande geestelijke gezondheidszorg dat het wijkteamniveau overstijgt, publiceren we de brief alsnog. Het virtuele afscheid van de kleinkinderen aan het einde van de brief is niet langer aan de orde, want de briefschrijfster is strijdbaarder dan ooit. Ze wordt bijgestaan door haar zuster, waarmee ze samen een dossier van tien jaar jeugdzorg/wijkteam-ellende heeft bijgehouden. Dark horse heeft zich gevoegd bij dit team, om er samen met de nieuwe advocaat van moeder voor te zorgen dat er met deze familie geen spelletjes meer gespeeld kunnen worden zoals in het verleden. De boosdoeners in deze casus hebben allemaal een jeugdzorgconnectie: Zeven jaar lang gezinsvoogden van jeugdzorg, de wijkteam-casemanager die afkomstig is van jeugdzorg, de therapeutisch begeleider van het wijkteam werkte bij jeugdzorg, de advocaat van vader is ex-gezinsvoogd, de wijkteamcoördinator werkte bij jeugdzorg….alles in deze gemeente ‘ademt’ de steriele sfeer van jeugdzorg. Daarom liepen ook wij tegen de jeugdzorg-muur die zoveel ouders en grootouders kennen uit eigen ervaring, waarbij normale communicatie en een gesprek over feiten niet aan de orde is, maar de reeds ingeslagen weg persisterend wordt vervolgd, ook als dat aantoonbaar in het nadeel is van de kinderen.

Sven Snijer


“Leugens en interpretaties hebben of krijgen vaak ‘rechtskarakter’ omdat zij zo veelvuldig voorkomen.”
                                                                            (Berthold Brecht)

(Brief van een moeder van een dove dochter naar een moeder van een dove zoon.)

J.…,

Onder het mom een zeer bezorgde oma te zijn, zocht en zoek jij op sluwe en manipulatieve wijze naar middelen en manieren om het leven van je kleinkinderen, mijn dochter, mij en onze familie (en waarschijnlijk ook het leven van jouw zoon) totaal te verzieken. Letterlijk…. te verpesten. Ik wil je confronteren met de wijze waarop jij dat hebt gedaan en nog steeds doet als zorgzame oma, de afgelopen tien jaar. Hoe jij ‘in het belang’ van onze kleinkinderen, mijn dochter en jouw zoon hebt gehandeld en hoe je je blijft bemoeien met hun leven.

Voorgeschiedenis

Vanaf de dag dat jouw zoon en mijn dochter hulp zochten voor hun problemen bij een maatschappelijk werker ging het mis. Jouw zoon zat zonder werk, op medische gronden afgekeurd. Hun maatschappelijk werker gaf hen het advies werk te zoeken voor mijn dochter en hij wilde haar daarin begeleiden. Er was werk voor mijn dochter in de provincie waar zij vandaan kwam. Dit plan behoefde wel enige voorbereiding en ondersteuning. Zij zouden wel moeten verhuizen. Mijn dochter en jouw zoon hadden daar wel oren naar en maakten plannen. Hoe jij daar op reageerde? Woedend was je! Mijn dochter moest maar alleen gaan wonen en werken daar. Mijn dochter had altijd al voor problemen gezorgd, zei je. Er deugde opeens niets meer aan mijn dochter. Jij besloot -zonder dat mijn dochter dat wist-  alle mogelijke oplossingen voor hen en onze kleinkinderen te torpederen. Daar kwam mijn dochter pas veel later achter, toen het kwaad als was geschied.

Er zat een systematiek achter jouw plannetjes. Alles werd van tevoren minutieus gepland en zorgvuldig door jou uitgevoerd. Jij creëerde een ‘mantra'. Je ‘framede’ mijn dochter. Jij wist precies welke instanties je daarvoor moest benaderen en hoe je ze moest bewerken. Zie hier een willekeurige kleine greep uit jouw arsenaal van kwaadaardige acties:

Advocaat

Er moest een scheiding plaatsvinden tussen mijn dochter en jouw zoon. Vond jij. Je ging aan de slag. Je wilde geen relatietherapeut. Dat had toch geen zin, schreef jij. Je wilde geen bemiddelingsadvocaat inschakelen. “Met zijn allen even om de tafel zitten en de zaken regelen”, schreef je. Mijn dochter moest maar “naar de psycholoog gaan. En een eigen advocaat nemen”. Die brief heb ik nog. Jij had al je eigen advocaat. Zij deed al veel zaken voor je. Zij wist wel hoe je snel kon scheiden en ervoor zorgen dat de kinderen bij jouw zoon bleven. Achteraf bleek dat jouw advocaat goed bekend was met de werkwijze van Jeugdzorg. Zij is jarenlang bij Jeugdzorg werkzaam geweest in verschillende functies. Jij (jullie) hadden het verhaal, het uitgekookte plan voor de kinderrechter al klaar liggen.

De eerste rechtszaak ging over de hoofdverblijfplaats van de kinderen. Eerst deed je een melding bij het AMK (Veilig Thuis). Omdat er kinderen in het spel waren werd er op verzoek een onderzoek ingesteld door de Raad voor de Kinderbescherming. Waar zouden de kinderen hun hoofdverblijfplaats moeten hebben? Jij voorzag de Raad van informatie samen met jouw advocaat, want zij kende het klappen van de zweep. Mijn dochter was niet eens op de hoogte van die melding. Daar kwam zij pas veel later achter. Per ongeluk. Jouw zoon kreeg de kinderen…

Informatie door de jaren heen

Jij schreef de  toenmalige gezinsvoogd in je brief met jouw ‘zorgpunten’ dat je een ‘informant’ had gevonden, de ex van mijn zoon. Nu volgt het ware verhaal.

