woensdag 21 september 2016

Het gevaar van ‘Bureau Wijkteam’


Het wezenlijke probleem in de jeugdbescherming is niet gelegen in de terminologie die gebruikt wordt.(1) Het heeft meer te maken met de bejegening van cliënten, de mate van deskundigheid, sressbestendigheid en het zelfvertrouwen van de jeugdzorgwerker (en vooral het gebrek daaraan). Dit was de voornaamste klacht van ouders voor de Decentralisatie en dat is het nog steeds.  

Iedere hulpverlener droomt van cliënten die alle hulp dankbaar aannemen en naar elk goed advies luisteren, maar zo zit de praktijk niet in elkaar. De realiteit van jeugdhulp in verbinding met kinderbeschermingsmaatregelen (Bureau Jeugdzorg) is dat er vrij gemakkelijk een punt wordt bereikt in het traject waar de hulpverlener begint na te denken over gedwongen maatregelen, simpelweg omdat er een juridische stok achter de deur staat. Het is te gemakkelijk voor de jeugdbeschermer om er bij een meningsverschil met de cliënt mee te dreigen, onder het mom van 'ouders hebben geen inzicht’ en zijn ‘hulpweigeraars’. 

Het vertrouwen tussen hulpverlener en cliënt wordt ondergraven door de juridische adder onder het gras die in gewone hulpverlening (psycholoog, therapeut) geen rol speelt. De overheid heeft de Bureaus Jeugdzorg en nu de Wijkteams met een tegenstrijdige taakstelling opgezadeld; aardig gevonden willen worden (Eigen Kracht/Eigen regie) en streng zijn (preventietaak) en je kunt nu eenmaal niet tegelijk linksaf en rechtsaf slaan.

Engageren en positioneren

Ook de volgorde van 'engageren en positioneren' zoals genoemd in het artikel 'Stop met de term drang' is niet meer dan een goedbedoelde intentie en geen dagelijkse praktijk. 'Wat het zwaarst is, moet het zwaarst wegen' en het zwaarst weegt altijd de (potentieel) juridische dreiging of die nu genoemd wordt of niet. Men spreekt van gedwongen hulp, drang, 'tough love', opschalen, escaleren, niet-langer-vrijblijvend, doorsturen naar de Raad, maar het is één pot nat. Iedereen die tegenover een jeugdbeschermer zit voelt al snel aan niet met een normale hulpverlener te maken te hebben, maar met iemand die een doorschakeling kan regelen naar Justitie.

De jeugdbeschermer kan vriendelijk doen zoveel hij/zij wil, maar vrijwillige hulp bij jeugdzorg/Wijkteam bestaat eigenlijk niet. Er is altijd een potentieel escalatiegevaar. Niet voor niets sprak men een paar jaar vóór de Decentralisatie nog met overtuiging van doorzettingsmacht voor de generalist van het Wijkteam, maar na waarschuwingen van organisaties die kritisch zijn over jeugdzorg helemaal niet meer. Er werd vlak voor 1 januari 2015 in Amsterdam alleen nog gesproken over ‘laagdrempeligheid’ en ‘vrijblijvende’ informatieverstrekking aan ouders met opvoedingsprobleempjes. De hond had geblaft, maar durfde opeens niet meer te bijten.

Bijna twee jaar later zien we in de media berichten dat er in de meeste steden problemen zijn met het ‘opschalen’. Niet verwonderlijk, want ze willen niet het oude jeugdzorgimago van ‘kinderdief’ overnemen. De gemeenten zouden het allemaal veel vriendelijker doen. Helaas, door de nadruk op laagdrempeligheid en ‘eigen regie’ komt nu de preventie in gevaar en dreigen er weer meer gezinsdrama’s te ontstaan. De burgemeester van de gemeente Hoogeveen, waar het meisje Sharleyne (2) om het leven kwam ondanks betrokkenheid van acht hulpverlenende instanties,  sluit niet uit dat er voortaan toch vroeger ingegrepen zal worden in gezinnen, wat weer een stijging zal geven in de uithuisplaatsings-cijfers die nu net naar beneden waren gegaan. We herkennen hier het oude probleem van Bureau Jeugdzorg van te vroeg én te laat ingrijpen en allebei zonder een duidelijke rationaliteit ter onderbouwing van het één of het ander. 

