vrijdag 25 maart 2016

Het is erop of eronder voor de islam


In mijn discussies met moslims en niet-moslims blijft een terugkerend probleem hoe ‘de islam’ of de ‘moslim’ moet worden gedefinieerd vanuit het hedendaagse perspectief van een geseculariseerde samenleving. Een samenleving die voorheen joods-christelijk georiënteerd was met een sterk filosofische component in de christelijke leer afkomstig van de oude Grieken en een Romeins rechtssysteem, die de laatste vijf eeuwen steeds meer een seculier karakter heeft ontwikkeld vooral onder invloed van de empirische wetenschappen. Zelf onderscheid ik tenminste drie soorten islam ingedeeld in geschiedenisperioden, maar er zou evengoed een onderscheid gemaakt kunnen worden tussen een orthodoxe, spirituele, politieke of humanistische islam die in elk tijdperk naast elkaar hebben bestaan. 

Tijdvakken

Toch is het voor het begrijpen van de cultuurbotsing tussen de islam en het westen in onze tijd niet van belang om de diversiteit binnen de islam te bestuderen, maar de manier waarop de islamitische wereld naar het westen kijkt en hoe mensen in het westen de islam zien. Mijn indeling in tijdvakken valt uiteen in een korte periode waarin Mohammed en zijn metgezellen (de latere ‘rechtgeleide kaliefs’) zowel religieuze, politieke als militaire macht bezaten, daarna een grote periode waarin de islam zich verspreidde over de hele wereld waarbij allerlei culturele invloeden van andere beschavingen werden overgenomen en tenslotte een periode van zo’n tweehonderd jaar waarin de islam onder de heerschappij kwam van Europese koloniale machten eindigend met een moeizaam verlopend moderniseringsproces in de postkoloniale tijd. Voordat ik mijn indeling in tijdvakken verder motiveer zal ik eerst een kleine opsomming geven van islamdefinities zoals we ze vaak tegenkomen in het islamdebat dat in het westen wordt gevoerd .  

1.De Expansieve islam

Deze vorm van islam wordt beschreven door islamcritici van de harde lijn zoals Robert Spencer, Geert Wilders, Wim van Rooy, James M. Arlandson, Bill Warner, enz. Zij beroepen zich voornamelijk op de vroege geschiedenis van de islam en de bronteksten zoals Koran, Hadith en Sira. Hun idee is dat de islam altijd gewelddadig is geweest vanaf het begin en dat een tijdelijke stabilisatie van de islam gedurende de laatste tweehonderd jaar niet meer was dan een ‘wapenstilstand’ met de ongelovigen vanuit hun zwakke militaire en economische positie in de wereld, om in de moderne tijd met terroristische aanslagen deze strijd weer voort te zetten. De centrale gedachte bij deze visie is: ‘Een gematigde moslim is een mislukte fundamentalist’. De kracht van deze visie is dat de bronteksten onloochenbaar veel haatzaaiende en tot geweld oproepende passages bevatten, maar haar zwakte ligt in dezelfde letterlijkheid in tekstinterpretatie die de fundamentalisten in de islam ook graag hanteren.  

2.De Traditionele islam (van de middeleeuwen)

Deze islam wordt vooral door denkers als Bassam Tibi gepromoot, waarbij vanuit de historie wordt gekeken naar de talloze culturele invloeden die de islam van andere beschavingen heeft overgenomen, zoals politiek-bestuurlijke elementen, ambtenarij, literatuur, filosofie, wetenschap, medische kennis, enz. Deze islam heeft naast vele oorlogen met Europese landen ook periodes gekend van uitwisseling op theologisch-filosofisch en spiritueel gebied en intensieve handelsbetrekkingen. Vooral de absorptie door moslims van het Griekse denken speelt in deze visie een leidende rol als tegenwicht voor de sterke afkeer bij islamisten van ‘geïmporteerde oplossingen’ en hun sterke geloof in de ‘islamitische oplossing’ ontleend aan het gedachtegoed van de Moslimbroederschap. Een minder sterk punt in deze visie is het vermijden van discussies over de inhoud van de bronteksten en het feit dat islamkritiek in vrijwel alle moslimlanden verboden is, wat hervorming van de islam tot een enorme uitdaging maakt die niet kan slagen zonder actieve ondersteuning vanuit het westen. Toch heeft deze benadering mijn voorkeur, al blijft het probleem bestaan dat de Rede vroeger een filosofisch-metafysische betekenis had (school van Bagdad) tegenover de hedendaagse empirische opvatting van dit begrip. 

