maandag 2 juni 2014

De juiste manier van denken

De ‘juiste manier van denken’ zoals de filosofen in vroeger tijden het verstonden is vandaag de dag geen onderdeel meer van de filosofie. Wij zijn zo sterk op het waarheidsgehalte van een bewering gericht en de bewijsvoering daarvan, dat we weinig aandacht besteden aan het proces waardoor overtuigingen in onze psyche tot stand komen. 

We stellen soms wel vragen bij de motieven die een persoon heeft om bepaalde beweringen te doen, maar we hebben weinig aandacht voor de mate waarin een persoon over innerlijk evenwicht beschikt, dat toch de grondslag is van het denkproces. De enige aanwijzing die we hebben voor iemands denkkracht, is of hetgeen dat wordt beweerd een innerlijke samenhang heeft en vrij is van tegenstrijdigheden, die op onbewust niveau zouden kunnen duiden op gebrek aan inzicht of stabiliteit van de spreker.

Hoe deze innerlijke samenhang van een betoog of het gebrek daaraan ontstaat, is geen onderdeel van het discours, omdat we veronderstellen dat het proces van redeneren en discussiëren vanzelf leidt tot meer helderheid en evenwicht in het denken van allen die deelnemen aan een discussie. Toch is dit een smalle basis voor het verkrijgen van een helder inzicht in een kwestie, omdat er behalve het streven naar consequentie in het redeneren, zwaarder wegende factoren zijn die iemands denken en handelen vorm geven in de wereld, van een morele en ethische aard. Als logica alleen voldoende was voor een goed inzicht in belangrijke kwesties, dan zouden de meest succesvolle mensen in de wereld nagenoeg gevoelloos moeten zijn.

Zelfregulering

De mens is een verstands -en een gevoelswezen die het nodig heeft om naast zijn intellectuele ontwikkeling, waar een gemiddeld schoolsysteem primair op gericht is, ook inzicht te krijgen in sociale verhoudingen en een evenwicht te vinden tussen de innerlijke wereld van beleving en de uiterlijke wereld van handelen. Wanneer een persoon ernaar streeft om voor alles zijn zelfregulering/ zelfdiscipline op orde te hebben, een onderdeel van de filosofie dat nog in het recente verleden (humanisme, vijftiende eeuw) als belangrijkste voorwaarde voor de verdere scholing werd gezien, dan kan dat gevoelsleven zijn juiste verhouding krijgen ten opzichte van het intellect. Dan wordt het niet een losgeslagen functie dat leidt tot impulsief hedonistisch gedrag (vandaag de dag bijvoorbeeld ‘coma-zuipen’ onder jongeren), maar het wordt ook niet onderdrukt en ontkent, omdat het bijvoorbeeld niet zou passen in het zogenaamd stoere gedrag van de groepscultuur, dat ertoe aanzet de eigen individualiteit op te offeren aan de sociale goedkeuring.

Je zou kunnen stellen dat het maar in een beperkte mate mogelijk is voor een mens om een echte visie op het leven te ontwikkelen, als zelfdiscipline en zelfkennis niet vooraf gaan aan meningsvorming over welk onderwerp dan ook, omdat het voor mensen die niet op zichzelf durven te vertrouwen (de diepere laag in zichzelf) de ideeën die ze voorstaan bijna altijd zijn overgenomen van anderen en de voornaamste functie ervan bestaat uit het bevestigen van de groepsidentiteit en het zich niet schuldig maken aan zaken die dermate afwijkend zijn van wat er algemeen gedacht wordt, dat anderen er door verontrust zouden kunnen worden. Dit geldt voor een religie evenzeer als voor een partijcultuur, een familie- of bedrijfscultuur, een staatsideologie en elk soort van vereniging van mensen.

Maar om vooruit te komen als groep, als samenleving en als mensheid is het noodzakelijk dat we niet eeuwig hetzelfde blijven denken en moeten de heersende belangen soms opgeschort worden om toekomstige belangen te verwelkomen. Dat kan alleen gebeuren door mensen die vrij kunnen denken, los van het verlangen naar goedkeuring zonder meer, maar met een streven dat erop vertrouwt dat het collectieve inzicht op termijn, in verschillende fasen tot stand zal komen, als één voor één de weerstanden ertegen worden losgelaten. Zulke ontwikkelingen kunnen alleen in gang gezet worden door mensen die voldoende basis in zichzelf hebben en hun meningsvorming niet laten vervalsen door andere belangen dan een waarachtig ideaal dat werkelijk verbetering en vooruitgang zal brengen.

Eén geheel

Waar ik me vaak aan heb gestoord als het over het privéleven van politici ging (en rechts of links doet hierbij niet terzake) is het argument dat lange tijd gehoord werd bij ieder nieuw (seks)schandaal van een president of parlementslid, dat we politieke leiders alleen mogen beoordelen op hun publieke optreden en niet op hun escapades, die zogenaamd alleen hun eigen gezin schade doen. 

Vanuit het standpunt van een ethische en spirituele filosofie is dit volkomen onzin, omdat de mens één geheel vormt van gedachten, gedragingen en verantwoordelijkheden. Als een filosoof in de oudheid de discipline niet kon opbrengen om zichzelf door een periode van stilzwijgen, vasten, meditatie, toehoorder zijn van meer ervaren filosofen, innerlijk tot een zekere geestelijke rijping te brengen, dan werd hij het niet waard geacht om meer kennis te verkrijgen, want bij een wilzwakke persoon was het niet in goede handen. Een mens met heldere gedachten kon niet samen gaan met een chaotisch en ongecultiveerd leven. Onmatigheid in allerlei  vormen werd beschouwd als een groot nadeel bij de ontwikkeling van het filosofische en spirituele leven.

Gebrek aan zelfbeheersing en onvermogen om de eigen geest meester te worden, zal denkprocessen vervalsen, door proberen te ontsnappen aan de consequenties van de eigen redeneringen. Het inzien van de logica van iets, maar te zwak zijn om er naar te handelen, kan leiden tot extremiteiten in overtuiging en gedrag, omdat de vermogende delen van het brein de onderontwikkelde moeten maskeren. Of het zal leiden tot een kleurloze en smakeloze levenshouding, die echte betrokkenheid en authenticiteit uit de weg gaat, door een overmaat van relativering die niet voortkomt uit levenswijsheid en coulance, maar uit ontoereikendheid van de zelfdiscipline, waardoor geen emotionele spanningsboog kan worden volgehouden. Dit verstoort de intuïtie en ontneemt iemand de mogelijkheid om in één moment kort en bondig te formuleren wat de kern uitmaakt van zijn gehele gedachtegang, zodat alles onnodig complex en vermoeiend wordt door toegevoegde elementen die geheel overbodig zijn. Een eindeloze reeks van verhelderingen die alles nog onbegrijpelijker maken, met daarbij het excuus van de spreker dat twee uur ook erg weinig is voor zo’n ingewikkeld onderwerp! 

