donderdag 17 september 2015

De mythe van de joods-christelijke beschaving



Wat het internationale islamdebat scheef trekt en wat islamcritici soms het imago geeft ‘islamofoob’ te zijn, is hun selectieve waardering van openbaringsgeloof in de westerse of niet-westerse context. Het wezen van religie zelf wordt door islamcritici verkeerd begrepen, wat leidt tot een valse overwaardering van het christendom, enkel omdat dit geloof cultureel-historisch beter past in onze moderne samenleving. 

De fout die Wilders en anderen maken door de islam als een ‘ideologie’ te omschrijven en haar daarmee af te zonderen van andere religies, komt net zo goed voort uit een politieke agenda als de politieke islam zelf. Cultureel gezien is de misvatting over de ‘islam als ideologie’ te verklaren vanuit het gegeven dat de islam geen verlichtingsperiode heeft doorgemaakt zoals het christendom en het jodendom vanaf de tijd van de Franse revolutie, maar het is een verkeerde strategie om deze twee religies te beoordelen naar een cultureel-wetenschappelijke modificatie die ze hebben ondergaan (ontmythologisering) en te doen alsof ze tolerant, humaan en vrijheidslievend zijn van zichzelf. Dit is noch bij het jodendom, noch bij het christendom het geval.

De kerk als sociaal werker

Wat Wilders prettig vindt aan het christendom is dat niet haar geloofswaarheden op de voorgrond staan, maar haar participatie in de samenleving als geheel, haar overeenstemming met moderne waarden en mensenrechten en haar aansluiting bij waarden die ook gevonden worden bij stromingen met niet-christelijke achtergrond, zoals het socialisme (solidariteit), waar de christelijke naastenliefde mooi bij lijkt te passen. De kerk kan zich in deze tijd vooral profileren door de sociaal werker uit te hangen wanneer er een vluchtelingenstroom richting Europa komt, maar ze stelt zich bescheiden en redelijk op in het debat over belangrijke maatschappelijke kwesties. Dat komt omdat het christelijk geloof de ene nederlaag na de andere heeft geleden rond de waarheidsvraag, niet in de laatste plaats waar het de waarheid en de geloofwaardigheid van de bijbel zelf betrof. Moderne Bijbelwetenschap heeft laten zien dat de synoptische evangeliën volledig geconstrueerd zijn en dat de Jezus die daarin naar voren komt nooit bestaan heeft. 

Bron Q

Alleen de teksten die voortkomen uit de geheimzinnige Bron Q zouden van een echte Jezus afkomstig kunnen zijn (met een andere naam), maar de rest van de verhalen is hoogstwaarschijnlijk zorgvuldig volgens eeuwenoude mythologische concepten in elkaar gezet, om zowel een voortzetting van de traditie te bewerkstelligen als een vernieuwing ervan. Het valt echter zeer te betwijfelen of Jezus zelf zou hebben ingestemd met de manier waarop zijn spirituele boodschap uiteindelijk vorm heeft gekregen en zeker wat betreft de centrale doctrine in het christendom dat Jezus ‘voor de zonden van de wereld is gestorven’ en dat hij als persoonlijke Verlosser kan worden aangeroepen. De historische Jezus, voor zover die te achterhalen is, heeft hier nooit op geanticipeerd.

Geconstrueerde heilsgeschiedenis

Ook de christelijke heilsgeschiedenis beginnend bij Adam, via Abraham, Mozes, David en Salomo tot in de tijd waarin Jezus leefde is geheel en al geconstrueerd en geschreven met de oude teksten in de hand. Jezus is nooit het antwoord geweest op de oudere Bijbelteksten die vooruitwezen naar een komende profeet of Messias, maar het verhaal van het leven van Jezus is gericht vormgegeven naar de aanwijzingen van die oudere teksten, om het te laten lijken alsof oude profetieën werden vervuld. En zelfs vóór Jezus zijn er in de joodse Thora al diverse bewerkingen geweest van oudere teksten, zijn er dingen bij verzonnen, verhalen herverteld (in meerdere versies in de Bijbel aanwezig) en moest er een duidelijk religieus en politiek-sociaal doel gediend worden met de literaire bewerking. 