3.De Spirituele islam (soefisme)

Deze vorm van islam is heel dominant geweest van de tiende tot de achttiende eeuw, waarbij volgens schattingen rond het jaar 1700 de helft van de moslimwereld soefi was of onder een soefi-invloedssfeer viel. In de beginperiode was deze beweging die zich later ging organiseren in mystieke broederschappen vooral op theologie en kennis (Gnosis) gericht, vergelijkbaar met westerse esoterische genootschappen als rozenkruisers, alchemisten en vrijmetselaars, maar vanaf de tijd van de Perzische mystiek met soefimeesters als Roemi, Attar en Saadi werd het soefisme vooral een uiting van liefdesmystiek vergelijkbaar met de Indiase Bhakti-beweging. In de koloniale tijd toen de politieke islam kwam opzetten verloor het soefisme in hoog tempo haar draagvlak, vanwege haar introverte karakter en onvermogen om politiek-sociale omstandigheden te veranderen. Het soefisme floreerde onder islamistische heersers en had geen antwoord op de politieke situatie onder vreemde overheersing en de gevolgen daarvan voor gewone moslims. Moderne salafistische predikers hebben veel werk gemaakt van het bestrijden van soefi-leerstellingen, niet alleen vanwege de roep om gelijkheid en sociale rechtvaardigheid in de vroege islam waar ze naar willen terugkeren, maar ook omdat de puriteinse salafisten in Saoedi Arabië een grote afkeer hebben van de voor-islamitische Perzische invloeden in het soefisme. En het verbod om naast Allah anderen te aanbidden vinden zij in strijd met de wijdverbreide heiligenverering door soefi's in de hele moslimwereld (en daarom vernietigen jihadisten hun graven).

4.De ‘exotische’ islam

Dit is de islam van de ‘culturele verrijking’ zoals linkse politici in Europa en Amerika het graag zien, waarbij diversiteit automatisch als iets positiefs wordt gezien en niet op inhoud mag worden beoordeeld. Ze durven de politieke islam niet of nauwelijks te bekritiseren uit respect voor een andere ‘cultuur’ of uit respect voor mensen hun ‘diepste overtuiging’. Ze gaan de inhoud van de islamitische geloofsleer en de hadith van Moslim en Bukhari uit de weg, omdat kritiek op de islam vooral de gevoelens van moslims zou kwetsen en als niet-moslims voelen ze zich niet gerechtigd uitspraken te doen over andermans geloof, zonder in te zien dat die leerstellingen op termijn ook gevolgen hebben voor het politieke systeem in het westen. Sinds Pim Fortuyn, Rita Verdonk, Ayaan Hirsi Ali, Geert Wilders en anderen zijn ze hier en daar aan het terugkeren naar de oorspronkelijke godsdienstkritiek van de socialistische hervormers uit het verleden, maar het is vaak onder dwang van de electorale successen van politiek rechts. Het linkse feminisme bijvoorbeeld heeft zich voor een deel laten gijzelen door de ‘recht op boerka’-ideologie die miskent dat in veel islamitische landen de boerka geen vrijwillige keuze is, maar een verplichting opgelegd door een patriarchale samenleving. Toch blijft het een feit dat de islam in verschillende periodes van haar geschiedenis op een hoog cultureel peil heeft gestaan op het gebied van literatuur, architectuur, wetenschap, mystiek en muziek. De vraag is alleen hoelang dat verleden nog als excuus kan dienen voor de islam van vandaag, die sterk politiek gekleurd is. 

