woensdag 4 juni 2014

Intelligentie zonder empathie


Gisteren heeft hoogleraar Sienke Goorhuis-Brouwer voor de zoveelste maal haar zorgen kenbaar gemaakt over het feit dat kinderen op een steeds jongere leeftijd worden klaargestoomd voor de kenniseconomie. 

Met een opiniestuk in Trouw waarschuwt ze voor de nadelen voor jonge kinderen, wanneer ze onvoldoende ruimte krijgen voor de sociaal-emotionele ontwikkeling. Behalve de pedagogische argumenten op de korte termijn, zoals het belang van fantasiespel en verbeelding, controle over de grove en fijne motoriek, denkstappen maken en concentratie opbouwen als noodzakelijk fundament voor de latere formele ontwikkeling, noemt ze ook het vooruitzicht voor kinderen en voor de samenleving, als ze hier niet in voldoende mate de gelegenheid voor krijgen. ‘Intelligentie zonder empathie leidt tot maatschappelijke blunders en persoonlijke tragedies’.

Wat een verademing om eens iemand met toekomstvisie te ontdekken, die niet zwicht voor de hijgerige dwang van een veronderstelde economische noodzaak. Een noodzaak die voor welhaast ieder ondoordacht plan dat de overheid wil doordrukken als hoofdargument wordt aangevoerd. ‘We kunnen niet achterblijven’, roepen ze gemotiveerd en licht paniekerig . Als ze in Japan kinderen die nog in de wieg liggen al een rekenmachine voor hun neus houden om ze leergierig te maken en succesvol in het volwassen leven, wie zijn wij dan om onze kinderen niet op te zadelen met dezelfde prestatiedwang? Kijk maar naar de Aziatische economieën; het werkt!

De snelle jongens

Natuurlijk is de vraag naar wat er precies werkt niet van belang voor de snelle jongens die de economie wel weer eventjes zullen aanzwengelen middels een door de overheid goedgekeurde onteigening van het kind-zijn. Waarom zouden we die toekomstige productie-eenheden laten spelen, als we ze veel rendabeler kunnen maken door ze van jongs af aan al vol te stoppen met informatie die ze later veel ‘effectiever’ zal maken in het arbeidsproces? Gevoelens, daar kan de schoorsteen niet van roken en wie zich later niet ‘happy’ voelt, die gaat maar naar een psycholoog. Lekker werken en geld verdienen, daar worden mensen gelukkig van. Maar als we echt goed kijken naar een economische reus als Japan, dan zien we dat veel kinderen niet eens het stadium van werken en geld verdienen bereiken, omdat ze door de overweldigende druk van de sociale verwachtingen geen normaal leven hebben. Kinderen die examens niet halen, of niet worden toegelaten op een goede school, hebben zo weinig emotioneel evenwicht en zelfwaardering dat ze zich jarenlang in hun kamer kunnen opsluiten uit schaamte, of zelfmoord plegen. Maar ook voor degenen die wel hun plaats in het arbeidsproces innemen is het leven niet altijd een feest.

De hardwerkende, intelligente en effectieve Japanner is emotioneel op collectief niveau volkomen onderontwikkeld, wat tot uiting komt in allerlei bizarre modieuze uitingen van de jeugd (opvallend genoeg alleen in het weekend!) en een merkwaardige fascinatie van de Japanse man voor seksstrips met veel te jonge vrouwen/meisjes als onderwerp, wat ronduit pedofiel aandoet. De krachtige economie van het land is een indrukwekkende prestatie en heeft andere economieën, zoals de Amerikaanse en de Europese veel geleerd. Maar zoals Nederlandse werknemers er niet op zitten te wachten dat ze net als in Japan door de ploegbaas van de Toyota-fabriek worden ondervraagd over de kwaliteit van hun huwelijk, omdat het bedrijf gebaat is bij stabiele en gelukkige werknemers, moeten we misschien ook niet helemaal meegaan in de Aziatische gekte van het in een zo vroeg mogelijk stadium programmeren van onze kinderen.  

De terreur van de Participatiesamenleving

Ik maak met opzet een vergelijking met Aziatische landen als het gaat om het prestatie-onderwijs en het ondergeschikt maken van het kind aan de maatschappij als één groot productieapparaat, omdat samen met het 'nieuwe leren' ook een ontwikkeling te bespeuren valt van een toenemende gedwongen collectiviteit in onze samenleving, zoals de Sociale Wijkteams en de participatiesamenleving. Want oh, wat is het toch leuk om alles samen te doen! 

Het is met name de combinatie van prestatie-leren en gedwongen collectiviteit die mij angst inboezemt, omdat beide factoren de ontwikkeling van de eigen gedachtewereld van het kind, zowel als van het persoonlijke gevoelsleven in de weg staan. Het argument om kinderen zo vroeg mogelijk naar school te sturen (vanaf 2,5 jaar!) is niet alleen dat ze daar slimmer van zouden worden, maar ook socialer, omdat ze al vroeg met andere kinderen leren omgaan. Ik heb me er altijd over verbaasd hoe gemakkelijk mensen zich dit idee in de maag laten splitsen. Het is om te beginnen niet zo, dat wanneer een kind tot zijn vierde of vijfde jaar thuis blijft nooit met andere kinderen speelt, want de meeste vaders en moeders nemen hun kind mee naar de speeltuin waar genoeg andere kinderen zijn. Daarnaast is het pijnlijk om te zien dat veel ouders door de sociale druk om een ‘lief’ en ‘sociaal’ kind te creëren, hun jonge kind dwingen om speelgoed met andere kinderen te delen, op een leeftijd dat ze daar helemaal nog niet toe in staat zijn. De terreur van het ‘samen doen’ begint al vroeg. Maar het gaat de overheid nooit ver genoeg, want als een gestroomlijnde eenheid kunnen we samen meer centjes verdienen (of besparen) dan ieder afzonderlijk.

