donderdag 16 februari 2017

Wilders en het zoeken van rechts



Als reactie op de uitspraak van Wilders in zijn WNL-interview afgelopen zondag (1) dat moskeeën ‘nazitempels’ zijn komt de as-Soennahmoskee in Den Haag met het bekende riedeltje dat onder islamisten veel gebruikt wordt, dat de tijd van de Tweede Wereldoorlog inderdaad aan het herleven is, omdat moslims nu worden behandeld zoals de joden destijds.(2) Deze uitspraak is om twee redenen verwerpelijk en daarvan is het miskende slachtoffer spelen door de islamitische puriteinen nog de minst kwalijke. Wat erger is dan deze overtrokken kwalificatie van het geweld tegen moslims -dat de laatste tijd inderdaad toeneemt onder invloed van het internationale islamitisch radicalisme- is het wegmoffelen van het antisemitisme dat in de theologie van veel islamisten zo’n belangrijke rol speelt. 

Drie soorten salafisme

Wat vooropgesteld moet worden is dat niet alle salafisten een gewelddadige ideologie aanhangen, want een aantal van hen verwerpt geweld principieel, maar er zijn onder hen ook politieke salafisten en jihadistische salafisten, die wel degelijk een openlijk vijandige houding aannemen tegenover de westerse samenleving. Ik kan niet beoordelen of de as-Soennahmoskee tot de eerste, tweede of derde groep behoort, maar naar het schijnt proberen ze in Den Haag op geïntegreerde wijze aan de maatschappij deel te nemen(3), al onderscheiden ze zich van anderen door zeer strikte ideeën en het uitnodigen van haatpredikers (wat werd verboden door burgemeester Van Aartsen). De salafisten in Den Haag weten echter heel goed dat er onder salafistische moslims velen zijn die zich niet enkel beperken tot een strikte naleving van islamitische regels en een strakke sociale controle in de wijken waar ze vertegenwoordigd zijn. Er zijn moskeeën in Europa die broeinesten zijn van antiwesters sentiment en jodenhaat. Wilders doelde met zijn uitspraak op die moskeeën waar de haat tegen het westen en westerse waarden actief wordt aangemoedigd, desnoods in de achterkamertjes van de moskee, terwijl aan de voorkant een uithangbord voor tolerantie en multiculturalisme is geplaatst.

Nu is het Wilders kwalijk te nemen dat hij geen onderscheid maakt tussen verschillende islamitische stromingen, maar de gehele islam wegzet als radicaal, terroristisch of potentieel gewelddadig, maar dat neemt niet weg dat hij een punt heeft waar het gaat om haat zaaien, dat stelselmatig voorkomt ook in Westerse landen. Over de oorsprong van het antisemitisme dat in grote delen van de islamitische wereld nog welig tiert is hij helaas nog steeds onkundig, want steevast blijven hij en zijn geestverwanten de Koran aanwijzen als bron, terwijl het een historisch feit is dat in de middeleeuwen de joden het onder moslimbestuur vaak beter hadden dan in het christelijke Europa. De Jodenhaat in de politieke islam van vandaag is te herleiden tot de Egyptische Broederschap, waarvan stichter Hassan al-Banna en ideoloog Seyyed Qutb beruchte antisemieten waren, zoals overtuigend wordt aangetoond door Bassam Tibi in zijn boek Islamism and Islam. De wortel van dit moderne antisemitisme gaat terug tot de nazi’s in het Europa van de jaren dertig, die het exporteerden naar het Midden Oosten. Zij ontleenden veel van hun ideeën aan het gefabriceerde geschrift ‘The Elders of the Protocols of Zion’(rond 1900) dat een combinatie was van samenzweringsdenken en racisme, waarbij de joden op zeker moment de drang naar wereldheerschappij met heimelijke middelen in de schoenen geschoven kregen, waar in eerste instantie alleen de vrijmetselarij van werd beschuldigd.

Islamisme is een modernisme

In de politieke islam werd deze joodse wereldsamenzwering -om de hele mensheid in het verderf te storten door zowel het kapitalisme als het communisme in het leven te roepen- vervangen door het geheime joodse plan om de islam te vernietigen. Voor islamisten staat de seculiere wereldorde -links of rechts- gelijk aan een joodse samenzwering, want het is de ‘ontheiliging’ van de wereld door seculiere instituties die ervoor zal zorgen dat de islam verdwijnt, tenzij de joden op tijd worden tegengehouden. Christelijke landen of landen met een christelijke geschiedenis gelden per definitie als handlangers van dit geheime wereldjodendom dat achter de schermen alle macht heeft via de beheersing van het bankwezen en het media-apparaat. Vreemd genoeg hoor je Wilders nooit over de modernistische trekken binnen de radicale islam, want er zijn tal van aanwijzingen waaruit op te maken valt dat de Koran niet de bron is van het meest virulente antisemitisme. Ten eerste bestond er in de tijd van Mohammed geen samenzweringsdenken, omdat de wereld nog niet als één geheel werd gezien, maar als een verzameling los van elkaar staande landen en volkeren. Het was de moderne wetenschap die verre continenten dichterbij bracht en het idee van één wereld voor ons allen deed ontstaan. Zonder dit wereldbewustzijn kan het complotdenken dat vaak gaat over wereldomspannende samenzweringen niet bestaan. Daarnaast bestonden de geheime occulte organisaties die met de joden zouden samenwerken nog niet vóór 1700 en daar had Mohammed dus nog nooit van gehoord. En dan is er nog de rassenleer in het moderne antisemitisme die werd gebouwd op de politieke toepassing van de evolutieleer van Darwin (Sociaal Darwinisme) die een cruciale rol heeft gespeeld in het omzetten van de middeleeuwse Jodenhaat die vooral theologisch van aard was naar een seculiere Jodenhaat die zich bediende van pseudowetenschap.

In wetenschappelijke studies over antisemitisme worden  drie perioden van antisemitisme onderscheiden:

I.Het vroeg-christelijke antisemitisme dat een uiting was van frustraties van christenen dat het merendeel der joden Jezus niet als haar Verlosser wilde aanvaarden en de pogingen van deze nieuwe religie om zich theologisch te legitimeren, door zich tegen het jodendom waar zij uit voortkwam af te zetten en zelfs te proberen zich erboven te stellen door het traditionele jodendom als een vervalsing af te schilderen.

