vrijdag 25 maart 2016

Het is nu erop of eronder voor de islam


In mijn discussies met moslims en niet-moslims blijft een terugkerend probleem hoe ‘de islam’ of de ‘moslim’ moet worden gedefinieerd vanuit het hedendaagse perspectief van een geseculariseerde samenleving. Een samenleving die voorheen joods-christelijk georiënteerd was -met een sterk filosofische component in de christelijke leer afkomstig van de oude Grieken- die de laatste vijf eeuwen steeds meer een seculier karakter heeft ontwikkeld, vooral onder invloed van de empirische wetenschappen. Zelf onderscheid ik tenminste drie verschillende soorten islam, ingedeeld in geschiedenisperioden, maar er zou evengoed een onderscheid gemaakt kunnen worden tussen een orthodoxe, spirituele, politieke of humanistische islam, omdat in elk tijdperk verschillende stromingen naast elkaar hebben bestaan.

Tijdvakken

Toch doe ik dat niet, omdat het voor het begrijpen van de cultuurbotsing tussen de islam en het westen in deze tijd niet van belang is om de diversiteit binnen de islam zelf te bestuderen, maar eerder de manier waarop de islamitische wereld naar het westen kijkt en hoe mensen in het westen de islam zien. Mijn indeling in tijdvakken valt uiteen in een korte periode waarin Mohammed en een paar van zijn metgezellen (de ‘rechtgeleide kaliefen’) zowel religieuze, politieke als militaire macht bezaten, een grote periode waarin de islam zich verspreidde over de gehele wereld waarbij allerlei culturele invloeden uit andere beschavingen werden overgenomen en een periode van zo’n tweehonderd jaar waarin de islam onder de heerschappij kwam van Europese koloniale machten, eindigend met een moeizaam verlopend moderniseringsproces in de postkoloniale tijd. Maar voordat ik mijn indeling in tijdvakken verder motiveer, zal ik eerst een kleine opsomming geven van islamdefinities zoals we ze vaak tegenkomen in het islamdebat dat in het westen gevoerd wordt.  

1.De Expansieve islam

Deze vorm van islam wordt beschreven door islamcritici van de harde lijn, zoals Robert Spencer, Geert Wilders, Wim van Rooy, James M. Arlandson, Bill Warner, enz. Zij beroepen zich voornamelijk op de vroege geschiedenis van de islam en de bronteksten, zoals Koran, Hadith en Sira. Hun idee is dat de islam altijd gewelddadig is geweest vanaf het begin en dat een tijdelijke stabilisatie van de islam gedurende de laatste tweehonderd jaar niet meer was dan een ‘wapenstilstand’ met de ongelovigen vanuit hun zwakke militaire en economische positie in de wereld, om in de moderne tijd met terroristische aanslagen deze strijd weer voort te zetten. De centrale gedachte bij deze visie is: ‘Een gematigde moslim is een mislukte fundamentalist’. De kracht van deze visie is dat de bronteksten onloochenbaar veel haatzaaiende en tot geweld oproepende passages bevatten, maar haar zwakte ligt in dezelfde letterlijkheid in tekstinterpretatie die de fundamentalisten in de islam ook graag hanteren.  

2.De Traditionele islam (van de middeleeuwen)

Deze islam wordt vooral door denkers als Bassam Tibi gepromoot, waarbij vanuit de historie wordt gekeken naar de talloze culturele invloeden die de islam van andere beschavingen heeft overgenomen, zoals politiek bestuurlijke elementen, ambtenarij, literatuur, filosofie, wetenschap, medische kennis, enz. Deze islam heeft naast felle strijd tegen Europese landen ook periodes gekend van uitwisseling op theologisch-filosofisch en spiritueel gebied en intensieve handelsbetrekkingen. Vooral de absorptie door moslims van het Griekse denken speelt in deze visie een leidende rol, als tegenwicht voor de sterke afkeer bij islamisten van ‘geïmporteerde oplossingen’ wegens een sterk geloof in de ‘islamitische oplossing’. Een minder sterk punt in deze visie is het vermijden van discussies over de inhoud van de bronteksten en het feit dat islamkritiek in vrijwel alle moslimlanden verboden is, wat hervorming van de islam tot een enorme uitdaging maakt die niet kan slagen zonder actieve ondersteuning vanuit het westen. 