Mijn ex-schoondochter vertelde mijn dochter dat zij door een voor haar onbekende vrouw telefonisch was benaderd. De onbekende vrouw had ”informatie nodig voor de RvdK”. Zij was informant, vertelde de onbekende vrouw. De vrouw wilde graag informatie over het reilen en zeilen van mijn dochter en haar familie. De ex van mijn zoon vertrouwde haar niet en hing op. De onbekende vrouw kreeg geen informatie. Dat jij die vrouw was, die informatie nodig had voor de RvdK bleek uit de ‘zorgpuntenbrief’ die je aan de toenmalige gezinsvoogd stuurde. Door een domme, maar voor ons verhelderende fout van de onervaren gezinsvoogd (hij overhandigde een ongekuiste versie van het contactjournaal aan mijn dochter) kreeg mijn dochter die brief in handen. De wijze waarop jij je over de ex van mijn zoon uitliet… zo denigrerend… zo schadelijk….staat te lezen in jouw ‘zorgpuntenbrief’ die je naar de gezinsvoogd stuurde. Naast vele andere ‘zorgpunten’, lees: beschuldigingen en fantasieën.

Huisarts

Je ging frequent bij de huisarts op bezoek om van hem de uitspraak te krijgen dat onze kleinkinderen “allergisch” waren voor huisdieren. Poezen in dit geval. Zodat óf de huisdieren moesten verdwijnen bij mijn dochter, (je wist inmiddels dat onze kleinkinderen gek waren op die beestjes) óf de kinderen niet meer bij haar konden komen. Jammer voor je. Dat plannetje mislukte. Het bleek dat zij gewoon vaak verkouden waren. Daar zouden ze wel overheen groeien, zei de huisarts. Wél belastend, al deze allergietesten voor onze kleinkinderen.

‘Waargebeurd’

Je maakte de vader van mijn dochter wijs dat zijn dochter aan iedereen verteld zou hebben dat zij op 15-jarige leeftijd door haar vader ‘verkracht’ was. Dat mijn dochter dat aan iedereen verteld zou hebben was voor jou een ‘bewijs’ dat mijn dochter psychische problemen had. Haar vader, die erg van jouw verhaal schrok, vroeg zijn dochter om uitleg en kreeg te horen dat het om een heel ander voorval ging, waar hij niets mee van doen had. Hij vroeg daarna jou weer om uitleg, maar je wilde hem niet te woord staan. Je schreeuwde alleen maar naar hem. Je gaf niet thuis. Jij had gedacht dat je steun van hem zou krijgen in je vernietigingsdrang. Dat viel dus óók alweer tegen. En weerwoord of kritiek of twijfel aan jouw verhalen duldt jij niet. Nog steeds niet. Je schreeuwde tegen hem, dat je heus wel wist dat jouw zoon niet voor onze kleinkinderen zou kunnen zorgen. “Maar als mijn zoon de kinderen niet krijgt, zal ik ervoor zorgen dat jouw dochter de kinderen ook niet krijgt”. Daar zou jij ‘persoonlijk’ voor zorgen. De vader van mijn dochter kan deze uitspraak van jou bevestigen.

Persoonlijke papieren

Je kreeg vrij snel in de gaten dat dit verhaal bij de vader van mijn dochter niet opleverde wat jij beoogde. Je gooide er nog een schepje bovenop. Voordat mijn dochter de gelegenheid kreeg haar persoonlijke eigendommen op te halen in een loods, heb jij zonder haar medeweten in haar persoonlijke documenten zitten grasduinen. Je vond een psychologisch schoolonderzoekje en hebt dat achtergehouden. Met dit schoolonderzoekje heb je getracht officiële instanties te beïnvloeden door dit verslagje aan hen te overhandigen. Mijn dochter was ten tijde van dat schoolonderzoekje 6 jaar oud(!) en net verhuisd. Dit schoolonderzoekje was volgens jou ‘duidelijk bewijs’ dat mijn dochter psychisch niet in orde was. En jij ‘bewees’ jouw opvatting in combinatie met een heleboel andere verzinsels die in het Raadsrapport staan. Dit schoolverslagje werd zelfs gebruikt in het eerste Plan van Aanpak! Gebruikt door een gezinsvoogd die amper een jaar als gezinsvoogd werkte. ‘Hij mocht alles gebruiken’ vond jij….Dit verslagje loopt als een rode draad door alle verslagen en Plannen van Aanpak.

Heimelijk filmen

Je vatte het plan op videobeelden te maken. Deze videobeelden toonde jij aan die personen die daar volgens jou gebruik van konden maken. Een video-filmpje bijvoorbeeld over het onderwerp: gehoorapparaatjes van mijn dochter. Zij had vriendelijk aan jouw zoon per mail gevraagd of hij die kon meenemen naar de overdracht op vrijdag. Zij schreef nog in haar mail dat zij vermoedde dat de apparaatjes op een bepaalde plek in het huis van jouw zoon te vinden waren. Hij zou de apparaatjes meenemen, schreef hij terug. “Ze zijn kwijt!” Dat was de boodschap die jouw zoon in gebarentaal overbracht aan mijn dochter op die bewuste vrijdag, toen zij de kinderen kwam halen voor het geplande weekend. Haar teleurgestelde reactie heb jij op video vastgelegd. “Ik kan je laten zien dat ze hele rare gebaren maakte.” Wonder boven wonder had jouw zoon op zondag de apparaatjes wél bij zich. Nu mocht zij de gehoorapparaatjes wel hebben, vond jij. Jij had je videobeelden te pakken.

Provoceren middels jouw zoon

-Je zette je zoon ertoe aan zich provocerend  te gedragen tijdens de overdrachten. Regelmatig kwam hij zonder opgaaf van redenen te laat. Schoolrapporten van de kinderen ‘vergat’ hij bij de overdrachten. Mijn dochter moest daar herhaaldelijk om vragen. Als mijn dochter verdrietig of boos reageerde was jij blij. Je schreef zelfs naar de gezinsvoogd: “Ik heb weer videobeelden! Als je wilt kan ik ze je laten zien!” Dit alles met de bedoeling de gezinsvoogd duidelijk te maken hoe agressief en emotioneel mijn dochter was. ‘Psychisch niet in orde hoor!’

