woensdag 18 maart 2015

Wil Voltaire even wachten, a.u.b.?


Op wie gaan we stemmen vandaag? Voor veel mensen mag dat tegenwoordig elke partij zijn behalve de Partij van de Arbeid. Ze hebben als geen andere partij voor hen het eigen gedachtegoed op alle mogelijke fronten in de uitverkoop gedaan, variërend van de afbraak van de sociale voorzieningen, het oogluikend toelaten van het cliëntelisme door allochtone partijgenoten, het niet -of te laat verdedigen  van mensenrechten tegenover opkomend religieus conservatisme en fundamentalisme, het jarenlang mekkeren over mogelijke nieuwe ‘Hitlers’ als Fortuyn en Wilders, terwijl onder een deel van het eigen electoraat het antisemitisme kon opbloeien als de krokussen in maart, zodat we na veertig jaar van (vooral links) wegkijken weer moeten vechten voor ons recht om de geschiedenis te ‘mogen’ onderwijzen op scholen (Holocaust) aan mensen die daar niet zoveel mee hebben.

Wat hoop ik dat de Partij van de Arbeid volledig te gronde gaat! Het is misschien sneu voor die verdwaalde sociaal-democraten die nog wel zelf kunnen nadenken, die wanhopig proberen de eigen gelederen wakker te schudden uit de sociaal-culturele winterslaap, maar niet getreurd, de meeste van hen zijn ondertussen al lang overgestapt naar andere partijen, omdat die socialer zijn geworden, realistischer zijn, geen electorale belangen stellen boven mensenrechten of emancipatie en niet langer geloven dat kunst en cultuur de mensheid zullen verheffen en helpen verbroederen als er niet eerst een paar spijkers met culturele koppen worden geslagen. Wie heden ten dage het woord ‘dialoog’ nog over zijn lippen krijgt, maakt dat ik meteen wegzap, want het woord is volkomen betekenisloos geworden. Wie geen eigen identiteit heeft (als volk/cultuur) hoeft niet te verwachten deze in gesprek met andersdenkenden per abuis tegen het lijf te lopen. ‘Waarden’ ontstaan niet door slap lullen, maar door te handelen vanuit doelbewuste uitgangspunten. De impliciete waarden achter deze handelingen moeten soms nadrukkelijk worden bevestigd in de taal, door af en toe ook dingen te zeggen die mensen liever niet willen horen.

Onderwijsmanifest

Neem nu het Europese onderwijsmanifest van de Radicalisation Awareness Network (RAN) om het radicaliseren van jongeren met name op scholen tegen te gaan. Er is in het manifest een lijst opgesteld van mogelijke succesmethoden om jongeren binnen de grenzen van de democratische rechtsstaat te houden. Er wordt gesproken over het belang van de onderwijzers, decanen, veiligheidsmanagers en in Nederlands verband horen we in dat rijtje vaak ook jeugdzorg, wijkagent en (sinds kort) gesprekken met ouders van jongeren die dreigen te radicaliseren. In het krantenbericht over het manifest lees ik eveneens tot mijn ‘grote opluchting’ dat expliciet aandacht zal worden besteed aan les in democratische waarden en kritisch denken. Je wordt al huiverig als je bedenkt dat hier een apart ‘strijdplan’ voor nodig is, omdat ons huidige onderwijssysteem dat dus niet meer aanmoedigt. Scholen worden naar gelijkenis met het altijd blunderende jeugdzorg ‘handelingsverlegen’ genoemd, wat vrij vertaald wil zeggen dat docenten de leerlingen geen culturele en religieuze vooroordelen uit hun hoofd durven te praten, omdat ze ofwel bang zijn in elkaar geslagen te worden, of omdat ze geen ‘mes in hun rug’ willen krijgen van de politiekcorrecte schoolleiding, onze eigen IS-variant.

