donderdag 8 maart 2018

Onterechte meldingen bestaan niet?


“Laten we stoppen met spreken over ‘onterechte meldingen’ bij kindermishandeling. Handelen moet de norm zijn bij zorg over de veiligheid van kinderen. Melden is handelen. Ook al blijkt die zorg later ongegrond, dan maakt dat de melding nog niet onterecht.”(1)

Wat minister Hugo de Jonge van VWS met zijn woordspelletjes probeert te bereiken is niet helemaal duidelijk, maar het gegeven dat ‘onterechte meldingen’ niet bestaan doet niets af aan het feit dat er vaak meldingen van kindermishandeling worden gedaan vanuit verkeerde motieven, die geen enkel gevolg hebben voor de melders, maar die wel gezinnen compleet in het verderf kunnen storten. En dat is wat bedoeld wordt met ‘onterechte meldingen’, als bijvoorbeeld een school niet in staat is om het pesten van een autistisch kind tegen te houden en om dan maar van het probleem af te zijn een melding doet bij Veilig Thuis, zodat zij het probleem voor de school oplossen, door het gezin van het slachtoffertje onder een vergrootglas te leggen en op allerlei gronden onder verdenking te stellen, terwijl er daarvoor nooit iets aan de hand was. Of wanneer een school geen zin meer heeft om te voorzien in Passend Onderwijs voor een langdurig ziek kind, ook dan kan een VT-melding een hoop getouwtrek met de ouders van het zieke kind overbodig maken. Je schakelt gewoon de bloedhonden van jeugdzorg in en die vinden altijd wel wat.

Welke rechtspositie?

En dan zijn er de ouders die de strijd om de voogdij na een echtscheiding al dan niet legitiem willen beslechten door middel van een melding bij de jeugdbeschermers (valse meldingen bestaan niet, maar valse beschuldigingen wel!), omdat ze weten dat er niet aan feitenonderzoek wordt gedaan door de sociaal werkers van jeugdzorg. Op zijn best komen ze met een lijst van tegenstrijdige meningen over de situatie en over de personen die in hun rapportages zijn onderzocht. Met hun eigen professionele oordeel blijven ze echter leidend en kunnen ze de rechter een kant op sturen waar ze zelf de voorkeur aan geven, want het toetsend vermogen van rechters in jeugdzorgzaken is verwaarloosbaar. De vage omschrijving in de jeugdwet art.3.3 geeft geen enkel houvast om te bepalen of de jeugdbeschermers hun werk goed gedaan hebben en in de meeste gevallen zijn rechters daar ook niet in geïnteresseerd.(2) De bedoeling van de wetgever vanaf 1995 was om een groot deel van de verantwoordelijkheid bij rechters weg te nemen en een ‘onafhankelijke instantie’ Bureau Jeugdzorg onderzoek te laten doen naar gezinssituaties. Ter controle was er nog steeds de Raad voor de Kinderbescherming, maar die schreef na verloop van tijd 80% van de jeugdzorgrapportages gewoon over. Dit liep compleet uit de hand en jeugdzorg werd bekend als de kinderdief, met het hoogste aantal ondertoezichtstellingen en uithuisplaatsingen in vergelijking met andere landen. De Decentralisatie had een einde moeten maken aan de overdaad aan gedwongen maatregelen in de jeugdhulpverlening en moeten leiden tot meer cliënt-tevredenheid, maar omdat de rechtspositie van ouders vanaf 2015 enkel verslechterde was de kans daarop natuurlijk nihil.