- Het heen-en-weer-schoolschriftje van onze kleinzoon ‘vergeten’. Jij schreef in dat schriftje ongevraagde, ongewenste en leugenachtige informatie. Informatie over mijn dochter, over onze kleinkinderen en over mensen uit de woon- en leefomgeving van mijn dochter. Toen mijn dochter daar opmerkingen over maakte heb jij ervoor gezorgd dat het schoolschriftje verdween. “Vind ik niet erg,” zei je. “Was niet meer nodig, volgens de gezinsvoogd.” “Kwam alleen maar ruzie van” zei je tegen de juf….

- De kinderen in kapotte, afgedragen, niet passende of vuile kleding te laten overdragen door jouw zoon. En oude, afgedragen kleding te laten meegeven door jouw zoon in de weekend- of vakantie tas. En wanneer mijn dochter daar over ‘zeurde’ bij jouw zoon, stuurde jij foto’s naar mijn dochter om te laten zien hoe ze gekleed waren bij jou thuis. “Zo kan het ook!” schreef je eronder.

- Door zelf luid en duidelijk aanwezig te zijn bij overdrachten, tegen de afspraken in van het toenmalige gemaakte ouderschapsplan. ‘Grootouders laten de overdracht over aan vader en moeder en blijven op gepaste afstand’ Je verzon talloze andere pesterijen. Vlak voor de overdrachten -via agressieve mail- of tijdens de overdrachten. Mijn dochter heeft zich kranig gehouden. Maar daar kon jij niet tegen, want volgens jouw zoon had zij altijd een grote mond bij de overdracht, schreeuwde ze tegen hem, maakte zij rare gebaren, trok ze onze kleinkinderen aan de arm. ‘Dat zag hij en hoorde hij!’(dove zoon) Het beeld van een schreeuwende, agressieve en mishandelende moeder moest intact blijven vond jij. Je mocht immers niet meer filmen van de toenmalige gezinsvoogd, dus schreef je het maar op.

Dat wilde ik dan wel eens met eigen ogen zien. Op een strategische plek, buiten het zicht van jouw zoon, mijn dochter en onze kleinkinderen stond ik te kijken. We ontdekten per ongeluk van elkaar, dat wij, jij en ik, allebei op grote afstand stonden te kijken naar de overdracht. Jij klaagde daar later over bij de gezinsvoogd. Dat ik stiekem stond te gluren. Jij vond het denk ik vervelend dat ik hele andere dingen zag dan ‘jouw zoon’ vertelde.

Je schreef naar de toenmalige gezinsvoogd dat ik mijn dochter ertoe aanzette te schreeuwen en te huilen in de trein, in het bijzijn van haar kinderen en dat ik een gevaarlijke vrouw was.

Misbruik en mishandeling

-Je vond dat je nog te weinig succes had. Het doel werd naar jouw zin niet snel genoeg bereikt. Opeens had jij iets ‘ontdekt dat elke beschrijving tart’. Onder het mom vreselijk bezorgd te zijn over het welzijn van onze kleindochter, heb jij bij officiële instanties zoals de huisarts, kinderarts en het consultatiebureau van onze kleindochter, je angst, je ‘vermoeden’ geuit dat onze kleindochter (de dochter van mijn dochter) mogelijk door haar moeder of iemand uit haar omgeving seksueel misbruikt werd. Jouw kleindochter vertoonde na bezoeken bij mijn dochter ‘zulk vreemd gedrag bij jou en je zoon.’ En wat deed je toch je best om de huisarts en de kinderarts te overtuigen van je gelijk! Je liep de deur plat bij de huisarts. Je eigen kleindochter heb je herhaalde malen laten onderwerpen aan belastende onderzoeken, omdat je vond dat de huisarts geen gelijk had met zijn opmerkingen/adviezen. Jij wist het zeker! Een jaar later (toen je nergens je gelijk kon krijgen) gaf je het op. Je wist te melden -en liet dat opschrijven- dat het ‘seksueel misbruik nu eindelijk was gestopt’! Dit liet je opschrijven vlak na de rechtszitting waarbij de rechter had bepaald dat de kinderen bij jouw zoon gingen wonen.

- Je vertelde uitgebreid aan de instanties dat mijn dochter onze kleinkinderen lichamelijk mishandelde en dat je dit al had gemeld bij het AMK. Mijn dochter kwam daar pas na 16 maanden achter, door met behulp van haar advocaat de medische dossiers op te vragen bij de huisarts, kinderarts en het consultatiebureau. Mijn dochter vroeg die dossiers op, omdat er enkele dingen onduidelijk voor haar waren als het ging om informatie die zij kreeg van onze kleinkinderen en jouw zoon betreffende de vele bezoekjes aan de huisarts. Uit die dossiers bleek dat jij het woord voerde. Wat een indianenverhalen! Welke taferelen zich daar wel niet afspeelden bij de huisarts, volgens jou…Die onze kleinzoon vervolgens zelf ontzenuwde. Ook de verhalen die jij schreef naar mijn dochter over ernstige gezondheidsproblemen van onze kleinzoon werden op navraag van mijn dochter bij de huisarts, door de huisarts zelf ontzenuwd. Hij sprak over ‘een scheef beeld’ dat jij schetste. En zo zijn er talloze voorbeelden van door jouw verzonnen verhalen.

-Gewapend met wattenstaafjes en vergrootglas zocht jij in de vagina van mijn kleindochter naar wormpjes. Je vond blijkbaar dat je dit onderzoek zelf wel kon doen, in plaats van naar de huisarts te gaan. Onze kleinzoon vertelde mijn dochter dat zijn zusje het heel vervelend vond wat je deed. “Zij moest heel hard huilen, mam!” Mijn dochter raakte hier ontzettend van overstuur toen zij het van haar zoon hoorde. Op advies van haar advocaat  protesteerde zij krachtig via mail naar jou en de gezinsvoogd. Het antwoord van de gezinsvoogd luidde dat je ‘het niet meer zou doen, maar dat vader in het vervolg beter naar de huisarts kon gaan’….