De 'wurgcontracten'

Gezinsdrama’s en onterechte uithuisplaatsingen, er verandert in het nieuwe systeem niets. Het lijkt er zelfs op dat veel gemeenten alle fouten van Bureau Jeugdzorg van de afgelopen twintig jaar op Wijkteamniveau nog eens overdoen. Er zijn nu Wijkteams die in vrijwillig kader ouders contracten laten tekenen onder dwang (‘Anders kunnen wij geen hulp voor u regelen’) waarbij ouders de gehele regie overdragen aan het Wijkteam. Het woord ‘drang’ wordt niet eens genoemd. Mensen weten bij God niet waar ze voor tekenen, maar hun hele privéleven wordt overhoop gehaald en er ontstaat een dik dossier dat geen zier te maken heeft met de oorspronkelijke (eenvoudige) hulpvraag. Het kind staat niet centraal, maar het veronderstelde sociale disfunctioneren van het hele gezin. Weigering zich aan dit soort ‘vrijwillige’ hulp te onderwerpen betekent doorsturen van het dossier naar de Raad voor de Kinderbescherming. 

Geen geld, geen recht

En om de situatie voor ouders met een kleine beurs nog te verergeren heeft men recentelijk besloten dat juridische bijstand van een advocaat op toevoegingsbasis niet eerder mag worden aangevraagd dan dat er daadwerkelijk sprake is van een verzoek om kinderbeschermingsmaatregelen bij de rechter. Dat wil zeggen dat ouders op deze manier het gehele voortraject van de broodnodige juridische adviezen verstoken zijn en de advocaat pas in actie mag komen als het te laat is. Als ouders tot hun nek in de juridische ellende zitten via Veilig Thuis, wijkteam en beschermtafel mag de advocaat nog een rituele dans uitvoeren in de rechtszaal en dan is het kindje van de staat. We zien dat ouders in de tang worden genomen via allerlei wegen, zoals sociaal-pedagogische verdachtmaking, obstructie van j-ggz hulp en het inperken van hun juridische mogelijkheden. Dit is overheidsterreur in optima forma, want alleen ouders die € 200,- per uur kunnen betalen voor een advocaat maken nu nog een kans. 

Ik geloof dat de term ‘Drang en Dwang’ is ingevoerd om meer dwang te bewerkstelligen zonder een officiële ondertoezichtstelling door de rechter, zodat de cijfers voor gedwongen hulp kunstmatig laag kunnen blijven en wel het doel wordt bereikt van een (sociale) ondertoezichtstelling. Niemand kan daarbij controleren of er ook echt sprake is van een kind-bedreigende situatie, want er kijkt geen rechter mee.(3) Het woord ‘chantage’ was daarom meer van toepassing geweest. Bij een 'drangmentaliteit’ -zelfs met de beste bedoelingen- kan er per definitie van gelijkwaardigheid geen sprake zijn in de relatie met de cliënt. Want wie bepaalt of de cliënt voor vol moet worden aangezien? Die macht ligt uiteindelijk altijd bij het Wijkteam en net als bij het oude Bureau Jeugdzorg kan de hulpvraag door de jeugdbeschermer getransformeerd worden in een risico-analyse. Een lastige (mondige, intelligente) ouder is dan opeens een ‘gevaar’ voor het kind. En zo zijn we terug bij af.

Geen duidelijk onderscheid

Zolang we in onze Nederlandse jeugdhulpverlening geen duidelijk onderscheid kunnen maken tussen de echte hulpweigeraars die hun kind ernstig in gevaar brengen en de ouders die een ander idee hebben dan de jeugdbeschermer over welke hulp voor hun kind van toepassing is, zal de scheidslijn tussen vrijwillige hulp en het gedwongen kader even vaag blijven als voorheen en zal niemand jeugdzorg of het Wijkteam echt kunnen vertrouwen. Wat ooit bedoeld was als een soepele verbinding tussen vrijwillige hulp en gedwongen hulp om meer aan preventie te kunnen doen, heeft juist voor verantwoordelijke ouders onnodig veel risico gebracht, terwijl de echt onbekwame ouders in dit systeem nog steeds niet sneller in beeld komen, maar nog altijd in ruime meerderheid door de politie worden aangemeld.