Helderheid


De juiste manier van denken, is een vitaal denken, dat helderheid, kracht en doeltreffendheid in zich heeft, zonder zwaar te zijn of te bezwaren. Het is een denken dat verheft en de toehoorders oproept tot hun eigen innerlijk betoog, aangemoedigd door de mogelijkheden die worden opgeroepen door de verbeeldende kracht van de uiteenzetting. Een goede filosoof overtuigd anderen niet zozeer van zijn gelijk, maar verleidt eerder anderen tot zelf denken. De juiste manier van denken is niet een bepaalde politieke of filosofische mode, maar een juiste manier om met de eigen psyche om te gaan. Geen eeuwig malende gedachten en ook geen ‘verstand op nul’ zetten en doorwerken tot de 'burn out', maar een levenswijze die in overeenstemming is met waar we innerlijk van overtuigd zijn dat het ons vervulling en welzijn zal schenken. Als onze gedachten niet op een innerlijke wijsheid gestoeld zijn, worden onze meningen vaak een schreeuw om aandacht, waar niemand wijzer van wordt. Daarom heeft iedereen wel recht op een eigen mening, maar zit niet iedereen erop te wachten deze aan te horen.


Twee categorieën 

Onzekere mensen vallen uiteen in twee categorieën, mensen die dingen absoluut zeker weten en mensen die overal aan twijfelen. Beide groepen hebben de weg gekozen van niet nadenken, want voor de eerste categorie hoeft dat niet langer in het licht van de reeds gevonden waarheid en de tweede groep acht objectieve waarheid überhaupt onmogelijk en begint er daarom niet aan. De absolute waarheden van gelovigen van diverse stromingen die het allemaal net iets beter weten dan de concurrent, zijn een herkenbare karikatuur die vorm krijgt in het stereotype beeld van de Jehova met zijn voet tussen de deur. De tweede groep mensen, de waarheidsontvluchters hebben we minder goed in beeld als samenleving, omdat twijfelen niet wordt gezien als verdacht, maar bijna als iets heroïsch (durven te twijfelen).

De angst die mensen tegenwoordig hebben voor ‘waarheid’ in de dogmatische zin van het woord (‘waarom zijn jouw ideeën meer waar dan de mijne?’) is een verwarring van culturele (democratische) verworvenheden en de natuurlijke potenties van de psyche. Als mens hebben we allemaal evenveel recht om te bestaan, maar net zo goed als de ene mens zijn lichaam (en zijn mentaliteit) beter heeft getraind, om harder te kunnen lopen dan anderen met het specifieke doel van een carrière in de sport, is het ook mogelijk voor de ene mens om zijn denkvermogen in analytische zin beter te hebben ontwikkeld en krachtigere en verder reikende gedachten te ontwikkelen dan een ander. 

De vorm van die gedachten is vrij, want naar gelang het karakter van een mens, zal zijn denken wanneer het zich ontwikkeld en vitaler wordt, meer het eigen unieke karakter uitbeelden en toch zal de onderliggende logica in het betoog universeel aanspreken. Die universaliteit is niet noodzakelijk een boodschap van wereldvrede of een bewijs voor hoeveel we als mensen eigenlijk op elkaar lijken, maar eerder een intrinsieke samenhang en helderheid die gevoeld worden in het betoog, omdat de persoon zelf als individu geïntegreerd is. Waarheid bestaat wel degelijk. Het is over voldoende engagement beschikken om je ergens mee te verbinden, maar voldoende afstand te bewaren om objectief te kunnen oordelen in een mate die geloofwaardig is in de ogen van anderen. Zo zijn de gedachten die tot ons komen aansprekend en persoonlijk voor de toehoorder of lezer en tegelijkertijd helderheid en kracht schenkend. Ze zijn niet zomaar een mening over iets, maar een werkzame kracht die voortkomt uit zelfbeschikking.

Sven Snijer

zaterdag 31 mei 2014

Wilders heeft zijn nut verloren

De islam ‘bashen’ zoals Wilders doet is simplistisch en oneerlijk tegenover goedwillende geïntegreerde moslims. In het begin van zijn politieke optreden had Wilders nog relevantie, toen allochtone hangjongeren de straten beheersten veroorzaakt door de terughoudendheid van de door politiek-correcte politici aangestuurde politie, die vooral de dialoog moest aangaan met de straatschoffies. 

De schijnheiligheid moest doorbroken worden. Het taboe moest er af. Maar na Pim Fortuyn, het optreden van Ayaan H. Ali, ‘ijzeren’ Rita Verdonk en andere deelnemers aan de ‘ruk naar rechts’ kwam Wilders als een veelbelovende  opvolger in beeld, die naderhand toch teveel opportunist bleek om zich echt in te zetten voor een betere samenleving voor ons allemaal, inclusief de welwillende allochtonen die ook last hebben van de oververtegenwoordiging van minderheidsgroeperingen in de criminaliteitsstatistieken.

Het is inderdaad populistisch (ik heb dit woord lange tijd vermeden) om de islam overal de schuld van te geven als het om integratie gaat en inconsequent om het zogenoemde straattuig in één adem te noemen met islamitisch terrorisme, want juist de hangjongeren van met name Marokkaanse afkomst die zo langdurig de openbare orde mochten verstoren van de Nederlandse gezagsdragers, gaan niet naar de moskee en zouden als ze daar wel mee zouden beginnen, juist spoedig stoppen met hun anti-sociale gedragingen, want dat hoort niet volgens hun geloof. Het bedrieglijke van Wilders is dat hij verschillende kwesties van religie en cultuur, van etniciteit en nationaliteit, van sociale afkomst en spirituele beleving met opzet door elkaar blijft gooien, zodat het minder onderscheidende volksdeel van mening blijft dat de hele boel in één ferme zwaai buiten onze grenzen gegooid mag worden, geïntegreerd of niet.

