donderdag 24 maart 2016

Islamcritici spreken zichzelf vaak tegen


Helaas kunnen we in het interview met Wim van Rooy op de website van Elsevier (1) weer hetzelfde waarnemen als bij zijn eerdere interviews in verschillende media; een jammerlijke tegenstrijdigheid in de manier waarop de westerse normen en waarden worden verdedigd tegen de oprukkende invloed van de islam in Europa. Niet alleen weigert Van Rooy consequent om het onderscheid te maken tussen de traditionele islam en de politieke islam (islamisme), omdat hij dit onderscheid ten onrechte beschouwt als een ‘linkse’ uitvinding, maar hij schraagt zijn argumentatie ter bescherming van de westerse cultuur ook nog eens met de verkeerde middelen.

De Islam als ‘uitzondering’

Van Rooy spreekt zichzelf tegen door eerst te beweren dat de overheid alleen nog synagogen en kerken zou moeten subsidiëren en niet langer moskeeën, om vervolgens te stellen dat we van moslims moeten eisen dat ze de scheiding tussen Kerk en Staat zullen onderschrijven. Waarna heel misschien (indien ze hieraan voldoen) de subsidiekraan richting islamitische organisaties weer open kan gaan, maar dat laatste vul ik zelf in en met een flinke reserve, omdat islamcritici als Van Rooy er in wezen van uitgaan dat de islam helemaal geen religie is, maar een ‘verwerpelijke totalitaire ideologie’. En aangezien hij het onderscheid tussen de islam en het islamisme principieel niet wil maken, zal de islam ook als moslims de scheiding tussen Kerk en Staat met overtuiging zouden omarmen voor hem nog steeds niet voldoen aan de kwalificatie ‘religie’. Het monumentale boek van Wim van Rooy ‘Waarover men niet spreekt’ (2) is juist een langdurige poging om te bewijzen dat de islam een verwerpelijke ideologie is, geheel anders van karakter dan het jodendom of christendom.

Het probleem met deze zienswijze, is dat als de overheid bepaalt wat wel of niet een religie mag heten, zij zelf niet langer de scheiding tussen Kerk en Staat respecteert, omdat de kwestie van het wel of niet moderniseren van een geloof geheel los staat van de vraag wat een religie genoemd mag worden. Als de overheid alleen religies subsidieert die zich voegen naar het seculiere maatschappijmodel, dan overschrijdt ze zelf de grens tussen Kerk en Staat, zeker als ze mee zou gaan in de onhoudbare stelling dat de islam geen religie is. De tegenstrijdigheid hier wordt verder duidelijk als we uitgaan van de bewering van Van Rooy dat de islam fundamenteel (vanuit de bronteksten) ongeschikt is om verenigd te worden met democratie, wat de vraag oproept waarom we dan nog moeite moeten doen om moslims zich te laten confirmeren aan de seculiere staatsinrichting. Dan zou het eenvoudiger zijn om zoals Wilders graag zou willen het islamitisch geloof geheel en al te verbieden, maar dan moet eerst bewezen worden -op wetenschappelijke gronden- dat de islam geen religie is, en de kans dat zoiets wetenschappelijk onderbouwd kan worden is bijzonder klein.

Joods-christelijke waarden?

Je kunt van moslims niet eisen zich aan te passen aan onze westerse maatschappijopvattingen en tegelijkertijd beweren dat de islam überhaupt geen bestaansrecht heeft, want de eis van aanpassing impliceert natuurlijk wel dat er een hervorming mogelijk is in de islam, als daar tenminste de juiste condities voor geschapen worden.(3) Daarnaast is het vanuit de westerse identiteit gezien geen sterke strategie om religies aan te voeren die zich in de loop van eeuwen wél hebben gevoegd naar de seculiere maatschappelijke ordening (tegen hun zin), alsof we daarmee intrinsieke waarden van de religies jodendom en christendom bij de kop hebben gepakt, want sorry, ‘secularisatie’ en het loslaten van het alleenrecht op ‘de waarheid’ zijn nooit deugden geweest van het openbaringsgeloof in welke vorm dan ook. Het jodendom en christendom hebben eerder gecapituleerd voor het wetenschappelijke wereldbeeld dan de islam, dat nog steeds overwegend in een magisch-mythisch paradigma leeft waarin de werkelijke historie en de theologische heilsgeschiedenis door elkaar heen lopen, maar in wezen zijn ze op dezelfde onbewijsbare stellingen gebaseerd; geopenbaarde waarheden die op geen enkele manier empirisch bewezen kunnen worden. De vraag aan mensen om te ‘geloven’ tegenover het huidige wetenschappelijke principe van ‘onderzoeken’ is een mankement dat religie in onze tijd per definitie verdacht maakt. Het verschil tussen de islam en het jodendom/ christendom is niet een significant verschil in de bronteksten (tenzij men het christendom uitsluitend wenst te identificeren met het Evangelie, terwijl toch een groot deel van de christelijke leer ook stoelt op het Oude Testament met haar primitieve cultuuruitingen), maar een sterk verschil in de contextuele beleving van de teksten.

Het Islamisme en de ‘Protocols’

Kort gezegd, in de islamitische wereld is geloofskritiek verboden en het gevolg daarvan is dat moderne theologie binnen de islam alleen in het vrije westen mogelijk is. Maar hier laten we dat voor het grootste deel liggen uit een vals cultureel respect, terwijl het Westen wordt geïnfiltreerd door de politieke islam, met sterke antiwesterse en antidemocratische denkbeelden, waardoor een grote groep westerse islamcritici denkt dat de traditionele islam bezig is haar territorium uit te breiden op de manier zoals dat vroeger in de islam gebruikelijk was, via religieuze oorlogsvoering (jihad). Maar de moderne jihad van de jihadisten is een politieke bewerking van de traditionele jihad en kan door de orthodoxe islam niet als legitiem worden beschouwd, net zo min als een door de staat opgelegde islamitische wetgeving (shari’a), want in de islam waren vanaf de tijd van de Oemayyaden in de zevende eeuw het religieuze en wereldlijke gezag al behoorlijk van elkaar gescheiden. En ook het antisemitisme in de hedendaagse islam is grotendeels afkomstig van vervalste westerse bronnen als de ‘Protocols of the Elders of Zion’, waar het merendeel der Jodenhaters en samenzweringsdenkers in het Oosten en het Westen, links zowel als rechts,  al meer dan honderd jaar haar ideeën aan ontleent. De halsstarrige weigering om een onderscheid te maken tussen de traditionele islam en de politieke islam wordt voornamelijk veroorzaakt door het verwarren van twee gescheiden zaken, een historisch-cultureel aspect en een politiek-strategische campagne.  

