woensdag 1 maart 2017

Schaf de OTS af


De meest nutteloze maatregel van de jeugdhulpverlening is de zogenaamde ondertoezichtstelling, voor ouders wiens kind in gevaar is en waar hulp nodig is in het gezin. Ouders die hier niet vrijwillig mee instemmen kunnen via de rechter onder toezicht worden gesteld, zodat zij gedwongen worden de hulp te accepteren. Werkt de hulpverlening niet onder OTS (of komt de hulp niet op gang) dan kan de ondertoezichtstelling met een jaar verlengd worden. De Gecertificeerde Instelling ontvangt voor een jaar OTS rond de € 8.000,- en verdient al jaren geld aan gezinnen vaak zonder dat er effectief hulp wordt geboden voor dit bedrag (per kind, per jaar!)

Perverse prikkels

In het verleden kwam het voor dat jeugdzorg ouders voorstelde vrijwillig te tekenen voor een OTS omdat er ‘anders geen hulp kon worden geboden’ in het gezin. Het was goedkoper voor ze om het zo te doen, omdat ze vrijwillige hulp uit eigen zak moesten betalen en daardoor hun budget zou slinken. Dit werd een ‘perverse’ financiële prikkel genoemd en na de Decentralisatie is die prikkel verwijderd, al blijft hij nog steeds bestaan voor gesloten plaatsingen. Er worden kinderen vrijwillig gesloten geplaatst zodat de bedden in de instelling bezet blijven en de sector geen verlies lijdt door leegstand. De kinderen leven in een regime van gesloten plaatsing, terwijl de rechter hier geen opdracht toe heeft gegeven. De vraag is wat er gebeurt als ouders hun kind daar weer vandaan willen halen. Hoeveel instellingsbelang moeten zij dan bevechten?

Welk toezicht?

Wat de ondertoezichtstelling betreft waarbij kinderen nog gewoon thuis wonen en de gezinsvoogd een aantal keer per jaar haar gezicht laat zien, daar rijst bij mij altijd de vraag welk ‘toezicht’ men eigenlijk bedoelt? Het komt mij voor dat iedere vorm van hulp die in de thuissituatie kan worden geboden in het vrijwillige kader tot stand kan komen, want als de gezinsvoogd zes keer per jaar aanwezig is hoe strak wordt het gezin dan eigenlijk gevolgd en hoe erg is het kind dan in gevaar? Ondertoezichtstelling betekent in de praktijk dat de gezinsvoogd meestal niet aanwezig is in het gezin. Het grootste deel van de tijd let er niemand echt op en is er een interventie of een wachtlijst voor een interventie en hoopt men daar iets mee te bereiken. In het verleden waren de ontwikkelingsdoelen vaak erg vaag, zodat onduidelijk was wat er precies van ouders werd verwacht onder OTS. Ze moesten vooral niet tegenwerken, want dan werd de OTS verlengd of kon het kind uit huis geplaatst worden.

Het OTS-geld opeisen

Advocaat Jan van Ruth stelde voor om voor iedere dag dat er geen hulp werd geboden in het gezin, maar jeugdzorg wél het geld opstreek voor ondertoezichtstelling, de GI aangeklaagd moest worden om dat geld op te eisen. Nu lijkt mij een geldbedrag verschaffen om hulp te organiseren die wéér geld kost al vanzelfsprekend een vreemde constructie, maar dat hebben ze twintig jaar zo gedaan. Het idee was dat alles geld moest kosten en dat alle papiertjes juist moesten worden ingevuld. Resultaten legden het af tegen procedures en daarom ging voor jeugdzorg altijd alles goed, ook als alles fout ging. Hulp kon niet mislukken, want dan kon de OTS gewoon verlengd worden voor wéér € 8.000 per kind per jaar of anders een uithuisplaatsing. Het is merkwaardig dat je een kind uit huis kan halen als de hulpverlening niet werkt, omdat dit in wezen niets zegt over de veiligheid van het kind. Gevaar voor het kind en hulpverlening die wel of niet werkt zijn twee gescheiden zaken. Het verband dat constant tussen de twee gelegd wordt is een automatisme in de hoofden van hulpverleners en beleidsmakers. In theorie kan een kind jarenlang thuis wonen met falende hulpverlening, zonder dat het kind echt in gevaar is.