II.Het middeleeuws antisemitisme dat nog steeds over een theologisch geschil ging met het jodendom, maar waar de Jodenhaat al pathologische trekken krijgt en joden steeds vaker de zondebok zijn wanneer er bijvoorbeeld kinderen kwijt raken of vermist zijn, die dan steevast door de joden waren gedood. Ook de kruistochten zorgden voor een verslechtering van de positie van joden in Europa, omdat de strijd tegen de ‘ongelovigen’ in het Midden Oosten een parallel kreeg in de strijd tegen de ongelovigen thuis. Verder was er een economische reden voor het antisemitisme, omdat joden meer dan gemiddeld in de geldhandel zaten vanwege het verbod voor christenen om aan andere christenen geld te lenen. Joden mochten hen wel geld lenen en dat gaf soms grimmige verhoudingen tussen schuldenaren en schuldeisers. Er ontstonden in deze tijd al de wildste verhalen over joden, dat zij kinderen zouden kruisigen, koekjes bakken van mensenbloed, hosties martelen en uitwerpselen van varkens eten. 

III. In het moderne antisemitisme is er sprake van een sterke internationale oriëntatie (de jood die met zijn octopusarmen de hele wereld omvat), een sterke nadruk op ras en de joden als het geheime brein achter seculiere (niet-religieuze) ideologieën. Het moderne antisemitisme is in de woorden van Bassam Tibi ‘genocidaal’ van karakter omdat het streeft naar de uitroeiing van het jodendom, wat Hitler tijdens de Tweede Wereldoorlog probeerde te bewerkstelligen, maar waar veel aanhangers van het moderne antisemitisme in meer bedekte termen over spreken, al bedoelen ze hetzelfde. Nadrukkelijk worden de joden als een ras neergezet dat niet deugt en nooit zal deugen, dus van ‘inkeer’ kan geen sprake zijn. Zij vertegenwoordigen de seculiere wereldorde bij uitstek en zijn dus de wezenlijke vijand van de mensheid en in het geval van jihadistische salafisten de vijanden van het ware geloof, de islam. Het is van cruciaal belang om het verband te zien tussen de seculiere wereldorde en de joden als ras, want dat is het grote onderscheid tussen deze moderne ideologie en het middeleeuwse Europese antisemitisme dat zich nog beperkte tot lokale en periodieke geweldplegingen tegen joden (Vooral Pasen was gevaarlijk voor joden, vanwege de ‘bloedschuld’)

De wortel van het genocidale denken

Uit het bovenstaande valt af te leiden dat de radicale islam van vandaag, die zich kenmerkt door terreuraanslagen, onthoofdingen, steniging en antisemitisme, geen product is van de theologie van Mohammed, hoewel er in de Koran zeker teksten staan die gebruikt kunnen worden bij de moderne jihad. In de tijd van Mohammed echter speelde een religieus geschil, ongeveer zoals de vroege christenen dat hadden met het jodendom en daarnaast kende de islam vanaf het begin een vermenging van geloof, politiek en militaire campagnes. Toch was het ressentiment dat Mohammed voelde naar de joden meer verontwaardiging over politieke zaken en geloofskwesties en beslist geen rassenleer. De Mensen van het Boek, zoals joden en christenen werden genoemd, mochten hun geloof behouden onder islamitische heerschappij met enkele restricties. Nooit heeft Mohammed geprobeerd joden systematisch uit de weg te ruimen en de ideeën die radicale moslims vandaag de dag koesteren over joden vinden enkel een parallel in de nazi-ideologie die geworteld is in de Protocols. Het is een zeer gemankeerde waarheid als Wilders de islam vergelijkt met het gedachtegoed van de nazi’s, omdat buiten het feit dat dit slechts 3 tot 5% van de islam betreft, de werkelijke oorsprong van dit genocidale denken over joden de eigen Europese traditie is. Nazi’s en Jihadisten voeden zich uit dezelfde bron en wanneer deze zaken goed duidelijk worden gemaakt als onislamitisch en niet-traditioneel, zal het overgrote deel van de islam zich hier niet voor lenen.

De laatste verdedigingslinie

Er ontstaat echter wel een probleem als islamcritici de gehele islam beoordelen op het gedrag van jihadistische salafisten en hun terreur of politieke salafisten die een islamitische staat hopen te realiseren via de stembus met democratische verkiezingen om vervolgens de democratie af te schaffen. Als de islam wordt gezien als een religie die worstelt met de moderniteit blijft er ruimte bestaan voor liberale moslims om diegenen binnenboord te houden die welwillend staan tegenover hervormingen, zonder bang te zijn hun geloof meteen te verliezen, want dat is in essentie de drijfveer van het islamitisch radicalisme. Het radicale geloof is de laatste verdedigingslinie van een religie die in elk opzicht de strijd verloren heeft van niet-islamitische landen als het gaat over economische, militaire en ideologische macht. Een eigenaardige uitspraak die Wilders vaak herhaalt is dat de islam een ‘ideologie’ is en geen religie, wat aangeeft dat hij het woord ideologie niet begrijpt. Wikipedia zegt: 

‘Een ideologie is een geheel van ideeën over de mens, menselijke relaties en de inrichting van de maatschappij, dat leeft binnen een maatschappelijke groep, met name een politieke partij, een denkstroming of een sociale klasse. Het kan zowel een beschrijvende term zijn als een normatieve.’ 

Iedereen met een beetje inzicht snapt dat dit woord op zowat elke beweging kan worden toegepast en niet voorbehouden is aan de islam alleen. Het christendom is ook een ideologie en het Platonisme of het Positivisme zijn dat ook. Wat Wilders bedoelt is dat de islam een politieke religie is die door haar wettische karakter geen ruimte heeft voor individuele keuzes, maar haar aanhangers verplicht letterlijk het woord van Allah zonder tegenspraak na te volgen naar de uitleggingen van de islamitische schriftgeleerden. Hij voegt het conservatisme en het traditionalisme van de culturele islam ten onrechte samen met het islamisme van de moderne tijd. De eerste staat voor de uitdaging van modernisering en burgeremancipatie (meer rationaliteit in religie), terwijl de tweede de middelen van de moderniteit juist opzettelijk gebruikt om het traditionele denken te cultiveren. Het is inderdaad zo dat sommige moslims nogal geobsedeerd zijn door wat Halal is of Haram, maar ook dat is in veel gevallen een uiting van modernisme en moet niet verward worden met de traditionele islam, waar dat onderscheid lang niet altijd zo strikt werd toegepast, zoals o.a. blijkt uit een recent artikel van Michiel Leezenberg.(3) Juist de nadruk op de islam als ideologie zou Wilders toch aan het denken moeten zetten, want dat is waar het islamisme zich door kenmerkt - de uitdrukkelijke vermenging van politiek en religie. Bijvoorbeeld het stichten van een Islamitische Staat, wat in voorgaande eeuwen geen doelstelling was van moslims, omdat de islamitische heersers zich feitelijk niet anders gedroegen dan de koningen en keizers in Europa. Het onuitstaanbare bronnen-fetisjisme van islambashers als Wilders kent exact hetzelfde patroon als de overdreven islamverkondiging van de islamisten, want beiden zijn gebiologeerd door de begintijd van de islam en miskennen de gehele islamitische traditie met al haar culturele en theologische verscheidenheid over een periode van ongeveer duizend jaar.

