vrijdag 11 september 2015

Arabische barmhartigheid

Soms zegt één beeld meer dan duizend woorden en daarmee doel ik niet op de foto van het verdronken drie-jarige jongetje Aylan op het strand van Bodrum dat de hele wereld over ging als tranentrekkend symbool van de Syrische vluchtelingenstroom.(1) 

Het beeld waar ik het over heb is van het CNN-programma van Christiana Amanpour dat het exacte aantal vluchtelingen liet zien dat door Saoedi-Arabië en de golfstaten wordt opgenomen als gevolg van de oorlog in Syrië, te weten nul komma nul. En dat is niet omdat de landen in die regio zo armlastig zijn, want Qatar en de Verenigde Arabische Emiraten behoren tot de rijkste landen van de wereld en ook ruimtegebrek kan voor een land als Saoedi-Arabië bepaald geen probleem zijn. Nee, een woordvoerder van Kuwait vertelde heel duidelijk dat ze in zijn land niet zitten te wachten op getraumatiseerde mensen of etnische conflicten door al die verschillende vluchtelingen toe te laten. Een lesje in Arabische barmhartigheid…

 

Europese Samaritanen

Terwijl Europa zijn best doet om juist zoveel mogelijk getraumatiseerde mensen hierheen te halen, maar volgens verschillende Nederlandse immigratiedeskundigen er in ons land een veel slechtere situatie is ontstaan voor de integratiekansen van vluchtelingen dan tien jaar geleden(2) (ze moeten het nu vaak zelf uitzoeken met werk) kijken de Nederlanders voor een groot deel het liefst niet verder vooruit dan een periode van drie weken, voor hun bijdrage aan een probleem van wereldformaat. Niet de oorzaken van de totale instabiliteit in de regio en de nooit eindigende stroom van asielzoekers als we op de huidige voet doorgaan hebben hun aandacht, maar hoeveel zolderkamertjes of tuinhuisjes we beschikbaar hebben in ons kleine kikkerlandje om de mensen die er nu aankomen te helpen. Wie iets heeft meegekregen van de Eckart-Tolle achtige New Age-ideeën (of de filosoof Bergson) over het heden, weet dat we altijd in het NU leven en dat de vluchtelingenstromen die volgend jaar Europa binnenkomen ook weer ‘nu’ geholpen moeten worden, want ‘nu’ houdt natuurlijk nooit op. En dat is wat mensen met wat meer rationeel vermogen constant aan de emo-junkies en de BHN’ers (Bekende Huil Nederlanders) proberen duidelijk te maken. We moeten niet blijven dweilen, maar de lekken in het waterleidingsysteem dichten.

Tweehonderd moskeeën voor Duitsland

Saoedi Arabië staat overigens niet geheel onverschillig tegenover het lot van de vluchtelingen die naar ons toekomen, want ze willen best een bijdrage leveren om die mensen zich in Duitsland ‘thuis’ te laten voelen. Ze hebben voorgesteld om maar liefst 200(!) moskeeën te bouwen voor de op te nemen vluchtelingen(3) en daarmee wordt de verborgen islamitische agenda van het Midden Oosten voor Europa wel heel erg inzichtelijk. Zelfs voor ultieme cultuur-relativisten en zelfverwerpers in links-liberale gelederen is het bijna onmogelijk geworden om nog de ogen te sluiten voor deze religieuze kolonisatiepoging over de rug van vluchtelingen. Maar de Saoedi’s, als trotse bewakers van de heilige steden Mekka en Medina zijn niet zonder mensenkennis en gaan er voorzichtig vanuit dat Angela Merkel ook hier wel in zal trappen als vleesgeworden manifestatie van het Duitse schuldgevoel nog stammend van de Tweede Wereldoorlog(4). “Nee”, zeggen tegen te grote stromen vluchtelingen met minimale integratiekansen is in Duitsland ‘nazi’-mentaliteit, vandaar dat mensen die hun zorgen uiten over de ontwikkelingen (5) steevast worden weggezet als extreem-rechts, want dat scheelt weer een inhoudelijke discussie. Voorlopig doen alle westerse leiders mee aan de grote wedstrijd in barmhartigheid -waarbij economische en oorlogsvluchtelingen als één groep gepresenteerd worden- daarbij zeer opzettelijk wegkijkend van de houding van de nabij gelegen rijkste islamitische landen in de regio, die over de meeste middelen beschikken om hulp te bieden aan hun moslimbroeders en zusters.   