Machtstrijd

Ik zie niet in hoe ‘pedagogische verwaarlozing’ zou kunnen escaleren tot een uithuisplaatsing, zoals door de jaren heen talloze malen gebeurd is. Vaak gaat het over een ordinaire machtstrijd tussen de gezinsvoogd en de cliënt die ervoor zorgt dat er zwaardere maatregelen worden genomen. Het heeft in de meeste gevallen niets te maken met de veiligheid of de hulpvraag, maar met jeugdzorgwerkers die er vanaf willen. Onwillige cliënten zijn gewoon niet leuk om mee te werken, dus gaat men na verloop van tijd opschalen. Zo verklaar je ook het commentaar van de teamleider jeugdzorg die op de vraag van een gezinsvoogd of ze voor de rechter ook niet de positieve dingen moesten benoemen over het gezin, antwoordde ‘Nee, daarvoor gaan we niet naar de rechter!’ Met andere woorden, de beslissing is genomen en men is er klaar mee. De rechter wacht enkel op de voorzet van jeugdzorg en schiet de maatregel erin. Doelpunt!

Kind dood ‘onder toezicht’

Bij veel gezinsdrama’s hebben we gezien dat er een ondertoezichtstelling was uitgesproken en dat bijvoorbeeld een psychiatrische moeder zonder kleding door de Aldi supermarkt liep.(1) De jeugdbeschermers zouden ingrijpen met uithuisplaatsing ná het weekend (in het weekend zijn ze gesloten), maar toen was het kind al dood. Zo effectief is een ondertoezichtstelling. Iedereen danst er omheen, maar niemand weet uiteindelijk wanneer het fout gaat. Voor hetzelfde geld duurt de OTS nog jaren en gebeurt er niets, zoals in de meeste gezinnen, maar dat komt omdat de meeste ouders ook niet zo gek zijn dat ze naakt door een supermarkt lopen. Wat voor nut heeft een ondertoezichtstelling bij ouders die echt gek en/of gevaarlijk zijn en wat voor nut heeft het voor ouders die helemaal niet gevaarlijk zijn? In beide gevallen luidt het antwoord hetzelfde, niets!

Kind terugverdienen

Een ondertoezichtstelling is een flutmaatregel die moet dienen voor het opleggen voor het soort hulp dat eigenlijk vrijwillig behoort te zijn. Dat vraagt dus betere communicatievaardigheden aan de kant van de hulpverleners en meer overtuigingskracht zonder juridische dreiging. Is het kind niet wezenlijk in gevaar dan hoeft ook nergens mee gedreigd te worden en is het kind wel acuut in gevaar dan kan onmiddellijk de gang naar de rechter gemaakt worden. Het is niet nodig om eerst met een jaar OTS in het gezin rond te neuzen voor een waslijst aan kleine beschuldigingen die bij elkaar opgeteld een uithuisplaatsing waard zijn. Plaats een kind direct uit huis als het ernstig in gevaar is en bewaar de OTS voor de periode daarna. Als ouders van de drank of alcohol afgekickt zijn, psychiatrische hulp krijgen, uit een gewelddadige relatie bevrijdt zijn en zichtbaar hun leven weer op de rails hebben, dan kunnen ze hun kind terugverdienen in een bepaalde periode van ondertoezichtstelling. Maar dan moet er wel scherper toezicht worden gehouden dan nu gebeurt met deze slappe maatregel. De veiligheid van het kind moet daadwerkelijk de hoogste prioriteit hebben en men dient dag en nacht bereikbaar te zijn. Niets mag worden afgeschoven op wachtlijsten, vakanties, vrije dagen en dergelijke.

Modieuze interventies

Bij situaties waar er voor het kind geen acuut gevaar is hoeft er geen ondertoezichtstelling te worden aangevraagd. Wil het met de nodige overredingskracht niet lukken om de ouders aan vrijwillige hulp te laten deelnemen dan laten de hupverleners het gezin gewoon met rust. Dan trekken zij zich terug en accepteren hun verlies. Kinderen zijn niet gebaat bij boze ouders die een hekel hebben aan de gezinsvoogd en de opgelegde maatregelen. De stress en ellende die dat geeft heeft al meer kinderen beschadigd dan goed gedaan. Halve hulp bieden is geen hulp. Ingrijpen in een gezin moet met grote overtuiging gebeuren en op goede gronden en niet op basis van een speurtocht van een jaar naar ‘zorgelijke signalen’. Als die signalen niet meteen zichtbaar zijn moet men een betere bril opzetten aan het begin van het traject. Veel interventies werken niet, omdat er een standaardprogramma wordt afgedraaid. De ene keer is ‘mediation’ in de mode en dan weer het ‘gezinsplan’. Over de toepasselijkheid ervan wordt niet eens nagedacht, want men werkt gewoon de lijstjes af. Tegenvallende resultaten zijn een ‘bedreiging’ voor het kind en zo heeft jeugdzorg altijd gelijk. Schaf de OTS af, want het is een loze maatregel die vooral geschikt is voor incompetente hulpverleners.  

Sven Snijer 



https://www.jeugdinspecties.nl/documenten/doc_201662010568_631.pdf