Moderne vrijheid en zelfbeschikking

De impliciete bedoeling van Wilders’ uitspraak dat de islam een ideologie is en geen religie, is dat hij hiermee zegt dat het christendom wél een religie is, omdat hij net als Thierry Baudet als niet-gelovig persoon bij het christendom houvast zoekt in de strijd tegen de islam.(5) Dit in de foute veronderstelling dat de christelijke religie de bron is van onze huidige vrijheid en zelfbeschikking als geëmancipeerde burgers. Treurig genoeg speelt hij in op de heimwee en het sentiment van degenen die zich wat ‘verweesd’ voelen in de maatschappij, nu ze geen Moederkerk (of vader Paus) meer hebben om zich aan vast te klampen door de wetenschappelijke ontdekkingen die zoveel middeleeuwse geloofswaarheden onderuit hebben gehaald. In de gedachten van deze spiritueel verlatenen blijft het christendom toch een soort moeder van de moderne wetenschap, omdat de scholastiek het rationele denken zou hebben aangemoedigd. Een geforceerde waardering van theologen en filosofen die in de middeleeuwse samenleving nog geheel in de ban waren van de onbetwistbare idolen van het verleden zoals Aristoteles en Ptolemeus, maar het is blijkbaar een troostrijke gedachte voor de stofgelovigen. De werkelijke geschiedenis laat echter zien dat het niet het christendom is geweest dat het heldere licht der rede heeft laten schijnen, maar het humanistische studieprogramma dat doelbewust in Noord-Italië werd opgezet vanuit de politieke noodzaak van die tijd. Er waren beter geschoolde en meer gecultiveerde burgers nodig om Florence te helpen meebesturen in een sterk roulerend bestuurssysteem en daarvoor wilde men teruggrijpen op de denkers van de klassieke oudheid, omdat het feodale christelijke Europa daarvoor geen aanknopingspunten bood.

De seculiere wereldorde

Los van de geschiedenis betekent christelijk geloof voor Wilders natuurlijk ‘ons geloof’ van eigen bodem, zelfs al gelooft hij nergens in. Het is een uiting van nationalisme, dus politiek, dat zich keert tegen een vreemde religie als de islam en dan voornamelijk haar politieke vertakking (!), het islamisme. Cynisch als we het zo bekijken, maar begrijpelijk gezien de houding van het links-liberalisme om onze eigen culturele identiteit decennialang te loochenen (‘de Nederlander bestaat niet’) en het opdringen van een internationalisme door politieke en economische krachten waar de gewone burgers van diverse landen als een speelbal aan onderhevig zijn geworden, en waar alleen de allerrijksten van profiteren. Ook hier is de parallel opvallend, dat zowel de islamisten zich bedreigd voelen door een internationale orde (wereldjodendom) als de harde islamcritici die tekeer gaan tegen allerlei internationale instellingen als het Europese parlement, het IMF en de Verenigde Naties. Zij zien hierin vooral links-liberale krachten die de eigen identiteit van de volkeren om zeep willen helpen en ze proberen dat tegen te gaan door zich sterk nationalistisch op te stellen. Een deel van dat nationalisme zoekt aansluiting bij het christendom, maar dat is een belangrijke inschattingsfout juist in de strijd tegen de radicale islam. Ze geven eigenlijk toe dat wat de islamisten zeggen juist is, dat een religieus reveille nodig is om de wereld uit de huidige morele crisis te halen en verdedigen zich niet met het enige juiste wapen dat hier dient te worden ingezet; de bevestiging en bekrachtiging van de seculiere wereldorde. 

Cultuurchristenen

Bij de Vrede van West-Falen in 1648 kwam er een einde aan de dertigjarige oorlog, één van de bloedigste en meest verwoestende oorlogen die Europa ooit gekend heeft, waarin politiek en religie stevig met elkaar vermengd waren. Om deze gebeurtenissen zich niet te laten herhalen besloot men voortaan geloofszaken buiten de politiek te houden en werd een voorzichtig begin gemaakt met de godsdienstvrijheid om pragmatische redenen. Dit had niets te maken met vrijheid van denken zoals we die nu kennen, maar betekende aanvankelijk slechts drie variaties van een onbetwijfelbare christelijke geloofswaarheid. De echte gewetensvrijheid en individualisme kwamen veel later, vanaf de tijd van de Verlichting, maar door de scheiding van Kerk en Staat in het verdrag van West-Falen werd de seculiere macht van staten bepalender dan religie in de internationale verhoudingen. De huidige wereldorde kunnen we omschrijven als een seculiere wereldorde van soevereine natiestaten (in tegenstelling tot de christelijke naties van het verleden) al staat het concept ‘natiestaat’ al een tijdje onder druk door het Europeanisme en internationalisme. De natiestaat wordt in rechtse kringen tegenwoordig vurig verdedigd en men wil de nationale grenzen weer bemannen (om vluchtelingen tegen te houden), maar het seculiere karakter van de moderne staat wordt niet herkend als een ideologische kracht op zichzelf. De schijnbare neutraliteit ervan verhindert ze het te beschouwen als het natuurlijke tegengif dat kan worden ingezet tegen diegenen die een religieuze wereldorde aan ons willen opdringen. Ze zoeken naar extra hulpmiddelen, zoals het aan de beademing leggen van het zieltogende christendom en schamen zich er niet voor om bij de EO aan te schuiven als ‘cultuurchristenen’ om hun zo zwaar bevochten seculiere identiteit te overgieten met een sausje van christelijke waarden. Bespottelijk en vooral  contraproductief, wat duidelijk wordt op het moment dat een christen aan tafel begint te spreken over zijn ‘moslimbroeders’. (4)

