dinsdag 25 juli 2017

De gevaren voor de democratie


De eerste ontluistering voor het Westen over het ideaal van ‘vrijheid en democratie’ voor de rest van de wereld was de bloedig neergeslagen opstand in China op het plein van de Hemelse vrede op 4 juni 1989. Daar werd voor het eerst zichtbaar dat een groeiende economie als gevolg van het openstellen van de Chinese markt voor kapitalistische waarden niet gelijk stond aan het verkrijgen van persoonlijke vrijheid voor alle chinezen. Het communistische regime is er de afgelopen decennia in geslaagd om ondanks de indrukwekkende economische groei van het land stevig in het zadel te blijven en mensenrechtenschendingen in China zijn nog steeds aan de orde van de dag. Het is zelfs zo erg dat vorig jaar nog een documentaire op Aljazeera werd uitgezonden over naar het buitenland gevluchte Chinese dissidenten die door de Chinese overheid in het geheim worden ontvoerd om te verdwijnen in Chinese gevangenissen.(1) 

Geen overhaaste hervormingen

Ook Rusland dat bevrijd werd van het communisme uit de tijd van de Koude Oorlog werd niet de vrije democratie waar westerse analisten op hadden gerekend toen het Warschaupact uiteenviel als gevolg van de Perestrojka-politiek van Gorbatsjov. De oud-leider van Rusland waarschuwde dat de hervormingen in zijn land niet overhaast moesten worden doorgevoerd, maar weinig mensen in binnen- en buitenland deelden die visie. Iedereen was enthousiast dat nu eindelijk het Oostblok dezelfde vrijheid zou gaan genieten als het westen en het kapitalistische systeem als fundering voor westerse waarden in het algemeen zou als vanzelf andere culturen gaan hervormen. Er bestond lange tijd een heilig geloof in de marktwerking als cultuurdrager en cultuurhervormer naar westers model. Tegenwoordig zitten we echter met Poetin die als een dictatoriale figuur zijn eigen bevolking hersenspoelt met een volledige mediabeheersing en opzet tegen het westen. Met actieve steun van Rusland en met Russische vliegtuigen worden door de Syrische leider Assad continu burgerdoelen aangevallen en het westen staat er met open mond van verbazing naar te kijken. 

Islamisme niet marginaal  

Bondgenootschappen met landen in het Midden-Oosten hadden lange tijd de stilzwijgende aanname dat westerse waarden als gevolg van de economische verbintenissen uiteindelijk zouden leiden tot verwestering van het Midden-Oosten en de emancipatie van de burgers aldaar. De opkomst van het islamitisch fundamentalisme werd lange tijd genegeerd als een marginaal verschijnsel dat met in het westen gekochte wapens door de seculiere leiders onder controle kon worden gehouden. Het algemene idee was dat de meeste mensen op aarde naar vrijheid en democratie verlangden in het verlengde van betere levensomstandigheden. Weinigen leken zich te realiseren dat in regio’s waar de algemene ontwikkeling van de bevolking niet bijzonder hoog is -uitgezonderd een op het westen georiënteerde elite- de kans op verwestering over de hele maatschappelijke breedte bijzonder klein moet worden geacht. Mensen die geen hoger of universitair onderwijs hebben genoten zullen zich niet snel laten leiden door westerse waarden, omdat de voorwaarden daarvoor alleen gecreëerd kunnen worden door op westerse waarden gestoelde onderwijssystemen en het madrassa-onderwijs in veel moslimlanden van basisschoolniveau geeft geen affiniteit met onze manier van denken.

Nationalisme, etniciteit en religie

Wereldwijd zien we in verschillende culturen ontwikkelingen die aantonen dat men niet primair is gericht op het verkrijgen van meer democratie en mensenrechten of een beter functionerende rechtstaat. In plaats daarvan worden nationalistische waarden aangehangen, religieuze waarden, regionale, culturele en etnische waarden en boven alles een separatistische neiging die het door de financiële markten opgedrongen internationalisme moet tegengaan. Een internationalisme die verondersteld dat de hele wereld geleidelijk, maar onvermijdelijk zich beweegt in de richting van een ‘global village’ die zich eerst economisch zal manifesteren en in een latere fase als een interculturele gemeenschap op wereldniveau. We moeten niet vergeten dat de zogenaamde Europese eenheid voornamelijk een financiële betekenis heeft en dat de Brexit kort geleden vooral werd betreurd in termen van financiële verliezen die de EU-landen en het Verenigd Koninkrijk er mogelijk van zouden ondervinden. Een culturele of politieke eenheid is Europa allerminst en van een gezamenlijk leger is al helemaal geen sprake, noch op productieniveau, noch op het terrein van gezamenlijke inzet van strijdkrachten. Nederland koopt nog steeds Amerikaanse straaljagers en passeert daarmee drie Europese straaljagerfabrikanten.

