dinsdag 3 juni 2014

Psychologie en Mystiek – Een schijnhuwelijk

Er zijn in het alternatieve hulpverleningscircuit door de jaren heen diverse therapie-vormen ontstaan die proberen een oosterse levensbeschouwing te combineren met een westerse psychologie en mentaliteit, zoals bijvoorbeeld non-dualisme (Zen/Vedanta) en psychotherapie. Het lijkt een leuke cross-over, maar het laat in de praktijk zien dat het in veel situaties een verkeerd beeld geeft van spiritualiteit, terwijl de psychologie niet ecologisch verantwoord, niet doelmatig en geïntegreerd wordt toegepast.

Verwarring

Non-dualisme (Advaita) en psychotherapie, staan haaks op elkaar en zijn in filosofische zin een ongezonde combinatie. Non-dualisme, het besef dat er een onderliggende spirituele eenheid is in alle zichtbare en onzichtbare  verschijnselen in heel het universum, speelt zich af op een heel ander niveau dan de ontwikkeling van de psyche in psychologische zin. Het kan veel verwarring scheppen als geprobeerd wordt deze twee samen te brengen in één systeem, zogenaamd om een brug te slaan tussen twee benaderingen.

Aan de kant van het non-dualistische wereldbeeld staan de stringente eisen van een spiritueel leven dat gericht is op het allerhoogste menselijke streven, de Verlichting; bevrijding uit het ‘Rad van wedergeboorte’, een einde maken aan de werking van karma en alles waar het karmische lot ons -vaak tegen onze wens-  mee opzadelt. Voor deze doelstelling is de hoogste graad van onthechting en onderscheidingsvermogen vereist en een volkomen onverschilligheid of neutraliteit  ten aanzien van wereldse zaken. Aan de kant van de psychologie is er de wens van de westerse zoeker/consument, om een prettig en gelukkig leven te kunnen leiden met vrienden, geld, hobby’s, gezondheid, succes, bekendheid en een lang leven dat zoveel mogelijk vrij is van pijn.

Dubbelzinnigheid bij de zelfbeleving

Het probleem met systemen die deze twee vormen van ontwikkeling willen samenvoegen in één geloofsleer, is dat ze allebei een eigen domein vertegenwoordigen en niet vanzelfsprekend in elkaars verlengde liggen. Dat komt voor een deel al tot uiting in de tegenstrijdige terminologie die gebezigd wordt in dergelijke bewegingen van ‘Advaita Vedanta’ – signatuur, of beter gezegd het slappe aftreksel daarvan dat hier in het Westen woekert als een onkruid. Je ziet aan de ene kant dat het begrip ego, of ego-persoonlijkheid wordt gebruikt in dezelfde negatieve betekenis die het voor Oosterlingen heeft (beperkend, egoïstisch), maar tegelijkertijd wordt de persoonlijkheids-ontwikkeling naar Westers model beschouwd als iets positiefs.

Deze dubbelzinnigheid leidt ertoe dat mensen opgezadeld worden met twee soorten ego: Een positief ego (‘houden van jezelf’) dat vooruitstrevend is en positieve waarden nastreeft, zoals liefde, vrede, verdraagzaamheid, innerlijke rust en een minder leuk ego dat ‘door conditionering’ weerstand biedt aan de groei -en ontplooiingsmogelijkheden. Een ego dat de eigen ontwikkeling frustreert (en niet zelden ook anderen, maar dat is moeilijker toe te geven). Positief is het ego als het is verbonden met onze essentie, of het Zelf, en negatief wanneer het zich laat leiden door de beperkende overtuigingen die ons vaak met de opvoeding zijn meegegeven, door ouders die het goed bedoelden maar nu eenmaal niet beter wisten. Dan wordt het ego een kwaad, een saboteur die de werkelijke mogelijkheden van het leven niet kan toelaten. Op zich is dit een concept dat velen kunnen onderschrijven, maar het probleem schuilt ook niet in de theoretische kant van dit synthetiseren van Oosters en Westers denken. Het is in de praktische verbinding dat de obstakels zichtbaar worden, als je kijkt naar de richting waarin je je beweegt en de levensgebieden die een rol spelen in de verschillende soorten van ontwikkeling, op het psychologische gebied en het metafysisch/ ontologisch gebied.