Symbolische stamvaders

Volkeren moesten bijeengebracht worden of bijeengehouden en daarom werden er symbolische stamvaders aangewezen, eerst Jacob, later Abraham, om een eenheid te smeden in de identiteit. In vroeger tijden bestond er geen historische geschiedschrijving omwille van de historische juistheid, maar moest er een verhaal verteld worden dat mensen een houvast gaf en een identiteit. Het hoefde niet letterlijk waar te zijn, maar moest enkel tot de verbeelding spreken. Op die manier hebben vele teksten in de bijbel vorm gekregen, die naderhand helaas volkomen letterlijk werden genomen en die mensen eeuwenlang door de strot zijn geduwd met dreiging van hel en doemenis bij twijfel aan de heilige waarheid. Een verwarrend element hierbij is geweest dat ieder mens van nature begiftigd is met spirituele vermogens en dat in iedere denkbare religieuze of spirituele traditie die vermogens tot uiting kunnen komen, ongeacht de juistheid of onjuistheid van de denkbeelden die worden aangehangen. Het joodse en het christelijke geloof zijn dan ook rijke tradities die een ingewikkelde vermenging voorstellen van het meest bizarre bijgeloof en culturele achterlijkheid, en de meest verheven spirituele ervaringen en diepe inzichten in de menselijke natuur.

Katharen uitmoorden

Grote namen in de christelijke geschiedenis, zoals die van Bernardus van Clairveaux staan symbool voor zowel grote inspiratie en leiderschap, als voor fanatisme en zelfkwelling, waarbij de liefde voor Christus en de mensheid werden afgewisseld met intolerantie en een dwingende houding richting andersdenkenden. Zo konden de eerste generatie cisterciënzer monniken, die vaak van adellijke families afkomstig waren, nog even een pauze inlassen in hun vrome werkzaamheden om persoonlijk de katharen in Zuid-Frankrijk af te slachten omdat die de katholieke leer verwierpen en er gnostische ideeën op na hielden. Zolang als de religie de dominante factor was in de Europese cultuur bleven goed en kwaad met elkaar vermengd in de geloofspraktijk en de emancipatie van de hedendaagse mens is dan ook geen gevolg van de joods-christelijke traditie, maar het product van filosofie, alchemie, vrijdenken en wetenschap. 

Niet minder gevaarlijk

Wie dit uit het oog verliest, omdat het christendom er minder gevaarlijk uitziet dan de fundamentalistische islam die ons wereldwijd tegemoet komt, begaat een grote fout, want openbaringsreligies zijn intrinsiek intolerant en het christendom verschilt daarin niets van de islam. Het christendom en het jodendom proberen te betrekken bij de strijd tegen de islam en ze bestempelen als ‘goede’ (want ongevaarlijke) religies is net zo naïef als het verlangen naar een hedendaags kalifaat. Het christendom, zeker in Amerika, laat steeds opnieuw zien ontzettend fundamen-talistisch te zijn en intolerant (ze wensen soms zelfs hun eigen soldaten de dood toe, als boetedoening voor verloren christelijke waarden), maar ze worden in toom gehouden door de scheiding van kerk en staat, anders zouden zich daar ook de meest walgelijke taferelen kunnen afspelen uit naam van het geloof. De marginale positie in de samenleving waarin het christelijk geloof is terecht gekomen als gevolg van de verloren strijd met de wetenschap, moet niet verward worden met bescheidenheid of welwillendheid. De kerk heeft in de recente geschiedenis meerdere malen laten zien, dat ze de vooruitgang van de wetenschap en het inzicht in de geschiedkundige totstandkoming van de bijbel alleen maar heeft tegengewerkt.(1)  

