woensdag 21 september 2016

Het gevaar van ‘Bureau Wijkteam’


Het wezenlijke probleem in de jeugdbescherming is niet gelegen in de terminologie die gebruikt wordt.(1) Het heeft meer te maken met de bejegening van cliënten, de mate van deskundigheid, stressbestendigheid en het zelfvertrouwen van de jeugdzorgwerker (en vooral het gebrek daaraan). Dit was de voornaamste klacht van ouders voor de Decentralisatie en dat is het nog steeds.  

Iedere hulpverlener droomt van cliënten die alle hulp dankbaar aannemen en naar elk goed advies luisteren, maar zo zit de praktijk niet in elkaar. De realiteit van jeugdhulp in verbinding met kinderbeschermingsmaatregelen (Bureau Jeugdzorg) is dat er vrij gemakkelijk een punt wordt bereikt in het traject waar de hulpverlener begint na te denken over gedwongen maatregelen, simpelweg omdat er een juridische stok achter de deur staat. Het is te gemakkelijk voor de jeugdbeschermer om er bij een meningsverschil met de cliënt mee te dreigen, onder het mom van 'ouders hebben geen inzicht’ en zijn ‘hulpweigeraars’. 

Het vertrouwen tussen hulpverlener en cliënt wordt ondergraven door de juridische adder onder het gras die in gewone hulpverlening (psycholoog, therapeut) geen rol speelt. De overheid heeft de Bureaus Jeugdzorg en nu de Wijkteams met een tegenstrijdige taakstelling opgezadeld; aardig gevonden willen worden (Eigen Kracht/Eigen regie) en streng zijn (preventietaak) en je kunt nu eenmaal niet tegelijk linksaf en rechtsaf slaan.

Engageren en positioneren

Ook de volgorde van 'engageren en positioneren' zoals genoemd in het artikel 'Stop met de term drang' is niet meer dan een goedbedoelde intentie en geen dagelijkse praktijk. 'Wat het zwaarst is, moet het zwaarst wegen' en het zwaarst weegt altijd de (potentieel) juridische dreiging of die nu genoemd wordt of niet. Men spreekt van gedwongen hulp, drang, 'tough love', opschalen, escaleren, niet-langer-vrijblijvend, doorsturen naar de Raad, maar het is één pot nat. Iedereen die tegenover een jeugdbeschermer zit voelt al snel aan niet met een normale hulpverlener te maken te hebben, maar met iemand die een doorschakeling kan regelen naar Justitie.

De jeugdbeschermer kan vriendelijk doen zoveel hij/zij wil, maar vrijwillige hulp bij jeugdzorg/Wijkteam bestaat eigenlijk niet. Er is altijd een potentieel escalatiegevaar. Niet voor niets sprak men een paar jaar vóór de Decentralisatie nog met overtuiging van doorzettingsmacht voor de generalist van het Wijkteam, maar na waarschuwingen van organisaties die kritisch zijn over jeugdzorg helemaal niet meer. Er werd vlak voor 1 januari 2015 in Amsterdam alleen nog gesproken over ‘laagdrempeligheid’ en ‘vrijblijvende’ informatieverstrekking aan ouders met opvoedingsprobleempjes. De hond had geblaft, maar durfde opeens niet meer te bijten.

Bijna twee jaar later zien we in de media berichten dat er in de meeste steden problemen zijn met het ‘opschalen’. Niet verwonderlijk, want ze willen niet het oude jeugdzorgimago van ‘kinderdief’ overnemen. De gemeenten zouden het allemaal veel vriendelijker doen. Helaas, door de nadruk op laagdrempeligheid en ‘eigen regie’ komt nu de preventie in gevaar en dreigen er weer meer gezinsdrama’s te ontstaan. De burgemeester van de gemeente Hoogeveen, waar het meisje Sharleyne (2) om het leven kwam ondanks betrokkenheid van acht hulpverlenende instanties,  sluit niet uit dat er voortaan toch vroeger ingegrepen zal worden in gezinnen, wat weer een stijging zal geven in de uithuisplaatsings-cijfers die nu net naar beneden waren gegaan. We herkennen hier het oude probleem van Bureau Jeugdzorg van te vroeg én te laat ingrijpen en allebei zonder een duidelijke rationaliteit ter onderbouwing van het één of het ander. 