Culturele ongelijkheid

Ik ben het met diverse opiniemakers eens dat het westen zich in een toestand van morele ontreddering bevindt, maar ik deel niet in de meeste van hun oplossingen. In het zoeken naar verbindende factoren die ons tot een hechte samenleving kunnen maken met gemeenschappelijke idealen, zijn de maatschappijkritische hervormers vaak als vissen die in de zee rondzwemmen op zoek naar water. Het antwoord op het internationalisme dat ongelimiteerd voortwoekert is inderdaad een bepaalde mate van nationalisme en trots op je eigen land, cultuur, ras, taal en tradities. De paradox van politiek links is altijd geweest dat ze roepen dat je zoveel kunt leren van andere culturen, terwijl ze tegelijkertijd proberen alle culturen te vervagen door zonder onderscheid te verklaren dat we allemaal gelijk zijn, één zijn, enz, want kwalitatief de verschillen benoemen wordt al gauw bestempeld als discriminatie en racisme. Vooral het idee dat sommige culturen hoger staan dan anderen stellen ze gelijk aan fascisme of minstens kolonialisme, omdat ze het onderscheid niet kunnen maken tussen de menselijke waardigheid van een persoon of de cultuurwaarde van de samenleving of groep waar hij/zij deel van uitmaakt. Dit doet links al jarenlang de das om, maar de PvdA zal het vermoedelijk nog steeds niet snappen als ze bij de komende verkiezingen bij de grond zullen worden afgesneden. Politiek rechts is ondertussen klaar met de culturele uitverkoop van de Nederlandse en vooral Westerse waarden en zet in op sterke benadrukking van de nationale identiteit als uitvalsbasis voor een Europees rechts bewustzijn. Die opzet lijkt te slagen, maar biedt onvoldoende houvast tegen de opkomende radicale islam, omdat nationalisme alleen te mager is en geen remedie kan zijn tegen het gevoel van culturele verweesdheid als gevolg van het wegvallen van het christelijk geloof bij een groot deel van de bevolking.

Religieuze gevoelens of wetenschappelijke waarheid?


In een ideale wereld zouden nationale belangen verdedigd kunnen worden zonder te vervallen tot extreem nationalisme en zou religieus extremisme gekeerd kunnen worden door een wetenschappelijk discours, dat zich sterkt door een onderwijssysteem dat geen geloofswaarheden buiten haar kritisch wetenschappelijke onderzoekingen houdt, omdat dit mensen in hun religieuze gevoelens zou kunnen kwetsen. Emotionele onvolwassenheid op collectief niveau is geen graadmeter voor waar de wetenschap zich wel of niet mag begeven lijkt mij en het is bovendien in strijd met de door zowel links als rechts zo gekoesterde vrijheid en gelijkheid. Iedere religie heeft recht op dezelfde dosis wetenschappelijke scepsis, dus bij gebrek aan een betere term, zeg ik ‘gelijke monniken, gelijke kappen’. In plaats van het zoeken naar de bril die al op onze neus staat, in het genezen van onze gekneusde culturele identiteit, pleit ik voor een beetje meer ruggengraat op die gebieden waar we al heel goed zijn, rationeel wetenschappelijk onderwijs en een sterke scheiding van kerk en staat. Het voorkomen van toegeeflijkheid op die terreinen, dus het vermijden van een culturele knieval om door vreemdelingen ‘aardig’ gevonden te worden, moet in principe volstaan om onze eigen normen en waarden overeind te houden. Wij zijn als westerse samenleving de sterkste economische en militaire macht in de wereld en het is vreemd dat wij ons met de eigen identiteit vaak zo zwak en onzeker voelen, zodanig dat we nu geen andere mogelijkheid lijken te zien dan een extreem nationalisme aan de dag leggen met de onvermijdelijke geschiedvervalsing die daarbij hoort. Zou links dan toch ook een beetje gelijk hebben, dat onze vrijheid is opgekocht door de economische reuzen in de internationale wereld die ‘vrijheid en democratie’ als reclameslogan gebruiken voor de producten die ze willen slijten? Wie gezegend door de materiële welvaart, vervolgens de hardheid van economische wetten die haar schragen niet kan verdragen als enige zingeving, zal bij afwezigheid van de koesterende werking van een algemeen aanvaard geloof onvermijdelijk uitkomen op het tribale aspect van het nationalisme dat een hoog klompen- en molentjesgehalte heeft.  

Collectief trauma

Op een dieper niveau denk ik dat de westerse wereld sinds de Tweede Wereldoorlog lijdt aan een gespletenheid die veel erger is dan een culturele benauwdheid of een culturele uitverkoop. Ten diepste zijn wij nog steeds de klap niet te boven dat de meest ontwikkelde cultuur van dat moment, met de grootste mate van wetenschappelijke, sociale en politieke vooruitgang, verantwoordelijk was voor de systematische uitroeiing van een hele bevolkingsgroep, terwijl zowel aan de kant van de nazi’s als aan de kant van de geallieerden bombardementen op burgerdoelen als oorlogsstrategie werden gebruikt. De westerse mens is in zijn verlichtingsideaal teleurgesteld geraakt -zeg maar gerust diep getraumatiseerd- en heeft in zijn werkelijkheidsbeleving een splitsing gemaakt tussen de rede die is vervallen tot louter technische aangelegenheden en wetenschappelijke onderzoekingen met vooral praktisch nut en een gevoelsleven dat zich van die rede heeft willen losmaken, met een dwangmatigheid die  pathologisch aandoet; de opzettelijke verwerping van de schoonheid en de omarming van de chaos van het vormloze in de moderne kunst. Ons denken en onze esthetische beleving zijn niet meer met elkaar in harmonie, vandaar dat onze gevoelsuitingen geen gedachten meer tot uitdrukking brengen en onze gedachten geen kaders meer zijn voor een gevoelslading, zoals bij de metafysica van het verleden.

Totalitarisme of integraal bewustzijn

Wij leven in een wereld van hebben en van beleven, maar onze gedachten zijn in deze cultuur onmiddellijk verdacht zodra ze grotere verbanden zoeken. We hebben gezien waar dat toe kan leiden in verschillende vernietigingsoorlogen en daarom stellen we onze hoop liever op wetten, protocollen en computerprogramma’s dan dat we onze gedachten over de aard van de werkelijkheid serieus nemen. Niets mag verraden dat de moderne mens het vertrouwen in de Rede nog niet is kwijtgeraakt, want daar ziet men de wortel van een nieuwe wereldoorlog. De ‘grote verhalen’ hebben collectief de schuld gekregen van ons onvermogen om mensen als individuen te zien en daarom draagt de collectieve werkelijkheid van de mens tegenwoordig een versplinterd karakter en kunnen er geen ‘misdaden tegen de mensheid’ meer gepleegd worden, maar wel tegen de ‘menselijkheid’ want dat is een persoonseigenschap.(6) Zodoende wordt er tegelijkertijd een taalkundige en een filosofische fout gemaakt en dat is wat velen onbewust ook wensen vanuit de angst om als mensheid onder leiding van de rede één geheel te worden. In werkelijkheid worden we daarmee niet eenvormig of gelijkvormig, maar een organisch levend wereldbewustzijn dat vele expressievormen zal krijgen. Het integrale denken leidt juist niet tot het totalitaire karakter waar velen zo bang voor zijn, want totalitaire ideeën kenmerken zich niet zozeer door heelheid als wel door overheersing van een deel over het geheel. Een echt dialectisch proces kent geen kunstmatige voltooiing in een communistische revolutie of een nationaal-socialistische machtsgreep, maar evolueert in steeds grotere cirkels en daarom is de oplossing voor de huidige wereldcrisis niet de grenzen openen of sluiten, maar een integratie in de westerse geest van onze gevoelswaarden en onze gedachten, zoals in de tijd van Hegel. Dat vereist in de eerste plaats een nieuwe kijk op kunst en architectuur. Als wat wij in de wereld bouwen weer een geïntegreerde filosofie uitdraagt die het intelligente en het esthetische combineert, zoals de kathedralen in de middeleeuwen deden (gebed in steen), is dat het bewijs dat we op dat gebied vorderingen maken en hoeven we niet langer op zoek te gaan naar een identiteit die we nooit zijn kwijtgeraakt. 
         