Sadiq Jalal al Azm

In 1969 publiceerde de in Damascus geboren Syrische denker Sadiq Jalal al Azm een boek met daarin een hoofdstuk getiteld ‘De valsheid van het westerse christelijke denken van deze tijd’, waarmee hij de houding van de kerk ten opzichte van de moderniteit fileerde, een houding die feitelijk niet veel veranderd is sindsdien. In zijn boek legde vooral de nadruk op de schijnheiligheid waarmee de kerk zich probeerde te verzoenen met de moderniteit, een verzoening waar ze door de noodzaak der  omstandigheden toe was gedwongen, die ze voor zichzelf probeerde uit te leggen als een ‘bevrijding’ in plaats van een maatschappelijke en kentheoretische nederlaag. Sadiq stelde dat ‘zij (de gelovigen) diep in hun hart liever gewild hadden dat deze seculiere krachten niet de overwinning hadden behaald en dat de kerk niet op deze manier ‘bevrijd’ was, een bevrijding die feitelijk heeft plaats gevonden ondanks de kerk en tegen haar wil en niettegenstaande haar felle verzet tegen dezelfde bewegingen, waarvan zij nu zeggen dat deze hebben geleid tot de bevrijding van de christelijke godsdienst!’ 

Want Sadiq geloofde helemaal niets van die valse blijheid over de bevrijde positie van de moderne kerk. De flinterdunne redenering van sommige geestelijken die hun achterban wilden laten geloven dat het altijd al zo de bedoeling was geweest van de christelijke leer, om ‘de keizer te geven wat van de keizer was’ en als kerk enkel een geestelijk domein te claimen. Dat is geheel in tegenspraak met de christelijke geschiedenis die zich kenmerkt door voortdurende machtsuitoefening in wereldse zin en overvloedige rijkdom, pracht en praal en daarom kon het geen enkele geloofwaardigheid genieten. Het was bovendien een mes in de rug van iedereen die zich sterk had gemaakt voor de positie van de kerk ten tijde van de opkomende wetenschap en secularisatie. Maar het was een onmogelijk dilemma voor de kerk die in de moderne tijd wilde overleven, deze noodzaak om zich voor een substantieel deel van haar eigen verleden los te maken en haar tradities in veel opzichten te verklaren als ‘niet wezenlijk’ voor de christelijke leer, omdat de traditionele geloofswaarheden niet langer vol te houden waren en de macht van de kerk simpelweg was uitgespeeld.

Marginaal of fundamentalistisch geloof

Het is jammer dat veel seculiere denkers in onze tijd proberen van de kerk een soort humanistisch instituut te maken van ‘waardevolle rituelen en tradities’ dat ook een beetje mee mag doen, zo lang maar niet teveel gehamerd wordt op antieke geloofswaarheden. Het zou veel consequenter zijn om een strikte scheiding te maken tussen de transcendente vermogens van de menselijke geest en de religieuze en spirituele tradities als meer of minder intelligente gevolgen van die menselijke conditie. Gebeurt dat niet, dan blijft de absurditeit bestaan van een religieus-mythologisch paradigma, waarin de mens iets aan God verschuldigd is (en aan de naar goddelijke orde geschapen wereld) in plaats van aan zichzelf en zijn bestemming als een met rede begiftigd wezen. Wat is de waarde van een kerk die in haar eigen absolute waarheden weinig geloof heeft of juist een opblazen emotioneel geloof dat enkel kan bestaan door ontkenning van de ondermijning van haar geloofsbronnen die al lang een feit is. Waarbij het persoonlijke contact met God of Jezus of een engel als bewijsvoering wordt gezien van een eeuwenoud geconstrueerd boek, dat geheel los staat van de geestelijke capaciteiten die de mens aangeboren zijn en die enkel op verschillende wijzen en in verouderde culturele context zijn genoteerd als ervaringen van anderen in het verleden. Jezus is niet nu ‘aanwezig’ zoals sommige gelovigen denken. De werkelijkheid van de levenskracht is overweldigend aanwezig voor wie zich daar spiritueel voor openstelt. En zolang daar de verste reikwijdte niet van gevonden is hoeft er geen christelijk, joods, islamitisch of boeddhistisch stempel op geplakt te worden. Het zijn maar namen waarmee mensen iets in kaart proberen te brengen van de vermogens van het menselijk bewustzijn voorbij de grens van zijn zintuiglijke gerichtheid.