Wijkteams nog erger

Bij de wijkteams is de situatie voor gezinnen nog erger geworden door systematische toepassing van ‘drang’, want er kan nu gedreigd worden met juridische maatregelen zodat ouders de gang naar de rechter niet eens durven te maken, omdat ze toch al het gevoel hebben kansloos te zijn. De minister was in zijn vorige functie als wethouder van jeugdzaken in Rotterdam een groot voorstander van deze werkwijze en hij heeft nog niets bijgeleerd op dit punt. De kinderombudsman van zijn stad heeft recent een vernietigend rapport uitgebracht over de handelswijze van de wijkteams aldaar, wat een goede indicatie is voor wat we landelijk mogen verwachten met De Jonge aan het roer van VWS.(3) Ondanks dat er door grote media regelmatig aandacht is besteed aan de onbarmhartige werkwijze van Veilig Thuis en haar voortdurende beschuldigingen van Münchausen-by-proxy aan het adres van ouders met langdurig zieke kinderen(4), blijft de minister stellig in zijn bewering dat er geen gevolgschade is bij meldingen waar achteraf niets aan de hand bleek. Alsof dat zo duidelijk blijkt uit een Veilig Thuis-onderzoek, dat er niets aan de hand is. Om te beginnen worden door meldende instanties vaak de stappen uit het meldprotocol niet gevolgd (zonder gevolgen voor henzelf) en daarnaast verlopen de onderzoeken van Veilig Thuis vaak op dubieuze wijze. Hieronder een stuk uit een uitgeschreven AMK/ Veilig Thuis-gesprek van een vader die met zijn vrouw van Mbp wordt beschuldigd.

Veilig Thuis-gesprek met vader

-Veilig Thuis: “Wij willen heel graag, dat wij vanaf nu kunnen zeggen, hé op 15 februari is Münchausen gestopt, hoeven wij ons geen zorgen meer te maken.

-Vader: “Dan zeg ik vanaf 15 februari, het is er nooit geweest dus nu ziet u ook dat het niet zo is, dat is mijn interpretatie. Dat is een hele andere dan dat het gestopt is.”

-Veilig Thuis: ”Dat de ouders geen ziekmakende dingen bij de kinderen doen.”

-Vader: ”Het resultaat is hetzelfde. Of hebben gedaan, zeg ik dan, maar natuurlijk ook niet doen.”

-Veilig Thuis: ”Doen en dat dat ook niet meer zal gebeuren. Dat wij ons daar geen zorgen over hoeven maken.”

-Vader: ”Ja, ik kan natuurlijk niks garanderen voor de toekomst, ik kan niet in de toekomst kijken.”

-Veilig Thuis: “Maar dat is juist, wij willen graag juist naar de toekomst kijken, want dat is… Wat geweest is, is geweest, dat kun je niet meer veranderen. Nu willen we naar de toekomst kijken. Wat kunnen we doen zodat er nooit meer informanten zullen zijn die tegen ons kunnen zeggen ‘deze mensen overdrijven’ of ‘deze mensen komen onnodig met hun kind bij de dokter’ deze mensen volgen niet goed de adviezen op’, ‘dit kind heeft onnodig schoolverzuim’. Dat dat nooit meer zal gebeuren, dat is wat wij willen.”

De glazen bol van Veilig Thuis…

Hier lezen we in een notendop wat er niet deugt aan de werkwijze van jeugdbeschermers, met name die van Veilig Thuis bij vermoeden van Mbp, maar we komen het op allerlei plaatsen in verschillende varianten tegen in de jeugdbescherming. Het vermoeden van kindermishandeling kan niet worden bevestigd, maar daar wordt niet de conclusie aan verbonden dat het er ook nooit geweest is. De vader in deze casus zou graag bevestiging krijgen van het feit dat hij en zijn vrouw altijd het beste hebben gedaan in het belang van hun ernstig zieke kind, maar krijgt niet meer dan een verklaring dat de ouders ‘op dit moment geen ziekmakende dingen doen bij hun kind’ wat heel iets anders is dan een onschuldverklaring. Een bewezen vals alarm. Heel slim (volgens de principes van de provocatieve therapie) stelt vader dat hij niet kan uitsluiten zijn kind in de toekomst te gaan mishandelen. “Ik kan niet in de toekomst kijken…” De onderzoeker van Veilig Thuis tuint er volledig in, want zij beweert dat wel te kunnen. De casemanager en vertrouwensarts van Veilig Thuis willen ervoor zorgen dat er in de toekomst ‘nooit meer’ informanten kunnen zeggen dat ouders het niet goed doen met hun kinderen, maar deze garantie kunnen ze helemaal niet geven. Niemand kan uitsluiten dat er nogmaals een melding wordt gedaan tegen het gezin en als niet wordt uitgesloten dat de kinderen de eerste keer werden mishandeld, dan zal dit bij een tweede melding onmiddellijk als een verzwarende factor worden gerekend. ‘Er is al eerder een melding gedaan tegen het gezin…’