Inhumane aspecten van de islam

Voor mensen die niet goed met de geschiedenis van de islam bekend zijn doen de problemen in de confrontatie van de islam met het westen van verschillende aard zich voor als één en hetzelfde probleem; de islam als zodanig. Ze zien de culturele achterstand en het gebrek aan emancipatie van moslims afkomstig uit ontwikkelingslanden enerzijds en de letterlijke interpretatie van de meest hatelijke en gewelddadige koran -en hadith-teksten door islamisten anderzijds, als tekenen dat de islam zelf niet deugt, want op politiek, religieus en cultureel niveau zien ze een boel narigheid. Eerwraak, steniging, boerkas, terreuraanslagen, kindbruidjes, handen afhakken, het vermoorden van westerse cartoonisten en doodstraf of sociale uitstoting bij geloofsafval. Het is voor veel mensen een niet te onderscheiden kluwen van onfrisheden die op de een of andere manier allemaal met de islam te maken hebben. De uitdaging is echter, om ze zo goed als mogelijk terug te voeren naar hun verschillende bronnen, de culturele gebruiken terug naar de cultuur, de theologische argumentaties terug naar de theologie en de politieke motivaties terug naar de politieke verhoudingen. En dat is gemakkelijker dan het lijkt, want de politieke islam, die voor het grootste deel verantwoordelijk is voor de bedreiging van de vrijheid en democratie in het westen en de grootste rem op de ontwikkeling ervan in de islamitische wereld,  kan vrij snel geïdentificeerd worden als men maar weet waar op te letten.

Eenheid van Religie en Staat

Volgens het principe van de eenheid van religie en staat (din wa dawla) van de islamisten, zullen zij nooit of te nimmer de scheiding van Kerk en Staat onderschrijven die in het westen zo essentieel is, tenzij vanuit het religieuze recht om te liegen tegen de ongelovigen (iham) waarbij zij zich enkel in uiterlijke zin aanpassen aan de democratie, zonder innerlijk de democratische beginselen van pluralisme en machtsdeling te aanvaarden. De democratie is voor hen slechts een middel tot het doel; de afschaffing van de democratie bij een absolute meerderheid bij de verkiezingen en de vervanging van de seculiere grondwet door een islamitische grondwet naar de eenzijdige shari’a-opvattingen van de politieke islam. Achter deze vijandige houding richting het secularisme schuilt niet slechts een meningsverschil over wat er precies onder ‘moderniteit’ verstaan moet worden in intercultureel verband. Velen denken dat het verzet tegen westerse waarden een cultuurstrijd is in de geest van Edward Saïd en zijn beschuldiging van oriëntalisme. De afkeer van de islamisten van westerse waarden gaat veel dieper dan een culturele kloof en verzet tegen westers superioriteitsdenken, want in de grond berust zij op een samenzweringsdenken dat de joden verantwoordelijk zijn voor de ‘ontheiliging’ van de wereld. Zij worden gezien als de uitvinders van het secularisme, dat tot doel heeft de islam te vernietigen middels een systeem van soevereine staten die niet op religieuze identiteit gevestigd zijn, maar op democratische beginselen. Islamisten verlangen naar een groot moslimrijk, door vele westerse commentatoren Kalifaat genoemd, maar in werkelijkheid gaat het nog verder. Het uiteindelijke doel van de islamisten is een nieuwe wereldorde te stichten (nizam islami) die de seculiere wereldorde moet vervangen. 

Liberale moslims niet afvallen

Het moet naar mijn idee niet heel moeilijk zijn om dit soort overtuigingen, die in hoge mate moderne modificaties zijn van traditionele islamitische ideeën, te onderscheiden van de culturele moslims van de traditionele islam. Gewone moslims zullen geen enkele moeite hebben om democratische waarden te omarmen, wanneer de beïnvloeding van moslims in Europa door de verschillende kanalen van de politieke islam (AKP, Islamitische Broederschap, Hamas, IS, Al-qaida, Internetpredikers) een halt wordt toegeroepen en haar zogenaamd gematigde verschijningsvorm, het institutionele islamisme wordt gezien voor wat het is; een wolf in schaapskleren. Het heeft een tijdje geduurd, maar er zijn in Nederland initiatieven aan de gang vanuit de moslimgemeenschap om radicalisering van jongeren tegen te gaan. Als de islam als geheel antiwesters en antidemocratisch zou zijn kon dit proces nooit op gang zijn gekomen. Het grootste gevaar van generaliserende islamkritiek is niet alleen dat de culturele achterstand van de traditionele islam in ontwikkelingslanden en de moderne politieke agenda van islamisten met elkaar worden verward, maar ook dat hervormingsgezinde moslims hierdoor in de wielen worden gereden. En dat geeft dan omgekeerd weer de bevestiging dat de islam niet kan veranderen.  Gerechtvaardigde woede over de blindheid van de politieke elite in Europa aangaande integratieproblematiek mag zich niet keren tegen alle moslims, waarvan velen geïntegreerd en modern zijn. Hoe erg de uitwassen en de terreur soms ook zijn, geen onderscheid maken tussen groeperingen en stromingen binnen een wereldomspannende religie zal er op termijn toe leiden dat de goeden steeds meer onder de kwaden gaan lijden en dat het voor jonge moslims dan nog makkelijker kiezen is tegen onze cultuur.  

Sven Snijer




(3)Van Rooy is in veel interviews en ook in zijn laatste boek opmerkelijk ambivalent in het gebruik van het woord ‘islamisme’, dat hij soms wel, soms niet erkent als een onderscheiden stroming.

zondag 20 maart 2016

De ‘Intifada-koeien’ van Beit Sahour


Deze dagen is er op Al Jazeera een animatie-documentaire te zien over een groepje Palestijnen uit het christelijk-Arabische dorpje Beit Sahour (Westbank), dat tijdens de eerste intifada een clandestiene zuivelboerderij wilde opzetten om de afhankelijkheid van Israëlische producten te doorbreken. (1) Ze wilden zelfvoorzienend zijn, om op die manier een verzet van onderaf te organiseren tegen de bezetting van hun gebied door het Israëlische leger. Ze smokkelden achttien koeien, die ze hadden gekocht van een Kibboets, hun dorpje in en produceerden spoedig hun eigen melk. De Israëlische autoriteiten die het gebied controleerden kregen hier lucht van en wilden de boerderij met achttien koeien verbieden (als militaire maatregel wegens ‘bedreiging van de staatsveiligheid’) en vanaf dat moment werden de koeien naar verschillende schuilplaatsen versleept om deze daad van burgerlijk verzet vol te kunnen houden. Het hele avontuur kende echter een vroegtijdig einde, toen op hoger politiek niveau roet in het eten werd gegooid, door de ondertekening van de Oslo-akkoorden tussen Israël en de PLO.