De 'wurgcontracten'

Gezinsdrama’s en onterechte uithuisplaatsingen, er verandert in het nieuwe systeem niets. Het lijkt er zelfs op dat veel gemeenten alle fouten van Bureau Jeugdzorg van de afgelopen twintig jaar op Wijkteamniveau nog eens overdoen. Er zijn nu Wijkteams die in vrijwillig kader ouders contracten laten tekenen onder dwang (‘Anders kunnen wij geen hulp voor u regelen’) waarbij ouders de gehele regie overdragen aan het Wijkteam. Het woord ‘drang’ wordt niet eens genoemd. Mensen weten bij God niet waar ze voor tekenen, maar hun hele privéleven wordt overhoop gehaald en er ontstaat een dik dossier dat geen zier te maken heeft met de oorspronkelijke (eenvoudige) hulpvraag. Het kind staat niet centraal, maar het veronderstelde sociale disfunctioneren van het hele gezin. Weigering zich aan dit soort ‘vrijwillige’ hulp te onderwerpen betekent doorsturen van het dossier naar de Raad voor de Kinderbescherming. 

Geen geld, geen recht

En om de situatie voor ouders met een kleine beurs nog te verergeren heeft men recentelijk besloten dat juridische bijstand van een advocaat op toevoegingsbasis niet eerder mag worden aangevraagd dan dat er daadwerkelijk sprake is van een verzoek om kinderbeschermingsmaatregelen bij de rechter. Dat wil zeggen dat ouders op deze manier het gehele voortraject van de broodnodige juridische adviezen verstoken zijn en de advocaat pas in actie mag komen als het te laat is. Als ouders tot hun nek in de juridische ellende zitten via Veilig Thuis, wijkteam en beschermtafel mag de advocaat nog een rituele dans uitvoeren in de rechtszaal en dan is het kindje van de staat. We zien dat ouders in de tang worden genomen via allerlei wegen, zoals sociaal-pedagogische verdachtmaking, obstructie van j-ggz hulp en het inperken van hun juridische mogelijkheden. Dit is overheidsterreur in optima forma, want alleen ouders die € 200,- per uur kunnen betalen voor een advocaat maken nu nog een kans. 

Ik geloof dat de term ‘Drang en Dwang’ is ingevoerd om meer dwang te bewerkstelligen zonder een officiële ondertoezichtstelling door de rechter, zodat de cijfers voor gedwongen hulp kunstmatig laag kunnen blijven en wel het doel wordt bereikt van een (sociale) ondertoezichtstelling. Niemand kan daarbij controleren of er ook echt sprake is van een kind-bedreigende situatie, want er kijkt geen rechter mee.(3) Het woord ‘chantage’ was daarom meer van toepassing geweest. Bij een 'drangmentaliteit’ -zelfs met de beste bedoelingen- kan er per definitie van gelijkwaardigheid geen sprake zijn in de relatie met de cliënt. Want wie bepaalt of de cliënt voor vol moet worden aangezien? Die macht ligt uiteindelijk altijd bij het Wijkteam en net als bij het oude Bureau Jeugdzorg kan de hulpvraag door de jeugdbeschermer getransformeerd worden in een risico-analyse. Een lastige (mondige, intelligente) ouder is dan opeens een ‘gevaar’ voor het kind. En zo zijn we terug bij af.

Geen duidelijk onderscheid

Zolang we in onze Nederlandse jeugdhulpverlening geen duidelijk onderscheid kunnen maken tussen de echte hulpweigeraars die hun kind ernstig in gevaar brengen en de ouders die een ander idee hebben dan de jeugdbeschermer over welke hulp voor hun kind van toepassing is, zal de scheidslijn tussen vrijwillige hulp en het gedwongen kader even vaag blijven als voorheen en zal niemand jeugdzorg of het Wijkteam echt kunnen vertrouwen. Wat ooit bedoeld was als een soepele verbinding tussen vrijwillige hulp en gedwongen hulp om meer aan preventie te kunnen doen, heeft juist voor verantwoordelijke ouders onnodig veel risico gebracht, terwijl de echt onbekwame ouders in dit systeem nog steeds niet sneller in beeld komen, maar nog altijd in ruime meerderheid door de politie worden aangemeld.