3.De Spirituele islam (soefisme)

Deze vorm van islam is heel dominant geweest in de periode van de tiende tot de achttiende eeuw, waarbij volgens schattingen rond 1700 de helft van de moslimwereld soefi was of onder een soefi-invloedssfeer viel. In de beginperiode was deze beweging, die zich later ging organiseren in mystieke broederschappen, vooral op theologie en kennis (Gnosis) gericht, vergelijkbaar met westerse esoterische genootschappen als rozenkruisers, alchemisten en vrijmetselaars, maar vanaf de tijd van de Perzische mystiek werd het soefisme vooral een beweging van liefdesmystiek, vergelijkbaar met de Indiase Bhakti. In de koloniale tijd, toen de politieke islam kwam opzetten, verloor het soefisme in hoog tempo haar draagvlak, vanwege haar introverte karakter en onvermogen om politiek-sociale omstandigheden te veranderen. Vooral salafistische predikers hebben later veel werk gemaakt van het bestrijden van soefi-leerstellingen en gebruiken. 

4.De ‘exotische’ islam

Dit is de islam van de ‘culturele verrijking’ zoals linkse politici in Europa en Amerika het graag zien, waarbij diversiteit automatisch als iets positiefs wordt gezien en niet op inhoud mag worden beoordeeld. Ze durven de politieke islam niet of nauwelijks te bekritiseren, uit respect voor een andere ‘cultuur’ of uit respect voor mensen hun ‘diepste overtuiging’. Sinds Pim Fortuyn, Rita Verdonk, Ayaan Hirsi Ali, Geert Wilders en anderen, zijn ze langzaam aan het terugkeren naar de oorspronkelijke godsdienstkritiek van sociale hervormers uit het verleden, maar het is vaak onder dwang van de electorale successen van politiek rechts. Het linkse feminisme bijvoorbeeld heeft zich voor een deel laten gijzelen door de ‘recht op boerka’-ideologie, die miskent dat in veel islamitische landen de boerkas geen vrijwillige keuze zijn, maar verplicht worden door een patriarchale samenleving.

5.De humanistische islam

Deze islam wordt voorgestaan door mensen die ofwel menen dat de islam moet hervormen onder invloed van westerse waarden als vrijheid, democratie en pluralisme, of dat de islam van nature juist humanistisch is, als maar niet teveel de nadruk wordt gelegd op de oorlogszuchtige teksten in de koran, die meer als een tijdsbeeld moeten worden opgevat. Ze borduren voort op de traditionele islam van Bassam Tibi, maar willen meestal niet zover gaan om de islam zelf te hervormen (bijvoorbeeld afschaffen van dhimmi-status) en kiezen liever selectief de vriendelijke Koranteksten over verdraagzaamheid en vergeving, waarbij Mohammed rustig model kan staan voor de ideale mens. De kracht van deze benadering is de ‘verandering van binnenuit’, maar haar zwakte is het uitblijven van echt inhoudelijke godsdienstkritiek als onderdeel van een rationaliseringsproces. De humanisten in de islam die wel streven naar concrete hervormingen zijn in de minderheid en hebben in de islamitische wereld weinig invloed op het gewone volk.

6.De politieke islam

Deze islam is een moderne uitvinding die zich echter voordoet als traditioneel en ‘authentiek’. Onvrede over de mislukte modernisering in het Midden Oosten, de zwakke positie van de islam wereldwijd en een afkeer van westerse hegemonie en decadentie, hebben deze groep doen terugverlangen naar de ‘zuivere islam’ uit de beginperiode. Hun ideeën zijn even naïef als gevaarlijk, zowel voor de vrijheid en veiligheid van het westen als voor de ontwikkeling van islamitische landen. Deze vorm van islam heeft het geloof in moderniteit en verwestering volledig opgegeven en probeert een Staats-islam te realiseren zoals die nooit eerder in de islamitische geschiedenis heeft bestaan, met een van bovenaf opgelegde shari’a-wetgeving, een islamitische grondwet en een ‘islamitische wereldrevolutie’ (Seyyed Qutb) die het seculiere karakter van de huidige wereldorde van soevereine staten gebaseerd op de Vrede van Westfalen in 1648, wil vervangen door een islamitische wereldorde (nizam islami). Het grootste gevaar schuilt niet in de terroristisch tak van deze beweging, maar in de ‘sluipende islamisering’ in landen met een tot dusver seculier karakter, zoals Turkije, waar ze via de stembus macht verwerven en dan langzaam het land onder politiek-religieuze invloed brengen door seculiere rechters te vervangen en de vrije pers aan banden te leggen.