Afkeer van Brussel

De schijn van Europese eensgezindheid die men krampachtig probeert uit te stralen vanuit Brussel om de problemen die alleen gezamenlijk zijn op te lossen geloofwaardig aan te pakken (vluchtelingencrisis) lijkt enkel te bestaan als zij wordt opgedrongen door een crisis en niet door een intrinsiek verlangen tot eenwording bij de verschillende Europese volkeren. Ook de Europese landen voelen zich in toenemende mate inwoner van hun eigen land en niet Europeaan als het om hun identiteit gaat. Alleen voor hoger opgeleide mensen die makkelijk een studie of baan in het buitenland in de wacht kunnen slepen heeft Europa betekenis en voor zakenmensen die op de internationale markt opereren. Gewone burgers ervaren helemaal geen Europese identiteit. Eén van de grootste bezwaren die critici van de Europese eenwording hebben is dat Brussel zeer weinig democratisch gehalte heeft. Er wordt voornamelijk over de hoofden van de lidstaten heen besloten en dientengevolge voelen veel Europese inwoners zich door Brussel eerder bedreigd dan uitgenodigd. Het is dan ook begrijpelijk dat hoog ontwikkelde landen in Europa samen met de VS er niet in slagen om de democratie te exporteren naar de rest van de wereld als de inwoners ervan er zelf al zo’n grote afkeer van hebben, omdat ze er niet meer in geloven.

Amerikaanse verkiezingen

De laatste Amerikaanse verkiezingsstrijd die wordt beschouwd als de meest cynische uit haar hele geschiedenis heeft laten zien dat de burgers zowel afkeer hebben van bureaucratie en elitair bewustzijn van politici in dienst van de multinationals als van politici die een zuiver nationalistische benadering kiezen zonder te erkennen dat in de moderne wereld een defensieve houding naar andere naties en volkeren eigenlijk geen reële optie meer is. Tegelijkertijd realiseren steeds meer mensen zich dat een vrije wereldhandel helemaal geen oplossing zal bieden voor de diepe verdeeldheid die er bestaat tussen landen en volkeren, rassen, religies en nationale identiteiten. Het multiculturalisme is in die zin failliet, dat de grenzen tussen mensen niet zomaar zullen verdwijnen op basis van een niet nader gedefinieerd internationalisme dat verwacht dat culturele tegenstellingen zomaar zullen verdwijnen of uitsluitend verrijkend zullen werken als randversiering. We zien nu dat religieuze, culturele en nationalistische barrières het proces van internationalisering dwingen pas op de plaats te maken en op zoek te gaan naar een nieuwe gezamenlijke grond die meer is dan gedeelde financiële belangen (vooral omdat dit vaak niet meer betreft dan de belangen van de rijke bovenlaag, met name in ontwikkelingslanden).

Vrijheid als bedreiging van traditie

Het grootste probleem bij het verspreiden van ‘vrijheid en democratie’ is dat veel volkeren in ontwikkelingslanden bij vrijheid geen positieve associatie hebben. Ze verstaan dit in politieke zin als wispelturigheid en wisselende loyaliteiten in internationale betrekkingen die zich vooral laten leiden door economische, politieke en militaire belangen. Vooral ‘leading nation’ Amerika wil nogal eens wisselen van bondgenootschap als het haar strategisch of economisch uitkomt. In religieuze zin verstaat dat deel van de wereld dat geen seksuele revolutie heeft gekend zoals het Westen de vrijheid in de eerste plaats als losbandigheid. Losgeslagen zeden en gewoonten, met als gevolg maatschappelijke instabiliteit en verlies van culturele en religieuze identiteit. Verlies van traditionele gezagsverhoudingen en verlies van status voor de man in een patriarchaal georiënteerde samenleving. Bovendien associëren dictatoriale seculiere leiders ‘vrijheid’ met anarchie en het omverwerpen van hun bewind door te mondige burgers, wat de reden is dat zij wel mondjesmaat hervormingen en moderniteit willen maar zeker niet voor iedereen.