En door de onbekwaamheid van veel hulpverleners lopen ook de kinderen die wel onder toezicht staan nog steeds veel risico, want de eigenzinnigheid van de jeugdbeschermers leidt niet alleen tot onnodig ingrijpen in gezinnen waar geen wezenlijk gevaar dreigt voor het kind, maar men houdt zich ook doof voor waarschuwingen van de buitenwacht waar het gevaar voor het kind reëel is. Geen mens die uit ervaring spreekt over jeugdzorg kan begrijpen waarom één van de belangrijkste intenties van de overheid bij de Transitie was om de jeugdbeschermers ‘meer vertrouwen te geven’ want tot nu toe is uit niets gebleken dat ze dat vertrouwen waard zijn. Jeugdzorg is ook bij de Wijkteams een juridische fuik en het is ronduit krankzinnig dat in sommige gemeentes de Raadsmedewerker (RvdK) al aanschuift aan de beschermingstafel om te bepalen of er opgeschaald moet worden. Het opschalen is juist het inschakelen van de Raad, dus hier adviseert de Raad om op te schalen naar zichzelf!

Jeugdzorgmentaliteit

Meer professionaliteit in de jeugdzorg, we wachten er nog steeds op. In de Wijkteams vinden we niet alleen dezelfde rigide mentaliteit van Bureau Jeugdzorg, maar ook haar beschamende ondeskundigheid in gevallen waar het probleem er niet duimendik bovenop ligt. Dezelfde handelingsverlegenheid, slechte afstemming met andere hulpverleners, tunnelvisie, speculeren, het makkelijkste slachtoffer kiezen (alleenstaande moeder), honderdtachtig graden draaien in bejegening, dreigend taalgebruik, niet kunnen omgaan met weerstand, eigenzinnigheid, slecht communiceren, liegen en misleiden, geen verstand van kindeigen problematiek, etc. Het is nog een geluk dat veel artsen niet naar de Wijkteams doorverwijzen omdat zij dezelfde mening zijn toegedaan.

Tot de dag dat ik als ‘cliënt’ een Wijkteam binnen kan gaan met de absolute zekerheid dat ik niet per abuis voor een hulpweigerende ouder wordt aangezien met problemen in de gezinssituatie (omdat ik zelf kan nadenken) zullen alle mooie beloften over vriendelijke hulp gebakken lucht zijn. Het levensgrote gevaar van misvorming van de hulpvraag door de sociaal-pedagogische bril van de hulpverlener die tegelijkertijd ook jeugdbeschermer moet zijn is een risico dat geen zinnig mens wil nemen. Ik begrijp ook niet waar jeugdbeschermers en overheid zo moeilijk over doen. Het verschil tussen probleemgezinnen en normale gezinnen is niet zo moeilijk, want het sleutelwoord is ‘politie’. Wie zelf hulp zoekt voor zijn kind zonder een dramatische gezinssituatie zou nooit gecriminaliseerd mogen worden. Maar de overheid heeft bij wet alle gezinnen in Nederland gecriminaliseerd door de prioriteit te leggen bij preventie (om geld te besparen op jeugdzorg en jeugd-ggz) zodat de eerste focus van het Wijkteam ligt bij het mogelijk disfunctionele gezin en niet bij een eenvoudige hulpvraag.

Sven Snijer  
  




'De rechter vindt wel dat de beslissing van het Jeugdbeschermingsplein ondoorzichtig is en eigenlijk ook niet behoorlijk is, omdat ouders onvoldoende worden betrokken bij de besluitvorming over welk traject van jeugdhulp dan noodzakelijk zou zijn en of de zorgen eigenlijk wel terecht zijn.' 


Melding 'onveilig gezin' vaak onterecht 

Dat meldingen niet terecht zijn blijkt alleen al uit de vele dossiers waarin hulpverleners dreigen een kind uit huis te laten halen als ouders zich niet aan afspraken houden die niets met de veiligheid van het kind te maken hebben, zegt voorzitter Vera Hooglugt van de Bvikz. Dat is een belangenvereniging gevormd door ouders en professionals op het gebied van jeugdzorg, intensieve kindzorg en Wet maatschappelijke opvang.