5.De humanistische islam

Deze islam wordt voorgestaan door mensen die ofwel menen dat de islam moet hervormen onder invloed van westerse waarden als vrijheid, democratie en pluralisme, of dat de islam van nature juist humanistisch is, zoals Enis Odaci beweert(1), als maar niet teveel de nadruk wordt gelegd op de oorlogszuchtige teksten in de koran die meer als een tijdsbeeld moeten worden opgevat. Ze borduren voort op de culturele islam van de middeleeuwen met haar diversiteit, maar willen meestal niet de islam zelf bekritiseren en kiezen liever selectief de vriendelijke Koranteksten over verdraagzaamheid en vergeving, waarbij Mohammed rustig model kan staan voor de ideale mens. De kracht van deze benadering is de ‘verandering van binnenuit’ maar haar zwakte is het uitblijven van echt inhoudelijke godsdienstkritiek als onderdeel van een rationaliseringsproces. De Koran en de profeet blijven onaantastbaar en het instrument voor vernieuwing is constante herinterpretatie van oude teksten in een nieuwe tijd. De humanisten in de islam die streven naar concrete hervorming en kritiek op basis van inhoud zijn in de minderheid en hebben in de islamitische wereld te weinig invloed.

6.De politieke islam

Deze islam is een moderne uitvinding die zich echter voordoet als traditioneel en ‘authentiek’ gebaseerd op de ideeën van Hassan al Banna en Seyyed Qutb van de Moslimbroederschap. Onvrede over de mislukte modernisering in het Midden Oosten, de zwakke positie van de islam wereldwijd en een afkeer van westerse hegemonie en decadentie (seksuele vrijheid en materiële overdaad) hebben deze groep doen terugverlangen naar de ‘zuivere islam’ uit de beginperiode. Hun ideeën zijn even naïef als gevaarlijk, zowel voor de vrijheid en veiligheid van het westen als voor de ontwikkeling van de islamitische landen. Deze vorm van islam heeft het geloof in de moderniteit en de voordelen van het verwesteren van hun cultuur opgegeven en probeert een islam te realiseren zoals die nooit eerder in de islamitische geschiedenis heeft bestaan. Een islamitische staat met shari’a-wetgeving opgenomen in de grondwet en het streven naar een ‘islamitische wereldrevolutie’ die het seculiere karakter van de huidige wereldorde van soevereine staten gebaseerd op de Vrede van Westfalen in 1648 wil vervangen door een islamitische wereldorde (nizam islami). Het grootste gevaar schuilt niet in de terroristisch tak van deze beweging, maar in de sluipende islamisering in landen die tot dusver een seculier karakter hadden, zoals Turkije en Irak, waar ze via de stembus macht verwerven en dan langzaam het land onder politiek-religieuze invloed brengen door seculiere rechters te vervangen door islamitische rechters en de vrije pers aan banden te leggen.

De islam als politiek-religieuze eenheid?

Deze zes typeringen zijn algemeen en beknopt, maar ze geven aan hoe verschillend de intenties zijn van waaruit mensen over de islam spreken en wat zij wel of niet als valide argumentatie beschouwen. Over het soefisme zeggen sommigen dat dit niet de ‘echte islam’ is zoals Mohammed bedoelde, maar daar staat tegenover dat een religie zich in de loop van eeuwen verder ontwikkelt dan de oorspronkelijke bedoelingen van haar stichter. De culturele moslims kunnen zeggen dat de islamisten/ jihadisten met hun barbaarse wreedheden niet de echte islam vertegenwoordigen, maar de bronteksten waar de islamisten gebruik van maken zijn onmiskenbaar islamitisch en orthodox verantwoord. Politiek links kan de islam wel graag als een cultuur willen zien, maar de essentie van een religie (zeker openbaringsgeloof) is toch haar ideologische inhoud en daarnaast hoe er contextueel met die inhoud wordt omgesprongen. Islam-bashers mogen beweren dat de islam een politieke en gewelddadige ‘ideologie’ is en geen religie, maar elke religie is in wezen een ideologie en de meeste religies in de geschiedenis hebben zich beziggehouden met militaire expansie als onderdeel van een politieke strategie. In Mesopotamië en het oude Egypte deden ze dat al en Karel de Grote deed in de middeleeuwen met het christendom precies hetzelfde. Bovendien waren de christelijke keizers van Byzantium ook tegelijk politiek en religieus heerser. De islam was enkel in de begintijd een politiek-religieuze eenheid, maar al spoedig werden wereldlijk en religieus gezag gescheiden. Islamitische heersers hadden vaak meer last van de geestelijkheid dan dat ze er steun van ontvingen.