En door de onbekwaamheid van veel hulpverleners lopen ook de kinderen die wel onder toezicht staan nog steeds veel risico, want de eigenzinnigheid van de jeugdbeschermers leidt niet alleen tot onnodig ingrijpen in gezinnen waar geen wezenlijk gevaar dreigt voor het kind, maar men houdt zich ook doof voor waarschuwingen van de buitenwacht waar het gevaar voor het kind reëel is. Geen mens die uit ervaring spreekt over jeugdzorg kan begrijpen waarom één van de belangrijkste intenties van de overheid bij de Transitie was om de jeugdbeschermers ‘meer vertrouwen te geven’ want tot nu toe is uit niets gebleken dat ze dat vertrouwen waard zijn. Jeugdzorg is ook bij de Wijkteams een juridische fuik en het is ronduit krankzinnig dat in sommige gemeentes de Raadsmedewerker (RvdK) al aanschuift aan de beschermingstafel om te bepalen of er opgeschaald moet worden. Het opschalen is juist het inschakelen van de Raad, dus hier adviseert de Raad om op te schalen naar zichzelf!

Jeugdzorgmentaliteit

Meer professionaliteit in de jeugdzorg, we wachten er nog steeds op. In de Wijkteams vinden we niet alleen dezelfde rigide mentaliteit van Bureau Jeugdzorg, maar ook haar beschamende ondeskundigheid in gevallen waar het probleem er niet duimendik bovenop ligt. Dezelfde handelingsverlegenheid, slechte afstemming met andere hulpverleners, tunnelvisie, speculeren, het makkelijkste slachtoffer kiezen (alleenstaande moeder), honderdtachtig graden draaien in bejegening, dreigend taalgebruik, niet kunnen omgaan met weerstand, eigenzinnigheid, slecht communiceren, liegen en misleiden, geen verstand van kindeigen problematiek, etc. Het is nog een geluk dat veel artsen niet naar de Wijkteams doorverwijzen omdat zij dezelfde mening zijn toegedaan.

Tot de dag dat ik als ‘cliënt’ een Wijkteam binnen kan gaan met de absolute zekerheid dat ik niet per abuis voor een hulpweigerende ouder wordt aangezien met problemen in de gezinssituatie (omdat ik zelf kan nadenken) zullen alle mooie beloften over vriendelijke hulp gebakken lucht zijn. Het levensgrote gevaar van misvorming van de hulpvraag door de sociaal-pedagogische bril van de hulpverlener die tegelijkertijd ook jeugdbeschermer moet zijn is een risico dat geen zinnig mens wil nemen. Ik begrijp ook niet waar jeugdbeschermers en overheid zo moeilijk over doen. Het verschil tussen probleemgezinnen en normale gezinnen is niet zo moeilijk, want het sleutelwoord is ‘politie’. Wie zelf hulp zoekt voor zijn kind zonder een dramatische gezinssituatie zou nooit gecriminaliseerd mogen worden. Maar de overheid heeft bij wet alle gezinnen in Nederland gecriminaliseerd door de prioriteit te leggen bij preventie (om geld te besparen op jeugdzorg en jeugd-ggz) zodat de eerste focus van het Wijkteam ligt bij het mogelijk disfunctionele gezin en niet bij een eenvoudige hulpvraag.

Sven Snijer  
  




'De rechter vindt wel dat de beslissing van het Jeugdbeschermingsplein ondoorzichtig is en eigenlijk ook niet behoorlijk is, omdat ouders onvoldoende worden betrokken bij de besluitvorming over welk traject van jeugdhulp dan noodzakelijk zou zijn en of de zorgen eigenlijk wel terecht zijn.


Melding 'onveilig gezin' vaak onterecht 

Dat meldingen niet terecht zijn blijkt alleen al uit de vele dossiers waarin hulpverleners dreigen een kind uit huis te laten halen als ouders zich niet aan afspraken houden die niets met de veiligheid van het kind te maken hebben, zegt voorzitter Vera Hooglugt van de Bvikz. Dat is een belangenvereniging gevormd door ouders en professionals op het gebied van jeugdzorg, intensieve kindzorg en Wet maatschappelijke opvang.

In de meeste gevallen heeft Veilig Thuis volgens Hooglugt de meldingen ook niet verder onderzocht. "En dit is slechts het topje van de ijsberg. Wij zijn ervan overtuigd dat steeds meer instellingen en organisaties melden onder het mom van: beter één melding te veel dan één te weinig. Maar zij beseffen niet wat een onterechte melding met een gezin doet. Een onderzoek door Veilig Thuis of de Raad voor de Kinderbescherming leidt tot een traumatische ervaring", zegt Hooglugt.

Lees verder in de Gelderlander van 30 september 2016