Vrijheid bij de oude Grieken

In het oude Griekenland was de democratie een belangrijk deel van de identiteit van de burgers. Zij waren er trots op en namen er met veel enthousiasme aan deel in de wetenschap dat zij boven alle andere volkeren een vrijheid en directe inspraak genoten in het politieke systeem die ongekend was in de toenmalige wereld. Zij keken neer op al die landen die geregeerd werden door potentaten, hoewel er ook slachtoffers waren van de democratie (‘schervengericht’) die soms hun toevlucht namen naar een autoritair bestuurd buurland. Hun kennis en ervaring in bestuurlijke zaken werd in die landen vaak hoog gewaardeerd. Hoewel de vroege democratie in Griekenland veel mankementen kende en er ook vooraanstaande filosofen waren die er bedenkingen bij hadden om gewone burgers stemrecht te geven, werden er om het democratisch ideaal te versterken veel inspanningen gedaan om mensen te cultiveren, zodat zij met meer kennis en vaardigheden aan het politieke proces konden deelnemen. De algemene overtuiging bij zowel voor- als tegenstanders van de democratie was dat zij het beste functioneerde met een zo groot mogelijk aantal goed opgeleide en actief deelnemende burgers. Als we in de wereld om ons heen kijken zien we dat aan die voorwaarde in veel landen niet wordt voldaan en dat ook in ons eigen politieke systeem met moeite aan die voorwaarden tegemoet wordt gekomen. Veel mensen in de westerse wereld zijn goed opgeleid, maar ze ervaren door de schaalvergroting (miljoenen burgers nu, tegenover duizenden inwoners in de vroegere Griekse stadstaten) weinig direct contact met het politieke systeem. Dit onpersoonlijke karakter van de politiek lijkt moeilijk te overwinnen, maar toch zijn de aantallen misschien niet eens het echte probleem.

Geloofwaardigheid van de politiek

Een groter probleem voor de geloofwaardigheid van de politiek en vooral de internationale politiek is niet de ontoegankelijkheid van het politieke systeem of de afstand die mensen ervaren van hun woonplaats tot Den Haag, Brussel of Washington, maar het gevoel dat de grootste belangen van een kleine en machtige elite altijd voorrang zullen krijgen boven de wil van het volk. De afstand tot de politiek is vooral een gevoel van zinloosheid en machteloosheid dat de grootste belangen onder willekeurig welke regering toch het zwaarst zullen wegen. Wie Hillary of Trump als president krijgt valt hoe dan ook onder de hegemonie van de allerrijkste families van Amerika die de buit toch wel zullen verdelen, met een democratische, republikeinse of onafhankelijke kandidaat. Democratie kan alleen functioneren als zij een groot aantal betrokken burgers heeft in het politieke systeem en die betrokkenheid houdt verband met de reële macht die door burgers kan worden uitgeoefend.

Het Oekraïne referendum

Hoewel het referendum dat werd gehouden in ons land over het handelsverdrag met Oekraïne misschien geen echte overwinning was voor de democratie (er zijn ook goede argumenten te bedenken tegen referenda) gaf het veel mensen wel een lekker gevoel in de onderbuik dat die arrogante kliek in Brussel een gevoelige tik had gekregen als gevolg van het burgerinitiatief. Het ‘democratische gevoel’ was hier waarschijnlijk sterker dan het democratische effect, maar dat was ook precies waar het de deelnemers om ging. Het gevoel dat je democratie beoefent en niet slechts ritueel een hokje rood kleurt omdat andere mensen het onbehoorlijk vinden dat je als teleurgestelde burger je van het hele proces wil afkeren. De vraag die in toenemende mate van belang is voor onze democratische integriteit is of we bestuurd worden door politici die het volk vertegenwoordigen in het parlement of dat we van de door ons gekozen parlementariërs en ministers een realiteit krijgen voorgeschoteld over wat internationaal en financieel onvermijdelijk is in de ‘internationale wereld van vandaag’, want het lijkt vooral die geldwereld met haar internationale dictatuur te zijn die onze directe politieke betrokkenheid als burgers om zeep helpt.

Amerika - Democratie of oligarchie?