Sven Snijer



(1)Van dit verhaal zijn inmiddels meerdere versies in omloop waarbij de geloofwaardigheid van de vader Abdullah er steeds slechter vanaf komt. Zo zou de man met zijn gezin al vier jaar in Turkije hebben gewoond en zijn verdronken zoontje zelfs in vrijheid in Turkije zijn geboren. De familie van de man in Canada stuurde maandelijks geld en de werkelijke reden voor de ‘vlucht’ was een behoefte aan gratis tandimplantaten die vader hoopte te krijgen door zich voor te doen als een acute oorlogsvluchteling. Verder zou hij de Canadese regering de schuld hebben gegeven voor de situatie, omdat die zijn asielaanvraag zou hebben geweigerd, maar bleek later dat er nooit een asielaanvraag was ingediend, etc, etc. In de mainstream-media hoor je verder weinig over deze feiten, terwijl ze zich dagenlang konden verlustigen aan het tragische beeld van het jongetje. http://www.elsevier.nl/Buitenland/achtergrond/2015/9/En-dan-nu-de-feiten-rond-Syrisch-jongetje-Aylan-2680954W/

Update: http://joostniemoller.nl/2015/09/vader-aylan-zelf-mensensmokkelaar/
 





Miskleun van Hof van Discipline


Een oud bericht, maar voor mij persoonlijk een schokkend nieuw feit. Advocaat Mohammed Enait die voor het leven geschrapt is van het tableau van advocaten, is niet zoals ik aanvankelijk dacht zijn verdere beroepsuitoefening als advocaat verboden op grond van zijn weigering om voor de rechter op te staan, maar vanwege excessief declareren en onheuse bejegening van zijn cliënten.(1) 

Het Hof van Discipline heeft op 11 december 2009 een eerdere uitspraak van de Raad van Discipline van de Orde van Advocaten vernietigd waarin Enait een berisping had gekregen voor zijn weigering voor de rechter op te staan, een hoofddeksel te dragen tijdens de rechtszitting en een provocatief mediaoptreden. Het Hof stelde dat Enait niet de intentie had gehad minachting voor de rechterlijke macht te tonen en op zijn beurt respect mocht verwachten voor zijn "oprechte en authentieke geloofsovertuiging". Een miskleun van de bovenste plank die vooral een gebrek aan filosofische inzicht laat zien.

Het verzoek van Enait om als moslim een uitzonderingspositie te krijgen bij het respect betonen aan de rechterlijke macht, door niet op te staan voor de rechters wanneer zij binnen komen had gemakkelijk verworpen kunnen worden op grond van zijn eigen argumentatie. Enait stelde namelijk dat zijn geloof hem verhindert op te staan voor de rechter omdat volgens de islam alle mensen gelijk zijn. En dat is nu precies wat wij hier in Nederland ook vinden, dat alle mensen gelijk zijn en gelijke rechten moeten hebben, maar het opstaan voor de rechter is dan ook geen teken van respect voor de persoon die de functie van rechter uitoefent, maar voor het ambt en in overdrachtelijke zin voor het hele justitiële apparaat en de Nederlandse rechtsstaat. 

Het gaat juist niet om de persoon, omdat dezelfde rechter buiten de rechtbank aangesproken kan worden als ieder ander persoon, gelijk de bakker, de slager en de schoolmeester. Juist om het onpersoonlijke karakter van de functies die in de rechtbank worden uitgeoefend te benadrukken, dragen rechters, advocaten en officieren van justitie een zwarte toga en een witte bef. De nadruk komt hiermee te liggen op hun ambt. Door Enait toe te staan om niet voor de rechter op te staan, wordt helemaal niet tegemoet gekomen aan zijn godsdienstvrijheid (waarvan men zich kan afvragen in hoeverre een persoonlijke overtuiging het publieke domein mag binnendringen), maar wordt het respect voor de functie van rechter onderuit gehaald, omdat de rechter daar niet staat als persoon, maar als symbool van ons rechtssysteem.