In de meeste gevallen heeft Veilig Thuis volgens Hooglugt de meldingen ook niet verder onderzocht. "En dit is slechts het topje van de ijsberg. Wij zijn ervan overtuigd dat steeds meer instellingen en organisaties melden onder het mom van: beter één melding te veel dan één te weinig. Maar zij beseffen niet wat een onterechte melding met een gezin doet. Een onderzoek door Veilig Thuis of de Raad voor de Kinderbescherming leidt tot een traumatische ervaring", zegt Hooglugt.

Lees verder in de Gelderlander van 30 september 2016

 

vrijdag 26 augustus 2016

Pechtold en de pedagogische waanzin

D-66 leider Alexander Pechtold heeft beloofd dat hij zal vertrekken als zijn partij niet in de regering komt na de verkiezingen in maart, dus waarschijnlijk zijn we volgend jaar eindelijk verlost van deze beroepsfantast. We kennen ‘kereltje Pechtold’ eigenlijk maar van één ding; het gebruik maken van Wilders' populariteit door zichzelf op te stellen als het redelijke alternatief voor diens populistische statements. Het stokpaardje van Pechtold was dat Wilders nooit met oplossingen kwam, terwijl zijn eigen oplossingen vooral in het verlengde lagen van de strategie ‘kill the messenger’. Als Wilders nu eens zou ophouden met de integratieproblemen te benoemen dan konden Pechtold en de rest van links Nederland weer lekker slapen. Als je maar positief bent, dan komt het vanzelf goed. 

Essentieel voor linkse politiek lijkt het om problemen daar op te lossen waar ze niet zijn en niet te benoemen waar ze wel zijn. Overigens wordt deze mentaliteit als gedooghouding waargenomen bij het gehele politieke establishment van links tot rechts, waardoor ook veel mensen die Wilders liever niet in de populistische kaart spelen iedere keer in de verleiding komen om op hem te gaan stemmen, omdat het zo verschrikkelijk is om aan te zien hoe de rest van de politiek de kop maar in het zand blijft steken. Ja, er zijn wat integratieprobleempjes, maar over de hele linie gaat het toch goed? Er bestaat nu een Salafistisch centrum voor Jeugd en Gezin in Rotterdam (1) gefinancierd door één van de golfstaten, dus straks weten moslimkindertjes vanaf jonge leeftijd wat er niet deugt aan Nederland. Heel verfrissend na al die jaren van tevredenheid.

De Turken worden vanuit Ankara als één levend lichaam aangestuurd bij alles wat ze denken en voelen en bij hoe ze moeten handelen tegenover Turkse medelanders van de verkeerde politieke kleur. Zonder onderscheid des persoons, want het zijn voor hen gewoon allemaal ‘terroristen’. De Turkse consul helpt Nederlandse burgermeesters in de regio Rotterdam te integreren in AKP-methoden van bestuur, dus ze zijn wel degelijk met ons begaan. En bovendien, een kleine burgeroorlog geeft weer eens wat afwisseling, want teveel vrede en veiligheid wordt al gauw saai. Wij hebben in Nederland nog geen grote aanslag gehad, dus laten we een beetje opwarmen met wat politieke, etnische en religieuze onlusten om alvast in de stemming te komen. Wie weet hebben wij dan volgende week onze eigen vrachtwagen op de boulevard van Scheveningen…

Elitaire übermenschen

Pechtold voelt haarfijn aan dat we vooral op deze weg door moeten gaan. Zijn plan om de tweedeling in het onderwijs tegen te gaan is weliswaar niet nieuw, maar evengoed zeer bruikbaar in een dappere poging het probleem op te lossen waar het niet ligt.(2) Kinderen in heel Nederland naar school sturen vanaf hun tweede jaar, als je weet dat vooral in de grote steden een probleem bestaat met taalachterstanden bij allochtone kinderen, omdat er thuis geen Nederlands wordt gesproken. Een uitgelezen kans voor de D’66 leider om dat niet te benoemen en de Nederlandse samenleving als geheel de schuld te geven van de tweedeling. Want die wordt natuurlijk veroorzaakt door die elitaire übermenschen die hun kind thuis goed Nederlands leren en het volstoppen met biologisch voedsel en pedagogisch speelgoed. Hoe durven ze. Straks leren ze hun kinderen ook nog dat mensenrechten en westerse waarden te verkiezen zijn boven culturele en religieuze gebruiken uit de middeleeuwen. Zoiets wordt in linkse kringen weliswaar ook gedacht en nooit hardop gezegd, maar de gevolgen zijn er wel naar, omdat ook de Femke Halsema’s van deze wereld hun kinderen van zwarte scholen afhalen als het even niet lekker gaat. Idealen zijn mooi, maar liever in dromenland.  

