maandag 3 augustus 2015

Waarom de Transitie niet kan slagen


Tijdens de voorbereiding van de nieuwe jeugdwet in 2014 toen verschillende maatschappelijke groeperingen nog probeerden de wet tegen te houden, omdat ze van mening waren dat de Transitie een risicovol gebeuren was met te weinig garanties, was toenmalig Jeugdzorg-bestuursvoorzitter in Amsterdam Erik Gerritsen(1) de mening toegedaan dat als de jeugd-GGZ niet ook zou worden overgeheveld naar de gemeenten ‘ze de hele jeugdwet maar beter konden afblazen’.

Indien de j-GGZ zou worden uitgezonderd van de overheveling naar de gemeenten kon er van kostenbesparing op gemeentelijk niveau van jeugdhulpverlening geen sprake zijn, want die besparing zou volgens het kabinet met name gerealiseerd worden door de Sociale Wijkteams die de specialistische hulp voor een aanzienlijk deel overbodig zouden maken.(2) Daarom moest het doorverwijsgedrag van de huisarts ook aan banden worden gelegd door gemeentefunctionarissen en daarom kon de Transitie die werd opgelegd door Den Haag ook onmiddellijk gepaard gaan met een bezuinigingsslag.

'Haagse Curie'

Herinnert u zich nog de positivistische drie-eenheid die opeens uit de hemel kwam vallen? Het ‘ontlabelen’, ‘de-medicaliseren’ en ‘normaliseren’ waar de ‘Haagse Curie’-de Raad voor Maatschap-pelijke Ontwikkeling- op zeker moment over begon te profeteren? Zij zag een nieuw Nederland voor zich, waar kindertjes bevrijd zouden zijn van ingebeelde ziektes om vrolijk en (medicijnen)vrij te participeren op normale scholen, alsof al die speciale scholen van voorheen allemaal voor niets in het leven waren geroepen. Het moest maar eens afgelopen zijn met die aanstellerij en probleemafleiding van ouders die niet konden opvoeden. De Sociale Wijkteams zouden wel even bepalen wie er wel en wie er niet mocht worden doorverwezen naar een specialist voor aangeboren psychische aandoeningen. Ondanks dat in de ‘Memorie van antwoord’ van Teeven en Van Rijn verzekerd werd dat het wijkteam van de gemeente niet op de stoel van de huisarts zou gaan zitten, werd al snel duidelijk dat de gemeenten de huisartsen wel degelijk zouden gaan beïnvloeden.

‘To be or not to be’

Nu er na zeven maanden decentralisatie-genot nog steeds bijna geen hond naar de Sociale Wijkteams gaat, is de overheveling van de j-GGZ niet alleen volkomen zinloos gebleken, maar hebben de gemeenten voor jaren een financieel blok aan het been. (We kunnen al reikhalzend uitkijken naar de stijging van de gemeentelijke heffingen om deze ellende te ondervangen) We moesten volgens oud-wethouder van jeugdzaken in Amsterdam Pieter Hilhorst ‘radicaal kiezen’ voor de Civil Society. Dat was nodig omdat de Sociale Wijkteams niet een ‘beetje’ konden functioneren, net zoals een vrouw ook niet een beetje zwanger kan zijn. De wijkteams zouden ofwel de spil zijn in de hulp aan jeugdigen of ze zouden niet zijn…Daarom werd er in het Koersbesluit van de gemeente Amsterdam ook gebruik gemaakt van de stoere taal als ‘doorzettingsmacht’ voor de Ouder-en Kindadviseur, omdat men verwachtte dat de hele boel via de wijkteams gestroomlijnd kon worden.

Zo niet, dan zou de heilige drie-eenheid die de RMO de politici had voorgetoverd onmogelijk zijn. Je kunt nu eenmaal niet ontlabelen, de-medicaliseren en normaliseren als iedereen gewoon naar de huisarts blijft gaan en zijn kind laat doorverwijzen naar deskundige hulp (die nu de gemeente moet betalen), want de huisarts grossiert niet in Tripple-P cursussen. En hij heeft ook niet zoveel op met de ‘buurvrouw-plus’ die in sommige gemeenten wordt ingezet, die vooral ‘op haar onderbuikgevoel’ afgaat bij haar gezinsbemoeienis. Wat we nu zien gebeuren met de Sociale Wijkteams heeft een sterke gelijkenis met de ambitieuze plannen die toenmalig minister van gezinszaken André Rouvoet had met de Centra voor Jeugd en Gezin. Niemand gaat er naartoe, want niemand heeft er vertrouwen in. Het blijft ondertussen politici verbazen dat ouders hun kind liever niet toevertrouwen aan het niveau ‘sociaal werk’ als ze ook rechtstreeks naar een deskundige kunnen gaan.