Godsconcept

Het concept van de Non-dualistische filosofie dat Brahman (de Opperste Geest) in alle dingen aanwezig is en dat alles wat bestaat er uit voortkomt, erdoor gedragen wordt en ertoe te herleiden is, kan niet als een nieuwe gedachte worden gezien, ook niet in onze westerse cultuur. Het Bijbelse ‘Hoor Israël, de Heere uw God is één’, of Jezus zijn bewering dat hij en de Vader één zijn, verwijzen naar hetzelfde. Het godsconcept in een lied van het Urker mannenkoor dat zingt ‘God, mijn god verandert niet’ heeft ook veel weg van de onveranderlijkheid van het eeuwige (onpersoonlijke) Brahman, of het Zijn als allerhoogste ongedifferentieerde eenheid. De Platonisten en Neo-Platonisten die zo’n grote invloed uitoefenden op de christelijke kerkvaders, zagen de allerhoogste macht ook als een non-dualistische eenheid (Hen).  Aanknopingspunten genoeg zou je denken, om dit non-dualistische uitgangspunt als filosofisch kader weer van stal te halen in een moderne vorm, gecombineerd met het streven naar zelfontplooiing dat past bij de ik-cultuur van de welvaartsmaatschappij (‘alles uit het leven halen wat er in zit’).

What is enlightenment?

In het tijdschrift ‘What is Enlightenment?’ werd er zo’n vijftien jaar terug (1999) eens een heel blad gewijd aan de vraag of zelfontplooiing en het streven naar verlichting in elkaars verlengde liggen en min of meer tot hetzelfde resultaat leiden, of dat ze toch wezenlijk verschillend zijn van elkaar. Er werd over die vraag door verschillende leidende figuren op spiritueel, filosofisch en coachingsgebied (Anthony Robbins) zowel in het Oosten als in het Westen anders gedacht. De twee benaderingen kunnen naar mijn idee prima naast elkaar bestaan en ongemerkt invloed op elkaar uitoefenen, zoals communicerende vaten. Waar het mis gaat, is bij het idee dat ze gemakkelijk op elkaar passen en dat de vooronderstellingen bij beide benaderingen wel onder het tapijt geveegd kunnen worden.

De richting van een spirituele ontwikkeling verbonden met begrippen als Verlichting, Brahman en de Boeddha-natuur die grote verwachtingen scheppen en een soort paradijselijke belofte inhouden vergelijkbaar met het ‘heerlijke hiernamaals’ waar diep-gelovige Christenen hun zinnen op hebben gezet, is een verticale beweging vanwege het reductionistische streven om alles te herleiden tot de eenheid van het Al, waarbij alle dualiteit en verscheidenheid van het leven per definitie als lager in rangorde geldt. Dit nodigt bepaald niet uit tot het ‘avontuur van het leven’ en je in verschillende richtingen kunnen ontplooien. Het non-dualistische pad verondersteld dat de mens dit streven naar diversiteit (door alle incarnaties heen) al voldoende heeft vervuld en uiteindelijk heeft ingezien dat het aardse verblijf een wonderschone illusie is, dat met de onvermijdelijke pijn en lijden die er eveneens mee verbonden zijn nooit een blijvend geluk kan verschaffen. In meer ontwikkelde tradities van spirituele beoefening is een mens niet eerder klaar voor deze weg, dan dat hij alle aardse dingen heeft leren kennen, heeft doorleefd en nóg het ultieme geluk niet heeft gevonden, zodat hij op zoek gaat naar de bron van alle vreugde in de wereld van de zuivere geest, waar de aardse genoegens niet meer dan een afspiegeling van zijn.

Vlucht naar Hogere sferen

Net zo goed als het niet aan te bevelen is om mensen een celibaat op te leggen die niet uit eigen beweging en innerlijke motivatie hiertoe besluiten, omdat er dan rare dingen kunnen gebeuren met kleine kinderen waar ze eventueel het mentorschap van krijgen (zie de laatste jaren het bekend worden van jarenlang seksueel misbruik binnen de katholieke kerk), is het ook af te raden om spirituele zoekers op een weg naar de Absolute Eenheid te zetten, die in psychologische zin nauwelijks enige standvastigheid van karakter, of onderscheidingsvermogen hebben ontwikkeld bij de normale dingen van het leven van alledag. Het gevaar bestaat en daar kan ik persoonlijk van getuigen, dat veel psychologische vragen onterecht een levensbeschouwelijk/ontologisch label krijgen opgeplakt, waardoor het zogenaamde ‘ego’ niet wordt aangepakt, maar juist uit de weg gegaan in een vlucht naar hogere sferen.