Er is hier dus geen sprake van verschillende mensvisies uit overtuiging (de islamitische en de niet-islamitische), maar een verschil in begrijpen van waar precies respect voor betoond wordt. Treurig dat niet alleen de onervaren advocaat en beroepsprovocateur Enait dit niet begrijpt (hij was eerder weigerambtenaar bij het handen schudden namens gemeente Rotterdam), maar dat ook het Hof van Discipline dit verschil niet kan maken. Gelukkig is deze notoire dwarsligger alsnog uit zijn functie gezet, maar helaas niet op de juiste gronden.(2) De rechtsstaat heeft hier gefaald en wederom laat dit zien dat wij niet weten hoe we met een exotisch geloof moeten omgaan, dat we denken te respecteren als we maatregelen opleggen die niet tegemoet komen aan het geloof dat in stelling wordt gebracht, maar die wel afbreuk doen aan ons zelfrespect als rechtsstaat.

Sven Snijer

woensdag 2 september 2015

Het onderwijs als integratiepleister


Het hing al een tijdje in de lucht. Verschillende politieke adepten van de maakbaarheidsfilosofie die met de handen in het haar zitten over de ontspoorde jeugd -die door een chronisch gebrek aan sociale vaardigheden en algemene ontwikkeling het onderwijs, de jeugdhulpverlening en uiteindelijk het justitieel apparaat zwaar belast- doen nog eens een zoveelste poging om de pedagogische heilstaat nieuw leven in te blazen door volstrekte negatie van het werkelijke probleem. Niet de moeizame integratie is de oorzaak van zoveel ontspoorde kindertjes met taalachterstanden en gedragsproblemen, maar te weinig voorschool.(1)

Buurt Praktijk Team

Het lijkt een wedstrijd te worden tussen de verschillende politici wie zijn kop het diepst in de polderklei kan steken, want het mag na zoveel jaren van goede bedoelingen toch wel duidelijk zijn dat het onderwijs geen toverfabriek is waar alle actuele en dreigende maatschappelijke problemen aangepakt kunnen worden. Men wil in Den Haag nog steeds doen voorkomen alsof te weinig pedagogisch samenscholen van het jonge grut de reden is van hedendaagse maatschappelijke onrust. In het verleden gingen alle kleintjes pas met vier jaar naar school en dat ging prima, dus misschien kunnen de beste politici even uitleggen wat er dan veranderd is in ons maatschappelijk klimaat, afgezien van de immigratiestromen en gezinsherenigingen vanaf de jaren zeventig van mensen met een niet-westerse achtergrond. Want daar hebben we het toch over, als ik Wilders weer even in de kaart mag spelen. Het zijn toch vaak de allochtone ouders die het laten afweten op ouderavonden en die hun kinderen ’s avonds laat nog groepsgewijs over straat laten zwerven zonder enige vorm van toezicht. In zijn column van 15 juli 2013 noemde Theodor Holman het Buurt Praktijk Team in Amsterdam West dat concludeerde dat ‘Marokkaanse ouders geen grip hebben op hun kinderen en soms zelfs een negatieve invloed op hen uitoefenen’ wat een ingewikkelde formulering is voor ‘niet kunnen opvoeden’. (2)

Bas Heijne

Maar niet getreurd, want dweilen met de kraan open doen politici maar al te graag. En natuurlijk wetenschappelijke rapporten negeren die jaren terug al aangaven dat de pedagogische noodgreep van voorschool-stimulatie geen enkel resultaat zal geven, omdat het vooral het algemene ontwikkelingsniveau van de ouders is dat bepaalt hoever kinderen zullen komen in de maatschappij. In het artikel ‘Voorschool levert peuters niets op’ (Trouw, 2011) wordt ontwikkelingspsycholoog Anne Keegstra geciteerd die al in 2010 concludeerde dat ‘de voorscholen zich vaak richten op taalachterstand, en daarbij de oorzaak -- zoals een gebrekkige algemene ontwikkeling – negeren’. (3) In reactie op het plan van PvdA fractievoorzitter Diederik Samson in Buitenhof (februari 2015) om kinderen te verplichten een jaar eerder naar school te gaan, stelde Bas Heijne in het programma Schepper& Co: ‘Het lijkt een maatregel om kinderen uit disfunctionele gezinnen weg te halen en ze te conditioneren in maatschappelijke omgangsvormen, om het maar even grof te zegen’. Hij trok het even later wat breder door verder uit te wijden over zijn zorg over het verloren gaan van de maatschappelijke samenhang en het onvermogen van politici om hier iets aan te doen. ‘Men begrijpt niet echt waar het om gaat. Het draait in feite om het ontbreken van het maatschappelijke verhaal dat ons bindt. En als je het enkel gooit op praktische maatregelen en denkt dat als je kinderen een jaar eerder naar school stuurt, dat het dan allemaal goed komt… Dat is zo naïef dat ik er een beetje van schrik.’
 