Afwezigheid van de Verlichting

De gebruikelijke thema’s waarmee Wilders de islam om de oren slaat zijn de gebrekkige vrouwenrechten in veel islamitische landen, vrouwenbesnijdenis, hoofdoekjes, boerkha’s, straffen als steniging, onthoofding en ophanging in veel landen in het Midden Oosten, verkrachting van vrouwen zonder vervolging van de daders, internationaal terrorisme, ultra-orthodoxe islam die het Westen wil bekeren gesubsidieerd met Arabische gelden van rijke oliesjeiks (wahabisme/salafisme), het dubbele paspoort van Marokkanen waardoor ze niet loyaal zouden zijn aan onze cultuur en samenleving, het straattuig dat homo’s wegjaagt uit hun huis, eerwraak, de anti-Israëlhouding van een aantal in het Westen woonachtige moslims die terecht of onterecht de Israëlische bezettingspolitiek vergelijken met de tweede wereldoorlog, opruiende teksten in de Koran om de ongelovigen een lesje te leren en de vergelijking in hetzelfde boek van joden en christenen met honden, apen en varkens. Een hele waslijst waar je niet vrolijk van wordt en waar je je als fatsoenlijke vrije en tolerante Nederlander aardig door bedreigd kan voelen. Standaard wordt er bij deze lijst een verklaring gegeven door verdedigers van Westerse waarden en moderniteit, dat de oorzaak van het islamprobleem gelegen is in de afwezigheid van een periode van Verlichting in de islamitische wereld, zoals deze zich wel in het Westen heeft voorgedaan, vanaf de Franse revolutie.

Om die reden wordt de islam ‘achterlijk’ of onderontwikkeld genoemd door critici, waarbij afwisselend het woord religie en het woord cultuur worden gebezigd. Opvallend is daarbij dat bij linkse politici het woord cultuur de voorkeur geniet, terwijl de meer rechtse krachten de islam als geloof aanspreken. Ze vinden elkaar daarom ook niet in de vraag hoe de islam zou kunnen integreren in het Westen, omdat linkse politici de sociale omstandigheden willen aanpakken en het probleem van achtergesteld worden van vrouwen en meisjes vanuit een humanitair/ mensenrechtenstandpunt benaderen, waar de Wilders-aanhangers en de met hem sympathiserende mensen (ook soms uit linkse kringen) zich afvragen of het niet juist de inhoud van het geloof is dat integratie in de weg staat. Zoals Wilders het uitdrukte, ‘Als je de haatzaaiende teksten uit de koran verwijdert hou je een boek over zo dik als de Donald Duck’.

Verwarring 

De verwarring die keer op keer ontstaat in de discussie over de islam in het Westen, is dat iedereen laat gebeuren dat de grondslagen van de discussie worden vervuild door oorzaak en gevolg door elkaar te halen en daarmee noch het inhoudelijke deel, noch de culturele context tot zijn recht laten komen. Voor links is het geloof van een vreemde cultuur heilig en bijna onaantastbaar, juist vanwege het eigen overwegend atheïstisch zijn. Hoe zou je over iemands geloof kunnen oordelen als je zelf geen geloof in een hogere macht ervaart, maar er rekening mee moet houden dat eventueel die gelovigen, van welke denominatie ook, het toch bij het rechte eind hebben en er wel degelijk een geestelijke werkelijkheid is na dit leven. Om die mogelijkheid open te laten vanuit een humanitaire tolerantie, moeten ze tegelijkertijd accepteren dat ook de geloofsinhoud -waar of onwaar- voorlopig het voordeel van de twijfel geniet. Ze wordt buiten de concrete wereld geplaatst, waardoor het geloof voor niet gelovige mensen een sociaal-cultureel verschijnsel is.

Zowel de positieve als de negatieve aspecten van de geloofsinhoud vallen daarmee buiten hun competentie en invloedssfeer, omdat ze de betekenis van het geloof zelf niet opvatten als een culturele kracht, maar enkel de manifestatie van het geloof, zoals confessionele scholen, een gebedshuis, religieuze feestdagen, speciale voedingsvoorschriften, etc. Ze rekenen erop dat de cultuur in de bredere zin, de seculiere samenleving, de democratie die voor iedereen een plaatsje heeft, genoeg veerkracht heeft om alle verschillende groeperingen in een samenleving te absorberen, zolang we maar de wetten blijven handhaven die voor iedereen gelden. Ze miskennen daarmee dat er bij voldoende aantallen van één bepaalde groep juist die voor iedereen geldende wetten onder druk komen te staan, omdat invloedrijke groepen voor zichzelf een uitzonderingspositie gaan opeisen. 

Engeland en de sharia

Een goed voorbeeld hiervan is dat er in sommige Engelse steden waar in de buitenwijken overwegend moslims wonen, er opeens de mogelijkheid wordt geboden door de Engelse overheid om voor bepaalde zaken als huwelijks-en scheidingsrecht islamitische wetten toe te passen in plaats van de Engelse wet. 

Hiermee is de positie van islamitische vrouwen in het Westen ondergraven en blijkt de inhoud van een geloof dus toch sterk genoeg om de algemeen geldende cultuur te doorbreken. Het gaat hier weliswaar niet over geloofsinhouden als zodanig en meer over de randverschijnselen van sociale wetten en voorschriften die met het geloof samenhangen, maar de overtuiging die erachter schuil gaat is dat een moslim zich anders in de wereld dient te gedragen dan een niet-moslim, zelfs in een Westers land. Linkse intellectuelen die dit accepteren zijn blind voor de gevolgen als je als samenleving eenmaal begint dit soort ontwikkelingen te gedogen.

Geen vertrouwen 

Aan de andere kant zijn er de rechtse denkers die de islam juist op de geloofsinhoud willen bekritiseren en haar opzettelijk als niet-westers en niet met westerse waarden te verenigen willen neerzetten. Zij doen alsof de afwezigheid van een Verlichtingsbeweging in de Islam zoveel middeleeuwse sporen heeft achtergelaten in het geloof van moslims, dat zelfs als ze naar het Westen emigreren en hier in onze cultuur integreren, toch vanwege hun religie een blijvende risicofactor vormen die op zeker moment, wanneer hun aantal groot genoeg is, zullen vervallen tot een anti-Westerse houding en hun geloofswaarheden aan de hier woonachtige mensen zullen opdringen. Zij hebben helemáál geen vertrouwen in de veerkracht van de eigen cultuur en heersende waarden als vrijheid en democratie, gelijke rechten voor mannen en vrouwen, voor homo’s, minderheidsreligies en subculturen. Ze vrezen dat de denkbeelden van een vreemd geloof zodanig de identiteit bepalen van haar aanhangers dat ze de bestaande cultuur op termijn toch zullen overwoekeren, met name omdat Westerlingen zijn ontkerkelijkt en er vanuit de eigen cultuur (joods/christelijk) maar een matig tegenwicht kan worden geboden aan de stampvolle moskeeën van de in het Westen succesvolle islam. Een succes dat natuurlijk voor een deel samenhangt met het feit dat ze nooit de snoeiharde godsdienstkritiek heeft ondergaan, zoals het christendom wel eeuwen heeft moeten verduren en waar ze tot op de dag van vandaag aan blootgesteld is. 