Islamcritici volgen beeldvorming jihadisten

De indeling van de islam in tijdvakken is vooral van belang met betrekking tot het begrijpen van de politieke islam in de huidige tijd, omdat ze de ideologische legitimatie verschaft voor terreuraanslagen. Wie het verschil ziet tussen culturele onderontwikkeling en politiek aangestuurd terrorisme (wat moeilijk is omdat vooral onderontwikkelde en minder begaafde mensen goed te rekruteren zijn voor zelfmoordaanslagen) begrijpt dat de gewone moslims die zich redelijk voegen naar de hier bestaande normen en waarden geen deel hebben aan de politieke agenda van de islamisten. Proberen de gehele islam neer te zetten als een stel gekken die zich ieder moment kunnen opblazen in een trein of metrostation is niet alleen verspilde energie door het kunstmatig hooghouden van een veralgemeniseerd vijandbeeld, maar het zal de dreiging van de politieke islam ook niet stoppen. Ik begrijp niet waarom het zo moeilijk tot de gemiddelde islamcriticus doordringt dat juist het sterk benadrukken van de bronteksten en het teruggrijpen op de vroege islam de islamisten bevestigt in hun ‘identiteitspolitiek’ die de kloof tussen de islam en het westen alleen maar groter maakt.

Islamkritiek beter funderen 

Europa heeft een rationaliseringsproces doorgemaakt sinds de tijd van het humanisme, de Verlichting en de wetenschapsontwikkeling in de moderne tijd die leidde tot politiek-sociale emancipatie van haar burgers. Dat kwam zelfs in een stroomversnelling in de twintigste eeuw, waarin technologisch meer vooruitgang werd geboekt dan in de tweeduizend jaar daarvoor. Dit staat in schril contrast met de islamitische fundamentalisten die 5 à 10 procent van de islam uitmaken wereldwijd, die juist terug willen naar het verre verleden van een voorwetenschappelijke tijd. De migratiestromen vanaf de jaren zestig vanuit verschillende islamitische landen hebben ervoor gezorgd dat er miljoenen moslims in Europa wonen en daarom beschouwen de islamisten ons continent nu als 'te koloniseren gebied'.(2) 

Hun invloed neemt wereldwijd toe, maar een islamkritiek die het 'islamisme' niet als aparte beweging erkent maakt het bestrijden ervan enkel moeilijker, omdat we op die manier politiek links nooit over de streep zullen trekken. Die zien in de monolithische opvatting van de islam als een gewelddadige ideologie die nooit iets goeds heeft voortgebracht in haar veertienhonderdjarige geschiedenis (Wilders en Van Rooy) vooral een teken dat rechtse mensen dom en ongenuanceerd zijn. Des te makkelijker is het voor ze om de politieke correctheid langer vol te houden en over de sluipende islamisering heen te kijken, want blijkbaar zijn het allemaal ‘tokkies’ die de islam aanvallen. Een ander probleem bij het formuleren van een geloofwaardige islamkritiek is dat velen dit doen met joods-christelijke waarden als uitgangspunt, terwijl de essentie van de cultuurbotsing tussen de islam en het westen geen religieuze kwestie is. We hebben niet te maken met concurrerende religies, maar met een strijd tussen een seculier en een religieus wereldbeeld. De scheiding tussen Kerk en Staat is waar het in het islamdebat om moet draaien en niet de resten van een religieuze erfenis. 