Jacht op de ‘terroristen’

Wat bij de animatie-docu het meest opvalt, en wat het hele verhaal bijna komisch maakt, is dat er vanwege de ‘staatsveiligheid van Israel’ op zeker moment een klopjacht werd geopend op de achttien koeien, door honderden Israëlische soldaten die in het dorp alle huizen langs gingen met foto’s van elke afzonderlijke koe (met oormerknummer) alsof het om gezochte terroristen ging. De logica van de Israëlische bezorgdheid over het initiatief voor deze zuivelboerderij op Palestijns grondgebied strekte zich uiteraard verder uit dan het onmiddellijke gevaar van een kudde koeien, die zo klein was dat er nog niet eens een deel van de dorpsbevolking mee in haar behoeften kon worden voorzien. De angst zal vooral gezeten hebben in de precedentwerking, de mogelijkheid dat het initiatief zich overal op de Westelijke Jordaanoever en Gaza zou verspreiden, om op die manier een economische emancipatie teweeg te brengen onder de Palestijnse bevolking. Vanuit militair-strategisch oogpunt zou dat betekenen dat er met de inkomsten van de zuivelproducten (en mogelijk aanvullende initiatieven) wapens hadden kunnen worden gekocht die tegen Israël konden worden ingezet. Het is misschien vergezocht bij deze vorm van vreedzaam verzet, maar in een staat van permanente vijandigheid over en weer, gaan mensen op alle slakken zout leggen en zien ze overal een bedreiging in.


Commentaren op Al Jazeera

Wat dat betreft spreken de diverse commentaren onder de documentaire op de site van Al Jazeera boekdelen, waar de harde beschuldigingen van Israëli’s, Amerikanen en Palestijnen over de verderfelijkheid van  joden dan wel Palestijnen  weinig ruimte laten voor een genuanceerde blik, of zelfs een inhoudelijke beoordeling van de film. In mijn beleving is de documentaire niet perse anti-Israël (2) of in het voordeel van de Palestijnse zaak. Het gaat eerder over een klein stukje geschiedenis op lokaal niveau, dat zich onttrekt aan het grote nieuws dat wereldwijd de media haalt. Het verhaal gaat niet over neergeschoten Palestijnse kinderen of willekeurig neergestoken joodse mensen die regelmatig de voorpagina’s halen, maar over mensen in bezet gebied die probeerden op een intelligente manier hun levenssituatie te verbeteren en te laten zien dat ze tot meer in staat waren dan stenen gooien of raketten afschieten op burgerdoelen. De meesten in de groep verzetsplegers waren student en kregen naderhand verantwoordelijke functies. Het was een goed initiatief, maar het mislukte door het tijdelijke succes van de Oslo-akkoorden, dat naar de opvatting van deze groep veel te vroeg kwam, omdat er nog niets was opgebouwd door de Palestijnen zelf.  

Israëlische verlammingspolitiek

In de commentaren onder de documentaire op Al Jazeera wordt er vooral op de man gespeeld en heeft niemand oog voor de menselijke maat in het hele verhaal. Een joodse man noemt Palestina de ‘kanker’ van het Midden Oosten en een Arabische commentator vertelt dat de ‘zionisten’ soms christenen neerschieten, om daar de moslims de schuld van te kunnen geven. Iemand benoemt het ‘hersenspoelen van Palestijnse kinderen’ (wat inderdaad gebeurt), en een ander heeft het over de joden als ‘kinderen van Satan’ die systematisch proberen de Palestijnse economie en infrastructuur te saboteren, om ze zodoende te dwingen hun land op te geven en ze afhankelijk te houden van Israël. Ook dit laatste kan (los van de verwerpelijke kwalificatie) niet worden ontkend, want het is al vaker aangetoond in verschillende westerse media dat de Palestijnen de mogelijkheid tot zelfontwikkeling wordt ontnomen (om politieke en militair-strategische redenen, maar het menselijk drama en de vernedering zijn er niet minder om). Hoewel ik zelf het bestaan van de staat Israël altijd zal verdedigen, ben ik geen grote fan van het huidige Israëlische beleid, omdat ik geloof dat het op langere termijn contraproductief is. Een onderontwikkeld volk is naar mijn idee juist het gevaarlijkst, want de wil om zelfstandig te worden zal nooit verdwijnen. Het alternatief voor duurzame ontwikkeling zal altijd terreur zijn en religie (islam) zal daarin een motiverende en legitimerende rol spelen. Met een verlammingspolitiek richting de Palestijnen door Israël, zullen de islamisten van Hamas er vooral garen bij spinnen.

Ik heb geen pasklare oplossingen voor de problemen in deze regio, maar het is soms goed om kennis te nemen van verhalen die zich op micro-niveau afspelen, los van de internationale economische, politieke en militaire belangen die er een rol spelen. De ‘achttien koeien’ hebben mij in ieder geval laten zien dat niet alle Palestijnen gehersenspoelde Jodenhaters zijn die uit zijn op de vernietiging van de staat Israël, zoals nog steeds vastgelegd in het manifest van Hamas. Er zijn ook mensen die van onderaf zichzelf en hun volk proberen te emanciperen met een opbouwende manier van verzet plegen, ook al wordt dat helaas afgestraft in het licht van de bredere politieke context. De vraag is wat er zou zijn gebeurd als er geen kunstmatige vrede van bovenaf aan de Israëli’s en Palestijnen was opgelegd, maar de natuurlijke ontwikkeling van verzelfstandiging van het Palestijnse volk van binnenuit langer was volgehouden. Dan was er zeker meer sympathie gekomen voor de Palestijnse zaak, vanuit het Westen en vanuit Israël zelf, dan door de zoveelste raketaanval.

Sven Snijer      



(2)De Israëlische autoriteiten meenden kennelijk dat dit wel het geval was, toen de Palestijnse regisseur van de film, Amer Shomali, een visum werd geweigerd voor de Verenigde Staten waar de film vertoond zou worden op het Human Rights Watch International Film Festival in New York City.

zaterdag 12 maart 2016

Geweld tegen moslims en de rol van de overheid

Vicepremier Asscher vindt een goede registratie van incidenten tegen moslims nodig, na dreigbrieven en brandbommen recentelijk tegen moskeeën. (1) De Raad van Marokkaanse Moskeeën zegt blij te zijn dat het probleem serieus wordt genomen door de overheid, maar de vraag is of het in werkelijkheid iets zal uithalen tegen de afkeer die een toenemend aantal mensen in Nederland en Europa voelt tegen de islam. 