De islam is vanuit de landen van herkomst nog steeds onbetwijfelbaar en wordt niet wetenschappelijk gefileerd zoals op onze westerse universiteiten wel het christendom, waarvan bijvoorbeeld van menig Bijbelboek de authenticiteit van de tekst of de schrijver ervan wordt betwijfeld, er aan het licht is gekomen dat teksten door de eeuwen heen zijn geredigeerd, verhalen zijn samengevoegd of herverteld, woorden of passages later zijn toegevoegd en meer zaken die de trouwe gelovigen door de jaren heen slapeloze nachten hebben bezorgd. De islam is voor moslims vrij van verdenking. Het is één boek, van één auteur en er wordt algemeen aanvaard dat het niet is geschreven, maar ‘ontvangen’ of geopenbaard.

Naïeve linkse intelligentsia

In het Westen is dat vanuit wetenschappelijk standpunt bezien onmogelijk, want wij kennen als overwegend atheïstische cultuur geen inspiratie buiten het individu zijn/haar eigen geest om. Strikt genomen zeggen we daarmee dat we respecteren dat gelovigen iets sterk beleven, iets als zeer waardevol ervaren en inspiratie, hoop en kracht biedend, maar het kan nergens anders vandaan komen dan uit een uithoek van het eigen brein, zij het in een geëxalteerde staat van beleving. Het maakt een fundamenteel verschil of je gelooft dat een goddelijke boodschap en voorschriften voor de inrichting van je leven wel van buitenaf aan de mens kunnen worden opgedragen. Want dat plaatst de verantwoordelijkheid namelijk ergens anders, net als de aansprakelijkheid van degene die handelt. In die zin is het naïef en kortzichtig van linkse intelligentsia om de islam enkel af te doen als een sociaal-cultureel verschijnsel, waar inhoudelijk niet over geoordeeld mag worden. Men dient zich er goed rekenschap van te geven dat we hier te maken hebben met een nog onbetwiste geloofsinhoud, die in sommige opzichten niet de toetssteen van de moderniteit kan doorstaan, met haar psychologische, psychiatrische, filosofische, sociologische en wetenschappelijke inzichten.  

Aan de andere kant is het juist vanwege de wetenschappelijke verworvenheden in de westerse wereld droevig om te zien dat we zo bang zijn onze vrijheid en democratie te verliezen en ondergesneeuwd zullen raken door andersdenkenden. 

Want als de rede ons de vrijheid en onafhankelijkheid heeft gegeven ten opzichte van een allesoverheersende kerk die ons eeuwen lang de wetten voorschreef, dan zouden we dit geschenk aan onze moslimlandgenoten moeten aanbieden en ook hen de kans geven om een persoonlijk reflectie op het van jongs af aan geleerde geloof mogelijk te maken. Een eigen beoordeling van de waarde van hun religie, de spiritualiteit ervan en de sociale waarden, met alle voor -en nadelen die met het geloof samenhangen. Een inzicht in de historische context van het geloof en de manier waarop het door de eeuwen heen transformaties heeft ondergaan, tot het moment dat het in aanraking kwam met de westerse geseculariseerde samenleving. Geef moslims de kans hun geloof te herinterpreteren, zoals christenen hebben kunnen doen, waardoor er een nieuwe orthodoxie kan ontstaan, of een nieuwe spirituele beleving, een (religieus) humanisme, maar in ieder geval een geloof dat geïntegreerd is in moderne inzichten en mensenrechten.

Mozes Mendelsohn

Je kunt niet verwachten dat moslims hun geloof zullen afzweren omdat ze hard worden aangevallen door westerse niet-gelovigen die geobsedeerd zijn door de fundamentalistische uitwassen van een religie die de wetenschappelijke toetssteen van haar geloofswaarheden als de grootste bedreiging ziet. Juist het feit dat rechtse, niet gelovige en zich op wetenschappelijke inzichten baserende personen de islam aanvallen als zijnde achterlijk en ouderwets, maakt dat het voor moslims weinig aantrekkelijk is om zich naar de westerse cultuur toe te bewegen, want de voorspelbare uitkomst hiervan betekent geloofsafval en desintegratie van de sociale groep waartoe men behoort.

‘Wordt vrij zoals wij en geloof nergens in’, is de boodschap van de VVD/Wilders-aanhang, terwijl de Groen Links/PvdA-achterban de armen uitnodigend blijft spreiden voor een andere cultuur die ze zegt te respecteren, maar waarvan ze de geloofsinhoud angstvallig blijft vermijden. Als ik moslim was, zou ik het niet zo goed weten wat mij te doen stond. Terugvallen op de kern van mijn geloof en het Westen als cultuur gedogen? Of mijn geloof afzweren en me vervreemden van mijn sociale omgeving terwijl ik me als de ‘blanke neger’ volledig aanpas aan een cultuur die mij bevrijd van volksgeloof en achterlijkheid, maar me ook leeg en geïsoleerd achterlaat? 

De filosoof Mozes Mendelsohn was in de achttiende eeuw de eerste joodse denker die het Verlichtingsideaal volledig omarmde en hoewel hij in niet-joodse kringen werd gewaardeerd, raakte hij vervreemd van zijn eigen joodse achterban. Niemand volgde hem in zijn verlichte ideeën en zelfs zijn eigen zonen keerden zich van hem af. De prijs die hij betaalde voor zijn assimilatie aan de dominante cultuur was hoog. Moslims vandaag de dag geven herhaaldelijk aan dat ze wel in het Westen willen integreren, maar niet assimileren. Ze verafschuwen de eenheidsworst en ik geef ze daar volkomen gelijk in. Je eigen identiteit uitwissen is geen vrijheid, maar een nieuwe vorm van gevangenschap.