Falende wijkteams

Verschillende pedagogen hebben al aangegeven dat de belangrijkste factor voor een kind om te slagen in het latere leven een goede begeleiding en ondersteuning zijn binnen het eigen gezin(3), maar je zou als sociaal-liberaal geen knip voor de neus waard zijn als je ouders de opvoeding niet uit handen zou nemen met een totalitair onderwijsplan dat moet camoufleren dat hele volksstammen hier niet willen integreren. Zelfs hoogopgeleide Turken en Marokkanen verklaren met enige regelmaat dat ze in eigen kring waarnemen dat derde en vierde generatie allochtonen nog steeds Turks, Arabisch of Berbers spreken thuis, maar in weerwil van de loftrompet die politiekcorrecte dwepers graag afsteken voor deze succesallochtonen hebben ze bijzonder weinig zin om hen inhoudelijk te volgen. Het gaat tenslotte om het mooie plaatje en niet om de geïntegreerde boodschap van Turken of Marokkanen die zich hier wél thuis voelen, door eigen inspanning. Dat past niet bij een infantiliserende overheid die liever het stokje van ouders overneemt door ‘achter de voordeur’ te komen om alle pedagogische taken op zich te nemen als ouders zelf niet kunnen of niet willen. En aangezien dat achter de voordeur komen ook niet erg wil lukken met de falende wijkteams vanaf januari 2015, kan de zeepbel enkel nog verder worden opgeblazen door kinderen al vanaf hun tweede jaar uit huis te trekken, zodat ze niet al eerder door hun eigen ouders worden verpest.

Hersencellen van de sociaal-liberalen

Ja, die Pechtold heeft een heldere kijk op onderwijs. Misschien dat het een idee is voor D’66 bij de verkiezingen van 2021 om in te zetten op het kinderen naar school sturen in de prenatale fase. Dat er dan mensen van het sociale wijkteam thuis langskomen om goed gearticuleerde Nederlandse zinnen tegen de buikwand uit te spreken, terwijl moeder ondertussen met een koptelefoon naar een ontspannen muziekje luistert. Je wilt immers niet dat geïntegreerde ouders de pedagogische overheidsbemoeienis gaan uitbuiten, door na afloop van de ‘buikwandsessie’ stiekem de lesjes staatsopvoeding nog een paar keer te herhalen voor hun ongeboren kroost. Op die manier krijgen de kinderen van onkundige en onwillige ouders wéér met een taalachterstand te maken en moet de overheid straks beginnen met kinderen op te voeden in de balzak van toekomstige vaders… En ze weten nog niet of geluidsgolven de opgeslagen zaadcellen weten te bereiken, net zo goed als ook nog niet helemaal duidelijk is of geluidsgolven de hersencellen kunnen bereiken van sociaal-liberalen.

Sven Snijer




maandag 8 augustus 2016

Turkse zaakgelastigde levert 'emotioneel bewijs'

Het interview met de Turkse zaakgelastigde van de ambassade in Den Haag dat vandaag verscheen in het AD over de mislukte couppoging in Turkije getuigt van de schrikbarende goedgelovigheid die momenteel zo kenmerkend is voor veel Turken, vooral binnen de AKP.(1) Dat de Gülenbeweging tegen alle waarschijnlijkheid in achter de couppoging zit, daar twijfelt Kurtulus Aykan geen moment aan. Er zijn doden gevallen, de coup was voor iedereen zichtbaar, dus moet de onvermijdbare conclusie zijn dat de genoemde beweging schuldig is. ‘De bewijzen zijn er voor wie ze wil zien’, aldus het hoofd van de ambassade.