Achter de voordeur

Desalniettemin wordt deze Haagse naïviteit nu toch concreet beleid en zal men weer zestig miljoen in een diepe put gooien. In een opiniestuk in de Volkskrant van 26 augustus 2013 van Michelle van Dijk getiteld ‘Begin maar liever niet aan de peuterplicht’ (4) werden een aantal krachtige argumenten naar voren gebracht tegen de hersenschim van de overheid om problemen te voorkomen door ‘er steeds vroeger bij te zijn’. Om te beginnen noemt ze de maatregel net als Bas Heijne in zijn eigen bewoordingen ‘een teken van de onmacht van de overheid om in te grijpen in de thuissituatie van kansarme kinderen’. Weer iemand die het spel van de overheid doorziet dat in zoveel vormen tot ons komt, variërend van Sociale Wijkteams, Ouder en Kindadviseurs in de scholen, collectieve gezondheidsmaatregelen in de pauzes, Passend Onderwijs en nu het opdringen van de voorschool. Allemaal bedoeld om kinderen met problemen sneller te signaleren en op tijd de opvoeding en ondersteuning te bieden die ze thuis niet krijgen. Een heel maatschappelijk systeem dat is ingesteld op de minst ontwikkelde ouders (en kinderen), waardoor de gezinnen met kinderen die een gemiddelde kansrijke toekomst hebben zich steeds verder moeten aanpassen en in hun eigen keuzes worden beknot.

Kwaliteit van de voorschool

Afgezien van een aantal dubieuze motivaties die Van Dijk noemt vanuit de overheid bij het oplossen van sociale problemen via het onderwijs (camoufleren van andere problematiek) komt ze ook met een schokkend nuchtere constatering over de kwaliteit van de voorschool en met name in de grote steden waar de problemen die de overheid wil ondervangen het sterkst spelen: ‘Uit onderzoeken blijkt steeds weer dat de voorschool alleen iets oplevert als de medewerkers goed geschoold en taalvaardig zijn en als zij consequent het lesprogramma volgen. Dat gebeurt in de praktijk niet. De gemiddelde peuterleider in een grote stad heeft een mbo-opleiding en is niet opgegroeid met de Nederlandse taal. En een peuter wordt niet beter van de peuterschool als de leidsters en kinderen op die school minder taalvaardig zijn dan zijn of haar familie is.’

Ze kunnen het toch niet

Waar de overheid iedere keer in tekort schiet is de eis aan ouders om betere ouders te zijn. Het is steeds weer de overheid die als echte ‘enabler’ het probleem erger maakt door de onwetendheid en desinteresse voor de opvoeding te faciliteren door mensen niet verantwoordelijk te houden voor hun pedagogische tekorten, maar daar zelf in te springen. Door op steeds jongere leeftijd de opvoeding te willen overnemen en daarmee de incompetentie van minder ontwikkelde ouders niet alleen te bevestigen, maar ook te vergroten. Want door het probleem in de thuissituatie niet specifiek te benoemen, worden de ouders naar de zijlijn gedirigeerd, want die kunnen het toch niet en daarmee worden ze ook niet geïnformeerd over wat hun kinderen werkelijk tekort komen en wat zij zouden kunnen bieden als ze meer inzicht hadden. Van Dijk: ‘De geboden oplossing is paradoxaal: we weten dat het gezin waarin je opgroeit belangrijker is dan de school waar je naartoe gaat, en toch moet je meer tijd op school doorbrengen?’ Eenvoudiger laat het probleem zich eigenlijk niet samenvatten, maar de overheid gaat vooralsnog vrolijk in deze spagaat verder.

Sven Snijer