Schijnheilig en historisch onjuist

Ik pleit ervoor dat we als samenleving de inhoud van een geloof serieus nemen, dus ook die van de islam, zodat we daarin kunnen ontdekken wat van waarde is voor moslims en eventueel voor ons allemaal, terwijl we daarbij ook aantekenen wat we bezwaarlijk vinden en een stap terug in de tijd, terug in onze culturele ontwikkeling en verworven rechten. Vrijheid om te betwisten is niet hetzelfde als vrijheid om ongelimiteerd te beledigen, of te pretenderen dat de hier langer gevestigde geloven (Jodendom, christendom) nooit de vooruitgang in de weg hebben gestaan, maar de wetenschap en verlichting hebben aangemoedigd. Niets is minder waar. Het is schijnheilig en historisch onjuist van een atheïst als Wilders, om te stellen dat de wetenschappelijke cultuur en de joods/christelijke waarden gezamenlijk ons de vrijheid en humaniteit hebben gegeven waar we zo trots op zijn. De Rede heeft zich altijd tegen de remmende werking van het geloof in ontwikkeld en in de loop van de tijd is de religie humaan en tolerant geworden omdat haar geen andere mogelijkheid overbleef wilde ze kunnen blijven voortbestaan. Vanaf de verlichtingstijd en eigenlijk al vanaf de tijd van de Griekse en Romeinse filosofen heeft de religie zichzelf aantrekkelijk gemaakt door verlichte denkbeelden in haar geloofslichaam van geopenbaarde waarheden op te nemen en de taal te spreken van intellectuelen van een niet-religieuze identiteit.

De Rede

De rechten en vrijheden van de moderne burger zijn voortgekomen uit de idealen van de Franse revolutie die weer afkomstig zijn van door de Rede geïnspireerde hervormers, zoals rozenkruisers, vrijmetselaren, illuminati (term die tegenwoordig wordt misbruikt door complotdenkers), alchemisten, vrijdenkers, humanisten, kortom iedereen die buiten het gedachtegoed van de kerk om terug greep op een lijn van denken die aanving met Plato, Socrates, Parmenides, Pythagoras, Hypocrates en velen anderen voor wie het zelfstandig doorvorsen belangrijker was dan het (van buitenaf opgelegde) volksgeloof. 

De enige reden dat Wilders het heeft over de waarden van het Jodendom en het christendom is dat hij die in hun gedomesticeerde vorm een stuk acceptabeler vindt dan de nog niet door de Rede getemde Islam, met als stille hoop dat hij deze religies eveneens tegen het vreemde geloof kan opzetten vanuit concurrentieoverwegingen. Maar Wilders heeft niets met het geloof en naar mijn inschatting heeft hij de spirituele beleving van een strijkbout, dus wat er overblijft is een ‘boerenkool-met-worst’-evangelie, dat inhoudt dat ‘ze zich gewoon moeten aanpassen of anders oprotten’. Het is typerend dat speciaal de voorman van de Engelse en anti-Europese partij Ukip, waar Wilders al meerdere malen mee heeft geflirt, maar waar hij geen enkele samenwerking mee voor elkaar krijgt, het merkwaardig vindt dat Wilders als voorvechter van het vrije woord, oproept om de Koran af te schaffen en daarmee een aanzienlijk deel van de bevolking dit recht op het vrije woord (recht op geloof) wil afnemen.

Om terug te komen op de vreeswekkende aspecten van de islam, waarvan we in het Westen vinden dat ze niet in overeenstemming zijn met de universele rechten van de mens, wil ik nogmaals benadrukken dat we moeten oppassen om twee dingen niet door elkaar te halen in de discussies over de islam in het Westen. Wie ervoor waarschuwen dat er geen onderontwikkelde Derdewereldgebruiken zoals meisjesbesnijdenis onze cultuur in moeten sluipen zodat wij als Westerse cultuur er op achteruit gaan, geef ik groot gelijk, maar ik maak bezwaar tegen de grove, ondoordachte en niet onderscheiden manier waarop deze discussie wordt gevoerd. Naar vorm en inhoud moet het probleem van integratie onder de loep genomen worden om niet uit te glijden in één van de twee verkeerde richtingen, die van blinde repressie van alles wat anders is of die van de koestering van de slang aan onze borst die op een dag zal bijten.

Scheidslijn trekken

Het is een feit dat de islam in veel landen gevestigd is waar het met de mensenrechten en vrouwenrechten niet goed gesteld is, waardoor de import van haar aanhangers een zeker risico met zich mee brengt en moeilijkheden in het integratieproces. Dit heeft zowel culturele als religieuze aspecten die we in samenhang moeten zien –en niet verwarren met- nationalistische, etnische en taalkundige aspecten. De islam is een overkoepelende deken die veel verschillende volkeren en nationaliteiten met elkaar verbindt, maar het is niet altijd het belangrijkste element dat de identiteit bepaalt. De religieuze identiteit is voor het ene land of volk belangrijker dan voor het andere. In sommige landen is de nationaliteit belangrijker dan het geloof, of de etniciteit belangrijker dan het land, enzovoort. Wie de islam in het Westen wil begrijpen zal een scheidslijn moeten trekken tussen gefinancierd fundamentalisme dat speciaal naar het Westen wordt geëxporteerd als onderdeel van een machtspolitiek en het normale geloof waar mensen mee zijn opgegroeid in de landen van herkomst.