De islam als politiek-religieuze eenheid?

Deze zes typeringen zijn wat algemeen en beknopt, maar ze geven aan hoe verschillend de intenties zijn van waaruit mensen over de islam spreken en wat zij wel of niet als valide argumentatie beschouwen. Ten aanzien van het soefisme zeggen sommigen dat dit niet de ‘echte islam’ uitmaakt, zoals Mohammed als voorbeeld gaf, maar daar staat tegenover dat een religie zich in de loop van eeuwen verder ontwikkelt dan de oorspronkelijke bedoelingen van een stichter. De culturele moslims kunnen zeggen dat de islamisten/ jihadisten met hun barbaarse wreedheden niet de echte islam vertegenwoordigen, maar de bronteksten waar de islamisten gebruik van maken zijn onmiskenbaar islamitisch en orthodox verantwoord. Politiek links kan de islam wel graag als een cultuur willen zien, maar de essentie van een religie (zeker openbaringsgeloof) is toch haar ideologische inhoud en daarnaast hoe er contextueel met die inhoud wordt omgesprongen. Islam-bashers mogen beweren dat de islam geen religie is, maar een politieke en gewelddadige ‘ideologie’, maar elke religie is in wezen een ideologie en de meeste religies in de geschiedenis hebben zich beziggehouden met militaire expansie als onderdeel van een politieke strategie. In Mesopotamië en het oude Egypte deden ze dat al en Karel de Grote in de middeleeuwen deed met het christendom precies hetzelfde. De islam was enkel in de begintijd een politiek-religieuze eenheid, maar al spoedig werden wereldlijk en religieus gezag gescheiden.

Islamcritici volgen de beeldvorming van jihadisten

De indeling van de islam in tijdvakken is vooral van belang met betrekking tot het begrijpen van de politieke islam in de huidige tijd, die de ideologie verschaft voor terreuraanslagen. Wie het verschil tussen culturele onderontwikkeling en politiek aangestuurd terrorisme even wil vasthouden (wat moeilijk is, omdat vooral onderontwikkelde mensen makkelijk te rekruteren zijn voor zelfmoordaanslagen) zal begrijpen dat de gewone moslims, de culturele moslims die zich redelijk voegen naar de hier bestaande normen en waarden, geen deel hebben aan de politieke agenda van de islamisten. Proberen om de gehele islam neer te zetten als een stelletje gekken die zich ieder moment kunnen opblazen in een trein of metrostation, is niet alleen verspilde energie door het kunstmatig hooghouden van een veralgemeniseerd vijandbeeld, maar het doet ook de dreiging van de politieke islam niet ophouden. Ik begrijp niet waarom het zo moeilijk tot de gemiddelde islamcriticus doordringt, dat juist het sterk benadrukken van de bronteksten en het teruggrijpen op de vroege islam de islamisten bevestigt in hun ‘identiteitspolitiek’, die de kloof tussen de islam en het westen alleen maar groter maakt.

Er is een duidelijk verschil tussen het rationaliseringsproces dat de islam nog moet ondergaan, zoals jodendom en christendom sinds de tijd van de Verlichting en de politiek-fundamentalistische bedoelingen die een groep extremisten (5 à 10 procent van de islam) heeft met Europa, dat ze als te koloniseren gebied beschouwen. Dat hun invloed groeiende is wereldwijd is alarmerend, maar juist een niet-onderscheiden islamkritiek maakt het bestrijden ervan des te moeilijker, omdat we op die manier politiek links nooit over de streep zullen trekken. Die zien in de monolithische opvatting van de islam als een gewelddadige ideologie die nooit iets goeds heeft voortgebracht in haar veertienhonderdjarige geschiedenis, vooral een teken dat rechtse mensen erg dom en ongenuanceerd zijn. Des te makkelijker voor ze om de politieke correctheid nog langer vol te houden, want blijkbaar zijn het allemaal ‘tokkies’ die de islam aanvallen. Een bijkomend probleem in het formuleren van een geloofwaardige islamkritiek, is dat velen dit doen met het christendom en haar waarden als ‘naastenliefde’ als grondslag, terwijl we in essentie niet te maken hebben met concurrerende religies, maar met een strijd tussen een seculier en een religieus wereldbeeld dat de maatschappij zal domineren. De scheiding tussen Kerk en Staat is waar het om moet draaien in het islamdebat en niet zozeer de vraag wat het ware gezicht van de islam is, want dat zijn er velen.

