donderdag 19 maart 2015

Het vrije woord - ‘Mag het een onsje minder?’


Eén klein zinnetje typeert het hele islamdebat in Nederland. Het is afkomstig van een publicist die vanwege zijn/haar deelname aan het publieke debat beveiliging nodig heeft net als een aantal collega’s die hier eveneens een bijdrage aan leveren (1)

Het krantenbericht vermeldt niet over wie het gaat, maar de bescherming door plaatselijke politie of vanuit de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid is niet in de eerste plaats ingegeven door angst dat straks het vrije woord verdwijnt, zo lijkt het. De publicist: ‘Ze zijn vooral benauwd voor de reacties als mij iets overkomt’. (En niet: ‘Ze zijn bang dat mij straks iets overkomt, voor zoiets normaals als het uiten van je mening in een vrij land.) Opmerkelijk hoe de prioriteit van politici (want politie en veiligheidsdiensten krijgen instructies van boven) altijd weer gelegd wordt bij het de-escaleren en het voorkomen van ‘trammelant’ en niet bij het bevorderen van een open discussiecultuur, omdat we geloven dat waarheid en feiten het moeten winnen van valse sentimenten. Dat een columnist eventueel zijn keel wordt doorgesneden is niet vervelend voor de Haagse feestneuzen (al zullen ze allemaal ‘zeer geschokt’ zijn na afloop), maar de maatschappelijke oproer waarbij ‘mensen tegenover elkaar komen te staan’ is waar ze ’s nachts zwetend van wakker worden. Het beschermen van de vertegenwoordigers van het vrije woord is daarmee een middel geworden en niet een doel in zichzelf. Het is eigenlijk jammer voor de bestuurders dat er nog mensen zijn die hun mond open durven te doen over ‘gevoelige kwesties’, want je wordt op die manier zo in beslag genomen door het de-escaleren en het voorkomen van maatschappelijke onrust, dat je haast geen tijd meer over hebt voor zelfverdoving en wegkijken.

Sven Snijer