Zoals iedere religie of ideologie, kan ook de islam gebruikt worden als legitimatie van geweld en onderdrukking, zoals de bijbel dat in voorgaande eeuwen was om de Arabieren uit te roeien in Palestina, of de katharen in Zuid-Frankrijk, of de joden (als verraders van Christus) later in Polen. In de vicieuze cirkel van geweld en legitimatie van geweld versterkt de cultuur het geloof en het geloof voedt met haar denkbeelden de cultuur. Maar geweld en terreur kunnen overal mee gerechtvaardigd worden, niet alleen door een geloof. Met opzet spreek ik over religie of ideologie, omdat er genoeg collectieve overtuigingen zijn geweest zonder geloof in een opperwezen, zoals het Stalinisme, Maoïsme of het fascisme dat enorme gruwelijkheden op de wereld heeft losgelaten, waarbij aangetekend moet worden dat de leidende figuren daarin toch vanzelf werden verheven tot bovenmenselijke en bovennatuurlijke status. (Wat genoemde ideologieën kan reduceren tot geloof, of de constatering geven dat de mens onuitroeibaar religieus is)

Westers imperialisme



Geweld en terreur komen voort uit armoede, problematische jeugd, oorlogs -en geweldstrauma’s, aangeboren geestelijke problemen, pesten en treiterijen, uitstoting en uitsluiting, leermoeilijkheden, discriminatie, leven met onderdrukking, hoge inkomensverschillen en rechtsongelijkheid, vooroordelen, primitief volksgeloof, seksuele taboes, ondervoeding/onderontwikkeling van de hersenen en vele andere spanningsverhogende elementen die maken dat mensen iets zoeken om zich aan vast te grijpen dat ze de permissie geeft om voor hun verdrongen rechten op te komen en genezing of bevrijding te vinden uit het onheil. Religie leent zich hiervoor bij uitstek op grote schaal, omdat het een ideologie betreft die alle klassen- en rassenverschillen overstijgt, zelfs nationale verschillen en taalverschillen, zodat wanneer ze eenmaal in stelling gebracht is, ze moeilijk nog weg te denken is als factor van betekenis in de heersende machtsstrijd. Bij de lessen islam die ik volgde op de (toen nog) Hogeschool Holland leerde ik dat de meest fundamentalistische vorm van de huidige islam, in opkomst kwam ten tijde van de overheersing van het Midden Oosten door westerse landen. Het westerse imperialisme was ooit de aanleiding waarom veel gematigde of spirituele moslims langzaam onder de invloed kwamen van ultra-orthodoxe personen, die van hun religie een zogeheten ‘vehicle of rebellion’ wilden maken. Vrij vertaald, hun geloof als wapen gebruiken, omdat ze het in militair opzicht niet konden winnen van de Europese machten.

Welke waarden schragen onze vrijheid?

De islam aanvallen en zeggen dat die er de oorzaak van is dat intolerantie en achterlijkheid onze eigen cultuur bedreigen, is hetzelfde als stellen dat de kracht van onze westerse op Rede gebaseerde cultuur te zwak is om een licht te schijnen in de duisternis van het volksgeloof. Bovendien ontkent deze houding de kracht en de diepte van de spiritualiteit die eeuwenlang de kern heeft uitgemaakt van de islam die op talloze manieren cultureel, wetenschappelijk, architectonisch, literair en muzikaal tot uitdrukking kwam. Het doet vermoeden dat wij als Westerlingen zodanig zijn vercommercialiseerd dat wij wel graag de lusten willen van een  door onze grote voorgangers in vroeger tijden veroverde vrijheid, maar niet de lasten van de filosofische onderbouwing van die vrijheid en van onze manier van leven. We willen gewoon dat anderen ons met rust laten en verwachten dat als wij niemand kwaad doen, dat anderen ons dan ook wel in vrede zullen laten bestaan. Maar dat is niet wat de verhoudingen in de wereld laten zien. Er zijn vele miljoenen mensen op aarde die het niet vanzelfsprekend vinden dat wij in het Westen rijk zijn en zij arm. Mensen die hun leven wagen door met een overgeladen boot de Middellandse zee over te steken, omdat ze niet begrijpen dat zij niet welvarend mogen zijn. Zo zijn er ook veel mensen in de wereld die niet begrijpen waarom hun god ze in armoede laat leven terwijl de god van de christenen ze laat baden in weelde en ze levend met de meest onkuise levensstijl denkbaar, vol seks, drank en drugs, toch niet vernietigt en straft voor het oog van alle waarachtig gelovigen.

Pakistaanse danseres

Moderne moslims zouden hun vrijheden en rechten nooit meer kwijt willen, ook al houden ze altijd een band met het land van herkomst en blijven ze in verschillende gradaties en manieren voeling houden met hun geloof. Een Pakistaanse danseres/actrice die haar eigen land had moeten ontvluchten, omdat de orthodoxe voorgangers van het geloof haar publiekelijk veroordeelden, werd niet als reactie op het kortzichtige geloof van vele van haar landgenoten opeens ongelovig/atheïstisch. Haar spiritualiteit, haar persoonlijke band met god werd er alleen maar sterker door. De moed die ze had getoond om openlijk op de Pakistaanse televisie een belangrijke moefti de les te lezen en hem te wijzen op de hypocriete houding van vele bewakers van het geloof, die politieke omkoperijen en seksueel geweld tegen kinderen ongemoeid laten maar van haar de symbolische zondebok maakten, stelde haar tot voorbeeld voor veel gelovigen. Alleen zal die stille bewondering in haar eigen land moeilijk tot uiting komen in een cultuur die, door mannen gedomineerd, weinig ruimte biedt om de zachtere waarden van het geestelijk leven tot zijn recht te doen komen.

Als mensen in het Westen de innerlijke en de uiterlijke kant van een religie niet kunnen onderscheiden en de instrumentele/ politieke kant van een religie niet kunnen losmaken van de innerlijk beleefde en persoonlijke waardering van de geloofsinhoud, dan zijn ze op een andere manier fundamentalistisch bezig en gebruiken ze het verschijnsel voor hun eigen (politieke) doeleinden, zonder de intrinsieke waarde te erkennen en te respecteren. Wilders is niet uit op een samenleving waarin de Islam, of moslims hun geïntegreerde plek innemen, want de hardste kritiek op de islam heeft hij jarenlang onder bewaking van lijfwachten vrijelijk kunnen spuien, maar toen de boodschap tenslotte uitgeput raakte, omdat zelfs de meest linkse partijen de oorspronkelijk Fortuynistische standpunten in hun partijprogramma’s hadden opgenomen, veranderende zijn godsdienstkritiek toch ineens in discriminatie van één etnische bevolkingsgroep (Marokkanen), waar maar uit bleek dat zijn kritiek op de islam gewoon een grote hoop is geweest waar hij alles op kon gooien. Terecht dat de mensen die het werkelijk om een betere en meer evenwichtige samenleving te doen was toen ze zich bij de PVV aansloten, zich daar één voor één van afkeerden.  

Sven Snijer

zondag 3 november 2013

Het ongelijk van de anti-filosofen

Veel filosofen zijn in feite mislukte psychologen wanneer ze partij kiezen voor het gevoel als opponent van de Rede. Ze suggereren dat filosofen die de Rede als hun voornaamste instrument beschouwen, niet zouden erkennen dat het gevoelsleven ook van belang is. Een filosoof, die liefhebber is van de waarheid, kan nooit het gevoel kiezen als basis voor zijn filosofie, want dat kan per definitie alleen de Rede zijn. 