Een gezonde ontwikkeling

De gezonde psychologische ontwikkeling is een divergerende kracht, een uitsplitsing op verschillende terreinen van het leven, van werk, geld, relaties, familie, vrienden, interesses, politiek, geschiedenis, culinaire zaken, kunst, muziek, etc.Het vraagt van een mens om zijn bewustzijn te richten op de veelzijdigheid en de veelvormigheid/veelkleurigheid van het leven en kan niet tot zijn recht komen wanneer een persoon verschillende levensthema’s prematuur herleidt tot een spiritueel eenheidsprincipe dat daar boven staat. Je hebt er niet veel aan om te weten dat we allemaal goddelijk zijn en de Boeddha-natuur in ons dragen, als je niet met geld kunt omgaan en je huis wordt uitgezet door de woningbouwvereniging. Het helpt niet om te praten over je Essentie die zo onbedorven zuiver is, als er bij een echtelijke ruzie allemaal vuiligheid over je lippen komt. Het helpt niet om te zeggen dat je meer bent dan een lichaam, als dat lichaam door ziekte en kwalen bezocht, voortdurend een negatieve werking heeft op de vitaliteit en mentaliteit van je psyche.

Door het land van het ego

Ik ben niet zo cynisch om te zeggen dat de ‘gebroken schepping’ de realiteit is, maar het is op zijn minst een realiteit waar de meeste mensen vaker mee te maken hebben dan het allerhoogste Zijn. Kort gezegd, spirituele zoekers zouden er goed aan doen hun dagelijkse problemen en hun eigen tekortkomingen niet af wentelen op een kosmische open deur. ‘We zijn allemaal één’, So what? We ademen ook allemaal dezelfde zuurstof, maar denken we hierdoor hetzelfde? Maken we daarom dezelfde keuzes? Ik heb gemerkt dat het heel verleidelijk is om persoonlijke uitdagingen in het leven uit de weg te gaan en ze door te spelen naar een hoger niveau. Het opschorten van de vragen van de actualiteit die vaak te banaal overkomen in vergelijking met het verluchte streven. ‘Daar vindt ik wel een antwoord op, zodra ik verlicht ben’. En daarbij niet in de gaten hebben dat de weg naar geestelijke verlichting juist door dat land van het ego leidt. Door de persoonlijkheid, ‘door de aarde heen’ zoals de antroposofen het zeggen of ‘door de duisternis naar het licht’, zoals de alchemisten het uitdrukten. Er is geen mooier materiaal te bedenken dan je eigen persoonlijkheid, met al zijn (nog niet ontplooide) talenten, al zijn streken en tekortkomingen, om mee te werken, om te ontleden, om te kneden, om een stem aan te geven en zo in plaats van continu te spreken over de Essentie, die essentie ongemerkt naar buiten te brengen door de veelzijdigheid van je karakter en je welwillendheid in het leerproces dat ‘het Leven’ heet.

Carl Gustav Jung


De Zwitserse psychiater Carl Gustav Jung sprak over het verschil tussen individuatie en individualisering. Bij de individuatie leert men zijn eigen karakter kennen door de bijzonderheden ervan te gaan ontdekken en ruimte te bieden aan creatieve processen, in de verschillende lagen van de psyche. Deze individuatie brengt de mens volledig in contact met het leven en loopt niet weg voor de complexiteit ervan, aangenomen dat de  eigen psyche ook niet eenduidig betekenis heeft, maar zich in verschillende symbolen hult, bijvoorbeeld in ons droomleven, om volgens een hogere spiritueel plan te zorgen voor de ontplooiing en integratie van al onze psychische delen.  Er wordt niets gereduceerd in zijn systeem, behalve dan de herleiding tot het Collectief Onbewuste dat als een soort postulaat fungeert, vergelijkbaar met het godsbegrip van gelovigen. Het is reëel, maar boven ons voorstellingsvermogen uitgaand en geen ‘doel’ in de zin van het menselijk streven. Het zou eerder opgevat kunnen worden als een grote Voedster van onze afzonderlijke ziele-persoonlijkheden. Het is bepalend voor onze ontwikkeling, maar geduldig en heeft meestal een indirecte werking, met veelsoortige communicatiemogelijkheden (via dromen, visoenen, intuïties, kunst, verhalen, meditatie) om de mens tot het bewustzijn van zichzelf te brengen.

