donderdag 24 maart 2016

Islamcritici spreken zichzelf vaak tegen


Helaas kunnen we in het interview met Wim van Rooy op de website van Elsevier (1) weer hetzelfde waarnemen als bij zijn eerdere interviews in verschillende media; een jammerlijke tegenstrijdigheid in de manier waarop de westerse normen en waarden worden verdedigd tegen de oprukkende invloed van de islam in Europa. Niet alleen weigert Van Rooy consequent om het onderscheid te maken tussen de traditionele islam en de politieke islam (islamisme), omdat hij dit onderscheid ten onrechte beschouwt als een ‘linkse’ uitvinding, maar hij schraagt zijn argumentatie ter bescherming van de westerse cultuur ook nog eens met de verkeerde middelen.

De Islam als ‘uitzondering’

Van Rooy spreekt zichzelf tegen door eerst te beweren dat de overheid alleen nog synagogen en kerken zou moeten subsidiëren en niet langer moskeeën, om vervolgens te stellen dat we van moslims moeten eisen dat ze de scheiding tussen Kerk en Staat zullen onderschrijven. Waarna heel misschien (indien ze hieraan voldoen) de subsidiekraan richting islamitische organisaties weer open kan gaan, maar dat laatste vul ik zelf in en met een flinke reserve, omdat islamcritici als Van Rooy er in wezen van uitgaan dat de islam helemaal geen religie is, maar een ‘verwerpelijke totalitaire ideologie’. En aangezien hij het onderscheid tussen de islam en het islamisme principieel niet wil maken, zal de islam ook als moslims de scheiding tussen Kerk en Staat met overtuiging zouden omarmen voor hem nog steeds niet voldoen aan de kwalificatie ‘religie’. Het monumentale boek van Wim van Rooy ‘Waarover men niet spreekt’ (2) is juist een langdurige poging om te bewijzen dat de islam een verwerpelijke ideologie is, geheel anders van karakter dan het jodendom of christendom.

Het probleem met deze zienswijze, is dat als de overheid bepaalt wat wel of niet een religie mag heten, zij zelf niet langer de scheiding tussen Kerk en Staat respecteert, omdat de kwestie van het wel of niet moderniseren van een geloof geheel los staat van de vraag wat een religie genoemd mag worden. Als de overheid alleen religies subsidieert die zich voegen naar het seculiere maatschappijmodel, dan overschrijdt ze zelf de grens tussen Kerk en Staat, zeker als ze mee zou gaan in de onhoudbare stelling dat de islam geen religie is. De tegenstrijdigheid hier wordt verder duidelijk als we uitgaan van de bewering van Van Rooy dat de islam fundamenteel (vanuit de bronteksten) ongeschikt is om verenigd te worden met democratie, wat de vraag oproept waarom we dan nog moeite moeten doen om moslims zich te laten confirmeren aan de seculiere staatsinrichting. Dan zou het eenvoudiger zijn om zoals Wilders graag zou willen het islamitisch geloof geheel en al te verbieden, maar dan moet eerst bewezen worden -op wetenschappelijke gronden- dat de islam geen religie is, en de kans dat zoiets wetenschappelijk onderbouwd kan worden is bijzonder klein.

Joods-christelijke waarden?