Wie het gevoel hoger stelt dan de rede, wordt automatisch een soort mysticus, zen-beoefenaar of kunstenaar, maar is geen filosoof. Het doel van de filosofie is het schouwen van de werkelijkheid voor ons geestesoog en dat is niet te verenigen met het ageren tegen het rationele verstand door overdrijving van het subjectieve gevoelselement in de persoonlijke beleving. 

Overschatte filosofen zoals Nietzsche en de meeste postmodernisten en existentialisten zijn eigenlijk anti-filosofen, omdat ze de filosofische methode zelf wantrouwen. Ze begeven zich in het domein van de Rede en roepen luidkeels dat zij niet te vertrouwen is, maar het komt niet in ze op dat er gradaties zijn van redelijkheid (en dus van waarheid). De Rede is niet in gelijke mate voor iedereen beschikbaar, zoals inspiratie voor de kunstenaar dat ook niet is. Wie een goed filosoof wil zijn moet een onderscheid maken tussen 'de' Rede en ‘mijn rede’ of mijn vermogen om redelijk te blijven wanneer heftige emoties me aangrijpen. De Rede is niet toereikend of ontoereikend om de werkelijkheid te vatten, zoals men daar vaak over spreekt. De Rede dient ontwikkeld te worden en voor die ontwikkeling geldt de persoonlijke psyche als materiaal. 

Wetenschap 

Door de geweldige vooruitgang van de wetenschap, de veruiterlijkte vorm van de Rede, is men op de een of andere manier gaan geloven dat de Rede in ons ook een soort geobjectiveerd autonoom bestaan heeft, dat wij als een hamer kunnen oppakken om ermee te gaan timmeren. De Rede als een bezem waar we mee kunnen vegen, maar zo eenvoudig is het niet. De Rede in de mens is niet als geobjectiveerd instrument beschikbaar vanaf onze geboorte en de geobjectiveerde rede buiten ons, de wetenschap, is ook niet zonder meer toegankelijk. Wij leven in een wetenschappelijk tijdperk, maar dat maakt van ieder van ons nog geen vooraanstaande wetenschappers. Wij delen de populaire wetenschappelijke cultuur omdat we er in leven, maar niet iedereen draagt daar in dezelfde mate aan bij.  

En zo is het ook met filosofie. Het bestaat al eeuwen en de meeste grote namen uit de filosofie zijn velen van ons bekend, maar dat wil niet zeggen dat wij allen uitstekende filosofen zijn. Om te beginnen niet in de theoretische zin en al helemaal niet in morele zin, want hoeveel filosofische enthousiastelingen hebben werkelijk die zelfbeheersing en discipline om de Rede als leidraad te nemen in zelfs de zwaarste levensomstandigheden of de verleidelijkste illusies die zich aandienen? Deze ondergewaardeerde kant van de filosofie komt de laatste tijd weer terug met boeken als die van Pierre Hadot en allerlei andere publicaties over wat tegenwoordig ‘levenskunst’ wordt genoemd.  

Pierre Hadot en levenskunst 

Levenskunst is een verschuiving van de waarheidsvraag en het bewijs voor een overtuiging, naar de toepassing van een filosofie in de praktijk van het alledaagse leven en haar invloed op de kwaliteit ervan. Volgens Hadot en anderen is dit een terugkeer naar de oorspronkelijke bedoeling van de filosofie. Niet slechts een begrijpen met het hoofd, maar een consequente manier van leven die op de lange termijn vruchten voortbrengt die voor kortzichtige en onbeheerste personen niet mogelijk is. 

Nu is het een heikel punt om de discussie te voeren welke filosofie het meest geschikt is voor het verkrijgen van die levenskunst, want in de Griekse oudheid had men daar ook al verschillende ideeën over, maar de vraag hoeft in veel gevallen niet te zijn welke de beste of meest geloofwaardige filosofie is, maar welke het meest uitvoerbaar is en het meeste voldoening schenkend. Welke filosofie geeft een persoon de meeste houvast in tijden van nood en fascineert het meest in gunstige omstandigheden, wanneer de geest vrij is om zich te ontplooien zonder begrenzing?  

Ik denk dat de meeste anti-filosofen hebben geprobeerd het bouwwerk van de Rede aan te vallen en als ongeldig te verklaren, om voor zichzelf de levenskunst terug te vinden. Ze waren niet in staat om het onderscheid te maken tussen de oorsprong van de filosofie en haar latere ontwikkeling, die steeds meer neigde naar de uiterlijke wetenschap. Het is in mijn ogen uiteindelijk ook een algemene misvatting dat de wetenschap het noodzakelijke eindresultaat is van de filosofie die in het oude Griekenland aarzelend begon, met de primaire wetenschappelijke vragen naar de aard van de werkelijkheid, zoals 'Bestaat het universum uit water, vuur, getal, atomen, enz?'

Het domein van de filosofie

Natuurlijk hebben de grote geesten uit het verleden die zich filosofisch ontwikkelden zich ook bezig gehouden met wetenschappelijke vraagstukken, maar om daaruit te concluderen dat de wetenschap het einddoel was en dat hun filosofie een tussenfase en later zelfs een bijkomstige hobby, lijkt me een ernstige vergissing. Ja, de wetenschap is een tot volwassenheid gekomen nevendiscipline van de oorspronkelijke filosofie. Zodanig volwassen dat ze op haar eigen benen is gaan staan, maar laten we niet geloven dat de filosofie daarmee een residu is geworden met voornamelijk historische waarde of een discipline die alleen nog maar kan fungeren als studiocommentator bij de wetenschappelijke wedstrijd.  

Filosofie is en was altijd haar eigen domein. Ze is bedoeld als zingevingskader rondom het domein van de psychologie en zou op een metafysische manier in haar verlengde moeten liggen, ongeveer zoals Maslow het beschrijft vanaf de materiële en emotionele basisbehoeften van de mens, tot aan de top-ervaringen die hem brengen in het gebied van de esthetische vervoering, het visionaire, de extase en het hoger religieuze. Voor een goed begrip van filosofie is nog steeds de kennis van Plato en Aristoteles essentieel, evenals die van de Stoïcijnen en de neo-platonici, omdat in die tijd de filosofie nog geen discipline was op papier met honderd voetnoten en verwijzingen naar honderden publicaties, maar een directe manier van communiceren en van in het leven staan.  