Individualisering

In contrast met de individuatie staat de individualisering waarbij de mens niet zijn karakter met al zijn talenten ontplooit, maar waar het bewustzijn gefixeerd wordt en zich richt op één of enkele dingen waar heel het geluk van wordt verwacht (geld, seks, roem, macht, kennis) waarbij andere elementen van het leven ondergeschikt worden gemaakt. Dit leidt tot eenzijdigheid en verarming, omdat het leven op die manier niet langs de volle breedte kan werken als een leerweg, maar voor een groot deel verworpen of miskend wordt, omdat het in veel verschijningsvormen niet lijkt te beantwoorden aan het gestelde doel. Het is natuurlijk voor de psyche, om zich bij een speciale interesse of grote ambitie te beperken tot één streven, één project dat veel zal opbrengen als men zich er met ijver op toelegt. Maar wanneer de eenzijdigheid van een streven ook na de vervulling van een gesteld doel niet tijdig wordt onderkend, zal het goede in een kwaad veranderen, omdat de mens de dynamiek van het leven niet aan banden kan leggen.

Inflatie van de persoonlijkheid – psychose

Voor mensen die spiritualiteit als een kapstok gebruiken voor moeilijkheden bij het functioneren in het dagelijks leven (relaties die niet lukken, geldproblemen, negatief zelfbeeld) kan de compensatorische functie van het spirituele doel te groot worden en dit kan op den duur leiden tot een inflatie van de persoonlijkheid, ook wel bekend als psychose. Juist het alomvattende karakter van spiritualiteit, kan de suggestie wekken dat wanneer aan dat hoge doel wordt  voldaan, al het andere in het leven vanzelf zijn plek vindt. ‘Zoek eerst het Koninkrijk Gods en al het andere zal u gegeven worden.’ Dit is helaas alleen waar op het niveau van het hogere denken en niet van toepassing op het alledaags niveau van de nog te ontwikkelen persoonlijkheid. Er wordt door Jezus aangenomen dat mensen die zijn woorden juist verstaan al een normale ego-ontwikkeling hebben doorgemaakt. Dat zij midden in het leven staan, in een huwelijk, in een werkbetrekking, voor kinderen zorgen, met familie en buren omgaan, met zichzelf geworsteld hebben en op zoek zijn, naar iets dat ze boven het grauwe gemiddelde uit kan tillen. Iets dat ze verder brengt dan het dagelijks overleven, de sleur en de voorspelbaarheid.

"Een deel van de taak van de soefimeester, is zijn studenten voor te bereiden op de waarneming van een hoger 'paralellisme'. Het is daarom geheel incorrect om de materiële voordelen te benadrukken van het soefisme in conventionele termen. Soefisme wordt niet aangeboden door de meesters als een therapie, of een geneesmiddel voor de wereldse kwalen van de mens."
                                                                                                           Idries Shah

Het is ondenkbaar dat een mens die niet ontwikkeld is op de verschillende levensgebieden afzonderlijk; relatie-therapie bij relatieproblemen, een financiële coach bij geldproblemen, een dokter raadplegen bij ziekte, een opvoedingscursus bij ‘moeilijke kinderen’, opeens van al die verschillende uitdagingen zou zijn ontslagen op het moment dat het ‘hogere inzicht’ komt. In de meeste gevallen leidt die verwachting tot een steeds verder wegdwalen van jezelf, in plaats van het jezelf te vinden, of bij jezelf ‘thuis te komen’. Het hogere moet gebouwd worden op het lagere. Zowel Plato (400 voor Christus) als de filosoof Bergson in de vorige eeuw, hebben nauwkeurig beschreven hoe alles van waarde op lager niveau, altijd op hoger niveau integraal terug te vinden is.