In 2014 verscheen in de New Yorker een artikel met de provocerende titel ‘Is Amerika een oligarchie?’(2) waarin een onderzoek besproken werd dat de vraag stelde in hoeverre Amerika nog een democratie te noemen is als het grootste deel van de Amerikaanse middenklasse en onderklasse nagenoeg geen invloed uitoefent op de politieke besluitvorming, maar de belangen van een kleine groep van allerrijkste personen en organisaties bij de meeste besluiten de doorslag geven. Hoewel het onderzoek enige nuancering kent (ook van de onderzoekers zelf) sluit het toch aan bij een algemeen gevoel bij veel mensen bestaat dat er altijd ‘grotere belangen’ op het spel staan en het is voor de gewone burger moeilijk te controleren of dat werkelijk nationale en internationale belangen betreft of juist persoonlijke belangen van een groepje machtige mensen of families die het vermommen als het algemeen belang. Mensen worden cynisch als ze het gevoel hebben dat ze geen werkelijke invloed kunnen uitoefenen op de politiek, omdat de politiek beslissingen neemt over hun leven en als ze daar geen invloed op kunnen uitoefenen hebben ze bijgevolg geen zelfbeschikking als burgers. Het is helaas niet genoeg als een klein groepje experts de juiste beslissingen neemt voor ons allen, want we kunnen de juistheid van hun beslissingen niet goed controleren en bovendien is een democratie gebaat bij zoveel mogelijk onderlegde en geoefende democratische deelnemers. De politici moeten niet proberen om in Jip en Janneke-taal de domme burger steeds meer tegemoet te komen om hem emotioneel het gevoel te geven dat hij er ook bij hoort, maar juist vaker een beroep doen op de intelligentie en het zelflerend vermogen van burgers. Wat de burger begrijpt kan hij bekritiseren en dan eventueel met alternatieven komen, maar waar de burger buiten wordt gehouden maakt op den duur onverschillig of juist woedend en kan leiden tot volksopstanden.

Gevaar van binnenuit

In verschillende rijke en ontwikkelde landen in de wereld worden democratieën bedreigd van binnenuit door onverschilligheid of openlijke afkeer van het hele politiek systeem dat als gecorrumpeerd wordt gezien en het onvermogen van westerse landen om democratische waarden te exporteren heeft hier direct mee te maken. Waar de democratie faalt nemen andere waarden het over van een lagere gradatie, zoals nationalisme, religieus fanatisme, etnisch of stammenbewustzijn, totalitarisme, bureaucratie en legalisme. Deze mechanismen treden in werking als het gevoel van directe inspraak van de burgers verdwijnt. Het is niet door referenda dat we meer inspraak krijgen en meer vrijheid ervaren als burgers. Het is door het gevoel dat er vanuit ons wettelijk recht om mee te beslissen vooral die beslissingen worden genomen door de politiek verantwoordelijken waar draagvlak voor bestaat onder het grootste deel van de bevolking. Het gevoel hebben dat niet alle politici links of rechts dezelfde belangen dienen van de machtigste spelers met de meest actieve lobbyisten, maar dat zij democratisch overwegingen een hoofdrol geven bij het beleid en dat kunnen we niet afdwingen met referenda.

Islam en de seculiere wereldorde

Het grootste gevaar bij slecht functionerende democratieën in het rijke westen is niet zozeer het populisme (dat ook een probleem is) maar dat de wereld onveiliger wordt, omdat we als impotente democraten op eigen terrein geen democratische boodschap kunnen brengen aan anderen. We lijken in het westen niet te begrijpen waarom de democratieën in een groot deel van de wereld maar niet van de grond komen en velen willen het probleem eenzijdig neerleggen bij de islam als ‘achterlijke’ religie. Maar het probleem kan beter omgedraaid worden. Zo lang er in grote delen van de wereld te weinig welvaart en stabiliteit is om een substantieel deel van de bevolking wetenschappelijk onderwijs te geven, zullen velen van hen in religie een toevlucht zoeken tegen westerse waarden, omdat zij die niet begrijpen en niet kunnen waarderen. Islamitisch fundamentalisme is in haar terroristische uiting een modern verschijnsel dat samenhangt met de afkeer die gevoeld wordt voor soevereine natiestaten en kapitalistische of socialistische waarden. Die natiestaten worden beschouwd als een gevaar voor de internationale eenheid van de moslimgemeenschap (die nooit heef bestaan) die als ideologische tegenhanger van het kapitalistisch internationalisme naar voren wordt gebracht. De Islamitische Staat is een cultureel toevluchtsoord voor het behouden van een eigen identiteit die zowel het machtige westen moet bestrijden als de seculiere leiders in het Midden-Oosten wiens socialisme of nationalisme niet de vrijheid en ontwikkeling hebben gebracht waar men op had gehoopt bij eerdere generaties.