-Je hebt mijn dochter ervan beschuldigd dat zij geweld gebruikte, ook tegen jouw zoon. Ze zou hem slaan en zijn auto hebben vernield bij de overdracht, in het bijzijn van onze kleinkinderen. Je hebt aangifte gedaan na vier dagen. Deze aangifte gebruikte je in een rechtszaak. Je verklaarde in die aangifte dat je ‘gerechtigd was’ aangifte te doen ‘omdat hij doof was’. Waarbij je onder andere smeuïg aan de politiebeambte vertelde dat de gezinsvoogd van plan was mijn dochter het gezag af te nemen. Dat mijn dochter de schade wel niet zou willen betalen, ‘maar dan stond het maar vast op schrift’. Je vertelde ook nog in die aangifte ‘dat jij het zelf niet had gezien…’

Diefstal

-Je voerde een huzarenstukje op tijdens een rechtszaak, bij monde van je zoon. Boedelverdeling: Hij beschuldigde mijn dochter ervan een huishoudportemonnee met €600,- te hebben meegenomen. Gelukkig had de rechter in de gaten dat het verhaal rammelde. Jij voelde er namelijk niets voor, na afhandeling van de boedelscheiding en financiën, het geld waar mijn dochter recht op had uit te betalen. Dit gebeurde pas twee en een half jaar later, na veel vijven en zessen, met hulp van onze advocaat. Het moest wel in termijnen, was jouw eis via de advocaat.

Gezag

Omdat je nog steeds je doel niet bereikt had, smeedde je samen met je advocaat en de toenmalige gezinsvoogd (vriendin van de advocaat) plannen om mijn dochter het gezag af te nemen, de omgang met haar kinderen te beperken en de OTS te laten stoppen. De eerste twee punten, gezag en omgang, kreeg je voor elkaar door een Verzoekschrift van jouw advocaat en de gezinsvoogd. De OTS stoppen middels een Verzoekschrift van jouw zoon via de gezinsvoogdij lukte niet…. Je had in dit geval de kinderrechter niet mee.

Geheimen

Mijn dochter heeft nooit geweten dat er bij jou op 33-jarige leeftijd een erfelijke nierziekte was geconstateerd. De kans was groot dat een of meerdere van jouw vijf kinderen dezelfde ziekte zou hebben. Een van jouw dochters bleek op 19-jarige leeftijd diezelfde nierziekte te hebben. Was dat de reden dat jij niet blij kon zijn toen mijn dochter vertelde dat zij in verwachting was? Ik was in de wolken. Ik wist ook niets van deze geschiedenis. Was dat jouw geheim? Niet zo lang geleden werd een niertransplantatie van levensbelang voor jou. Na twee mislukte transplantaties was een derde transplantatie noodzakelijk. Toen jouw kinderen aanboden één van hun nieren af te staan, bleek na onderzoek jouw zoon, de vader van onze kleinkinderen, dezelfde ziekte te hebben. Je zei: “De kans is nu groot dat één van onze kleinkinderen die ziekte ook heeft, maar voorlopig maken we ons geen zorgen. We laten het ook nog niet onderzoeken, want je belast de kinderen daar alleen maar mee. Ook in verband met verzekeringen in de toekomst. Want dan moeten we dat opgeven.” Een bewuste keuze wel of geen kinderen te willen, om daarover te praten met haar man, is mijn dochter onthouden.

Vond jouw zoon het niet belangrijk haar daarover te informeren? Vond jij het niet belangrijk mijn dochter daarover te informeren? Wist jouw zoon dit misschien zelf ook niet? Inmiddels heeft hij nu ook een niertransplantatie achter de rug. Mijn dochter leeft wel met die angst…Door op manipulatieve wijze problemen op te lossen, ze te omzeilen of aan een ander toe te schrijven, verzonnen feiten uit je mouw te schudden en situaties naar je hand te zetten met hulp van goedgelovige of bevriende hulpverleners, vernietig jij anderen hun leven.

Indoctrinatie

Het meest kwalijke van dit alles is dat jij er niet voor terugdeinst onze kleinkinderen en ook jouw eigen zoon te misbruiken voor je eigen doeleinden. Door de kinderen uitspraken in de mond te leggen (soms via je zoon), jouw zoon uitspraken in de mond te leggen via jouw mailberichten en gesprekken met verschillende instanties. Door voortdurend het woord voor je zoon te voeren, zowel mondeling als schriftelijk en zijn naam te gebruiken onder jouw epistels. Want jij weet als geen ander dat hij niet in staat is goed te schrijven of zich duidelijk uit te drukken. Je bent doodsbenauwd om hem zonder jouw aanwezigheid zelfstandig te laten communiceren met instanties. Anderen zullen dan merken dat hij eigenlijk niet in staat is zijn eigen gedachten en meningen te formuleren. Dat hij niet in staat is zelfstandig jouw leugens over te brengen. En dat hij vragen niet begrijpt. Kort samengevat, dat hij feitelijk niet in staat is zonder zijn moeders hulp te functioneren, omdat hij volkomen afhankelijk is gemaakt.

Psychologisch onderzoek

De gezinsvoogd twijfelde op zeker moment aan de verstandelijke vermogens van mijn dochter en vond het raadzaam mijn dochter deel te laten nemen aan een agressie-regulatie training. Mijn dochter heeft zich psychologisch laten onderzoeken. Mijn dochter werkte namelijk altijd mee met de gezinsvoogd uit angst haar kinderen te verliezen. Het onderzoek wees uit dat zij normaal begaafd is. Haar psychische gesteldheid is in orde. Uit het onderzoek kwam ook naar voren dat zij niet agressief was en niet in aanmerking kwam voor een ‘agressie-regulatie’ training.

Mijn dochter is inmiddels wel allergisch geworden voor jou, je zoon en de deskundige gezinsvoogden/jeugdhulpverleners die jullie zo makkelijk aan je kant krijgen. Zo ‘lipleest’ mijn dochter via onze kleinkinderen veel negatieve uitspraken van jou over haar. Negatieve uitspraken over haarzelf en haar familie. Deze uitspraken noteerde mijn dochter en stuur deze op naar haar advocaat. Niet naar jouw zoon. Heel af en toe gaf haar advocaat het advies toch enige uitleg te vragen over die uitspraken aan jouw zoon of aan de gezinsvoogd/jeugdhulpverlener. Als de uitspraken te vreemd waren of te kwetsend… zeker uit de mond van kinderen. Je vraagt je af waarom mijn dochter zo weinig daarover gemaild heeft naar jouw zoon? (Lees: jou)

-Omdat mijn dochter beslist niet wilde dat de kinderen daar problemen door zouden krijgen.
-Omdat zij wist dat niet jouw zoon antwoord gaf. Jij beantwoordde haar mail.
-Omdat zij zelden of nooit antwoord kreeg op haar vragen van de gezinsvoogd/
 Jeugdhulpverlener.
-Omdat, wanneer het belangrijk genoeg was om te melden aan jouw zoon, er altijd schrikbarend veel mail op volgde. Frustrerende mail voor mijn dochter, met beschuldigingen en insinuaties aan het adres van mijn dochter of haar familie. Mail van jou afkomstig...