In plaats van een morele steunbetuiging te geven zou de overheid er beter aan doen om werk te maken van het onderwijzen van zowel moslims als niet-moslims in het verschil tussen de traditionele islam en de politieke islam (islamisme), want zolang dat onderscheid niet wordt gemaakt, zal het geweld tegen goedwillende en zogeheten ‘gematigde’ moslims gelijke tred blijven houden met de groei van het islamisme en jihadisme dat we wereldwijd en dus ook in Europa kunnen waarnemen, als uiting van het steeds sterker wordende verzet daartegen bij de autochtone bevolking.

Euro-Islam

Het schijnt dat de Nederlandse regering als één van de weinige Europese landen open stond voor het concept van een Euro-islam (in tegenstelling tot een geïslamiseerd Europa), maar ze doen bijzonder weinig moeite om de bijbehorende uitleg te geven om dit concept populair te maken. Essentieel is namelijk, om de Euro-islam, geïntegreerd in westerse waarden als democratie en pluralisme, te onderscheiden van een antiwesterse infiltratie van onze samenleving door islamisten, die ofwel via geweld (terreuraanslagen) ofwel via de stembus (geïnstitutionaliseerd islamisme), zullen proberen een staatsislam op te leggen aan anderen en op termijn ernaar streven om de democratie af te schaffen en mensenrechten ondergeschikt te maken aan een gepolitiseerde opvatting van shari’a-wetgeving. Een Euro-islam die niet goed wordt onderscheiden van het geïslamiseerde Europa waar velen doodsbenauwd voor zijn, wordt nu door velen gezien als een voorportaal van de islamisering van ons continent en dat hoeft het helemaal niet te zijn. Want het jodendom en het christendom doen ook geen pogingen om van Europa een Joodse of Christelijke theocratie te maken en de traditionele islam heeft dat oogmerk evenmin.

‘Islamofobie’ als politiek strijdmiddel

De islamisten van de politieke islam hebben deze bedoeling echter wel, maar hun verborgen agenda wordt op verschillende manieren aan het daglicht onttrokken. Om te beginnen hebben islamisten het concept gelanceerd van ‘islamofobie’ , waarmee ze iedere vorm van kritiek op de totalitaire ideeën van het islamisme verwerpen als zijnde kritiek op de islam als geheel en afkomstig van ‘islam-haters’ en rechts-extremisten. De links-liberale politici in Europa laten zich hierdoor gemakkelijk misleiden en verwarren serieuze inhoudelijke kritiek op een uitgesproken antiwesterse politieke islam, die in Europa activistisch bezig is onder moslim-jongeren ‘in de diaspora’ (de parallelle samenlevingen van moslimenclaves in de voorsteden in Europa) als onterechte angst voor een andere ‘cultuur’ en dus als een bedreiging voor hun zo geliefkoosde beeld van het multiculturele ideaal. Ze zien echter niet dat het islamisme nooit een bijdrage kan leveren aan de multiculturele samenleving, omdat ze een monocultuur is, een extreme geloofsbeleving die andere opvattingen en cultuuruitingen uitsluit. Niet alleen niet-moslims worden door hen uitgesloten, maar ook (en vooral) de liberale en hervormingsgezinde moslims, want zij zijn de eersten die voor ‘ongelovige’(kufr) of ‘islamofoob’ worden uitgemaakt. 

Nizam Islami en de Shari’a-staat

Het onvermogen van de Europese regeringsleiders om de traditionele islam te onderscheiden van het islamisme (ook president Obama gaat dit onderscheid op alle mogelijke manieren uit de weg, omdat hij goede contacten heeft met de in zijn ogen ‘gematigde’ Moslimbroederschap) leidt ertoe dat moslims met radicale antiwesterse ideeën zich vrijelijk kunnen manifesteren in onze samenleving, omdat ze zich enkel hoeven te vermommen als ‘niet-gewelddadig’ en ‘democratisch gezind’, terwijl ze een verborgen agenda blijven koesteren voor de islamisering van Europa. Want ook voor de gematigde islamisten is het democratisch proces niet meer dan een instrumentele methode om het werkelijke doel te realiseren van het afschaffen van de huidige wereldorde gebaseerd op soevereine staten (Vrede van West-Falen 1648), om er te zijner tijd de islamitische wereldorde (nizam Islami) voor in de plaats te stellen. Dit streven heeft niets te maken met democratie of het onderschrijven van democratische beginselen van pluralisme en machtsdeling, en het heeft zelfs niets te maken met multiculturalisme, want de enige cultuur die deze stroming zal tolereren als haar aantallen maar voldoende toenemen, is de monocultuur van een shari’a-staat, waarbij de religieuze wetgeving anders dan in het verleden niet als civiel recht zal opereren, maar van bovenaf door de staat wordt opgelegd. Dit betekent anders dan in de islamitische traditie, niet langer meerdere interpretaties en verschillende uitspraken in particuliere gevallen, maar een apriori islamitische wetgeving die universeel geldend is en maar voor één uitleg vatbaar.

De ‘dubbelspraak’ van de islamisten

Deze onafscheidelijke eenheid van Kerk en Staat (din wa dawla) is het kenmerk van alle islamisten wereldwijd. Ondanks het gematigde voorkomen van het door links-liberale politici omarmde geïnstitutionaliseerde islamisme, blijft dit ideologische verschil met de westerse opvatting van scheiding van Kerk en Staat -dat een essentieel onderdeel is van onze identiteit en een waarborg voor onze vrijheid- een onoverkomelijk obstakel om met de politieke islam in zee te gaan. Maar helaas gebeurt dat op verschillende niveaus, van de samenwerking door de Amerikaanse overheid met islamistische groeperingen bij het opzetten van een democratisch systeem in Irak (bij gebrek aan een goed georganiseerde liberale oppositie) tot en met het uitnodigen van moslimpredikers met wortels in de politieke islam op westerse universiteiten, zoals Tariq Ramadan. De liberale moslimfilosoof Bassam Tibi heeft in navolging van andere kritische analisten van de politieke islam de beschuldiging geuit dat de gematigde islamisten die zich voor westers publiek uitspreken als voorstanders van de democratische rechtsstaat, in werkelijkheid met ‘dubbelspraak’ bezig zijn, omdat ze aan Arabische toehoorders in het Midden Oosten een heel ander verhaal vertellen. ‘Helaas’, aldus Tibi, ‘geloven westerse journalisten en politici de islamisten op hun woord en nemen ze niet de moeite om hun geschriften in het Arabisch te lezen.’ (2) Want de islamisten zijn meestal bezig met ‘lippendienst’ te bewijzen aan de democratie die voor hen slechts een middel is tot het doel van een Islamitische wereldrevolutie, zoals die in de jaren vijftig werd omschreven door de ideoloog van de Islamitische Broederschap, Seyyed Qutb.