[Update: 15 maart 2018: En dat is vier jaar later ook daadwerkelijk gebeurd bij dit gezin! Een ambulance-medewerker vond de interactie tussen kind en moeder onnatuurlijk (moeder hield de hand van het kind vast) en dit was reden voor een melding. De arts van de huisartsenpost die in diezelfde nacht voor Pasen als de ambulance was geweest heeft schriftelijk verklaard: 

“Bij het onderzoek ( waarbij moeder van tevoren had gevraagd om dit met tact te verrichten en telkens voor de volgende stap aan dochter te vertellen wat ik ging doen i.v.m. een getraumatiseerde VG) zijn mij geen bijzonderheden opgevallen in de interactie tussen moeder en dochter. Dit heb ik desgevraagd ook gemeld aan de ambulance-broeder die mij enkele uren daarna hierover belde.”

En toch volhardde de ambulancebroeder in zijn melding. Vreemd? Niet als je meer weet. Tijdens dossier onderzoek kwamen ouders erachter dat die ambulancebroeder net een paar weken daarvoor training had gekregen van Veilig Thuis in het herkennen van kindermishandeling. En die training werd gegeven door, jawel, dezelfde vertrouwensarts die destijds het gezin beschuldigde. Diezelfde vertrouwensarts was ook weer dezelfde die de tweede melding in behandeling had genomen. Na een klacht van ouders bij de directie van Veilig Thuis over die partijdigheid, heeft de directie haar schielijk van de zaak gehaald, maar de schade was al gedaan. En de rechter leest dit soort kleine voetnoten in de zaak niet, want die verdwijnen in de bijlagen van de rapportage. En rechters lezen hooguit die rapportage, maar vaak slechts de samenvatting die ze overtypen in hun vonnis.

In datzelfde jaar is trouwens de directeur van de school die ook een melding had gedaan, directeur van jeugdzorg in die regio geworden.]

De PCF-leugen

Een extra smerigheid bij het vermoeden van Münchausen-by-proxy is dat er wordt gewerkt met een zelfverzonnen begrip ‘PCF’(Pediatric Condition Falsification) dat is afgeleid van Mbp. Vertrouwensarts Patries Worm zou gaan promoveren op dit onderwerp aan de Erasmus universiteit, maar dit onderzoek is stilgelegd nadat er van verschillende kanten protest kwam van verontruste ouderorganisaties die dit zagen als een nieuw melkkoetje voor jeugdbeschermers. Voornaamste reden voor het stopzetten van het promotieonderzoek was vermoedelijk dat mevrouw Worm (die samen met mevrouw Teeuw en mevrouw Raat de belangrijkste promotor is van PCF) zichzelf en haar collega-vertrouwensartsen heeft tegengesproken omtrent de definitie van PCf. Waar aanvankelijk PCF volgens Annemarie Raat door psychiaters ‘noch bevestigd, noch weerlegd’ kan worden -zodat ouders zich met geen mogelijkheid kunnen vrijpleiten van de beschuldiging van de ziekelijke behoefte aan aandacht van artsen middels hun niet-zieke of juist opzettelijk ziek gemaakte kind- beweerde Worm in het tijdschrift Nataal dat de PCF soms ook al vastgesteld kan worden bij vrouwen nog voordat zij een kind hebben gekregen!(5) En daarmee gaat de hele PCF-theorie op zijn gat, omdat de essentie van PCF nu juist is dat het niet valt te constateren bij de ouders zelf (of te weerleggen), maar dat het wordt vastgesteld bij het kind. Het is een ‘kind-diagnose’ in de vorm van een optelsom van allerlei verontrustende medische zaken, waarbij er zoveel mogelijk artsen en verplegend personeel gerekruteerd worden om de Veilig Thuis-vermoedens met hun eigen professionele vermoedens te ondersteunen. Een gewoon informantenonderzoek, maar dan binnen de medische wereld. Met dezelfde graad van speculaties, vermoedens, elkaar napraten, eenzijdige interpretaties, sturende en gesloten vragen van de jeugdbeschermers, zoals we dat van ze gewend zijn.(6)