Bovenstaande is slechts een kleine greep uit jouw grote arsenaal van  pesterijen, frustrerende acties, dreigementen, provocaties, leugens en verdachtmakingen. Kun je je nog herinneren dat je naar mijn dochter schreef: “Al is de leugen nog zo snel….?”

Geduld?

Jij zelf hebt tien jaar geleden een keer telefonisch tegen mij gezegd dat wanneer jij iets als een probleem ervaart, je dat het liefst gisteren nog opgelost wilde zien op jouw manier. Omdat je ‘te weinig geduld had’ zei je en ‘je zoon had nog minder geduld’. Je noemde dat een ‘vervelend karaktertrekje’ van jezelf. Jij had dat inmiddels wat ‘beter onder controle’ zei je nog.‘Je was ouder en wijzer geworden. Jouw zoon moest dat nog leren,’ zei je. Niet lang daarna besloot je de problemen tussen jouw zoon en mijn dochter -het waren nota bene  jouw problemen niet eens- op te lossen op jouw geduldige manier. Jij gaf hen niet eens de kans en de tijd het samen op te lossen met hulp van maatschappelijk werk en/of relatietherapie. Inmiddels ervaart mijn dochter nu bijna tien jaar lang hoe geduldig en wijs jij iets wilt en kunt oplossen.

Wat is jouw probleem ‘collega- oma’? In wiens belang handel je? Welke normen en waarden hanteer je en wie wil je beschermen?

Dossiers en Plannen van Aanpak

[Uitspraken van de gezinsvoogd opgetekend in haar laatste Evaluatie OTS.]

“Vader heeft sinds dat de intensieve begeleiding vanuit P. (organisatie) en de verbeteringen ten aanzien van het contact en communicatie tussen moeder, haar advocaat en de gezinsvoogd, een achterdochtige houding. Hiermee voedt hij de strijd tussen moeder en hem, maar dit zorgt tevens voor een negatieve houding in de samenwerking tussen hem en de gezinsvoogd.”

“Vader gedraagt zich sinds hij het gezag heeft provocerend naar moeder in zijn mail. [1] Vader is niet in staat zelfstandig conflicten op te lossen.[2] Vader voedt de strijd.” (…) “Vader werkt goed samen met de gezinsvoogd.”
“Daarnaast is het zo dat hij nu alleen belast is met het gezag. Dit resulteert soms in een provocerende houding”

Oeps! Het zal je maar gezegd worden over je zoon. Woedend was je! Had de gezinsvoogd misschien gelijk? Ging het over je zoon of eigenlijk over jou? Je schreef daarna mails die nog feller waren. Dit was nadat de gezinsvoogd haar dossier overdroeg aan de ‘jeugdhulpverlening in het vrijwillig kader’ met de nodige adviezen en afspraken die zij als voorwaarden stelde. De gezinsvoogd vertelde bij de rechter dat OTS niet meer nodig was, omdat de situatie sterk was verbeterd. De rust was weergekeerd, zei ze. Bofte jij even. Nieuwe toehoorders! Je kon weer voluit je gang gaan. Je zette de oude lijn voort met maar één doel voor ogen:  Mijn dochter frustreren om zo het contact tussen mijn dochter en haar kinderen proberen te verbreken. Je zoon hield zich na de overdracht nog minder aan de gemaakte afspraken en gedroeg zich zo mogelijk nog provocatiever. De nieuwe begeleiders lieten zich braaf door jou informeren. Jij voorzag hen van rapportages en dossiers van weleer, uit de jaren voordat de OTS werd afgesloten. Jij legde aan hen uit hoe ze de dossiers en rapportages moesten lezen en interpreteren, want jij had intensief contact gehad met de vorige gezinsvoogden.

[1]“Vader gedraagt zich sinds hij het gezag heeft provocerend naar moeder in zijn mail.” schreef de gezinsvoogd.

‘Zijn’ mail was dat al van begin af aan…..Zijn mail, zijn weekverslagen…. Het staat bol van de insinuaties, verkeerde of halve informatie. Vragen van mijn dochter over haar kinderen werden genegeerd of in de vorm van een beschuldiging beantwoord. Denigrerende uitlatingen waren aan de orde van de dag. Er werden en worden klinkklare leugens verteld over en tegen mijn dochter, over en tegen onze kleinkinderen. Uit de mails bleek dat jij onze kleinkinderen zo uithoorde en doorzaagde over de doorgebrachte tijd bij mijn dochter, dat zij zelf niet meer wisten wat hun moeder nu wel of niet gedaan of gezegd had. Je interpreteerde hun verhalen, kleurde wat bij, voegde er wat aan toe, haalde er wat van af…. Gaf het door aan je nieuwe toehoorders. Op een heimelijke en listige wijze voorzag jij de gezinsvoogd (nu vervangen door het sociaal wijkteam) met je voorgewende oprechtheid van de meest walgelijke informatie en verhaaltjes. Briefjes en tekeningen van onze kleinkinderen. Informatie over wat mijn dochter allemaal gezegd en gedaan zou hebben. Je vertelde hen wat “de verwachtingen en wensen waren van jouw zoon en onze kleinkinderen” betreffende mijn dochter en de toekomst. Persoonlijk contact tussen mijn dochter en jouw zoon wordt door jullie angstvallig vermeden. ‘Vanwege het verleden’ wordt er gezegd in een mail van het sociaal wijkteam, onlangs verstuurd aan mijn dochter. ‘Ter bescherming van de kinderen’.