Spinoza en het Verlichtingsdenken

Onze huidige vrijheid is geen christelijke vrijheid, maar een filosofische en wetenschappelijke vrijheid die begon met de verordening van Johan de Witt (vermoedelijk op advies van Spinoza) dat de calvinistische theologen zich niet meer met de filosofie mochten bemoeien, waardoor de filosofie opnieuw zelfstandig werd na vele eeuwen onder het juk van de christelijke en islamitische theologie te hebben geleefd. Tot aan de tijd van Spinoza was niemand in Europa vrij om te denken wat hij wilde en ook na diens dood was dat lange tijd nog niet vanzelfsprekend. De wereld van de islam en die van het christendom hebben eeuwen lang als communicerende vaten gewerkt en pas in de moderne tijd met de opkomst van de empirische wetenschap heeft het westen een duidelijke voorsprong genomen. Die wetenschappelijke vooruitgang leidde tot wereldwijde militaire dominantie voor Europese mogendheden en de bezetting van een groot deel van de islamitische wereld. Er zijn diverse pogingen gedaan door islamitische hervormers om te moderniseren, maar om allerlei interne -en externe redenen is dat tot nu toe niet gelukt. Mensen vergeten vaak hoe het Midden Oosten de speelbal is geweest van Europese machten in hun onderlinge strijd en later van de NAVO en de Sovjet-Unie in de ‘Koude Oorlog’. Zo heeft bijvoorbeeld de Duitse keizer Wilhelm II in de Eerste Wereldoorlog bewust een ‘jihad’ uitgelokt, door de Ottomaanse heerser over te halen een heilige oorlog te beginnen, niet tegen de Duitsers die de ‘vrienden waren van 300.000 Mohammedanen’, noch tegen hun bondgenoten Oostenrijk-Hongarije, maar wel tegen de Fransen, de Engelsen en alle andere landen waar Duitsland mee in oorlog was.  

Westerse belangen in het Midden Oosten

Het heeft er alle schijn van dat het nog steeds de belangen van westerse mogendheden zijn (oliebelangen en militair-strategische belangen) die de ontwikkeling van de islamitische landen tegenhouden. Oppervlakkig gezien is het de islam zelf, met haar regressieve puriteinse neigingen die doen terugverlangen naar de tijd van Mohammed, maar wie het geopolitiek bekijkt ziet dat het fundamentalisme en terrorisme in feite reacties zijn op het langdurig ondersteunen van dictatoriale regimes in het Midden Oosten door westerse landen en Rusland. Zonder de koloniale tijd en een gefrustreerd postkoloniaal proces van modernisering en verzelfstandiging (in Afrika was de postkoloniale tijd ook een ramp die vele dictators voortbracht) zou het hedendaagse jihadisme niet eens hebben bestaan. Zowel het samenzweringsdenken als de anti-seculiere ideeën van de islamisten/jihadisten zijn het gevolg van de plotselinge inval van het westen in een Ottomaans-islamitische wereld die voornamelijk in zichzelf gekeerd was.

Gedwongen tot een keuze 

Deze kennis verandert natuurlijk niets aan de reële bedreiging die islamisten vormen voor open westerse samenlevingen en islamitische landen die ondanks veel tegenslagen toch proberen te moderniseren en democratiseren (zoals Tunesië), maar het verdient een historisch perspectief om te duiden waar de dreiging precies vandaan komt. Niet van de vroege islam in ieder geval, want de ideale islam heeft zelfs in de tijd van Mohammed niet bestaan. Het was allemaal experimenteel wat Mohammed deed en zijn onverwachte dood zorgde voor verwarring bij zijn aanhangers waardoor ze vanaf het begin veel onderlinge strijd hebben gekend. De islam is in de breedste zin een traditie van veertienhonderd jaar die verschillende stromingen heeft voortgebracht en talloze niet-islamitsche culturele invloeden in zich heeft opgenomen. Op dit moment in haar geschiedenis moet de islam radicaal de overstap maken naar modernisering en democratisering, omdat de geleidelijke weg lijkt te zijn afgesloten. De politieke islam dwingt moslims wereldwijd een keuze te maken, terug naar een gefabriceerd verleden met meer religieuze invloed in het politieke domein of juist de weg voorruit, door hervorming van tradities die in de moderne tijd voor stagnatie zorgen op politiek en sociaal terrein.(3) Het is erop of eronder voor de islam. Verder afglijden naar chaos en destructie vanuit een antiwesterse houding en wereldvreemde dromerijen van vergane islamitische glorie of een versnelde modernisering om te voorkomen dat de islamisten hun invloed in de islamitische wereld uitbreiden waardoor steeds meer mensen -zowel moslims als niet-moslims- de ‘ware islam’ krijgen opgedrongen met geweld en indoctrinatie.  