Sven Snijer







woensdag 15 februari 2017

De hulp-reflex in de maakbare samenleving


De New York Times bestseller “Ver van de Boom - Als je kind anders is” van Andrew Salomon (1) legt de vinger op de zere plek als het gaat om de vraag hoe om te gaan met kinderen die anders zijn. Kinderen met autisme, syndroom van down, een lage intelligentie, gedragsstoornis, etc, passen niet in hetzelfde plaatje als het gemiddelde kind dat volgens het vaste traject wordt klaargestoomd voor de maatschappij en vraagt niet alleen extra aandacht, maar ook extra begrip. Een verwaarloosd aspect daarbij is de gebrekkige maatschappelijke acceptatie van kinderen die anders zijn, wat een grote druk legt op ouders van een bijzonder kind en vooral ook op het kind zelf.

Niet het aanbod, maar de vraag

In ons eigen land is de Participatiesamenleving zo’n uiting van maatschappelijke intolerantie die wordt gepresenteerd als ruimdenkendheid. ‘Iedereen mag meedoen’ wordt al gauw iedereen moet meedoen, want anders ligt het vast aan de motivatie en instelling van ouders. Te vaak wordt gedacht dat er bij een probleem meer hulpmiddelen moeten worden gezocht, maar het is niet altijd aan de kant van het hulpaanbod dat gezocht moet worden naar verbetering van een (gezins)situatie. Wanneer gekeken wordt naar de vraagkant kan geconcludeerd worden dat het vaak op de eerste plaats het serieus nemen van de problematiek is en inlevingsvermogen van anderen in de van het normale patroon afwijkende situatie -met bijvoorbeeld een autistisch kind- waar ouders een grote behoefte aan hebben. Solomon toont dit goed aan in zijn boek:

“Zonder acceptatie door de maatschappij verandert er niets aan het meedogenloze onrecht dat veel groepen met een horizontale identiteit (aangeboren gedragsproblematiek) wordt aangedaan.”

Ik kan als vader van twee kinderen met autisme uit eigen ervaring bevestigen dat het vaak beter hielp als je een zeldzame hulpverlener of ouderbegeleider tegenkwam die zich kon inleven in je situatie, dan dat er weer door de zoveelste ‘expert’ een vat van mogelijke oplossingen werd opengetrokken, zogenaamd om het probleem te verhelpen.(2) Zo’n zichzelf overschattende enthousiasteling die meent dat er geen diagnose nodig is ‘omdat iedereen wel wat mankeert’ en die vind dat labeltjes zo stigmatiserend werken (zie: overheidsbeleid Passend Onderwijs). Hulpverleners, docenten en Intern Begeleiders zouden zich eens moeten realiseren hoe geweldig het is als ouders op de vraag hoe het thuis gaat, gewoon eens een keertje naar waarheid ‘Klote!’ kunnen antwoorden, zonder dat dit iemands schuld is. Dat je zonder een verdenking van pedagogische onmacht op je te laden gewoon kunt zeggen ‘deze week ging slecht. Hoe het volgende week zal gaan weten we niet, maar deze week willen we graag snel vergeten.’ Dat is genoeg om een heleboel spanning bij ouders weg te nemen en hen de mogelijkheid te geven om vanuit een eigen positie na de denken over het wel of niet inschakelen van (externe) hulp of dat ze na een kleine adempauze zelf de schouders er weer onder zetten. De oplossing moet niet op tafel worden gegooid als een EHBO-kit bij kleine ongelukken, want autisme is geen ongeluk, maar een levenslange conditie die met ups en downs gepaard gaat.

‘Work in progress’

Het is geen verkoudheid die over gaat, het is een manier van leven en van in de wereld staan die iedere dag opnieuw van ouders het uiterste kan vergen. Een moeder van een autistisch kind vergeleek haar moederschap met een dropping in een oorlogsgebied. Ook die uitspraak is hoewel schijnbaar overdreven naar emotionele beleving de waarheid, omdat het gedrag van kinderen met persoonlijkheidsstoornissen vaak zeer onvoorspelbaar is en om de meest duistere redenen opeens van welgehumeurd over kan gaan in paniek, boosheid of groot verdriet. Er zit geen handleiding bij en het is iedere keer opnieuw zoeken naar de ‘trigger’, de reden waarom nu weer de paniek is uitgebroken en het huis op stelten staat. Oplossingen van hulpverleners zijn in dit emotionele mijnenveld vaak bijzonder naïef (picto’s), omdat de reden voor het probleemgedrag niet vastligt en zowel naar oorzaak als naar uitingsvorm in de loop van de tijd verandert. Het is dus continu ‘work in progress’, want je kunt je kind wel vaardigheden aanleren, maar niet kunstmatig het IQ op een hoger peil brengen of de onvoorspelbaarheid van de wereld anders maken voor je kind.

Speciale scholen

Je ziet grote verschillen tussen hoe speciale scholen omgaan met het kind dat anders is. Sommigen zetten in op ‘alles uit het kind halen wat erin zit’, wat zich vaak vertaald als ‘falen’ (vooral van ouders) als er desondanks niet zoveel uit het kind komt. Iets is er niet goed gegaan in het proces van onderwijzen en hulpverlenen en waarschijnlijk komt dat omdat ouders thuis onvoldoende toepassen wat op school wordt gebruikt aan hulpmiddelen. Als dat beter wordt afgestemd zal het probleemgedrag thuis zo voorbij zijn, want het kind is op school toch ook rustig? En bovendien, er moet een tandje bij worden gezet, want later in de maatschappij moet het kind toch ook kunnen meekomen? Gelukkig zijn er ook scholen die het kind zien in zijn/haar eigen werkelijkheid, zonder meteen van buitenaf eisen te stellen aan wat het kind zou moeten kunnen. Scholen die aansluiten op ‘waar’ het kind nu is en hoe het de wereld beleeft. Het is nog lang niet duidelijk bij veel goedbedoelende mensen, dat het erkennen van het daadwerkelijke intellectuele en emotionele niveau van het kind de enige basis is waarop welke hulpverlening of onderwijs dan ook, een kans van slagen heeft. En wat mij betreft hoort een goede diagnose daarbij en ook Solomon pleit hiervoor, omdat het duidelijkheid schept (en erkenning) voor ouders.