Islamisme als ‘modernisme’

De gruweldaden waar moslimterroristen toe in staat zijn, laten een hechtingsgestoordheid zien op collectief niveau in moslimlanden die al een paar honderd jaar niet weten hoe ze het westen moeten zien. Als degene die licht brengt in de duisternis met kennis en wetenschap of als de rover die hen de eigen identiteit wil afnemen door de Arabische leiders voor de kar te spannen van economische en militaire belangen terwijl de gewone bevolking de prijs betaalt. Moslimfundamentalisten drukken zich in hun gewoonten en taalgebruik wel middeleeuws uit, maar in hun discours volgen ze moderne ontwikkelingen en ook hun communicatiemiddelen zijn modern, evenals hun wapens en internetpropaganda. De westerling die de crisis tussen de islam en de westerse wereld begrijpt ziet de discrepantie tussen de ouderwetse geloofsvoorstellingen en de moderne presentatie en uitvoering. Het is niet toevallig dat de meeste rekruten van IS nauwelijks kennis van de islam hebben, omdat het in wezen het moderne karakter van de terreurbeweging is dat ze aanspreekt. Een gewelddadig en avontuurlijk leven geromantiseerd door een laagje religieus vernis. (Ze zouden niet graag een terroristische aanval uitvoeren op de rug van een kameel) Het is juist de haat-liefde verhouding met de moderniteit die ze tot de waanzinnige daden aanzet die zoveel onschuldige mensen het leven heeft gekost. Ze voelen zich mislukt in de maatschappij en nemen religieus wraak op een samenleving waar ze zich in culturele en educatieve zin niet tegen opgewassen voelen, omdat ze vaak opgegroeid in parallelle samenlevingen in Europa ook als derde generatie nooit goed geïntegreerd zijn geraakt.

Hoe verdedig je de vrijheid?

De traditionele islamitische theologie tolereert geen willekeurige aanvallen op burgerdoelen en in die zin is de theologie van IS modern en zelfbedacht. Maar het is niet vanwege een theologische interesse dat westerlingen zich hier in zouden moeten verdiepen, maar om meer inzicht te krijgen in hoe de verhouding traditionalisme en moderniteit een rol speelt in relatie tot rijkdom en armoede op wereldschaal, en in speciaal in relatie tussen bovenlaag en onderlaag in diverse landen van de wereld, zoals in toenemende mate ook in ons eigen westen. Er zijn mensen in het westen die beslissingen willen nemen die tegen de grondwet en de democratische principes ingaan, om de democratie te redden. Ze willen de islam verbieden als godsdienst, omdat de islam zich niet verdraagt met andere religies of democratische waarden en de rechtsstaat. Op het moment dat we zo’n beslissing zouden nemen verliest de democratie zelf haar identiteit en worden we een nationalistische staat die eigen ras en cultuurwaarden promoot, zoals in Japan ten tijde van de Restauratie. Het is niet waar dat de islam als geheel zich niet verdraagt met democratische waarden, omdat het met name de politieke islam is die zich structureel richt op het verdrijven van democratische en pluralistische waarden en niet de doorsnee islam. Mensen verwarren categorisch een culturele achterstand in veel moslimlanden die immigranten in Europa conservatief maakt en een groep van 5 a 10% islamisten met een uitgesproken politiek-religieuze agenda waarvan een deel in het westen infiltreert.

De dictatuur van de democratie

Dat democratie een slechte naam heeft gekregen wordt niet alleen bevestigd door de groeiende afkeer van Europeanen voor het Europees parlement en de cynische Amerikaanse presidentsverkiezingen, maar ook door de ontwikkelingen in Turkije onder Erdogan. Het is duidelijk dat Erdogan zeer ondemocratisch is in zijn machtsuitoefening en dat hij langzamerhand al zijn politieke tegenstanders uitschakelt. Toch zijn er weinig Turken die hier bezwaar tegen maken, want het feit dat hij door hen gekozen is lijkt voldoende om al zijn handelingen ‘democratisch’ te maken. De ‘dictatuur van de democratie’ wordt het ook wel genoemd wanneer minderheidsgroepen worden weggedrukt. Het kenmerk van een democratie is niet slechts dat burgers mogen stemmen, maar dat groepen in de samenleving die minder aanhang hebben toch voor vol worden aangezien en evenveel rechten hebben als partijen met meer aanhang. Net als in het oude Griekenland geldt ook nu nog dat zoveel mogelijk mensen van enig talent en educatie moeten deelnemen aan het democratisch proces om haar tot een succes te maken. Het zou iedereen in het westen aan het denken moeten zetten waarom dat niet gebeurt in een land als Turkije dat een grote economische groei heeft gekend. Net als in China en Rusland leidt meer welvaart in Turkije niet automatisch tot meer burgeremancipatie of meer democratie. In toenemende mate wordt duidelijk dat geld geen wondermiddel is en dat de invloed van de vrije markt niet verder gaat dan het comfortabel maken van het leven van veel mensen in materiële zin binnen de grenzen van de cultuur en het politiek systeem dat uiteindelijk bepaalt in hoeverre dat comfort mag gelden voor geestelijke vrijheid en zelfbeschikking.