Ziekelijk cultuurrelativisme

Na vele jaren van ziekelijk cultuurrelativisme van links en de eenzijdige economische blik van rechts-liberaal, krijgen veel mensen eindelijk in de gaten dat we het als westerse samenleving helemaal niet zo slecht gedaan hebben, ondanks de gruwelijkheden van de Tweede Wereldoorlog, de Koude oorlog en Vietnam, de economische uitbuiting van derdewereldlanden, het vernielen van de planeet aarde, enz. Want wat als een paal boven water staat, is de verontwaardiging die in onze cultuur blijft bestaan ten aanzien van allerlei soorten van onrecht en de democratische wegen naar het beëindigen ervan, ook al duurt het soms lang. Veel radicaliserende jongeren ‘geloven’ niet in de democratie en zoeken hun heil in een wat duidelijkere bestuurswijze, desnoods met hoofden afhakken. Geen geklets van politici die allemaal verborgen belangen hebben, die als marionetten van de multinationals de taal van de Mammon spreken en de scheve machtsverhouding in de wereld gewoon laten bestaan. Ze denken niet dat een systeem dat door mensen bedacht is ooit goed kan komen en laten zich verleiden door een absolute, door god gegeven maatschappelijke ordening. Een lesje democratische waarden lijkt in deze tijd inderdaad niet overbodig.

Mijn verwachting van de anti-radicaliseringsmethoden op scholen is dat ze er nog van zullen schrikken hoeveel onwetendheid er heerst, hoeveel onversneden antisemitisme, hoeveel antiwesterse waarden, hoe weinig historisch besef of kennis van de wereld in het algemeen en hoeveel weerstand tegen het makkelijk uitgesproken ‘kritisch denken’ als daarmee ook de geloofswaarheden van de islam zelf zullen worden betwist, zoals eerder met christendom en Jodendom is gebeurd. Maar ik ga ervan uit dat politici het laatste zullen proberen te vermijden. Hoe dan ook stuiten ze op termijn op verschillende tegenstellingen, van rede en openbaringsgeloof, humanistisch denken (mens centraal stellen) en religieus denken (God en goddelijke wet centraal stellen) en de cultuurkloof tussen het kritisch bevragen of het gehoorzamen aan het wereldlijk gezag en de grond waarop je dat doet (religieuze of seculiere waarden). Het kader waarin men de radicalisering nu wil tegengaan is dat van de ‘mainstream’ gematigde islam, maar die geeft er al jaren blijk van geen antwoord te hebben op de argumenten van radicalen, omdat die hun geschriften vaak beter kennen.

Geen hete hangijzers

Wie langs de humanistisch lijn het extremisme tegemoet wil treden, kan op den duur niet voorkomen dat er ook een aantal geloofszekerheden zullen sneuvelen van gematigde moslims, want er bestaat niet zoiets als een mooie scheidslijn tussen de ‘leugens’ van de radicalen en de voedende en verheffende waarden van het normale geloof. Vooral het historisch perspectief geeft in deze kwestie meer verwarring dan opheldering, omdat de islam in haar vroege geschiedenis helemaal niet vreemd stond tegenover gewelddadige maatregelen ter bevestiging van haar positie. En laat het nu net een gebrek aan historisch besef zijn waar ze de jongeren mee willen helpen, om het radicaliseren tegen te gaan. Is het voldoende om terug te gaan naar de Tweede Wereldoorlog om de waarden van onze samenleving duidelijk te maken (eigenlijk vreemd, want op dat punt in de geschiedenis waren we er als Europeanen zelf behoorlijk ver van afgedwaald) of moeten we beginnen bij Erasmus, Ficino, Agricola en andere wegbereiders van de moderne mens en zijn zelfbewustzijn? Ik zou niet weten hoe je een religie in culturele en historische zin kunt wortelen in onze samenleving, als je haar niet door dezelfde ‘wasstraat’ laat gaan als alle anderen. Heel voorzichtig zijn we met de islamitische integratie bij het hoofdstuk ‘kritisch denken’ aangeland, maar vooralsnog worden de hete hangijzers daarbij uit de weg gegaan. We willen een opwaardering van de ‘frisse en vrolijke islam’ tegenover de ‘kapers’ van het geloof. De echte godsdienstkritiek van Voltaire en zijn tijdgenoten laten we nog even in de wachtkamer, want het is al moeilijk genoeg voor die arme leraren en politici.    

Sven Snijer