De meeste moslims zijn gematigd

Om terug te komen op het geweld tegen moskeeën, kan gesteld worden dat gelukkig de meeste moslims in Europa behoren tot de traditionele islam en dat de meeste moskeeën daarom ook geen broeinesten zijn waar haat tegen het westen wordt gepredikt, al moet daar wel een kanttekening bij worden gezet. Al zijn de meeste moslims in het westen dan niet behorend tot de politieke islam en hebben ze geen ‘agenda’ voor de islamisering van Europa, ze hebben vaak wel de traditionele opvatting dat de islam het ‘beste’ geloof is, zoals Andries Knevel en Henk Binnendijk van de EO ook denken dat alleen het christendom het heil zal brengen op aarde. Het culturele verschil tussen het jodendom en het christendom aan de ene kant en de islam aan de andere kant, zit in de marginalisering van de waarheidsclaim. In het westen zullen de meeste christenen hun best doen om zich aan te passen aan een seculiere samenleving en heeft hun geloof in hoge mate een persoonlijke betekenis. 

Het geloof is in onze cultuur onttroond door de wetenschap (kritisch Bijbelonderzoek), wat geloofswaarheden van hun mythische status heeft beroofd, om een humanistische of spirituele kern over te houden (niet bij de ‘Evangelischen’, maar wel bij de hoofdstroom in het christendom). De islam daarentegen heeft tot op de dag van vandaag het karakter behouden van onbetwijfelbare waarheid, omdat de opmars van de wetenschap in het christelijke Europa plaats vond waar zij op rationele grond strijd leverde met de Kerk om de dominante positie in de samenleving. Ik maak er regelmatig bezwaar tegen als Europeanen teveel de nadruk leggen op hun ‘joods-christelijke wortels’, omdat wij in de eerste plaats een wetenschappelijke samenleving zijn, met humanistische waarden en geen geloofsgemeenschap. Zonder de moderne wetenschap was het christendom voor de gemiddelde Nederlander nog steeds het ‘ware geloof’ geweest, maar nu is zij slechts één van de vele geloven. En bovendien is de geloofsuitoefening een recht en niet langer een plicht, waar niet van mag worden afgeweken op straffe van beschuldiging van ketterij of goddeloosheid.

Het taboe op geloofskritiek

De islam heeft dit proces van ontmythologisering van geloofswaarheden nooit meegemaakt, want de moderne wetenschap werd uit het westen geïmporteerd als een ‘product’ en  niet als een levensbeschouwing (atheïsme-materialisme). Het gevolg daarvan is, dat er in veel Arabische landen wel zeer hoogwaardige technologie wordt aangetroffen, maar dat een archaïsch geloof op geen enkele manier aan wetenschappelijke onderzoeks-methoden mag worden blootgesteld. Kritiek op de profeet of op de Koran is in de islam ondenkbaar, terwijl kritiek op de bijbel, op de Kerk, op het mythologische en historische beeld van Jezus als wijsheidsleraar of als Zoon van God, in het westen juist de emancipatie heeft gebracht en de vrijheid van meningsuiting. 

Want vrijheid van meningsuiting stelt niets voor zolang er nog taboe-onderwerpen bestaan, helemaal als het taboe een onderwerp betreft (religie) waar de samenleving zo van doortrokken is, tot in elk detail van het dagelijks leven. Maar dit taboe op geloofskritiek in de islam, mag niet worden verward met het absolutistische en totalitaire gelijk van de politieke islam, die ook de ‘culturele moslims’ beschouwt als ‘ongelovigen’. De scheiding tussen islam en islamisme wordt niet gemaakt, omdat de politieke elite in het westen meent dat kritiek op de islam naar inhoud, gelijk staat aan geen respect hebben voor een cultuur, maar dat is totale onzin. Als de paus zich uitspreekt tegen abortus of anticonceptie, dan zal menig links politicus daar tegenin gaan en vinden dat het katholicisme een ouderwets standpunt vertegenwoordigt, dat bovendien kwalijke gevolgen heeft voor Afrikaanse landen waar grote armoede heerst. Daar bemoeien ze zich wel met de inhoud van geloof, omdat het een geloof betreft dat er ondertussen wel aan gewend is om door seculiere stemmen te worden tegengesproken. Met de islam gebeurde dat tot nog toe niet, vanwege een vals cultureel respect en nog steeds wil het bij velen maar niet doordringen dat ze daarmee juist de integratie van de islam in het westen tegenwerken.

Voor moslims bestaat altijd een excuus

Want integratie betekent dat je dezelfde behandeling krijgt als je gelijken (de andere religies hier gevestigd), maar te vaak hebben we gezien dat er met twee maten wordt gemeten. Met de islam is door de jaren heen zéér voorzichtig om gesprongen door politieke correctheid van bestuurders die als de dood waren om van racisme of islamofobie te worden beschuldigd. Iedere keer als er zich kwalijke zaken aandienden die een signaal vormden dat de democratie of de mensenrechten in het geding waren onder islamitische invloeden, keek men de andere kant op of probeerde het probleem te bagatelliseren. Een islamitische demonstratie met IS-vlaggen in Den Haag werd bijvoorbeeld toegestaan, of het roepen van leuzen als ‘Dood aan Israël’ of ‘Hamas, joden aan het gas’, maar bij een demonstratie van Pegida recentelijk werd iemand gearresteerd omdat hij een varkensmutsje op zijn hoofd droeg, want dit zou de islam kunnen ‘provoceren’ waar het varken als een onrein dier wordt beschouwd. 

Een schrijnend voorbeeld van deze dubbele moraal komt naar voren in het boek van Bassam Tibi ‘Islamism and Islam’, als hij verhaalt over het Duitsland van oktober 2000 waar in de steden Essen en Dusseldörf enkele synagogen werden ontheiligd, waarvan iedereen dacht dat neo-nazi’s er achter zaten. De Duitse bondskanselier Gerhard Schröder reageerde furieus en riep op tot een ‘opstand der fatsoenlijke mensen’, totdat later bleek dat de schuldigen Arabische moslim-immigranten waren. Toen verdween de verontwaardiging als bij toverslag en werd het hele gebeuren afgedaan als een politieke uiting van grieven over de Palestina-kwestie. (3) Vergelijkbare voorbeelden zijn legio in alle Europese landen waar de politieke correctheid elke kritiek op de islam (traditionele, zowel als politieke) smoort in een lofzang op het multiculturalisme. En waar te pas en te onpas vergelijkingen met de Tweede Wereldoorlog worden gemaakt om islamcritici te demoniseren, waarbij de islamisten zich genoeglijk in de handen wrijven, omdat dit precies is waar ze op uit zijn.