Je kunt van moslims niet eisen zich aan te passen aan onze westerse maatschappijopvattingen en tegelijkertijd beweren dat de islam überhaupt geen bestaansrecht heeft, want de eis van aanpassing impliceert natuurlijk wel dat er een hervorming mogelijk is in de islam, als daar tenminste de juiste condities voor geschapen worden.(3) Daarnaast is het vanuit de westerse identiteit gezien geen sterke strategie om religies aan te voeren die zich in de loop van eeuwen wél hebben gevoegd naar de seculiere maatschappelijke ordening (tegen hun zin), alsof we daarmee intrinsieke waarden van de religies jodendom en christendom bij de kop hebben gepakt, want sorry, ‘secularisatie’ en het loslaten van het alleenrecht op ‘de waarheid’ zijn nooit deugden geweest van het openbaringsgeloof in welke vorm dan ook. Het jodendom en christendom hebben eerder gecapituleerd voor het wetenschappelijke wereldbeeld dan de islam, dat nog steeds overwegend in een magisch-mythisch paradigma leeft waarin de werkelijke historie en de theologische heilsgeschiedenis door elkaar heen lopen, maar in wezen zijn ze op dezelfde onbewijsbare stellingen gebaseerd; geopenbaarde waarheden die op geen enkele manier empirisch bewezen kunnen worden. De vraag aan mensen om te ‘geloven’ tegenover het huidige wetenschappelijke principe van ‘onderzoeken’ is een mankement dat religie in onze tijd per definitie verdacht maakt. Het verschil tussen de islam en het jodendom/ christendom is niet een significant verschil in de bronteksten (tenzij men het christendom uitsluitend wenst te identificeren met het Evangelie, terwijl toch een groot deel van de christelijke leer ook stoelt op het Oude Testament met haar primitieve cultuuruitingen), maar een sterk verschil in de contextuele beleving van de teksten.

Het Islamisme en de ‘Protocols’

Kort gezegd, in de islamitische wereld is geloofskritiek verboden en het gevolg daarvan is dat moderne theologie binnen de islam alleen in het vrije westen mogelijk is. Maar hier laten we dat voor het grootste deel liggen uit een vals cultureel respect, terwijl het Westen wordt geïnfiltreerd door de politieke islam, met sterke antiwesterse en antidemocratische denkbeelden, waardoor een grote groep westerse islamcritici denkt dat de traditionele islam bezig is haar territorium uit te breiden op de manier zoals dat vroeger in de islam gebruikelijk was, via religieuze oorlogsvoering (jihad). Maar de moderne jihad van de jihadisten is een politieke bewerking van de traditionele jihad en kan door de orthodoxe islam niet als legitiem worden beschouwd, net zo min als een door de staat opgelegde islamitische wetgeving (shari’a), want in de islam waren vanaf de tijd van de Oemayyaden in de zevende eeuw het religieuze en wereldlijke gezag al behoorlijk van elkaar gescheiden. En ook het antisemitisme in de hedendaagse islam is grotendeels afkomstig van vervalste westerse bronnen als de ‘Protocols of the Elders of Zion’, waar het merendeel der Jodenhaters en samenzweringsdenkers in het Oosten en het Westen, links zowel als rechts,  al meer dan honderd jaar haar ideeën aan ontleent. De halsstarrige weigering om een onderscheid te maken tussen de traditionele islam en de politieke islam wordt voornamelijk veroorzaakt door het verwarren van twee gescheiden zaken, een historisch-cultureel aspect en een politiek-strategische campagne.  

Inhumane aspecten van de islam

Voor mensen die niet goed met de geschiedenis van de islam bekend zijn doen de problemen in de confrontatie van de islam met het westen van verschillende aard zich voor als één en hetzelfde probleem; de islam als zodanig. Ze zien de culturele achterstand en het gebrek aan emancipatie van moslims afkomstig uit ontwikkelingslanden enerzijds en de letterlijke interpretatie van de meest hatelijke en gewelddadige koran -en hadith-teksten door islamisten anderzijds, als tekenen dat de islam zelf niet deugt, want op politiek, religieus en cultureel niveau zien ze een boel narigheid. Eerwraak, steniging, boerkas, terreuraanslagen, kindbruidjes, handen afhakken, het vermoorden van westerse cartoonisten en doodstraf of sociale uitstoting bij geloofsafval. Het is voor veel mensen een niet te onderscheiden kluwen van onfrisheden die op de een of andere manier allemaal met de islam te maken hebben. De uitdaging is echter, om ze zo goed als mogelijk terug te voeren naar hun verschillende bronnen, de culturele gebruiken terug naar de cultuur, de theologische argumentaties terug naar de theologie en de politieke motivaties terug naar de politieke verhoudingen. En dat is gemakkelijker dan het lijkt, want de politieke islam, die voor het grootste deel verantwoordelijk is voor de bedreiging van de vrijheid en democratie in het westen en de grootste rem op de ontwikkeling ervan in de islamitische wereld,  kan vrij snel geïdentificeerd worden als men maar weet waar op te letten.