Hulpverlening

Hoe sommige gezinsvoogden/jeugdhulpverleners werken? Hoe het systeem van jeugdzorg werkt? Ach, de media staan bol van hun werkwijze, van hun zogenaamde deskundigheid. Jullie zijn elkaars evenknie.

Ik zet hier een paar uitspraken voor je op een rij waar mijn dochter de afgelopen jaren mee werd geconfronteerd. Uitspraken van jou, je zoon en de gezinsvoogd(en) jeugdhulpverlening.

        Moeder mishandelt haar kinderen
        Seksueel misbruik van haar kinderen, door moeder of iemand in haar
          omgeving.
        Moeder steelt
        Moeder wordt geslagen door haar vriend (?!)
        Moeder is onbereikbaar als zij het niet eens is met de jeugdhulpverlening
        Moeder filmt de overdrachten
        Moeder stelt eisen aan de gezinsvoogd
        Moeder accepteert geen hulpverlening van jeugdhulpverlening
        Moeder zoekt geen psychologische begeleiding t.a.v. haar
acceptatieproces omtrent de  woonplaats van de kinderen, n.l. bij
vader. (Zij heeft maatschappelijk werker en een psycholoog)
        Moeder moet onderzocht worden op haar verstandelijke vermogens
        Moeder gebruikt fysiek geweld naar vader in het bijzijn van de kinderen
        Moeder is afhankelijk van oma (mz)
        Moeder is psychisch labiel
        Moeder komt de afspraken niet na die gemaakt zijn in het
ouderschapsplan. (Lees vader, waar mijn dochter al regelmatig over heeft
willen spreken met de gezinsvoogd. De gezinsvoogd doet het af met: ‘Jij accepteert niet dat de kinderen bij vader wonen.’ Of: ‘Ik heb vader niet aan een touwtje.’ Of: ‘Ik zal het bespreken met hem’…)
        Moeder weigert te antwoorden op vragen van de jeugdhulpverlening
        Moeder legt haar kinderen geheimen op (Wat wordt er in vredesnaam
bedoeld? Geheime kookrecepten?!)
        Moeder indoctrineert de kinderen
        Moeder liegt tegen jeugdhulpverlening
        Moeder is agressief .

[2] “Vader is niet in staat zelfstandig conflicten op te lossen.”

Jouw zoon is nooit zelfstandig geweest. Al sms’ent naar zijn moeder, voor-tijdens en na zijn huwelijk, tot op de dag van vandaag laat hij alles door jou voor hem inrichten, oplossen en regelen. Problemen op zijn werk vroeger, gokproblemen, alcoholproblemen, problemen met onze kleinkinderen vroeger en nu, problemen met mijn dochter….Vroeger en nu….Niets loste hij zelf op. Zou de vroeggeboorte van jouw zoon met de daarbij opgetreden complicaties tijdens de bevalling -zoals jij beschreef aan de RvdK- naast zijn auditieve beperking, nog andere blijvende schade hebben aangericht?

Negeer het maar…

Slechts één keer heeft mijn dochter gedurende een korte periode een doortastende, heldere, vervangende gezinsvoogd gehad. Deze gezinsvoogd vond dat de houding van jouw zoon ten opzichte van mijn dochter ‘zwaar over de schreef’ ging. Binnen drie dagen had jouw zoon een schriftelijke aanwijzing aan zijn broek. Even waande mijn dochter zich in de hemel. Even dacht zij dat het tij nu eindelijk zou keren…. Dat ze eindelijk gehoord en geholpen zou worden, maar helaas bleek haar geluk van korte duur. Toen deze gezinsvoogd weer uit beeld was, kwamen jouw mails weer binnenstromen. Mails van het oude kaliber.

Op advies van advocaten en hulpverleners heeft mijn dochter al die jaren heel veel genegeerd, gepikt van jou en van Jeugdzorg. Een tijd geleden gaf zij aan geen mail meer te willen ontvangen van jou. In de hoop wat rust te krijgen. Dat bleek ook niet naar je zin. Je wilde met haar spelen… zoals een roofdier met zijn prooi. Je wilde heel graag reactie van je prooi. Je verzon weer andere middelen. Je gaat gewoon door, maar nu met gebruik van ‘wat de kinderen zeggen’, via de Jeugdhulpverlening, want je past je strategie aan al naar gelang het soort hulpverleners waar je mee te maken hebt.

De jeugdhulpverlening maakt zich zorgen om de kinderen, want ‘de kinderen zeggen’…. Ik gebruik niet langer de term gezinsvoogd, maar jeugdhulpverlening. Sinds 2015 en de veel besproken Transitie hebben we nu te maken met het Sociaal Wijkteam. Eigenlijk is er geen verschil in de werkwijze van jeugdhulpverleners/jeugdzorg vóór of na de Transitie, behalve dat het nu nog onduidelijker is wie de regie voert in een casus.

Je zoon en jij boffen maar met zo’n hulpverlening. Mijn dochter schoot wel eens uit haar slof tijdens gesprekken met hulpverleners wanneer ze geen gehoor vond voor haar klachten en zorgen. Wanneer zij weer allerlei beschuldigingen op haar bordje neerlegden. Mijn dochter had kritiek op hen en werd wanhopig. Ze voelde zich machteloos en was bang. En die angst/ boosheid werd braaf opgetekend tijdens die gesprekken met de gezinsvoogd. ‘Moeder is emotioneel’, ‘Moeder reageerde agressief’. Volgens de regels van het ‘wetboek’ van jeugdzorg is het zwaarste vergrijp waaraan iemand zich schuldig kan maken…. Kritiek uiten op Jeugdzorg! Maar ik begrijp haar heel goed, na zoveel jaar van agressie, pesterijen, leugens en beschuldigingen van jullie kant. Nu braaf overgenomen door de zelfbenoemde deskundigen van het wijkteam. ‘Want de kinderen zeggen’… is nu de nieuwe mantra.