‘Heilige Hugo’

De grootste leugen in dit alles blijft de in slaap sussende geruststelling van de jeugdbeschermers en hun patroonheilige Hugo de Jonge, dat wanneer er niets aan de hand is in een gezin, er ook niemand iets hoeft te vrezen. Iedere ouder die jeugdzorg of Veilig Thuis kent uit eigen ervaring weet wel beter. Er is anders dan in het strafrecht geen onschuldpresumptie, maar sprake van een omgekeerde bewijslast. De ouders mogen bewijzen dat ze hun kind nooit mishandeld hebben – nee nog erger, ze kunnen door ‘samenwerking’ met de instanties aantonen dat ze op dit moment hun kind niet mishandelen. Zo bezopen kan het alleen in Nederland. Wie zich afvraagt waarom ministers en staatssecretarissen nooit zelf kunnen nadenken en alleen de foldertaal van jeugdzorg blijven uitkramen, kan verwezen worden naar de belangrijkste personen door wie ze zich laten informeren, zoals de Secretaris-Generaal van VWS (hoogste ambtenaar) Erik Gerritsen, de voormalige bestuurder van Jeugdzorg Amsterdam. Dit soort mensen zijn hun bronnen en dat is de reden waarom er zulke ontwijkende en nutteloze antwoorden komen op Kamervragen die gesteld worden over het functioneren van jeugdbeschermers, omdat ‘jeugdzorg’ zelf mag antwoorden. Niemand heeft de Transitie vóór 2015 meer gepromoot dan Erik Gerritsen en ‘drang & dwang’ daar was hij zelf ook niet vies van. Nee, wat dat betreft heeft de sector haar poppetjes op de juiste plaats. Het gegeven van de blinde politicus kan ook beargumenteerd worden vanuit de tegengestelde richting. Toen Andre Rouvoet minister was van Jeugd & Gezin kregen ouders bij hem geen enkel gehoor over misstanden in de jeugdzorg, zoals machtsmisbruik en leugens. Maar sinds hij een aantal jaar uit de actieve politiek verdwenen is (sinds 2011) kan hij wel kritisch naar de sector kijken en stelt hij in zijn onlangs verschenen rapport ‘Uit elkaar…En de kinderen dan?’(7) voor om omgangsfrustratie strafbaar te stellen (iets waar jeugdbeschermers ook in hoge mate schuldig aan zijn).

Tekort aan forensische expertise

Het kan blijkbaar dus wel, maar niet zolang ze zelf aan de touwtjes trekken, want dan laten ze hun oor hangen naar de jeugdzorglobby. Gelukkig zijn er voor ouders altijd wel een paar troostprijzen te verdelen, zoals verbeteringsvoorstellen die niet geborgd zijn in de wet, klachtenprocedures die van de verantwoordelijke schouders afglijden als water van de veren van een eend en dooddoeners die in de praktijk onhaalbaar blijken. Zo denkt de minister aan “het inschakelen van ‘tertiaire expertise’ bij ‘hele complexe casuïstiek’, zoals bij vermoedens van Münchhausen by Proxy. Forensische experts, umc’s of het Landelijk Expertise Centrum Kindermishandeling zouden dan door de vertrouwensartsen van Veilig Thuis in moeten kunnen worden geschakeld voor ‘extra ruggenspraak, als extra paar ogen die meekijken wat er speelt”. Dit zijn geruststellende woorden voor iedereen die niet beter weet, maar het probleem met de huidige Münchhausen-hysterie is nu juist dat er steeds meer ziekenhuizen bij betrokken raken door toedoen het groepje PCF-evangelisten van Veilig Thuis. Juist in ziekenhuizen proberen ze voet aan de grond te krijgen om meer meldingen te genereren, waarbij de artsen zich juist dienen te laten leiden door de vage PCF-probleemomschrijving die geen echte psychiatrische of medische diagnose is. Ze gebruiken wel artsen voor hun sluwe doeleinden, maar geen enkele individuele arts is in staat het Veilig Thuis-vermoeden van kindermishandeling te weerleggen. En ‘meer forensische expertise’ zoals eerder voorgesteld door voormalig VVD-Kamerlid Van der Burg is ook zo’n dood vogeltje.(8) Er is een schreeuwend tekort aan forensische expertise bij kindermishandeling, dus de kans dat de speculanten van Veilig Thuis een echt deskundig persoon zullen inzetten bij hun onderzoek is verwaarloosbaar.