Twee gezichten van de politieke islam

Door deze houding is de mening van veel Europeanen langzamerhand veranderd van een ‘gewone’ rechtse mening in een rechts-extremistische mening en wordt de islam niet langer gezien als een religie naast andere religies, maar als een regelrecht gevaar voor de democratie en de persoonlijke vrijheid. Het geweld tegen moskeeën is daarom in de eerste plaats de verantwoordelijkheid van Europese regeringen, die zelf nog niet in staat zijn om te begrijpen dat het onderscheid tussen verschillende soorten moslims niet moet worden gemaakt op grond van het criterium ‘gewelddadig’ of ‘gematigd’, maar op grond van het onderscheid tussen de traditionele (brede en diverse) islam en de politieke islam. De politieke islam kent twee gezichten, de militante groeperingen die geweld gebruiken om hun doel te bereiken en het geïnstitutionaliseerde islamisme, die het democratisch systeem lijkt te omarmen, maar haar wanneer het doel van een Islamitische Staat eenmaal is bereikt, weer af zal stoten. Beiden zijn, hoewel zich verschillend manifesterend, even gevaarlijk in denkbeelden en uiteindelijke doelstellingen. Het is vooral de taak van de overheid om deze verschillen te benoemen, om daar zowel de hoofdstroom van traditionele moslims, alsook de Nederlanders die zich zorgen maken over de rechtsstaat mee van dienst te zijn. Het is zinloos om plannen te ontwikkelen om te voorkomen dat moslimjongen die hier geboren zijn zullen radicaliseren, als niet eens begrepen wordt wat de criteria zijn waarop het onderscheid moet worden gemaakt tussen ‘radicale’ en ‘gematigde’ (culturele) moslims.

Antisemitisme in het hart van de politieke islam

Een ander belangrijk onderscheid tussen de islam en de politieke islam is het virulente antisemitisme dat de kern uitmaakt van het islamisme, dat geheel en al draait om het samenzweringsidee dat er een wereldwijd joods complot gaande is (vanaf de begintijd 1400 jaar geleden) om de islam te vernietigen, met behulp van de ‘kruisvaarders’ (christenen, het Westen) en ‘geheime organisaties’ (vrijmetselaars). Door toedoen van de Islamitische Broederschap woekeren dit soort samenzweringsideeën in de gehele islamitische wereld, maar vooral in het Midden Oosten en via financiële bijdragen van de Golfstaten wordt deze ten hemel schreiende en gevaarlijke onzin ook verspreid via Europese Koranscholen en geradicaliseerde moskeeën. Overal waar we dit antisemitisme in Europa tegenkomen bij moslimjongeren, hebben we onomstotelijk te maken met de invloed van het islamisme (en de erfenis van het pan-Arabisch nationalisme), want de middeleeuwse islam stond relatief positief tegenover het jodendom. Er waren genoeg moslimvorsten met een joodse lijfarts en er was in het Arabisch Spanje een levendige uitwisseling van kennis tussen christelijke,  joodse en moslimgeleerden. Zelfs vandaag de dag is Marokko (dat daar in de buurt ligt) één van de weinige islamitische landen waar men nog openlijk erkent veel te danken te hebben aan de joodse tradities in dat land. In het Ottomaanse Rijk van de zestiende eeuw bloeiden de joodse Torah-scholen van Bulgarije tot in het huidige Palestina.

Modern antisemitisme, heeft anders dan veel islamcritici denken niets te maken met de ‘bronteksten’ (Koran, hadith, Sira) die enkel door de islamisten worden aangegrepen om er hun politieke agenda van wereldheerschappij mee te legitimeren. In hun complot-denken hebben de joden namelijk een centrale plaats, vandaar dat zij de vroegere botsingen van de profeet Mohammed met de joodse stammen in Arabië graag uitvergroten. Het is dus niet zo dat deze anti-joodse teksten niet zouden bestaan, of geen religieuze status zouden hebben, maar ze hebben door de eeuwen heen niet die functie vervuld die ze voor de huidige politieke islam hebben; het totaal demoniseren van de ‘Jood’ (waarvan de werkelijke wortel gevonden moet worden in het gefabriceerde geschrift dat islamisten van het westen hebben geadopteerd, de ‘Protocols of the Elders of Zion’). Dit is heel belangrijk om te weten, om uit de misvatting te geraken dat Jodenhaat onder moslims vooral met de Palestina-kwestie te maken zou hebben.

Drie soorten ‘weigeraars’

Volgens Bassam Tibi zijn er drie groepen mensen die het onderscheid tussen islam en islamisme niet willen maken: de islamisten, die zichzelf beschouwen als de enige ware en authentieke moslims (terwijl ze allerlei moderniteiten aan hun leer hebben toegevoegd), de politiekcorrecte politici en media die met de naïeve opvatting leven dat het islamisme een ‘religieuze wederopleving’ betekent en dat deze zich zal aanpassen aan ons democratische en pluralistische systeem, en de hardcore-islamcritici die de gehele islam als een gevaarlijke ziekte beschouwen die al veertienhonderd jaar dood en verderf zaait. Deze drie groepen vinden we eigenlijk op elk maatschappelijk niveau, maar de eerste groep vooral in achterstandswijken van moslimimmigranten, de tweede groep bij journalisten, bestuurders en academici en de derde groep onder de kiezers van Wilders en Le Pen. Tussen deze drie groepen bestaat een volkomen spraakverwarring en er is zelfs niet bij benadering een oplossing te vinden voor dit probleem, zolang iedereen hardnekkig blijft vasthouden aan een monolithische opvatting van de islam, of als volkomen superieur, of als een verrijking, of als een groot gevaar. 

Islam en de democratische rechtsstaat

Ik weet niet of het onwetendheid is of lafheid dat de overheid vooral docenten wil opzadelen met de verantwoordelijkheid voor de radicaliserende moslimjongeren in onze samenleving, maar zonder een scherpe duiding van het werkelijke probleem vanuit de landelijke overheid zullen alle middelen die worden aangewend op termijn vruchteloos blijken. Het ergste wat zich op dit moment voltrekt, is dat westerse overheden denken dat ze de terreur ‘uit naam van de islam’ (maar gepleegd door ‘terroristen’ of ‘criminelen’) aan het bestrijden zijn met bombardementen in Syrië en Irak, terwijl ze de geleidelijke politisering van de islam (ook in het westen) gewoon laten gebeuren. Boerka’s komen niet uit de hemel vallen en zijn ook geen uiting van een ‘oprechte geloofsovertuiging’. Ze zijn in de eerste plaats een politiek signaal dat westerse waarden en normen (en dus ons democratisch systeem) impliciet -en vaak ook expliciet- worden afgewezen, door mensen die hier wel geboren zijn, maar die zich niet als Europeaan identificeren. 