Sven Snijer 


(1)http://humanislam.com/2015/01/stichting-humanislam/ 

(2)’Islamisten hebben met succes gebruik gemaakt van Madrassa’s en religieuze scholen, zowel in de wereld van de islam als in Europa, om hun ideologie te verspreiden in een opzettelijke poging te recruteren en indoctrineren.’ ‘Islamism and Islam’, hoofdstuk 8 Islamism and totalitarianism, blz 217. http://www.bol.com/nl/p/islamism-and-islam/1001004011842286/

(3)"Irak is er slecht aan toe. Politieke partijen gebruiken religie. Ze werken elkaar tegen. Door de slechte situatie ben ik bezig met bommen en sektarische tegenstellingen... terwijl ik me zou moeten concentreren op mijn studie."

donderdag 24 maart 2016

Islamcritici spreken zichzelf vaak tegen


Helaas kunnen we in het interview met Wim van Rooy op de website van Elsevier (1) weer hetzelfde waarnemen als bij zijn eerdere interviews in verschillende media; een jammerlijke tegenstrijdigheid in de manier waarop de westerse normen en waarden worden verdedigd tegen de oprukkende invloed van de islam in Europa. Niet alleen weigert Van Rooy consequent om het onderscheid te maken tussen de traditionele islam en de politieke islam (islamisme), omdat hij dit onderscheid ten onrechte beschouwt als een ‘linkse’ uitvinding, maar hij schraagt zijn argumentatie ter bescherming van de westerse cultuur ook nog eens met de verkeerde middelen.

De Islam als ‘uitzondering’

Van Rooy spreekt zichzelf tegen door eerst te beweren dat de overheid alleen nog synagogen en kerken zou moeten subsidiëren en niet langer moskeeën, om vervolgens te stellen dat we van moslims moeten eisen dat ze de scheiding tussen Kerk en Staat zullen onderschrijven. Waarna heel misschien (indien ze hieraan voldoen) de subsidiekraan richting islamitische organisaties weer open kan gaan, maar dat laatste vul ik zelf in en met een flinke reserve, omdat islamcritici als Van Rooy er in wezen van uitgaan dat de islam helemaal geen religie is, maar een ‘verwerpelijke totalitaire ideologie’. En aangezien hij het onderscheid tussen de islam en het islamisme principieel niet wil maken, zal de islam ook als moslims de scheiding tussen Kerk en Staat met overtuiging zouden omarmen voor hem nog steeds niet voldoen aan de kwalificatie ‘religie’. Het monumentale boek van Wim van Rooy ‘Waarover men niet spreekt’ (2) is juist een langdurige poging om te bewijzen dat de islam een verwerpelijke ideologie is, geheel anders van karakter dan het jodendom of christendom.

Het probleem met deze zienswijze, is dat als de overheid bepaalt wat wel of niet een religie mag heten, zij zelf niet langer de scheiding tussen Kerk en Staat respecteert, omdat de kwestie van het wel of niet moderniseren van een geloof geheel los staat van de vraag wat een religie genoemd mag worden. Als de overheid alleen religies subsidieert die zich voegen naar het seculiere maatschappijmodel, dan overschrijdt ze zelf de grens tussen Kerk en Staat, zeker als ze mee zou gaan in de onhoudbare stelling dat de islam geen religie is. De tegenstrijdigheid hier wordt verder duidelijk als we uitgaan van de bewering van Van Rooy dat de islam fundamenteel (vanuit de bronteksten) ongeschikt is om verenigd te worden met democratie, wat de vraag oproept waarom we dan nog moeite moeten doen om moslims zich te laten confirmeren aan de seculiere staatsinrichting. Dan zou het eenvoudiger zijn om zoals Wilders graag zou willen het islamitisch geloof geheel en al te verbieden, maar dan moet eerst bewezen worden -op wetenschappelijke gronden- dat de islam geen religie is, en de kans dat zoiets wetenschappelijk onderbouwd kan worden is bijzonder klein.

Joods-christelijke waarden?