Vooralsnog berust de bewijsvoering echter vooral op de bewering van Erdogan en iedereen die hem napraat, want de militaire bevelhebber die als eerste verslag deed van de mislukte coup heeft de beweging niet genoemd. In de VS wachten ze nog steeds met smart op bewijzen om de uitlevering van Gülen mogelijk te maken, maar Aykan heeft geen bewijs nodig.(2) Hij is zoals veel Turken een ‘emotioneel mens’ en dan heb je niet altijd het geduld om op de concrete feiten te wachten, maar moet je stevig optreden. En dat doet Erdogan dan ook. Daar kunnen duizenden militairen, onderwijzers,  journalisten, rechters en wetenschappers over meepraten. 

Volgens Aykan is de Gülenbeweging een organisatie die meer dan veertig jaar lang is geïnfiltreerd in de Turkse democratie. Ze bekleden hoge posities binnen de maatschappij en zijn een staat binnen de staat geworden. Dit heeft uiteindelijk geleid tot een couppoging die honderden mensen het leven heeft gekost. Een vreemd verhaal, want na veertig jaar effectieve (‘geruisloze’) infiltratie heeft zo’n machtige beweging geen coup meer nodig om aan alle touwtjes te trekken van het overheidsapparaat. Dan zouden ze hun eigen machtsstructuur omverwerpen, met zoiets primitiefs als een slecht geplande militaire actie. De bewering dat de Gülenbeweging al lange tijd op een verborgen manier maatschappelijke invloed probeert te verwerven is niet nieuw en wordt door verschillende Turkije-experts bevestigd, maar dat betekent niet dat een couppoging een logisch middel is voor deze beweging als sluitstuk van veertig jaar stille infiltratie.   

Vooral dat gebrek aan logica is storend als AKP gezinde mensen aan het woord zijn, want het houdt niet op bij één tegenstrijdigheid in het verhaal van de zaakgelastigde. Zo zouden er ook hooggeplaatste stafmedewerkers op de Turkse ambassade in verband gebracht zijn met de Gülenbeweging, ‘getalenteerde mensen met wie hij uitstekend heeft samengewerkt’. Niets wees erop dat zij met staatsondermijnende activiteiten bezig waren, dus voor mensen met gezond verstand zou het een logische reactie zijn om twijfels te hebben bij de geuite beschuldigingen (om niet te hoeven twijfelen aan de eigen mensenkennis en observatievermogen), maar niet voor een in samenzweringsdenken gemarineerde Turkse geest. De schuld van de tot voor kort gewaardeerde collega’s lijkt onmiddellijk vast te staan op grond van de wetenschap dat de Gülenbeweging zoveel talent heeft voor geruisloze infiltratie. Wie zou je dan niet wantrouwen?

Merkwaardig is ook dat de lijstjes die circuleren van Gülenverdachten al niet veel eerder gebruikt zijn voor de arrestatie van deze ‘terroristen’ lang voor de couppoging, als het bewijs voor hun staatsinfiltratie de afgelopen veertig jaar zo overvloedig beschikbaar is. Want de Turken zijn toch niet opeens in juli 2016 wakker geworden, of om wat preciezer te zijn in 2013, toen Erdogan een persoonlijke aanvaring kreeg met Gülen? Volgens Aykan wordt ‘wie veertig jaar infiltreert vroeg of laat door de Turkse diensten opgespoord’, wat ons ofwel moet doen geloven dat die diensten veertig jaar hebben liggen slapen of dat ze niet eerder mochten ingrijpen omdat dit een zekere AKP-leider zo uitkwam toen de politieke verhoudingen nog wat anders lagen. Bovendien was het naar zijn eigen theorieën waarschijnlijker geweest dat de Turkse diensten zelf na veertig jaar voldoende geïnfiltreerd zouden zijn door de Gülenbeweging om niets van ze te vrezen te hebben. Het gaat immers om mensen met ‘hoge maatschappelijke posities’ en het kunnen mensen zijn met wie je dagelijks werkt…
  