En ook een teken dat we als westerse samenleving niet in staat zijn om aan moslims en niet-moslims uit te leggen dat er ook een islam mogelijk is binnen de grenzen van de democratische rechtsstaat (Euro-islam), omdat er in de geschiedenis van de islam genoeg voorbeelden te vinden zijn van het overnemen van niet-islamitische invloeden van andere culturen, waar de islam in de meeste gevallen alleen maar beter van is geworden. Als de vijanden van onze democratische rechtsstaat niet worden geïdentificeerd, maar de politieke islam (en haar gewelddadige exponenten) steevast wordt gekenschetst als ‘niets met de islam van doen hebbend’ (volgens de ‘islam is vrede’-mantra) dan zal de aantrekkingskracht van deze beweging op jongeren alleen maar toenemen, want de bronteksten waar de islamisten mee schermen laten zien dat ze wel degelijk geworteld zijn in de islam. Alleen verzwijgen islamisten de talloze moderne onislamitische modificaties die ze hebben aangebracht omwille van hun staatsislam en hun mondiale ambities.  

Despotisme of islamisme - de Arabische spagaat

Het probleem van het geweld tegen moskeeën is eigenlijk heel logisch. Als regeringen in Europa niet in staat zijn om de islam te onderscheiden van het islamisme, dan maakt de autochtone bevolking dat onderscheid ook niet. Zolang de Europese regeringen en de Verenigde Staten onder Obama blijven volhouden dat de islam ‘vrede’ is, blijven burgers die dagelijks de nieuwsberichten volgen denken dat de islam voornamelijk uit geweld bestaat. Zelfs moslims begrijpen vaak niet wat er aan de hand is. ‘Vroeger was Ahmed nog gewoon een leuke jongen en nu loopt hij in Syrië te zwaaien met een kalashnikov...’ Want waarom willen die jongeren zo graag naar Syrië? Het is ontoereikend om dit enkel in sociaal-economische termen uit te leggen of het toe te schrijven aan een gebrek aan sociale acceptatie. De mislukte democratiseringsprocessen in diverse moslimlanden in de twintigste eeuw, hebben naast een despotisch leiderschap (vaak door Amerika of Rusland gesteund) geleid tot een streng islamitische tegenbeweging, die zeer wantrouwend staat tegenover alles wat westers is en dat zelfs het manische idee heeft ontwikkeld dat een terugkeer naar de ‘ware islam’ op een dag de totale overwinning zal brengen op het ‘goddeloze’ en ‘zedeloze’ westen.

Academische censuur

De terroristische aanslagen in Europa zijn slechts voorbodes voor de werkelijke wereldwijde revolutie, die zal komen als de moslims in het westen voldoende met hun megalomane ideeën zijn geïnfecteerd. Omdat het westen zo open en tolerant is, kan dat proces langzaam worden opgebouwd middels de vrije verspreiding van radicale en antiwesterse ideeën, wat in de landen in het Midden Oosten ten aanzien van de eigen regering nooit zou worden getolereerd en onmiddellijk tot gevangenisstraf zou leiden. De machtsovername door islamisten in landen in de eigen regio (soms via verkiezingen), is dan ook vaak voorbereid in het vrije Europa en Amerika. De politiek-correcte overheden beschermen hen tegen analisten die door hebben waar ze werkelijk op uit zijn, want met het woord ‘racisme’ of ‘islamhaat’ werd al menig academicus gevloerd nog voordat hij zijn wetenschappelijke bevindingen kon publiceren. Wat daarbij niet meewerkt, is het feit dat er ook veel islamcritici zijn die de islam als geheel wegzetten als ‘gewelddadige ideologie’ (en géén religie), daarbij niet alleen blijk gevend van een gebrek aan historische en theologische kennis, maar doelbewust vanuit de eigen nationalistische politieke agenda opererend, de kloof tussen burgers in deze samenleving vergrotend. Ze hebben echter gelijk als ze de islam in haar moderne gepolitiseerde verschijning een gewelddadige ideologie noemen, vergelijkbaar met het nazisme, want daar is het antisemitisme in de hedendaagse islam ook van afgeleid.

De ‘Oorlog der ideeën’

Het is niet slechts een gelijkenis, er is zelfs een causaal verband. Alleen de ‘tekstzuigers’ onder de islamcritici proberen dit nieuwe, uit Europa geïmporteerde antisemitisme in de islam, te verbinden met de judeofobie (de dhimmi-status van joden en christenen in de traditionele islam). Ze wandelen daarbij braaf in het spoor dat de islamisten voor ze hebben getrokken en lopen in de val van de ‘Clash of Civilizations’ (Huntington), door islamisten zelf ‘Oorlog der ideeën’ genoemd, die het westen en de islam tegenover elkaar zet als onverenigbare grootheden. Een uitputtende en ook een nodeloze strijd, omdat het gevaar van de islam waar we nu mee te maken hebben geheel los staat van de tijd van de Arabische expansie of de tijd van de kruistochten. Het is geen toeval dat juist de islamisten zo graag die kruisvaarders-rethoriek gebruiken. Dit doen ze om te verhullen dat aansluiting van de islam op de westerse samenleving veel gemakkelijker is dan de cultureel-theologische verschillen doen vermoeden. Wat we van moslims in Europa moeten vragen is dat ze de democratie en haar beginselen serieus nemen, dat ze de Holocaust als historisch feit aanvaarden en dat ze de noodzaak inzien van de scheiding van Kerk en Staat om vrijheid en gelijkwaardigheid mogelijk te maken voor iedereen.