De kracht van acceptatie

In mijn beleving is de zogenaamde oplossing, als zij prematuur wordt aangeboden, vaak de grootste vijand van het probleem. Eerst moet erkend worden wat er precies aan de hand is, zodat er geen weerstand gecreëerd wordt die de problemen nog zal verergeren. Hoe vaak zijn wij als ouders niet opgezadeld geweest met hulp die onderdeel uitmaakte van het verplichte programma, die juist extra druk legde op het kind. Een juf van de school die komt mee-eten, om te observeren en ‘tips’ te geven. De aanwezigheid van deze persoon aan tafel (die eigenlijk op school hoort te zijn volgens autistische normen) gaf zoveel stress en onrust dat het drie keer langer duurde om bij zoonlief er een beschuitje in te krijgen. Dank voor de hulp. Ik heb eens met de grootst mogelijke moeite mijn dochtertje in de maxi-cosi geprobeerd haar avondeten te voeren, maar met geen macht ter wereld kon ik haar laten eten.(2) Van de stress en vermoeidheid accepteerde ik tenslotte mijn nederlaag en onderwierp mij aan de onneembare psychologische muur die er tussen mij en mijn kind stond. Plotseling deed ze haar mond wagenwijd open en de eerste hap ging naar binnen. In hoog tempo volgde de rest van het bord dat helemaal leeg ging. Een klein voorbeeld van de kracht van acceptatie. Niet dat ze daarna opeens een goede eter werd, maar het is een indicatie van waar het in essentie om gaat met een speciaal kind en het gezin er omheen.

Inlevingsvermogen -van wie dan ook- is essentieel, want de wereld van ouders met een speciaal kind is vaak wat kleiner dan dat van de meeste mensen, omdat ze noch de tijd, noch de energie hebben om een groot sociaal netwerk te onderhouden. Het is bijzonder wrang dat zoiets eerder wordt aangemerkt als een risicofactor voor de veiligheid van het kind, dan dat het wordt genoteerd als een opoffering van de ouders vóór het kind. Wat van belang is in dit soort situaties is niet de grootte van het netwerk, maar de kwaliteit van de relaties. Met een beetje begrip kunnen ouders van speciale kinderen heel goed een hechte band opbouwen met hun kind, want een intensieve relatie is vaak ook een heel diepgaande relatie. Het is niet altijd strijd en chaos, maar de mogelijkheid van een escalatie op de meest onverwacht momenten en plaatsen is wel iets waar je als ouders van een speciaal kind steeds rekening mee moet houden en goed bedoelde adviezen kunnen soms pijnlijk zijn, omdat ze vaak geen recht doen aan de complexiteit van de situatie.(3)

Sven Snijer  
   

(1)Universele ouderliefde, Markant, feb 2017 http://www.vgn.nl/artikel/24996


maandag 13 februari 2017

Tram 14 wordt geslachtofferd


Amsterdam

Het lijkt erop dat de populaire Tram 14 samen met enkele andere lijnen van het GVB binnenkort wordt geslachtofferd om de uit de klauwen gelopen kosten van de Noord-Zuidlijn terug te verdienen. Lijn 14 die loopt van Amsterdam West (Sloterpark) via de Rozengracht, de Dam, het Rembrandtplein naar dierentuin Artis en het Tropenmuseum in Amsterdam Oost dreigt te verdwijnen, omdat het GVB Amsterdammers wil dwingen met de metrolijn te reizen.

De metrolijn die gaat rijden van Amsterdam Noord naar de Zuid-as heeft vele jaren vertraging opgelopen en is veel duurder uitgevallen dan was begroot. De bedoeling was dat de Noord-Zuidlijn in 2011 zou worden voltooid, maar dat zal waarschijnlijk zomer 2018 worden en de oorspronkelijke kostenraming van 1,6 miljard is 3,1 miljard geworden.(1) Om dat geld terug te verdienen wil het GVB Amsterdammers zoveel mogelijk laten reizen met de nieuwe metrolijn door alle tram- en buslijnen erop af te stemmen. Volgens het GVB omdat de reiziger met de Noord-Zuidlijn sneller op zijn bestemming is, maar daar staat tegenover dat er vaker zal moeten worden overgestapt, iets waar de meeste reizigers niet blij mee zijn. Bovendien leidt het opheffen van een tram als lijn 14 voor problemen bij mensen die de Noord Zuid-lijn niet zullen gebruiken; degenen die vooral van West naar Oost willen reizen via het centrum van de stad. Voor hen betekent het opheffen van deze tram alleen maar ongemak en levert het geen enkel voordeel op.

Het is te gek voor woorden dat niet de beste verbinding wordt verzorgd voor de reizigers naar alle richtingen van de stad, maar dat de Koninklijke weg de Noord-Zuidrichting is, terwijl de stadsdelen Oost en West van ondergeschikt belang lijken te zijn. Persoonlijk heb ik als ‘Westerling’ in Amsterdam Zuid niets te zoeken, afgezien van een driemaandelijks bezoek met mijn dochtertje aan de ACTA (SBT), en Amsterdam Noord bezoek ik alleen in de zomer als we met het gezin fietstochtjes maken. Daarbij steken we graag met de pont over, want dan zie je nog eens wat. Een tunnel onder de grond is misschien sneller, maar dat is voor mensen die naar hun werk gaan en er wordt in de stad niet alleen gereisd door forensen. Als mensen vaker moeten overstappen is mijn inschatting dat ze gewoon minder snel de stad in zullen gaan, want een klantvriendelijke route met rechtstreekse verbinding is toch een deel van het plezier.

Sven Snijer   


Gesprek met GVB directrice! Komt u ook?!
Vrijdag 24 februari van 19:00 tot 20:30 gesprek met directrice GVB Alexandra van Huffelen  - Speeltuin Wachterliedplantsoen 1, 1055 SB Amsterdam  (Bos en Lommer)
https://www.facebook.com/events/1449791221722001/

https://www.facebook.com/wachterliedpaviljoen/
   

Teken de petitie!