Spinoza en het Verlichtingsdenken

Onze huidige vrijheid is geen christelijke vrijheid, maar een filosofische en wetenschappelijke vrijheid, die begon met de verordening van Johan de Wit (vermoedelijk op advies van Spinoza) dat de calvinistische theologen zich niet meer met de filosofie mochten bemoeien, waardoor de filosofie opnieuw zelfstandig werd na vele eeuwen onder het juk van de christelijke (en islamitische) theologie te hebben geleefd. Tot aan de tijd van Spinoza was niemand in Europa echt vrij om te denken wat hij wilde en ook na diens dood was dat lange tijd nog niet vanzelfsprekend. De wereld van de islam en die van het christendom hebben eeuwen lang als communicerende vaten gewerkt en pas in de moderne tijd met de opkomst van de empirische wetenschap heeft het westen een duidelijke voorsprong genomen. Die wetenschappelijke vooruitgang leidde tot wereldwijde militaire dominantie voor Europese mogendheden en de bezetting van een groot deel van de islamitische wereld. Er zijn diverse pogingen gedaan door islamitische hervormers om te moderniseren, maar om allerlei interne -en externe redenen is dat tot nu toe niet gelukt. Mensen vergeten hoe vaak het Midden Oosten de speelbal is geweest van Europese machten in hun onderlinge strijd en later in de ‘Koude Oorlog’ tussen het vrije westen en de communistische Sovjet-unie, die beiden invloed wilden in de regio. Zo heeft bijvoorbeeld de Duitse keizer Wilhelm II in de Eerste Wereldoorlog bewust een ‘jihad’ uitgelokt, door de Ottomaanse heerser over te halen een heilige oorlog te beginnen, niet tegen de Duitsers die de ‘vrienden waren van 300.000 Mohammedanen’, noch tegen hun bondgenoten Oostenrijk-Hongarije, maar wel tegen de Fransen, de Engelsen en alle andere landen waar Duitsland mee in oorlog was.  

Westerse belangen in het Midden Oosten

Het heeft er voor mij alle schijn van dat het nog steeds de belangen van westerse mogendheden zijn (oliebelangen en militair-strategische belangen) die de ontwikkeling van de islamitische landen tegenhouden. Oppervlakkig gezien is het de islam zelf, met haar regressieve puriteinse neigingen die teruggaan op de eerste moslimstaat van Mohammed, die de oorzaak is dat deze landen zich maar moeilijk ontwikkelen, maar wie kijkt naar de grotere belangen ziet dat het fundamentalisme en terrorisme in feite reacties zijn op het langdurig ondersteunen van dictatoriale regimes in het Midden Oosten door westerse landen en Rusland. Zonder de koloniale tijd en een gefrustreerd postkoloniaal proces van modernisering en verzelfstandiging (in Afrika was de postkoloniale tijd ook een ramp die vele dictators voortbracht) zou het hedendaagse jihadisme niet eens hebben bestaan.

Dat maakt het gegeven dat ze feitelijk wel bestaan en een reële bedreiging vormen voor ons er echter niet minder om, maar het verdient een historisch perspectief om te duiden wat het precies is. Geen ‘oorspronkelijke islam’ in ieder geval, want die heeft zelfs in de tijd van Mohammed niet bestaan. Het was allemaal experimenteel wat Mohammed deed en zijn onverwachte dood maakte de verwarring voor zijn aanhangers compleet, waardoor ze vanaf het begin veel onderlinge strijd hebben gekend. De islam is in de breedste zin een traditie van veertienhonderd jaar, die verschillende stromingen heeft voortgebracht, die op dit moment van haar geschiedenis gedwongen een overstap moet maken naar modernisering en verwestering, omdat de geleidelijke weg door de loop van de moderne geschiedenis lijkt te zijn uitgesloten. Het is nu erop of eronder voor de islam. Het wordt of steeds verder afglijden naar chaos en destructie vanuit een antiwesterse houding en wereldvreemde dromerijen van vergane islamitische glorie, of een versnelde modernisering om te voorkomen dat de islamisten hun invloed in de islamitische wereld blijven uitbreiden, waardoor steeds meer westerse critici gaan geloven dat zij de ‘ware islam’ vertegenwoordigen.

Sven Snijer