RAAK en de Augeo-foundation

Hoogleraar Goorhuis-Brouwer heeft haar klachten over het pushen van kinderen door de jaren heen meerdere malen geuit, maar zoals we ook in andere sectoren zien, bijvoorbeeld in de jeugdzorg, worden de meningen van hoogleraren regelmatig ondergeschikt gemaakt aan de eigen politieke agenda van de beleidsmakers. Die voelen zich onder druk staan van de grootste belanghebbenden in een sector, of door fanatieke lobby’s en pressiegroepen. In het geval van jeugdzorg stichting RAAK of de Augeo-Foundation, waardoor beslissingen worden genomen die vaak een effect hebben dat geheel tegengesteld is aan het beoogde doel, omdat politici meer belang hechten aan de publieke opinie dan aan goed beleid. Ze willen er niet van verdacht worden onverschillig te staan tegenover schrijnend kinderleed, want ze voelen zich met hun rede niet opgewassen tegen de schreeuwende krantenkoppen die al snel hun conclusies hebben getrokken. Zelfs de inzichten van de deskundigen op het gebied van opvoeding en ontwikkelingspsychologie kunnen hen daarbij kennelijk niet voldoende ondersteunen. De minister of staatssecretaris als loopjongen van grotere krachten die het veld al langere tijd bewerken, waarvoor het weinig verschil maakt van welke politiek signatuur de zittende bewindspersoon is. Ze krijgen hun zin toch wel. 

De grote Mammon

Goorhuis-Brouwer spreekt behalve als pedagogisch deskundige heel terecht ook over de belangrijkste factor die het pedagogische klimaat voor jonge kinderen op dit moment bedreigt; de economie, waar de kleine hummels zo vroeg mogelijk voor moeten worden klaargestoomd. 

De economie, die grote Mammon, die bij gebrek aan een echte levensbeschouwing als een nieuwe lotsbepalende kracht ons allen in de greep houdt en dicteert hoe wij moeten leven. Een jaloerse god ook, die naast zich geen andere goden duldt, omdat we anders door het noodlot zullen worden getroffen. Alle politici, links of rechts, zijn allemaal bang voor een terugval in de economische groei en met de ‘openbaringen’ van het Centraal Plan Bureau in de hand (voorspellingen die haast nooit uitkomen) volgen ze allemaal dezelfde heilsweg van bezuinigen en het zo vroeg mogelijk kinderen indoctrineren dat ze hun leven in dienst moeten stellen van de economie, die over ons waakt en die ons beschermt.

http://m.trouw.nl/tr/m/nl/4556/Onderwijs/article/detail/3665994/2014/06/03/Kleuters-leren-meer-van-spel-dan-van-school.dhtml?originatingNavigationItemId=4328


Sven Snijer

Update: 11 december 2015: http://demonitor.ncrv.nl/onderwijs/kleuterjuf-de-koek-is-op-ik-stop-ermee


Update: 21 februari 2016:
https://www.youtube.com/watch?v=4vXuuexB-Mg

http://demonitor.ncrv.nl/onderwijs/kinderfysiotherapeut-kleuterbrein-volstoppen-met-lesstof-levert-stressklachten-op 


De werkdruk onder basisschooldocenten is alarmerend hoog, zo lieten we in onze vorige uitzending over het Onderwijs zien. We toonden aan dat de vele administratie die docenten bijhouden, een belangrijke veroorzaker is van die werkdruk. Staatssecretaris Dekker heeft naar aanleiding van dit onderzoek laten weten dat leraren niet hoeven te administreren als dat niet tot beter onderwijs leidt.


Maar leraren vragen zich af: Wat kan ik dan precies achterwege laten? Ondertussen krijgen we tientallen tips van kleuterleerkrachten die zich zorgen maken over het onderwijs aan jonge kinderen.

Rode draad in de reacties: Kinderen moeten op te jonge leeftijd al te schools leren en te veel kunnen. En dat kan volgens onze tipgevers tot stress en gedragsproblematiek bij kinderen leiden. We krijgen meerdere tips van kleuterjuffen die het zo oneens zijn met deze gang van zaken, dat ze afscheid nemen van hun beroep.

Waar veel leerkrachten moeite mee hebben, zijn de kleuterlesmethodes waar ze van het schoolbestuur verplicht mee moeten werken. Het accent zou te veel liggen op taal en rekenen en er zouden te veel testmomenten zijn waar de kinderen aan moeten deelnemen. Wat betekent dat voor de kwaliteit van het onderwijs en uiteindelijk voor de kleuters?
 

In het curriculum van de toekomst, onderwijs 2032, speelt persoonsvorming een grote rol. Noord-Korea aan de Noordzee http://tonvanhaperen.com/index.php?option=com_content&view=article&id=375:noord-korea-aan-de-noordzee&catid=36:actueel&Itemid=1

De Monitor april 2016: Nederlands Jeugdinstituut: ‘Erkenning van lesmethodes betekent niet dat ze effectief zijn.’ 

In ons dossier Onderwijs verdiepen we ons in het voor- en vroegschoolse (VVE) beleid. Peuters en kleuters met taalachterstanden worden met lesmethodes op de voorschool extra gestimuleerd om de Nederlandse taal goed te leren. De VVE-methodes die hiervoor worden gebruikt zijn opgenomen in een databank van het Nederlands Jeugdinstituut. Voor subsidies worden kinderopvangcentra en peuterspeelzalen door gemeentes verplicht om zo’n erkende methode te gebruiken. We gaan langs bij het NJI dat deze methodes erkent.

Lees verder..........