Dualisme

We hoeven niet bang te zijn voor de complexiteit van het leven. Dualisme is niet verkeerd. Dualisme is de normale conditie van ons leven. Als je naar de bakker gaat moet je al kiezen tussen een wit brood, of een bruin. En bij de tandarts mag je kiezen of het gaatje mét, of zonder verdoving wordt gevuld. Of die tandarts zich van een Boeddha-natuur in zijn innerlijk bewust is, zal je op het moment dat hij een pijnlijke kies bij je moet trekken, even wat minder interesseren dan de vraag of hij zijn studie voor tandarts met goede cijfers heeft gehaald.

Er bestaat een duidelijke tegenstelling tussen een streven naar ‘hogere bewustzijnstoestanden’ horende bij een finalistisch doel als Verlichting/ ‘Ontwaking’, of het werken aan de persoonlijkheid die zich in de maatschappij en binnen het gezin zo optimaal mogelijk wil manifesteren door psychotherapie of zelfhulpmethoden. Psychotherapie verondersteld een psyche die ‘nog niet af’ is, nog niet ‘genezen’. Het innerlijke evenwicht is nog verstoord. Je sluit in de regel een therapeutische behandeling af, wanneer je het leven weer op eigen kracht aankan. Het inzetten van psychotherapeutische middelen bij een spirituele ontwikkelingsweg, nota bene voor het bewerkstelligen van volkomen bevrijding (!*), lijkt daarom nogal in tegenspraak met de voorwaarden die aan een echte geestelijke scholingsweg worden gesteld, in het Oosten zowel als in het Westen.

*Vooral Osho stond erom bekend een allegaartje van verschillende spirituele en psychotherapeutische methoden dooreen te husselen; ‘Alles om mensen maar te‘bevrijden’ (met de impliciete boodschap dat we allemaal ‘gevangen’ en ongelukkig zijn).

Die voorwaarden zijn: beschikken over een krachtig zelfbewustzijn, gewetensvol zijn en verantwoordelijk, met het vermogen je in het normale leven goed staande te houden en te ontplooien. Leergierig en ambitieus zijn, op zoek naar een manier om meer inzicht te krijgen in de oorzaken van al het leed in de wereld. Bereid tot inspanningen op het sociale vlak dat voor de meesten door de  omvang en diversiteit van de maatschappelijke problemen al snel teveel lijkt om door één mens te worden opgelost of zelfs maar begrepen, waardoor gezocht wordt naar een manier om problemen meer bij de wortel aan te pakken, met spirituele bewustwording. Spirituele ontwikkeling vraagt een geordende geest, met discipline en een verlangen om je talenten op een verfijnder gebied verder te ontwikkelen en met de reeds verworven talenten op een hoger niveau invloed uit te oefenen, vaak op een subtielere manier dan het aanvankelijke streven naar een ‘betere wereld’. Die wereld begint opeens van binnen.

Ontwortelen en zelfsabotage

Door psychotherapeutische middelen uit hun zinvolle context weg te halen en ze zodoende te ‘ontwortelen’, worden ze instrumenten die in dienst komen te staan van spirituele verwachtingen, waarvoor ze niet in het leven zijn geroepen. Ze kunnen de mens wel opvoeren naar hogere bewustzijnsgebieden, maar geen verklaring bieden of een houvast, voor de ervaringen waar de spirituele zoeker op dat niveau mee te maken krijgt. Door de beperkte reikwijdte van de psychologische methode (die op normaal bewustzijnsniveau heel gezond en heilzaam is) zal er vanuit de diepere lagen van de psyche een tegenreactie teweeg worden gebracht, die alle behaalde resultaten en geestelijke groei weer volledig onderuit kan halen (zelfsabotage). Of de uitvergroting van bepaalde psychische delen die niet in samenhang zijn ontwikkeld met andere psychische functies, kan leiden tot agressie, overheersing en een totaal verlies van verantwoordelijkheid voor het eigen gedrag, omdat een ‘hogere macht’ het dicteert.