Je kunt van moslims niet eisen zich aan te passen aan onze westerse maatschappijopvattingen en tegelijkertijd beweren dat de islam überhaupt geen bestaansrecht heeft, want de eis van aanpassing impliceert natuurlijk wel dat er een hervorming mogelijk is in de islam, als daar tenminste de juiste condities voor geschapen worden.(3) Daarnaast is het vanuit de westerse identiteit gezien geen sterke strategie om religies aan te voeren die zich in de loop van eeuwen wél hebben gevoegd naar de seculiere maatschappelijke ordening (tegen hun zin), alsof we daarmee intrinsieke waarden van de religies jodendom en christendom bij de kop hebben gepakt, want sorry, ‘secularisatie’ en het loslaten van het alleenrecht op ‘de waarheid’ zijn nooit deugden geweest van het openbaringsgeloof in welke vorm dan ook. Het jodendom en christendom hebben eerder gecapituleerd voor het wetenschappelijke wereldbeeld dan de islam, dat nog steeds overwegend in een magisch-mythisch paradigma leeft waarin de werkelijke historie en de theologische heilsgeschiedenis door elkaar heen lopen, maar in wezen zijn ze op dezelfde onbewijsbare stellingen gebaseerd; geopenbaarde waarheden die op geen enkele manier empirisch bewezen kunnen worden. De vraag aan mensen om te ‘geloven’ tegenover het huidige wetenschappelijke principe van ‘onderzoeken’ is een mankement dat religie in onze tijd per definitie verdacht maakt. Het verschil tussen de islam en het jodendom/ christendom is niet een significant verschil in de bronteksten (tenzij men het christendom uitsluitend wenst te identificeren met het Evangelie, terwijl toch een groot deel van de christelijke leer ook stoelt op het Oude Testament met haar primitieve cultuuruitingen), maar een sterk verschil in de contextuele beleving van de teksten.

Het Islamisme en de ‘Protocols’

Kort gezegd, in de islamitische wereld is geloofskritiek verboden en het gevolg daarvan is dat moderne theologie binnen de islam alleen in het vrije westen mogelijk is. Maar hier laten we dat voor het grootste deel liggen uit een vals cultureel respect, terwijl het Westen wordt geïnfiltreerd door de politieke islam, met sterke antiwesterse en antidemocratische denkbeelden, waardoor een grote groep westerse islamcritici denkt dat de traditionele islam bezig is haar territorium uit te breiden op de manier zoals dat vroeger in de islam gebruikelijk was, via religieuze oorlogsvoering (jihad). Maar de moderne jihad van de jihadisten is een politieke bewerking van de traditionele jihad en kan door de orthodoxe islam niet als legitiem worden beschouwd, net zo min als een door de staat opgelegde islamitische wetgeving (shari’a), want in de islam waren vanaf de tijd van de Oemayyaden in de zevende eeuw het religieuze en wereldlijke gezag al behoorlijk van elkaar gescheiden. En ook het antisemitisme in de hedendaagse islam is grotendeels afkomstig van vervalste westerse bronnen als de ‘Protocols of the Elders of Zion’, waar het merendeel der Jodenhaters en samenzweringsdenkers in het Oosten en het Westen, links zowel als rechts,  al meer dan honderd jaar haar ideeën aan ontleent. De halsstarrige weigering om een onderscheid te maken tussen de traditionele islam en de politieke islam wordt voornamelijk veroorzaakt door het verwarren van twee gescheiden zaken, een historisch-cultureel aspect en een politiek-strategische campagne.  

Inhumane aspecten van de islam

Voor mensen die niet goed met de geschiedenis van de islam bekend zijn doen de problemen in de confrontatie van de islam met het westen van verschillende aard zich voor als één en hetzelfde probleem; de islam als zodanig. Ze zien de culturele achterstand en het gebrek aan emancipatie van moslims afkomstig uit ontwikkelingslanden enerzijds en de letterlijke interpretatie van de meest hatelijke en gewelddadige koran -en hadith-teksten door islamisten anderzijds, als tekenen dat de islam zelf niet deugt, want op politiek, religieus en cultureel niveau zien ze een boel narigheid. Eerwraak, steniging, boerkas, terreuraanslagen, kindbruidjes, handen afhakken, het vermoorden van westerse cartoonisten en doodstraf of sociale uitstoting bij geloofsafval. Het is voor veel mensen een niet te onderscheiden kluwen van onfrisheden die op de een of andere manier allemaal met de islam te maken hebben. De uitdaging is echter, om ze zo goed als mogelijk terug te voeren naar hun verschillende bronnen, de culturele gebruiken terug naar de cultuur, de theologische argumentaties terug naar de theologie en de politieke motivaties terug naar de politieke verhoudingen. En dat is gemakkelijker dan het lijkt, want de politieke islam, die voor het grootste deel verantwoordelijk is voor de bedreiging van de vrijheid en democratie in het westen en de grootste rem op de ontwikkeling ervan in de islamitische wereld,  kan vrij snel geïdentificeerd worden als men maar weet waar op te letten.