Als een nachtkaars uitgegaan

Het verschil met de CJG’s is dat die alleen een verspilling waren van een grote zak met geld, maar dat er verder geen haan naar kraaide. Het is als een nachtkaars uitgegaan, de grote verwachtingen die ze ervan hadden. Voor de Sociale Wijkteams staat er echter meer op het spel, want de mislukking daarvan betekent een mislukte sociale omwenteling, een uiteenspatten van een politieke utopie. Een stelselwijziging die op goed geloof is doorgevoerd, zonder dat er harde cijfers beschikbaar waren over de slagingskans, omdat de Tweede Kamer al instemde met de decentralisatie toen degenen die het plan moesten gaan uitvoeren (de gemeenten) nog geen flauw idee hadden wat het allemaal zou gaan betekenen. Het zou gaan lukken, omdat het ‘moest lukken’ volgens de verantwoordelijke ministers en staatssecretarissen. Falen was geen optie, want er was geen plan-B. 


Vroegsignalering en melding

Met de decentralisatie werd ingezet op het verminderen van de aantallen probleemkinderen, zowel door sociale controle met wijkteams waardoor problemen zouden kunnen worden opgespoord voordat ze escaleren, als door ieder kind zorg op maat te leveren die daardoor effectief en kortdurend zou zijn(3). Als het zo was als het kabinet dacht, dat veel kinderen ten onrechte waren gediagnosticeerd met een aangeboren aandoening, dan moest het werkelijke probleem in de sociale sfeer worden gezocht. Vroegsignaleren (van kindermishandeling) en ophouden met onnodige pilletjes en dure behandeling door specialisten (GGZ-psychologen) zou een enorme besparing opleveren in de zorg aan jeugdigen en bovendien was het voor de jeugdigen zelf ook beter. Die voelden zich toch maar gestigmatiseerd door Speciaal Basis Onderwijs en moesten opeens met alle geweld naar een gewone school. En zelfs als een kind echt iets zou mankeren, dan nog kon er geld bespaard worden door het eigen netwerk van een gezin in te schakelen en op die manier specialistische begeleiding te minimaliseren. Het klonk allemaal zo mooi…

Er wordt momenteel vanuit Den Haag weinig uitleg gegeven over wat het voor gemeenten betekent dat de Sociale Wijkteams worden omzeild door de burger. Het verwachtte succes daarvan was de legitimatie van de bezuiniging die een onderdeel was van de decentralisatie. Het zou allemaal veel goedkoper worden in de zorg aan jeugdigen door de Eigen Kracht van de burger. Voor het gemak ging het kabinet voorbij aan een aantal voor de hand liggende gegevens, zoals dat in Nederland altijd al veel vrijwilligers aan het werk waren en dat mantelzorg al overal werd toegepast. Dat daar dus niet zoveel rek in zat en dat het bovendien politiek-sociaal gezien een beetje een vreemde praktijk is dat je voorzieningen waar mensen wettelijk recht op hebben opeens voorwaardelijk gaat maken, omdat de gemeente wel zal bepalen of de mensen het niet gewoon zelf kunnen. Procederen tegen je eigen gemeente als hoogbejaarde voor de broodnodige thuishulp als moderne vorm van beschaving. Een kind dat eerst moet mislukken op het normale onderwijs, voordat het recht heeft op onderwijs dat wel van toepassing is op zijn eigen ontwikkelingsniveau. En wat schiet de maatschappij er eigenlijk mee op als iemand zijn baan moet opzeggen om voor een familielid te gaan zorgen?
  