De geplande persoonlijkheidsontwikkeling, die vaak een wils-streven is, weet niet wanneer het moment komt van overgave aan de heelheid van de Ziel. Er treedt dan het verschijnsel op van de zelfhulp-goeroe, die probeert het eigen ik eindeloos te verhogen tot een soort super-IK in de kosmische zin, waarbij god beurtelings de hoeder is van ons lot, dan wel de boodschappenjongen voor onze dromen, wensen en verlangens. Er komt maar geen normale verbinding tot stand tussen ‘inspanningen van beneden’ en de ‘zegen van boven’, omdat de zelfhulp-cultuur leert dat je alles kunt krijgen wat je wilt/wenst/visualiseert (ook Christenen van ‘Halleluja-kerken’ hebben hier last van). Wat we nog vaker zien gebeuren, is een verwaarlozing van de normale psychologische ontwikkeling, omdat ‘de directe weg’ veel aantrekkelijker lijkt en een ‘gewone’ ontwikkeling  erg confronterend en ontmoedigend kan zijn. Daarin kom je jezelf tegen en dat is niet altijd even prettig. Waarom zou je die weg gaan, als het ego toch maar een sta-in-weg is op weg naar het veel hogere doel? De ‘waarheid’ is immers Non-dualistisch?

Nisargadatta Maharaj

Wie vertrouwd is met de leringen en het leven van de Indiase filosoof/Jnani, Nissargadatta Maharaj, een heilige in de moderne tijd in een stadscultuur, weet misschien dat hij voordat hij de hoogste staat van bewustzijn realiseerde, vijf sigarettenwinkeltjes bestierde en getrouwd was, met kinderen. Het was blijkbaar een man met normale wensen, verlangens en ambities, vóór zijn spiritueel ontwaken, anders had hij niet zijn zakelijke kant kunnen ontplooien en zijn gezin kunnen onderhouden. Er is niets dat er op wijst dat hij zich rottig voelde over zijn leven en dat hij een makkelijke weg zocht om te ontsnappen aan zijn verantwoordelijkheden. Hij was niet van plan de wereld (of zijn ego-persoonlijkheid) vaarwel te zeggen om een spirituele droom na te jagen. Hij had het voorrecht via een vriend in contact te komen met een bijzondere spirituele leraar in de Advaita-traditie en het veranderde zijn leven volkomen.


Wat bij veel zoekers in het Westen gebeurd, is dat ze in twee werelden niet echt thuis zijn. Het materialistische denken vinden ze veel te ‘hard’ (en niet goed voor het milieu), maar het blijft toch ook een wens, ondanks grote spirituele plannen, om een leuke relatie te krijgen, hobby’s uit te kunnen leven en een inspirerende vakantie naar een mooi oord te kunnen betalen, waar helaas enige mate van maatschappelijk (ego)succes onmisbaar voor blijkt te zijn. Ze willen best hun ego verliezen, maar wel ‘zachtjes’ (met humor). Ik zie dat veel ‘zoekers’ in hun psychologische ontwikkeling stil staan, en spiritualiteit gebruiken als een pijnstiller, om al te confronterende elementen in het persoonlijke leven een beetje te verdoezelen. Hun natuurlijke affiniteit met het spirituele, kan op die manier niet doorgroeien, net zo min als hun zelfbewustzijn, dat onwillekeurig steeds wordt opgeofferd aan het vormloze eenheidsbewustzijn. ‘Jij bent Dat’, zegt de voorganger bij de Satsang. Ja, maar een veel belangrijkere vraag, is wat je bent buiten het feit dat je DAT bent. De mieren en de wormen onder de grond, zijn ook DAT(Brahman), maar welk mens zou met ze willen ruilen?

Vertrouwen

Het is niet voor niets dat de mens zichzelf vragen stelt en het leven wil onderzoeken. Door hoogmoedig het Absolute na te streven (wat we dus al zijn) ten koste van de vele vormen en expressiemogelijkheden die het leven biedt en waar onze eigen psyche als we daar goed naar luisteren ook toe aanspoort, doen we onszelf tekort, tezamen met dat hoge doel, dat alleen binnen het bereik is van die zielen die middels ontelbare incarnaties het aardse leven werkelijk van haver tot gort hebben leren kennen. Grote zielen die niet de normale menselijke ontwikkeling proberen te ontvluchten, maar die hoger bewustzijn juist zien als de bekroning ervan. Het absolute zou ons niet noodlottig op een eenzijdige manier moeten aantrekken met miskenning van de schoonheid en de diversiteit van het leven, maar kan ons juist vertrouwen schenken dat alles wat wij in het leven ondernemen ergens in het grotere geheel vanzelf zijn juiste plaats zal vinden.

Sven Snijer