Eenheid van Religie en Staat

Volgens het principe van de eenheid van religie en staat (din wa dawla) van de islamisten, zullen zij nooit of te nimmer de scheiding van Kerk en Staat onderschrijven die in het westen zo essentieel is, tenzij vanuit het religieuze recht om te liegen tegen de ongelovigen (iham) waarbij zij zich enkel in uiterlijke zin aanpassen aan de democratie, zonder innerlijk de democratische beginselen van pluralisme en machtsdeling te aanvaarden. De democratie is voor hen slechts een middel tot het doel; de afschaffing van de democratie bij een absolute meerderheid bij de verkiezingen en de vervanging van de seculiere grondwet door een islamitische grondwet naar de eenzijdige shari’a-opvattingen van de politieke islam. Achter deze vijandige houding richting het secularisme schuilt niet slechts een meningsverschil over wat er precies onder ‘moderniteit’ verstaan moet worden in intercultureel verband. Velen denken dat het verzet tegen westerse waarden een cultuurstrijd is in de geest van Edward Saïd en zijn beschuldiging van oriëntalisme. De afkeer van de islamisten van westerse waarden gaat veel dieper dan een culturele kloof en verzet tegen westers superioriteitsdenken, want in de grond berust zij op een samenzweringsdenken dat de joden verantwoordelijk zijn voor de ‘ontheiliging’ van de wereld. Zij worden gezien als de uitvinders van het secularisme, dat tot doel heeft de islam te vernietigen middels een systeem van soevereine staten die niet op religieuze identiteit gevestigd zijn, maar op democratische beginselen. Islamisten verlangen naar een groot moslimrijk, door vele westerse commentatoren Kalifaat genoemd, maar in werkelijkheid gaat het nog verder. Het uiteindelijke doel van de islamisten is een nieuwe wereldorde te stichten (nizam islami) die de seculiere wereldorde moet vervangen.


Liberale moslims niet afvallen

Het moet naar mijn idee niet heel moeilijk zijn om dit soort overtuigingen, die in hoge mate moderne modificaties zijn van traditionele islamitische ideeën, te onderscheiden van de culturele moslims van de traditionele islam. Gewone moslims zullen geen enkele moeite hebben om democratische waarden te omarmen, zolang de beïnvloeding van moslims in Europa door de verschillende kanalen van de politieke islam (AKP, Islamitische Broederschap, Hamas, IS, Al-qaida, Internetpredikers) niet een halt wordt toegeroepen en de zogenaamd gematigde verschijningsvorm, het institutionele islamisme wordt gezien voor wat het is; een wolf in schaapskleren. Het heeft een tijdje geduurd, maar er zijn in Nederland initiatieven aan de gang vanuit de moslimgemeenschap om radicalisering van jongeren tegen te gaan. Als de islam als geheel antiwesters en antidemocratisch zou zijn kon dit proces nooit op gang zijn gekomen. Het grootste gevaar van generaliserende islamkritiek is niet alleen dat de culturele achterstand van de traditionele islam in ontwikkelingslanden en de moderne politieke agenda van islamisten met elkaar worden verward, maar ook dat hervormingsgezinde moslims hierdoor in de wielen worden gereden. En dat geeft dan omgekeerd weer de bevestiging dat de islam niet kan veranderen.  Gerechtvaardigde woede over de blindheid van de politieke elite in Europa aangaande integratieproblematiek mag zich niet keren tegen alle moslims, waarvan velen geïntegreerd en modern zijn. Hoe erg de uitwassen en de terreur soms ook zijn, geen onderscheid maken tussen groeperingen en stromingen binnen een wereldomspannende religie zal er op termijn toe leiden dat de goeden steeds meer onder de kwaden gaan lijden en dat het voor jonge moslims dan nog makkelijker kiezen is tegen onze cultuur.  


Sven Snijer




(3)Van Rooy is in veel interviews en ook in zijn laatste boek opmerkelijk ambivalent in het gebruik van het woord ‘islamisme’, dat hij soms wel, soms niet erkent als een onderscheiden stroming.