Kindermishandeling is ‘bevestigd’

Dat brengt ons tenslotte bij de uitvoerige kritiek die de minister om zijn oren kreeg op twitter van talloze jeugdzorgouders, die aangaven dat het erom gaat hoe er met ouders wordt omgesprongen indien de melding geen kindermishandeling heeft opgeleverd (geen nazorg, maar wel enorm trauma). Daarbij komt nog het permanente gevaar van kinderen die ten onrechte uit huis geplaatst worden, waarvan een deel het ouderlijk huis nooit meer terug ziet, omdat ouders ‘de strijd aangaan met jeugdzorg’. Let wel, de ouders hebben in die zaken het gelijk aan hun kant, maar jeugdzorg heeft weinig op met het toegeven van het eigen falen en verzint liever aanvullende redenen om haar initiële fout te verdoezelen met een deken van rechtszaken, die de bedoeling hebben de ouders financieel en emotioneel uit te putten en langzaam te doen verdwijnen uit het leven van het kind. Voormalig Kinderombudsman Marc Dullaert heeft deze onterechte uithuisplaatsingen benoemd in zijn rapport van 2013 ‘Is de zorg gegrond?’(9) Een ander aspect van het jeugdzorgbedrog zijn de zogenaamde bevestigde meldingen, waarbij er ‘iets aan de hand’ bleek te zijn volgens de jeugdbeschermers.(10) Dit is geheel volgens de definitie die ze er zelf aan geven en is gekoppeld aan hun machtspositie.

De wereld die niemand kent

In de cijfers van Veilig Thuis wordt iedere mishandeling bevestigd indien ouders hebben meegewerkt (zich laten chanteren) met de hulpverlening om de mishandeling te doen ophouden. Op dezelfde manier is ook destijds de kindermishandeling (bewezen op vier gronden) in ons gezin ‘opgehouden’ en konden we, nadat we een traject van maanden hadden doorlopen met flauwekul over zaken die helemaal niet aan de orde waren, eindelijk zelf ons kind de hulp bieden die wel nodig was. Dit was nadat de fröbelaars van het AMK (Veilig Thuis) zich uit ons leven hadden teruggetrokken en de Raad voor de Kinderbescherming in het daarop volgende onderzoek het spelletje doorzag, deels op grond van de inmiddels gestarte traumabehandeling van ons kind. Het echte probleem hebben de Veilig Thuis-onderzoekers nooit serieus genomen, maar hun eigen hersenschim werd goed ingekleed met een mooi rapport en met een interventie van € 9.000,- aan verspild belastinggeld ‘verholpen’. Wij hebben daarna nooit meer een hulpverlener vertrouwd, maar wel een bijzonder genoegen mogen ervaren om het amateuristische zootje dat ons gezin overhoop had gehaald jaren lang terug te betalen met publicaties als deze. Wij zijn in ieder geval dankbaar dat zij ons de ogen hebben geopend voor een werkelijkheid waarvan wij niet wisten dat ze in onze democratische rechtsstaat bestond. Een werkelijkheid die voor minister Hugo de Jonge ook nog steeds een terra incognita is, getuige zijn recente uitlatingen ter verdediging van de terreurbrigade van Veilig Thuis met haar PCF-nonsens. Zou het kunnen dat hij zijn mooie schoenen daar niet aan durft te wagen? 

Sven Snijer



(2)“De raad voor de kinderbescherming en de gecertificeerde instelling zijn verplicht in rapportages of verzoekschriften de van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aan te voeren.” [Dark horse: Hoe weet de rechter of ze dit ook echt doen?]