Het pad van de Rede 

De overwegingen van de grote denkers uit het verleden hadden betrekking op de praktijk van het leven. Spirituele ervaringen waren daarbij een logisch gevolg voor hen die standvastig deze levenswijze konden opbrengen en filosofie werd niet vernauwd tot een rationele discussie over het wel of niet aannemelijk achten van een ‘opperwezen’, waar de Europese filosofen naderhand zo gruwelijk mee de mist in gingen. Wie het pad van de Rede volgde, kon er op rekenen dat de Rede als antwoord op de geestelijke inspanningen met onthullingen zou komen, die niet iedere sterveling deelachtig kon zijn, omdat niet iedere sterveling tot in die mate zijn geest kon cultiveren.  

Filosofie was nog een eigen verantwoordelijkheid en niet een consumptieproduct om even snel door te lezen, om dan meteen verder te gaan met de volgende filosoof. En toch doet ook bij de literaire geeuwhonger in onze cultuur, de Rede ongemerkt haar werk. Veel mensen cultiveren hun geest door niet speciaal één filosofie consequent door te denken (en te beoefenen), maar door consequent te zijn in het cultiveren van hun geest als zodanig. Het is in veel gevallen de kwaliteit van wat men leest en veel minder het onderwerp, dat de geest scherpt en het vermogen geeft om zelf nieuwe inzichten voort te brengen. Alles wat kwaliteit heeft kan een geestelijk hongerig mens vooruit helpen en het zichzelf toestaan om te leren van wat er ook maar voorbij komt dat fascineert, is een discipline op zich. Het is de discipline van de onthouding, want wie een goed boek leest, onthoudt zich van rotzooi. Je kunt niet tegelijkertijd je geest vervuilen en verrijken. Het jezelf voeden met de overdenkingen van een ontwikkeld mens of dat nu is op het gebied van politiek, kunst filosofie, of wetenschap, is eigenlijk de levenswijze van de filosoof zoals de wijsgeren uit het verleden het bedoelden. Kiezen voor datgene wat blijvende waarde heeft en niet voor de dingen die even een sensatie geven en dan weer afsterven, zonder verdere ontwikkeling.  

Psychologisch welbevinden

Wat we zien bij mensen die zichzelf op deze manier cultiveren, is dat het gevoelsleven een vanzelfsprekend onderdeel uitmaakt van hun ‘filosofie’. De Rede heerst niet over het gevoel (wat ook een beetje een misvatting is over de filosofie uit het verleden), maar is in een dialoog met het gevoelsleven, omdat de psychologie ons heeft geleerd dat wat ‘waar’ is in theoretische zin, ook waar moet zijn in onze eigen beleving. We accepteren niet langer wat niet zo lang geleden binnen religie nog wel gebruikelijk was, dat de dingen die slecht voelen (schuld, schaamte) geaccepteerd worden als waarheid (erfzonde) en de dingen die goed voelen (lust, zelfvertrouwen, expressie) laten we ons niet zomaar meer  verbieden onder het mom van ijdelheid of verwerpelijk egoïsme. Psychologisch welbevinden is gemeengoed geworden. Iedereen heeft er een vage notie van dat hij recht heeft op geluk en gelukkig zijn, of tenminste dat het niet normaal is om je over te geven aan fatalisme en het lijden als onafwendbaar te zien. Daarvoor zijn er teveel dingen mogelijk in de moderne maatschappij.  

Het gevoelsleven heeft voor veel mensen een centrale plek gekregen in hun leven en wat als waarheid wordt geaccepteerd zal met dat gevoelsleven veelal in een gunstige relatie staan. Het is daarom ook interessant dat juist niet de minder ontwikkelde mensen uit zichzelf op zoek gaan naar de zin van het leven, bijvoorbeeld in Oosterse religies of door terug te grijpen op de eigen westerse spirituele wortels in religie en filosofie, maar de meer ontwikkelde en zelf-geactualiseerde mensen aan de top van de welzijnspiramide (naturalistische waardenhiërarchie). De zin van het leven is niet een overblijfsel van vroeger tijden dat de wetenschappelijke toetssteen niet langer kan doorstaan. Het is blijkbaar een aangeboren behoefte van ieder mens die zoals Maslow het duidelijk heeft onderwezen, die op de lagere behoeftegebieden reeds zijn vervulling heeft gevonden. De mens hoeft religie of filosofie niet noodzakelijk te worden aangeleerd, want de zingevingsvraag openbaart zich wanneer er de ruimte voor is en het verlangen ertoe automatisch ontstaat.

Het kind met het badwater weggooien

Hierom ben ik geen voorstander van de benadering van de anti-rationalisten met hun emotioneel geladen mentale probeersels, waarmee ze tevergeefs de Rede wilden vervangen. De Rede kan nergens door vervangen worden, want dat is het kind met het badwater weggooien in een poging om een persoonlijk (gevoelsmatig) geluk te vinden. Het is een valse bevrijding uit het opgelegde en voorgeschreven leven van de maatschappelijke werkelijkheid. Hoezeer ik ook begrip kan opbrengen voor de noodzaak om het ‘leven’ terug te brengen in de filosofie, de geleefde waarheid boven de dode letter en het blind geloof, het is niet de juiste weg om de Rede zelf te diskwalificeren. 

De kunst is om de Rede in ere te herstellen en aan te tonen dat ze in essentie het gevoel nooit als minderwaardig heeft afgeschilderd, maar wel een beteugeling ervan heeft voorgestaan (een tijdelijk opschorten van het gevoel) om met afstand te kijken en de Rede helderheid te doen schenken in de chaos van het leven. Niet anders dan bij een wetenschappelijk experiment in een laboratorium. Voor de echte filosoof zal het gevoel nooit gelden als inferieur, maar als een wezenlijk deel van zijn bestaan en uiteindelijk in spirituele zin zelfs identiek aan -of een geïntegreerd deel van de waarheid. De filosofische methode vereist dat het verstand over het gevoel reflecteert (en het gradueel waardeert) en niet dat het gevoel het verstand overwoekert, noch dat de Rede wordt opgesloten binnen de grenzen van de wetenschappelijke proefopstelling. Uiteindelijk is de Rede geen methode, maar de essentie van onze ontwikkeling die samen valt met het leven zelf. 

Sven Snijer