Het trauma van Turkije

In Turkije sluimert onder een dun laagje democratie een trauma dat teruggaat tot de Eerste Wereldoorlog. Het land verloor grote gebieden van het voormalige Ottomaanse rijk en werd daar bovenop door Kemal Ataturk cultureel onthoofd door rücksichtslos de traditionele islam af te schaffen en er een moderne staat naar westers model voor in de plaatst te brengen. Het meest symbolisch van de omwenteling was het sluiten van de centra van soefi’s, zoals de tekke van Mevlana Roemi de wereldberoemde dichter en mysticus. De religieuze revival die momenteel in Turkije gaande is kan ik niet geheel toeschrijven aan de politieke islam, hoewel elementen daarvan wel een funeste rol hebben gespeeld in de afgelopen decennia. Het voornaamste aspect van de huidige ontwikkelingen in Turkije is het afwerpen van het juk van de militaire leiders dat het seculiere karakter van Turkije jarenlang heeft beschermd tegen een te hoge prijs. Het lijkt erop dat Turkije zichzelf als land wil herontdekken en de Turken willen op de eerste plaats hun cultuur terug van voor de verplichte verwestering door Ataturk. Het maakt ze niet uit dat Erdogan zich gedraagt als een eersteklas dictator, want zulk leiderschap zijn ze gewend zolang als het land bestaat. Een echte democratie is Turkije nooit geweest en politieke repressie past de Turken als een handschoen. Of Erdogan nu tienduizenden tegenstanders laat oppakken of dat de militaire leiders dat deden in de jaren tachtig, zowel de schaal als de beslistheid waarmee het gebeurt zijn hetzelfde.(3)

Confucianistische gehoorzaamheid

Wereldwijd zijn mensen op zoek naar een identiteit, een identificatie met waarden die eeuwenlang algemeen geaccepteerd waren voordat het globalisme alles overnam en de wereldmarkt onze nieuwe godheid werd. De modernisering van ons leven als gevolg van de industrialisatie heeft veel goeds gebracht en voor een deel van de wereldbevolking een hoge mate van zelfbewustwording en zelfbeschikking, maar er zijn veel achtergebleven gebieden die zich noch met onze waarden, noch met onze toekomstidealen kunnen identificeren. Nationale en culturele identiteiten (gemengd met religieuze) komen als een tegenreactie opzetten als signaal dat men in veel delen van de wereld het tempo van de veranderingen van de laatste honderd jaar niet kan bijhouden. In China is in weerwil van het nog altijd zittende communistische regime een revival gaande van het Confucianistische gedachtegoed, dat bij uitstek een conservatieve levensleer is die gehoorzaamheid aan autoriteiten predikt. De zoon moet respect hebben voor zijn vader en in overdrachtelijke zin ook voor de keizer (of partijleider) die ‘als een vader’ is voor het land. Het lijkt niet waarschijnlijk met deze tendensen dat er gauw een bres zal worden geslagen in het communistische staatsapparaat die de Chinese dissidenten de nodige ondersteuning zal bieden in hun vrijheidsstrijd, want vrijheid zoals de westerling het verstaat heeft in het confucianisme geen betekenis. Gehoorzaamheid, respect en de juiste gezagsverhoudingen zijn hier leidend en een machtswisseling of een omvorming van het politieke systeem staan daarbij niet op de agenda.

Sven Snijer  




(3)’Duizenden werden onderworpen aan brute marteling, waarbij 175 mensen stierven en veel anderen bleven invalide. Vijftig mensen werden naar de galg gestuurd. Het hele proces, in de woorden van een Turkse liberaal, was “een orgie van geweld”.’ Mustafa Akyol, ‘Islam without extremes’, 2011.