De mythologische waanzin

Religie is het gevolg van het potentieel in de mens, in zichzelf is ze niets. Het is een verzameling van verslagen van mensen hun spirituele ervaringen met daar omheen een mythologisch kader om het een kosmische dimensie van betekenisgeving te verschaffen, voornamelijk omdat mensen in vroeger tijden door de afwezigheid van de psychologie niets bij zichzelf konden houden, maar alles projecteerden op de samenleving om zich heen. Met name in dat opzicht is religie anti-modern, vanwege het collectieve karakter van veel geloofsvoorstellingen, dat de individuele waarde van mensen zowel kan neerhalen (wel of niet ‘uitverkoren’ zijn, hemel of hel, ‘in de gaten gehouden worden’) alsook een inflatie kan laten ondergaan door teveel zaken uit het persoonlijk leven in een kosmische schaal te leggen en in allerlei soorten van voorvallen in de wereld continu ‘tekenen’ te zien van een op handen zijnde tijd die het Heilig schrift al heeft aangekondigd. Openbaringsreligie is mythologische waanzin, omdat niet begrepen wordt dat het om mythologie gaat. Een mythologisch verhaal dat als zodanig gelezen wordt kan symbolische betekenissen aandragen van levensprocessen en het bewustzijn verruimen, maar dat speelt zich af op psychologisch-spiritueel niveau. Bij religie is de mythologie de waarheid zelf en ze wordt dus nergens op betrokken in symbolische zin, maar onderwerpt de gelovigen rechtstreeks aan haar inhoud. De mens moet knielen voor het geloof in plaats van zijn eigen bewustzijn te verrijken met de archetypische symbolen die zijn persoonlijke ontwikkelingsproces uitbeelden. Modern geloof bestaat daarom niet en evenmin gematigd geloof. Geopenbaard geloof kan niet gematigd zijn, maar wel gedomesticeerd, ondergeschikt gemaakt aan de macht van de rede en de wetenschap, de echt dominante maatschappelijke krachten.

Christendom en jodendom geen bondgenoot

Het christendom en het jodendom kunnen nooit een bondgenoot zijn in het bestrijden van een politieke en fundamentalistische islam, omdat ze in hun eigen aard daarvan weinig verschillend zijn. Ze zijn anders in manifestatie door de maatschappelijke nederlaag van het geloof in de westerse samenleving, maar de geloofsvoorstellingen zelf zijn even bijgelovig als die van een willekeurige IS-stijder. Het verschil zit vooral in de afwezigheid van gewelddadigheid, door de afgenomen pretentie rond de waarheidsvraag. De islam is in haar hele geschiedenis nooit aan serieuze geloofskritiek onderhevig geweest en daarom leven veel moslims (ook de gematigden) nog in een geloofsparadigma met een wetenschappelijk-culturele invulling en niet in een wetenschappelijk paradigma met religie als een van spirituele inhoud beroofd overblijfsel uit vroeger tijden. Daarom wordt heden ten dage in grote delen van de islamitische wereld de terugkeer naar de ware islam nog steeds gezien als de oplossing van de politieke, sociale en economische problemen waar ze mee kampen en zien ze een ideale samenleving als een islamitische samenleving. Heel treurig, maar vanwege bepaalde historische ontwikkelingen de laatste driehonderd jaar eigenlijk onvermijdelijk.

Sven Snijer      



(1)In het jaar 1907 kondigt de paus af dat Mozes de ‘ware auteur’ is van de Pentateuch (waarin ook de dood van Mozes beschreven staat!)

Op 21 april 1964 verkondigt de paus via een Pauselijke Bijbelcommissie dat de evangeliën ‘historische waarheid’ zijn.

(2)Protestanten in de Verenigde staten van de American Bible League keren zich in 1912 in twaalf pamfletten (‘fundamentals’) tegen de bevindingen van de Bijbelwetenschap.