Sven Snijer


(1)http://www.ad.nl/dossier-nieuws/wie-gulen-steunt-is-een-terrorist~a1dabde2/

(2)“De Turkse regering heeft de Verenigde Staten formeel verzocht om uitlevering van de Turkse geestelijke leider Fethullah Gülen gevraagd. (…) Gülen had volgens de regering in Ankara de hand in de mislukte staatsgreep van half juli. Daar zou het uitleveringsverzoek echter niet mee te maken hebben. Het zou om andere zaken gaan. Onduidelijk is welke.” http://fd.nl/economie-politiek/1164527/washington-bevestigt-verzoek-ankara-om-uitlevering-gulen

Update: 17 januari 2016


"De beslissing om een staatsgreep te plegen was het gevolg van vrees voor komende zuiveringen", staat in het rapport te lezen. "Het is waarschijnlijk dat een groep officieren, bestaande uit Gülenisten, Kemalisten, tegenstanders van de regeringspartij AK en opportunisten achter de coup zat."
 

Het toneelstuk van Istanboel



De Turken zijn voor het oog van de wereld verenigd en eensgezind in hun streven de ‘democratie’ in hun land te beschermen.(1) In werkelijkheid zien we geen politieke eenheid, maar een opleving van Turks nationalisme.
Het gepolariseerde land kent alles behalve eensgezindheid, want nooit eerder waren de politieke tegenstellingen in Turkije zo groot en de oplossingen zo ver weg. Het enige wat de Turken nu verenigt is de nationale trots voortkomend uit een gevoel van verongelijktheid richting Europa, het continent dat de groeiende autocratische neigingen van Erdogan met lede ogen moet aanzien. 

Erdogan vergroot iedere dag zijn greep op het land en in toenemende mate ontstaat er een collectief stockholmsyndroom onder de Turken buiten zijn AK-partij. De parlementaire onschendbaarheid van zijn politieke tegenstanders is opgeheven, dus is het tegenwoordig raadzaam om mee te buigen met zijn grillen en in te stemmen met zijn pogingen de aandacht van Turkije’s interne problemen af te leiden richting de Europeanen die zogenaamd niets begrijpen van Turkse politiek.

AKP is hypocriet

De heksenjacht op de Gülenbeweging vertegenwoordigt tien kilo boter op het hoofd van Erdogan die lange tijd heeft samengewerkt met Fetullah Gülen, totdat er vanuit zijn beweging beschuldigingen werden geuit richting de AKP en Erdogan’s familie over corruptie en wapendeals met Islamitische Staat. Vanaf dat moment werd Gülen de grote vijand en zijn organisatie werd van de ene op de andere dag beschouwd als staatsgevaarlijk. De verhalen dat Gülen op een georganiseerde manier probeerde te infiltreren in het staatsapparaat om op die manier de macht over te nemen in Turkije werden verspreid als een nieuwtje, terwijl deze bureaucratische en culturele machtsovername al jaren gaande was met toestemming van Erdogan en zijn AKP. Ze waren namelijk eensgezind in het streven de strikte scheiding tussen kerk en staat op te heffen en beiden hadden hun zinnen gezet op vermindering van de macht van de militairen, die in het verleden verschillende malen ingrepen met een coup of ermee dreigden als ze meenden dat de democratie in gevaar was door islamisme. Turkije heeft het bewijs tegen Gülen voor zijn poging tot staatsgreep nog steeds niet rond, maar evengoed waren de Turken daags na de mislukte coup al op hun teentjes getrapt dat de VS niet onmiddellijk wilden toegeven aan hun verzoek om uitlevering, waardoor ook zij verdacht werden van medeplichtigheid aan het ‘complot’ tegen Turkije.