Mijn dochter is doof. Jeugdzorg ook. Deze instelling blijkt niet te kunnen/willen horen, lezen of schrijven. Blind voor de ziekmakende onderliggende dynamiek in een conflict en juist gehoor gevend aan de stoker/intrigant. Jeugdzorg ontwijkt, geeft nauwelijks of geen antwoord op schriftelijk gestelde vragen van mijn dochter. Zijn die wellicht te confronterend voor hen? Daar spin jij garen bij. En dat jouw zoon ook doof is, letterlijk maar vooral figuurlijk, was al heel lang bekend. Alles laat hij aan jou over. Jammer dat Jeugdzorg dat niet wil zien, horen of weten.

Zijn onze kleinkinderen ook zo gelukkig met de huidige situatie? In tegendeel, zij staan onder druk bij jou, net als je zoon. Hoewel jij daar anders over zult denken. Jij weet immers wat het beste is voor onze kleinkinderen. Jij hebt altijd gelijk. Jij bent degene die weet hoe in het belang van jouw kleinkinderen met hun moeder en met de andere oma moet worden omgegaan. Jij weet toch ook wat het beste is voor hun vader?

Psycholoog

Ik heb je handelwijze, je uitspraken, de manier waarop jij blijft manipuleren en ageren, de hele wijze waarop je jezelf manifesteert ten koste van anderen, voorgelegd aan mijn eigen psycholoog, want ik zat er doorheen. Ik liet hem regelmatig jouw mails lezen en Plannen van Aanpak. Hem heb ik verteld wat er allemaal gebeurde. Ik informeerde hem over het wel en wee van mijn dochter, mijn kleinkinderen en mijzelf. Ik vroeg hem op welke wijze mijn dochter en ik de kleinkinderen konden helpen of ondersteunen. Hoe wij onszelf moesten helpen. Hoe wij met jou moesten omgaan…Mijn psycholoog voorspelde de huidige situatie. Als niemand zou ingrijpen….. als niemand je zou stoppen…. Hij heeft een beschrijving  gegeven van mensen zoals jij. Hij heeft gelijk gekregen. Niemand heeft jou gestopt…. Jij laat je niet stoppen. Jij zult doorgaan tot aan je dood.

Situatie nu: Separeren, isoleren en elimineren

De kinderen mogen mij, als jij je zin krijgt, nooit meer zien. ‘Ik heb een verschrikkelijk negatieve invloed op mijn dochter en haar kinderen. Ik praat negatief over hun vader en zijn familie en over de jeugdhulpverlening.’ Dit wordt bevestigd door ‘de kinderen’ staat in een verslagje. Een verslagje van een telefoongesprek tussen onze kleindochter en de jeugdhulpverlening. In dat telefoongesprek werden kwalijke dingen verteld door onze kleindochter over de vakantie bij mijn dochter. Dat telefoongesprek tussen mijn kleindochter en de jeugdhulpverlening vond plaats bij jou thuis…Wiens brood men eet, diens woord men spreekt?  “We adviseren dringend daar niet met je dochtertje over te spreken” was het advies van de jeugdhulpverlening aan mijn dochter. Mijn dochter en ik mochten trouwens nooit iets met de kinderen bespreken. Vragen van de kinderen mochten we niet beantwoorden. Op de vraag van mijn dochter, in een mail aan het wijkteam wat er toch in godsnaam gebeurd zou moeten zijn tijdens de vakantie, kreeg ze geen rechtstreeks antwoord. ‘Dat zou ze wel horen in het gesprek met de kinderen dat nog zou komen…’ Overvaltechniek? 
De omgang met mijn dochter moet wel weer opgestart worden, vinden de huidige begeleiders. Dat hadden zij mijn dochter inmiddels gemaild voor het gesprek. Zij heeft de kinderen al vier maanden niet meer gezien, sinds de zomervakantie. “Het contact moet hersteld worden.” “De kinderen willen moeder dolgraag zien.” Daar baal jij stevig van. Jij schreef in een mail aan mijn dochter, één dag voordat ‘het gesprek’ met de kinderen en mijn dochter plaatsvond, dat de omgangsregeling met mijn dochter stopgezet moest worden. Je zette weer de naam van je zoon eronder. De eerste mail na twee en een half jaar…

Ik denk dat de huidige begeleiders en jouw advocaat in de gaten kregen dat het niet zomaar kon, wat jij schreef. Had jouw advocaat je gewaarschuwd dat dit alleen via de rechter kon? En dat de rechter dan ook de kinderen wilde horen? Dat risico durfde je niet te lopen. Mij kon de omgang met de kinderen wel geweigerd worden zonder een rechtszaak. Mijn dochter niet. Er kwam diezelfde dag een tweede mail. Met een kleine correctie, ‘verduidelijking’ noemde je het. Voor de begeleiders, maar ook voor mijn dochter. De kinderen mochten mij niet meer zien. Het lag allemaal aan mij, maar ook wel enigszins aan mijn dochter…

Het gesprek vond plaats in een kantoorruimte, op neutraal terrein. Een face to face gesprek met mijn dochter. In het bijzijn van jeugdhulpverlening, twee man sterk. Pedagogische ‘aanvoerders’ tijdens het gesprek. Mijn dochter wist van tevoren niet wat er gezegd zou worden door haar kinderen. Ze wist wel dat de kinderen ‘iets kwijt wilden’. Dat zij wensen hadden. En toen kwam jouw aap uit de mouw! Oma werd in dat gesprek tot op het bot afgebrand door haar kleinkinderen. Na een heerlijke en gezellige vakantie met verwennerijen, uitstapjes en uren spelletjes spelen met elkaar. Mijn dochter schrok zich wild. Ze was overstuur, maar mocht nergens op reageren. Ze mocht het alleen maar aanhoren. Onze kleinkinderen huilden toen zij hun verhaal vertelden. Over de geslaagde vakantie spraken zij niet. Uiteraard mocht ik niet bij het gesprek aanwezig zijn. Dat was ‘te bedreigend voor de kinderen’ zeiden de pedagogen.