Eenheid van Religie en Staat

Volgens het principe van de eenheid van religie en staat (din wa dawla) van de islamisten, zullen zij nooit of te nimmer de scheiding van Kerk en Staat onderschrijven die in het westen zo essentieel is, tenzij vanuit het religieuze recht om te liegen tegen de ongelovigen (iham) waarbij zij zich enkel in uiterlijke zin aanpassen aan de democratie, zonder innerlijk de democratische beginselen van pluralisme en machtsdeling te aanvaarden. De democratie is voor hen slechts een middel tot het doel; de afschaffing van de democratie bij een absolute meerderheid bij de verkiezingen en de vervanging van de seculiere grondwet door een islamitische grondwet naar de eenzijdige shari’a-opvattingen van de politieke islam. Achter deze vijandige houding richting het secularisme schuilt niet slechts een meningsverschil over wat er precies onder ‘moderniteit’ verstaan moet worden in intercultureel verband. Velen denken dat het verzet tegen westerse waarden een cultuurstrijd is in de geest van Edward Saïd en zijn beschuldiging van oriëntalisme. De afkeer van de islamisten van westerse waarden gaat veel dieper dan een culturele kloof en verzet tegen westers superioriteitsdenken, want in de grond berust zij op een samenzweringsdenken dat de joden verantwoordelijk zijn voor de ‘ontheiliging’ van de wereld. Zij worden gezien als de uitvinders van het secularisme, dat tot doel heeft de islam te vernietigen middels een systeem van soevereine staten die niet op religieuze identiteit gevestigd zijn, maar op democratische beginselen. Islamisten verlangen naar een groot moslimrijk, door vele westerse commentatoren Kalifaat genoemd, maar in werkelijkheid gaat het nog verder. Het uiteindelijke doel van de islamisten is een nieuwe wereldorde te stichten (nizam islami) die de seculiere wereldorde moet vervangen. 

Liberale moslims niet afvallen

Het moet naar mijn idee niet heel moeilijk zijn om dit soort overtuigingen, die in hoge mate moderne modificaties zijn van traditionele islamitische ideeën, te onderscheiden van de culturele moslims van de traditionele islam. Gewone moslims zullen geen enkele moeite hebben om democratische waarden te omarmen, wanneer de beïnvloeding van moslims in Europa door de verschillende kanalen van de politieke islam (AKP, Islamitische Broederschap, Hamas, IS, Al-qaida, Internetpredikers) een halt wordt toegeroepen en haar zogenaamd gematigde verschijningsvorm, het institutionele islamisme wordt gezien voor wat het is; een wolf in schaapskleren. Het heeft een tijdje geduurd, maar er zijn in Nederland initiatieven aan de gang vanuit de moslimgemeenschap om radicalisering van jongeren tegen te gaan. Als de islam als geheel antiwesters en antidemocratisch zou zijn kon dit proces nooit op gang zijn gekomen. Het grootste gevaar van generaliserende islamkritiek is niet alleen dat de culturele achterstand van de traditionele islam in ontwikkelingslanden en de moderne politieke agenda van islamisten met elkaar worden verward, maar ook dat hervormingsgezinde moslims hierdoor in de wielen worden gereden. En dat geeft dan omgekeerd weer de bevestiging dat de islam niet kan veranderen.  Gerechtvaardigde woede over de blindheid van de politieke elite in Europa aangaande integratieproblematiek mag zich niet keren tegen alle moslims, waarvan velen geïntegreerd en modern zijn. Hoe erg de uitwassen en de terreur soms ook zijn, geen onderscheid maken tussen groeperingen en stromingen binnen een wereldomspannende religie zal er op termijn toe leiden dat de goeden steeds meer onder de kwaden gaan lijden en dat het voor jonge moslims dan nog makkelijker kiezen is tegen onze cultuur.  

Sven Snijer




(3)Van Rooy is in veel interviews en ook in zijn laatste boek opmerkelijk ambivalent in het gebruik van het woord ‘islamisme’, dat hij soms wel, soms niet erkent als een onderscheiden stroming.