Shirley Brandeis, mede-initiatiefnemer van de petitie, is boos over de zoveelste aanpassing in het ov-netwerk aan de westkant van Amsterdam.




https://www.petities24.com/tegen_verdwijnen_route_tramlijn_14

vrijdag 3 februari 2017

De valse belofte twee jaar later.…


Het begint de gemeente Amsterdam steeds benauwder om het hart te worden (of moet ik zeggen om de portemonnee), want twee jaar na de ingang van de veelbelovende Transitie van de jeugdzorg blijven alle door de overheid verwachte resultaten uit. Er worden nog steeds evenveel kinderen mishandeld als voorheen, een aantal van 119.000 dat door de jaren heen stabiel blijft ongeacht het gevoerde jeugdbeleid, er wordt helemaal niets bespaard op j-ggz hulp en de sociale wijkteams zijn nog altijd niet populair en vormen dus niet de spil van de jeugdhulp van waaruit alle hervormingen zouden worden geïmplementeerd.

Wensdenken

Door de haastige spoed en een hoog ‘wishful thinking’ gehalte bij de Decentralisatie van de jeugdzorg bleef het ambitieuze plan vlak voor de goedkeuring door de Eerste Kamer, haken aan een klein spijkertje dat naderhand toch de hele jeugdzorgtrui in tweeën scheurde, de rechtstreekse doorverwijzing naar specialistische hulp via de huisarts. Het waterdichte plan dat als een totalitaire sociale deken over gezinnen zou worden neergelaten had een nooduitgang meegekregen en daarmee raakte de gemeenten de mogelijkheid kwijt om aan volumebeheersing te doen bij de uit de hand lopende aantallen jeugdigen die een beroep deden op de j-ggz hulp, althans in de beleving van de beleidsmakers.

Niemand durfde hardop te zeggen dat daarmee de Transitie al meteen mislukt was, nog voordat ze operationeel werd. Afgezien van een slechte voorbereiding in professionele zin, het ontbreken van de psychiatrische basiskennis bij Ouder en Kindadviseurs, geen ervaring met ‘zware’ jeugdzorgcasussen en gedwongen maatregelen opgelegd door de rechter bij de wijkteams, een ‘verkokerde’ mentaliteit die ook nu nog echte samenwerking tussen ketenpartners in de weg staat, het negatieve jeugdzorgimago dat al meteen kleefde aan de nieuwe wijkteams vanwege de ‘doorzettingsmacht’ waardoor ouders en kinderen wegbleven, enz, was voor de politici de vrije doorverwijzing door de huisarts toch het allergrootste probleem, omdat zij financieel verantwoordelijk werden voor de gehele jeugdhulp.

Nog niets bereikt

Twee jaar later en een enorme hoeveelheid jeugd-ggz consulten verder, zien we dat er nog niets bereikt is op het gebied van preventie of kostenbeheersing en daarom worden nu als vanouds de teugels strakker aangetrokken in de jeugdzorg en wordt het ‘niet goedschiks, dan maar kwaadschiks’. De wijkteams moeten en zullen die besparing gaan bewerkstelligen en in de praktijk betekent dat eenvoudig de toegang versperren tot specialistische hulp en meer kinderen in handen duwen van de amateurs van het wijkteam met hun speculaties en eventueel beschul-digingen van pedagogische onbekwaamheid bij ouders (kindermishandeling) waar het heel goed kindeigen problematiek zou kunnen betreffen, want daar is de Generalist van het wijkteam niet voor opgeleid. Het oude jeugdzorg, dit keer vermomd als sociaal wijkteam gaat langzaam over van de niet haalbare klantvriendelijkheid en laagdrempeligheid naar een meer dwingende en sturende manier van hulp verlenen, onder druk van het kostenplaatje voor de gemeente die haar werkgever is.

Het verhaal van wethouder Simone Kukenheim (1) is het verhaal van twee of drie jaar terug toen de Transitie nog een blind geloof genereerde bij de politiek verantwoordelijken op landelijk en lokaal niveau.

“In het verleden kochten we zorgaanbod in, nu verbetering voor het kind in," zegt Kukenheim. Zo komt er een 'perspectiefplan', waarin hulpverlener en gezin toetsbare resultaten formuleren, en de weg daar naartoe. Als het gezin problemen kent, zoals schulden of werkloosheid, komen wijkteams in actie.”

Kinderen als targets

De gemeente gaat de sociale wijkteams feitelijk dwingen om goede resultaten af te leveren, iets wat in het oude jeugdzorgsysteem niet nodig was, omdat de geldkraan toch wel open ging iedere keer als een jeugdzorgbestuurder begon te klagen over de wachtlijsten voor ‘de meest kwetsbaren’ in de samenleving; de mishandelde en verwaarloosde kinderen. De oude jeugdzorg kende geen kwaliteitscontrole en werd niet afgerekend op resultaten, want men was van mening dat er in probleemgezinnen teveel variabelen speelden om goed in te schatten wat wel of niet had gewerkt aan gebruikte interventies. Zeker op lange termijn waren jeugdzorgresultaten niet gegarandeerd, want veel kinderen die tot hun achttiende in pleeggezinnen of instellingen hadden gezeten kwamen later in de maatschappij niet goed terecht.

Zonder enige hinder van geschiedkundig inzicht wil deze wethouder nu resultaten gaan afdwingen door ‘afspraken’ met de jeugdhulporganisaties die rechtstreeks van de gemeente afhankelijk zijn en die dus geen andere keuze hebben, ook al vinden ze het een prutbeleid. De vrijgevestigde specialisten durven wel kritiek te leveren op deze wanhoopspoging van Kukenheim, want zij geloven niet dat er zomaar ‘targets’ gehaald kunnen worden met kwetsbare kinderen. Het is weer het oude liedje in de jeugdzorg. Inhoudelijk begrijpt men niet of wil men niet begrijpen waar het fout gaat en daarom wordt geprobeerd met papieren afspraken en een dwingende mentaliteit betere resultaten te scheppen, terwijl dezelfde ondeskundige manier van werken gehandhaafd blijft. De gemeente (wijkteam) gaat op de stoel van de psychiater zitten, al is dat met een verlengde armconstructie. De gemeente ‘doet’ niets, maar draait gewoon de geldkraan dicht voor de j-ggz, door zoveel mogelijk zorgzaken langs de wijkteams te laten lopen, zodat de specialistische hulp aan kinderen tóch kan worden afgeremd.