Nu ben ik dus aan de beurt in jouw plannen. Jouw doel is tweeledig. Ten eerste een poging het contact tussen mijn dochter en mij te saboteren. ‘Je moet je loskoppelen van je moeder, want anders….’ Ten tweede, het contact tussen mij en de kleinkinderen proberen te verbreken. ‘Je moeder mag geen contact meer hebben met de kinderen, want anders…’. Jeugdhulpverlening neemt die uitspraak en bedreiging van jou over. In het belang van onze kleinkinderen en om hen te ‘beschermen’. Jammer voor jou, maar je kunt het contact dat ik heb met mijn dochter niet verstoren. Wij zijn te close met elkaar. We houden van elkaar. Daar komt niemand tussen, zelfs onze kleinkinderen niet, die jij als chantagemiddel inzet.

Vanzelfsprekend vind ik het contact tussen mijn dochter en haar kinderen het allerbelangrijkste. Misschien zal ik mijn kleinkinderen straks door jouw toedoen niet meer zien of spreken. In het belang van mijn dochter en het contact tussen haar en haar kinderen, wordt ik gedwongen het contact met mijn kleinkinderen op te geven. Mijn dochter en ik zien dit als een haast onafwendbare realiteit, zoals de ‘hulpverlening’ tot nu toe verloopt. Maar wij zullen dat offer brengen voor de kinderen. Of onze kleinkinderen dat ook zullen accepteren is een ander verhaal. Mijn kleinzoon riep huilend naar me toe en zei: “Dag oma!’…toen ik mijn dochter opwachtte na dat bewuste gesprek. Onze kleinkinderen  waren zo verdrietig… Jij zag en hoorde dat. Jij zat te wachten op onze kleinkinderen. Ik ben bang dat het weer niet naar je zin was, wat je zag en hoorde... Jouw zoon was in geen velden of wegen te bekennen. Hij was thuis en liet zijn kinderen na zo’n intens moeilijk gesprek aan zijn moeder over...

“Het is maar dat het op schrift staat”…

Deze uitspraak van jou staat in je aangifte bij de politie. Mijn dochter en ik hebben ook alles op schrift. Ook de sms’jes en kaarten van- en naar de kinderen. De skype-gesprekken, foto’s, jouw mails, dossiers, enz. De cadeautjes en gedichtjes die de kinderen voor mijn dochter en mij maakten worden zorgvuldig bewaard. Evenals de filmpjes en foto’s van de uitstapjes, vakanties, weekenden, verjaardagen…Wij ‘zullen door het lint gaan’. De finish bereiken. Hoe dan ook…. Zonder de kinderen iets kwalijk te nemen.

Een boek waardig! En dat boek komt er. In dat boek gebruiken we gefingeerde namen, uit respect voor onze kleinkinderen. De feiten en gebeurtenissen vanaf het begin zullen duidelijk herkenbaar zijn voor velen in jouw en mijn omgeving. Waarschijnlijk niet herkenbaar voor jou. Jij herkent en beleeft alleen jouw eigen verhaal, jouw eigen werkelijkheid. Jij hebt jouw verhaal trouwens al laten optekenen. Het staat al op papier. Al tien jaar schrijf jij jouw verhaal, jouw werkelijkheid. Verzinsels ontsproten uit jouw brein. Het is weliswaar niet in boekvorm verschenen, maar heeft de vorm aangenomen van dossiers, mails en Plannen van Aanpak. In samenwerking met jouw gewillige ‘co-schrijvers’. In al die verslagen van de jeugdhulpverleners waarin staat ‘wat de kinderen zeggen’ klinkt jouw stem, jouw onderhuidse invloed die leidt tot scheiding en verdriet. Besef je wel dat onze kleindochter nu al een persoonlijkheidsstoornis aan het ontwikkelen is? De jeugdzorghulp is in dergelijke gevallen bekend; ze mag ‘tot rust komen’ afgesneden van een deel van haar familie tot haar achttiende jaar. Ik zal met hulp van wie dan ook en op wat voor manier dan ook, zolang als het zal duren de integriteit van mijn dochter en mij en van onze familie herstellen. Ik ga door. Ik verdwijn niet, ik verander niet, maar leef mijn leven. En ik blijf intens veel van onze kleinkinderen houden. Onze kleinkinderen zullen te zijner tijd begrijpen wat jij hebt aangericht in hun leven, als ze op volwassen leeftijd zelfstandig onderzoek kunnen doen naar hun jeugd en familiegeschiedenis.

Groeten van,

Een oma,

die dankzij jou en de bereidwillige medewerking van ’Jeugdhulpverlening in vrijwillig kader’ haar kleinkinderen voorlopig niet meer kan zien of spreken.

PS. Nog even een ‘kleinigheidje’

De laatste stunt die jij onlangs uithaalde met onze kleinkinderen was dat je ze vertelde dat jij wel een huis wilde kopen voor mijn dochter… “Dan kunnen we de helft van de week bij jou wonen mam!” Dit sms’te onze kleinzoon naar mijn dochter. Hij was zo blij dat hij haar dit kon vertellen. Vlak daarna kregen we het wurgcontract van jouw advocaat met ‘door de cliënt aangescherpte eisen’ waarin mijn rol in het leven van de kleinkinderen voorgoed wordt weggesneden.
Wilde je goede sier maken bij de kleinkinderen, door te laten zien hoe aardig je bent voor hun moeder? Goede sier maken bij mijn dochter? Bij het sociale wijkteam? Wist jouw zoon daar eigenlijk van? Jouw zoon die mijn dochter nooit meer wil zien, niet met haar wil praten, geen contact met haar wil hebben? Wie wil jij hier voor de gek houden? Ons houd jij niet meer voor de gek. Maar dat jij de kleinkinderen voor de gek houdt op deze manier, om een goede indruk te maken op anderen, laat zien dat wat werkelijk in hun belang is, jou niet in het minst interesseert.

[Bovenstaande feiten zijn te vinden in onderstaande documenten/bronnen, gecontroleerd en bevestigd door de redactie van Dark horse]

Raadsrapport
Medische dossiers
Contactjournaal
Aangifte politie
Plannen van Aanpak en verzoekschriften gezinsvoogd(en)
Beschikkingen rechtbank(en)
Ouderschapsplannen
Mailwisseling
Foto’s
Apps van de kinderen.