Gülen niet achter couppoging

Volgens hoogleraar Turkse talen en cultuur aan de Universiteit Leiden Erik-Jan Zurcher is de kans dat de Gülenbeweging achter de coup zat bijzonder klein: "Het is niet de manier van werken van de Gülen-beweging", zegt Zurcher. "Die werkt veel meer via infiltratie van het overheidsapparaat, en niet via openlijk geweld. Daarnaast heeft de beweging weliswaar een sterke positie binnen de politie, maar niet bij het leger."(2) Toch wordt er nu een grote show opgevoerd waarbij het lijkt alsof de Turken zich massaal scharen achter hun grote leider met de Gülenbeweging als zondebok. Verschillende personen die zelf geen aanhanger zijn van Erdogan zullen hier baat bij hebben in het besef dat zij straks aan de beurt zijn als ze nu niet openlijk hun loyaliteit laten zien. Turkije is allerminst een politieke eenheid of zelfs maar één volk, want dat is een beeld dat men wil uitdragen naar de buitenwereld. Er woedt een virus van nationalisme dat samenhangt met een politiek isolement, zoals we dat ook zien in het Rusland van Poetin. De beste manier om je eigen volk te verenigen is het creëren van een gemeenschappelijke vijand en dat is voor Erdogan Europa en de VS.

‘Islamofobie en anti-Turkse sentimenten’

Het krokodillentranenverhaal van de Turkse minister Cavusoglu in gesprek met de NOS was wat dat betreft eersteklas poppenkast. (3) Erdogan zou nooit hebben gewild dat Gülenaanhangers in Europa aangevallen werden door AKP-sympathisanten, want hij rekende erop dat de afzonderlijke landen in Europa wel zouden zorgen voor de openbare orde. Alsof wij in Europa niets beters te doen hebben dan hier de politieke en etnische onlusten tussen Turken te bestrijden die het directe gevolg zijn van het opruiende en provocatieve taalgebruik van de grote schreeuwer uit Ankara. Het is overduidelijk dat de politieke zuiveringen die door Erdogan worden uitgevoerd met persoonlijke vetes te maken hebben en machtsstrijd. Wij hoeven als Europa geen partij te kiezen voor Erdogan of Gülen, omdat het niet uitmaakt welke persoon of partij probeert met onheuse middelen en maatregelen de eigen macht te versterken en politieke tegenstanders uit te schakelen; militairen, Gülen, AKP, PKK, etc. Cavusoglu speelde bij de NOS zijn slachtofferrol met verve: "Europese leiders en media gebruiken de coup en de nasleep daarvan om hun echte gevoelens te tonen: haat, islamofobie en anti-Turkije-sentimenten." De Gülenbeweging is volgens hem geen gewone oppositie, maar een ‘terroristische organisatie’. Waarom legt hij dan niet even uit waarom de AKP tot 2013 gewoon zaken deed met deze ‘terroristen’?

Tirannie van de meerderheid

Zorgelijker dan de valse boodschap dat Erdogan de democratie wil beschermen is het gegeven dat veel Turken -ook hier in Nederland- helemaal niet geïnteresseerd zijn in het democratisch gehalte van Erdogan en zijn partij. Ze willen graag een sterk Turkije, met een sterke leider. Het meerderheidsbelang dat alle minderheden en afwijkende meningen wegdrukt mag in Turkije gewoon ‘democratie’ heten. Ze schijnen niet te begrijpen dat pluralisme en machtsdeling evenzeer vitale bestanddelen zijn van een democratie, als het stemhokje. De tiran die geen tiran genoemd mag worden, omdat hij gekozen is door het volk. Hitler kwam indertijd ook door verkiezingen aan de macht en beloofde in menig toespraak dat hij voor vrede zou gaan zorgen. Dat zijn politiek handelen in de jaren dertig al duidelijk liet zien wat voor vrede dat zou gaan worden, daar zijn later talloze analyses van gemaakt, maar desondanks mag die geschiedenis zich in Turkije gaan herhalen. De dictatuur van de meerderheid wordt ons Europeanen aangeboden als de ‘wil van het Turkse volk’ inclusief de doodstraf, want ook dat is de wil van het volk. Wat dat betreft hebben de Turken een duidelijke identiteit en geven ze de boodschap af dat ze in Europa voorlopig niets te zoeken hebben, noch met hun politiek-culturele, noch met hun bestuurlijke opvattingen.  

Sven Snijer




(3) http://nos.nl/artikel/2123358-turkse-minister-europa-is-anti-turks.html

Update: 17 januari 2016



"De beslissing om een staatsgreep te plegen was het gevolg van vrees voor komende zuiveringen", staat in het rapport te lezen. "Het is waarschijnlijk dat een groep officieren, bestaande uit Gülenisten, Kemalisten, tegenstanders van de regeringspartij AK en opportunisten achter de coup zat."