Complottheorieën en magisch denken

Het is zeer zorgelijk dat een deel van de hier woonachtige -en vaak ook geboren- moslims zelf aangeeft dat de islam en democratie niet te verenigen zijn (4), dat de waarden van de islam hoger staan dan de universele rechten van de mens, of zelfs dat de aanslagen als die van 11 sept 2001 in New York of de aanslag op de redactie van Charlie Hebdo ‘in scene gezet’ zijn of veroorzaakt door een ‘joods complot’. In augustus 2014 beweerde Yasmina Haifi, een medewerkster van het Nationaal Cyber Security Center op twitter dat de Islamitische Staat (ISIS) niets met de islam te maken had, maar dat het een complot was van zionisten om ‘bewust de islam zwart te maken’. (5) Het ging niet zomaar over een ambtenaar, maar iemand die in haar werk rechtstreeks betrekking had op het werk van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid. Ondanks haar verantwoordelijke functie had zij dit soort wijsheden van het internet geplukt, zonder de geloofwaardigheid van de bronnen te checken. Dit soort complotdenken, waar ook veel gewone moslims erg gevoelig voor zijn, is vaak een vermenging van twee invloeden; het idee dat gepropageerd wordt door de islamisten van de ‘belegerde islam’ die wereldwijd wordt bedreigd door een joodse samenzwering in samenwerking met westerse handlangers en een mythisch-magisch geloof in gebeurtenissen ‘achter de schermen’ die elke normale logica en gezond verstand tarten, dat zo kenmerkend is voor culturen waarin religieuze geloofswaarheden sterker zijn dan wetenschappelijke theorieën en psychologische zelfkennis.

Islamitische ethiek 

Een tussenvariant van het samenzweringsdenken en het magisch-mythologische denken wordt geboden door Shaykh Hasan Ali, die tweemaal een lezing mocht verzorgen aan de universiteit van Leeds. Hij gaf tijdens een speech over de Illuminati en vrijmetselaars aan zijn gehoor de geruststelling dat ze zich niet zo moesten laten meeslepen in dit soort verhalen, niet omdat ze niet waar zijn, maar omdat Allah in zijn almacht al lang weet had van hun snode plannen, zodat ze zich als vrome moslims geen enkele zorg hoefden te maken over de goede afloop. (6) Zover gaat dus de naïeve welwillendheid van het westen naar andere culturen, dat we niet langer kritisch durven te ontleden wat zo iemand nu eigenlijk zegt. Dit is de voornaamste reden om de islam niet enkel als een cultuur te zien, maar ook als een drager van ideologische inhouden die op gespannen voet kunnen staan met onze eigen normen en waarden, en op dieper niveau met het seculiere karakter van onze samenleving zelf. Moslims met een normale inbreng van islamitische ethiek in de politieke arena, via de weg van een meerpartijenstelsel dat pluralisme en machtsdeling als grondvoorwaarden heeft, zijn geen gevaar voor de democratie, net zo min als het CDA dat is of het Duitse CDU. Maar moslims die er blijk van geven dat ze liever een samenleving zouden willen waarin de seculiere waarden worden vervangen door islamitische, omdat ze niet geloven in ‘door mensen gemaakte wetten’ die zijn al in een proces van islamisering en politisering van hun geloof.    

‘Identiteitspolitiek’ van islamisten

Voor een aantal van hen zal dat ongemerkt gaan, omdat het uitblijven van geloofskritiek in de wereld van de islam de meerwaarde van deze religie automatisch veronderstelt, dus is dit soort denken niet direct een bedreiging voor het seculiere karakter van de westerse landen. Wat wel een echte bedreiging vormt is dat de politieke islam op een georganiseerde manier bezig is de traditionele islam over te nemen via een ‘identiteitspolitiek’, om moslims in achterstandswijken in Europa te rekruteren en tegen de westerse samenleving op te zetten (die ze juist alle vrijheden biedt die ze in islamitische landen niet hebben). Het zou wenselijk zijn als de overheid uit haar cocon kruipt van ‘respect voor ieder zijn geloof’ en zich gaat realiseren dat niet iedere geloofsuiting in lijn is met het pluralistische karakter van onze samenleving en onze politieke orde. Een verbod op het salafisme zal niets uithalen, omdat je op die manier geen moslims overtuigt van de meerwaarde van ons politiek bestel tegenover een religieus-politieke ideologie die zal leiden tot een theocratie, want dat is in Iran ook geen succes gebleken. En we zien aan de sluipende islamisering van Turkije, waar seculiere rechters worden vervangen door AKP-gezinde mensen (islamisten) en kritische journalisten door met Erdogan bevriende rechtbanken worden veroordeeld, wat de gevolgen zijn van deze politisering van religie.

Politieke en culturele uitverkoop

We zullen inhoudelijk moeten uitleggen waarom het westerse model in alle opzichten de voorkeur geniet en niet er gemakkelijk vanuit gaan dat wanneer we een paar radicale elementen de kop indrukken, de antiwesterse sentimenten vanzelf zullen verdwijnen. De westerse regeringen zullen werk moeten maken van het onderscheid tussen de traditionele en de politieke islam, en wanneer ze dit uit angst om een geloof te beledigen niet durven, zullen de islamisten vroeg of laat aan het langste eind trekken. En dat zal een gewelddadige tegenreactie oproepen van de autochtone bevolking van Europa die deze ontwikkeling niet met lede ogen wil aanzien, en een steeds extremere stem gaat uitbrengen of met tegenacties komt die dan vaak weer de verkeerde treffen. De brandbom die recentelijk werd gegooid naar een Nederlandse moskee werd veroordeeld als een terreurdaad, terwijl er duidelijk geen bedoeling was om menselijke slachtoffers te maken. Het was bedreiging en vernieling, maar geen terrorisme. Door de daad zo extreem te labelen hoopt men naar moslimgemeenschap de boodschap af te geven dat iedereen gelijk wordt behandeld in dit land, maar we schieten er niets mee op om de afkeer die mensen hebben van de islam van dezelfde labels te voorzien als de daden van moslimfundamentalisten die het westen hartgrondig haten. Het is geen wedstrijd in stupiditeit, maar een botsing tussen verschillende opvattingen van maatschappijinrichting en de vraag hoeveel waarde wij als westerlingen hechten aan de scheiding tussen Kerk en Staat. Als verontruste burgers in het westen niet bij voortduring het gevoel hadden dat onze politieke leiders een knieval maken voor de (politieke) islam, zou de agressie tegen moslims nooit in deze mate zijn opgekomen en dan waren de vluchtelingen uit Syrië ook gewoon welkom geweest. Maar de vrees dat Europa zichzelf politiek en cultureel in de uitverkoop zal blijven doen, maakt dat het geweld tegen moslims, net als het groeiend verzet tegen de vluchtelingenstroom voorlopig een extra zorg is in deze toch al onrustige tijden.  

Sven Snijer



(2) Fourest, Caroline (2008). Brother Tariq: The Doublespeak of Tariq Ramadan. New York: Encounter Books. p. 262 pages. ISBN 978-1-59403-215-8.

(3) ’Islamism and islam’; Islamism and antisemitism https://www.bol.com/nl/p/islamism-and-islam/1001004011842286/




(6)Shayk Hasan Ali, Illuminati en Freemasons https://www.youtube.com/watch?v=qyGEErqPs7Y