Jeugdzorgkuren herleven

Ik geef ze niet veel kans. Huisartsen vinden de wijkteams onbekwaam, ouders gaan er met hun kind liever niet naartoe en we zien gebeuren wat al lang voor de Transitie was voorspeld; jeugdzorgkuren bij de wijkteams. Eerder rees na weer een paar gezinsdrama’s al de vraag bij verschillende gemeenten of er toch niet harder op preventie moest worden ingezet ten koste van de cliënttevredenheid en laagdrempeligheid en nu zien we net als bij het oude Bureau Jeugdzorg dat ook de toegang tot specialistische hulp langzaam wordt geblokkeerd vanuit een veel te grote verwachting van wat er sociaal gezien in de thuissituatie kan worden bereikt met kinderen. En in het verlengde daarvan, niet geheel onbelangrijk met de aanhoudende campagnes over kindermishandeling, de beschuldigende vinger richting ouders.

Het is een zeer onprettig idee dat je als ouder van pedagogische onbekwaamheid, verwaarlozing of mishandeling verdacht kan worden door het wijkteam, omdat ze van de gemeente te horen hebben gekregen dat er geen geld meer is voor specialistische hulp en ze daarom met alle geweld een sociaal defect moeten vinden in het gezin. In het verleden werden er vaak slechte resultaten bereikt met kinderen en gezinnen, omdat jeugdzorg teveel macht had en haar eigen ondeskundigheid goed kon verhullen voor de rechter en de politiek, maar in de huidige situatie wordt ondeskundigheid juist door de politiek aangemoedigd en is de financiële prikkel vanuit de gemeente in de plaats gekomen van de professionele arrogantie van de jeugdbeschermer. We zullen deze klucht blijven volgen…

Sven Snijer



zondag 11 december 2016

Wilders is een slechte verliezer


De uitspraak door de rechtbank gedaan in het 'minder, minder, minder'-proces was heel correct en goed gemotiveerd. Wilders heeft geen zware straf gekregen, is niet diep door het stof gegaan, want van ‘haat zaaien’ is hij vrijgesproken, maar er is door de rechtbank wel een grens aangegeven tot hoever hij mag gaan in zijn uitlatingen. Het onderscheid dat Wilders niet heeft gemaakt tussen Marokkanen en criminele Marokkanen -die oververtegenwoordigd zijn in de criminaliteitsstatistieken (evenals Antillianen)- was waar het de rechtbank om ging, evenals het doelbewust regisseren van het scanderen van ‘minder, minder, minder’ (Marokkanen) door zijn PVV-aanhang. Daar is hij voor veroordeeld en niet voor gebruikmaking van zijn vrijheid van meningsuiting, want Wilders mag nog steeds in alle vrijheid zeggen dat er een probleem is in ons land met criminele Marokkanen en dat de integratie in het algemeen mislukt is. Hij mag nog steeds adresseren dat er in ons land en in Europa parallelle samenlevingen zijn ontstaan waar mensen vaak radicale religieuze ideeën aanhangen die niet stroken met een democratische rechtstaat. Daarin is hij niet beperkt, enkel in zijn poging om een hele bevolkingsgroep weg te zetten vanwege een opzettelijk generaliserende uitspraak, waardoor ook goed geïntegreerde en welwillende mensen van Marokkaanse afkomst, die een positieve en opbouwende bijdrage willen leveren aan onze samenleving zich ongewenst voelen.

  

“Drie PVV-hatende rechters verklaren Marokkanen tot ras en veroordelen mij en half Nederland.

Knettergek.” 02:39 - 9 dec. 2016

Het gedrag van Wilders na de uitspraak van de rechtbank op twitter en het filmpje dat hij uitzond zijn ronduit kinderachtig te noemen en hebben niet de bedoeling om het Nederlandse volk van zijn onschuld te overtuigen, maar om zijn eigen achterban te bespelen die toch al 24 uur per dag leeft met het idee dat de gehele overheid en het rechtssysteem één grote linkse samenzwering zijn. Ik ben zelf overwegend rechts in mijn ideeën, maar ik zie er absoluut geen heil in om het hele overheids- en juridisch apparaat verdacht te maken, omdat een politicus die de regels van het spel heeft overtreden het niet kan zetten dat hij hiervoor op correcte, en volgens mij ook heel milde wijze op de vingers is getikt. De aanklagende partijen hebben met instemming het vonnis aangehoord en zijn niet (zoals Wilders wel zou doen) gaan klagen dat hij niet genoeg gestraft is door die ‘slappe linkse D’66-rechters. Ze zijn tevreden dat er een grens is getrokken, die niet alleen een fatsoensnorm aangeeft bij hoe we het debat dienen te voeren, maar die nog belangrijker dan dat aangeeft dat de wet niet toestaat dat het debat onbehoorlijk en opzettelijk schofferend mag worden gevoerd, zodanig dat mensen die van goede wil zijn zich bij voorbaat uitgesloten voelen.

Wilders maakt van zichzelf een clown door in hoger beroep te gaan, omdat dan nogmaals minutieus en in voor iedereen begrijpelijke taal uit de doeken zal worden gedaan waar hij de fout in ging, ondersteund door (Europese) jurisprudentie van vergelijkbare zaken en dan zal nogmaals duidelijk worden voor redelijke mensen, dat Wilders niet is veroordeeld voor het vrij uiten van zijn mening, maar voor de geregisseerde manier van het publiek beïnvloeden zodat zij wordt aangemoedigd zich een negatief beeld te vormen van een gehele bevolkingsgroep, waarvan geen enkel lid is uitgezonderd. Kritiek op personen en hun gedrag is toegestaan, kritiek op subgroepen binnen een bevolkingsgroep is toegestaan, kritiek op radicale elementen binnen een bevolkingsgroep eveneens, kritiek op de woordvoerders van een bevolkingsgroep en hun functioneren is toegestaan, maar niet het zonder onderscheid des persoons wegzetten van alle leden van een bevolkingsgroep, zodat zij geen goed meer kunnen doen. In die zin is Wilders over een grens gegaan en niet per ongeluk. Het feit dat hij leider is van (in de peilingen) de grootste partij van Nederland wil niet zeggen dat dit een politiek proces is in de zin van het monddood maken van een eerlijk verkozen politicus met oneigenlijke middelen, want Wilders heeft dit over zichzelf afgeroepen in de overmoed van zijn verkiezingsoverwinning. Hij heeft zijn hand overspeeld en is daar nu voor terechtgewezen. Hij is geenszins monddood gemaakt, maar dient zich in het vervolg meer inhoudelijk uit te drukken over de integratieproblematiek en minder opruiend.

Sven Snijer
  

http://nos.nl/artikel/2147381-video-wilders-nederland-is-een-ziek-land-geworden.html