De top-800

De harde werkelijkheid van de Transitie is dat het geen betrouwbaar systeem is, maar een geloofswaarheid. Een sociaal experiment over de rug van de meest kwetsbaren in de samenleving; ouderen en kinderen met problemen. De veronderstelling was in Den Haag dat door de gemeenten financieel verantwoordelijk te maken voor de zorg aan jeugdigen dezen vanzelf betere kwaliteit zorg zouden leveren, omdat het centraal en ‘dichtbij’ georganiseerd werd. Beter dan bij Bureau Jeugdzorg waar de overmaat aan gedwongen maatregelen via de kinderrechter vanaf 2004 steeds meer zorgen ging baren. Maar kunnen de gemeenten al die gedwongen maatregelen dan voorkomen met hun klantvriendelijke jeugdhulp via het eigen netwerk? Het ziet er naar uit dat ze de probleemgezinnen via de Sociale Wijkteams niet eens in de peiling krijgen, dus zullen de meeste signalen als vanouds via de politie blijven binnen komen.(4) De top-800 van geharde jeugdcriminelen in Amsterdam zal niet gauw gaan slinken op deze manier en de schietpartijen in woonwijken op klaarlichte dag met kalachnikov’s door achttien -of twintigjarigen blijven voorlopig nog een speciale attractie.


Dan wel een diagnose....

Het opvallende is dat ze die jeugdcriminelen zodra ze voldoende zijn geëscaleerd en een serieus strafblad hebben opgebouwd wél opeens willen diagnosticeren, om er achter te komen wat ze beter vijftien jaar eerder hadden kunnen onderzoeken. Maar dat was toen natuurlijk te duur (en te stigmatiserend). Toen was het beter om ze eerst ‘carrière’ te laten maken via justitie om achteraf te legitimeren waarom zulke ‘zware middelen’ als diagnostisch onderzoek nodig zijn. Eén van de redenen waarom men met het plan van de Transitie kwam was dat het volgens staatssecretaris Teeven in tien of twintig jaar tijd ‘niet gelukt was om specialisten in de toegangspoort tot de jeugdzorg te krijgen’(5) wat geen van de politici ertoe bracht om een onderzoek in te stellen naar de reden daarvan. Men nam het gewoon als een feit aan. Als een wet van de natuur. Jeugdzorgwerkers en specialisten liggen elkaar gewoon niet en gaan toch nooit samenwerken, dus laten we als politiek partij kiezen voor de opvoedpolitie en de specialisten buitenspel zetten! Laten we de regie in handen geven van de leider van een wijkteam (generalist) en die kan dan lekker de rem zetten op al die valse diagnoses die het jeugdwerkers zo moeilijk maken om alles tot een sociaal probleem te reduceren.

Nauwelijks preventie

Er is dus van preventie op gemeentelijk niveau nauwelijks sprake, maar de specialistische hulp voor jeugdigen moet wel betaald worden. Het vertrouwen in de wijkteams had best groot kunnen zijn als er specialisten in de toegangspoort waren gezet en niet slechts ‘op afroep beschikbaar’ als de wijkteamleider het nodig vindt. Het plaatsen van diagnostische zwaargewichten in de poort werd al geadviseerd voor de oude jeugdzorg, maar dat vond men niet nodig want de stelselherziening zou alle problemen vanzelf oplossen. De term ‘perverse prikkels’ werd veel gebezigd, alsof het alleen ging om verkeerde geldstromen in plaats van een verkeerde mentaliteit en machtsmisbruik om het amateurisme te camoufleren bij AMK, Bureau Jeugdzorg en de Raad voor de Kinderbescherming. Bovendien werd er consequent een volkomen tegenstrijdig beeld gecommuniceerd over de jeugdhulp van de toekomst, want aan de ene kant werd er zwaar ingezet op mishandelingsignalering en werden burgers en instanties (scholen) aangespoord om vooral snel te melden, terwijl aan de andere kant de inzet van Eigen Kracht juist een groter geloof in de integriteit en zelfstandigheid van de burger impliceerde.  

Ideologisch drijfzand

We horen de laatste tijd van de landelijke en lokale overheden geruststellende mededelingen dat de Transitie soepel verlopen is, wat afgezien van de PGB-chaos die nog steeds voortduurt vooral betrekking heeft op het instrumentele gedeelte van de overheveling. De gemeenten zijn enigszins gewend geraakt aan hun nieuwe rol en er is geen totale paniek uitgebroken. Dat was het wel zo’n beetje, want van het belangrijkste doel van de decentralisatie, de preventieve werking door de wijkgerichte aanpak komt vooralsnog niets terecht met 3 á 4 procent aandeel in het totaal van hulptrajecten. Een geloofwaardige Transitie had minimaal met 25% wijkteam aandeel van start moeten gaan en als een geoliede machine onmiddellijk geldbesparend moeten werken. Voor de daarop volgende jaren had dat percentage moeten stijgen zodat de wijkteams uiteindelijk een centrale rol zouden krijgen in de jeugdhulp. Op die manier hadden de gemeenten regie kunnen voeren en hun kosten kunnen drukken door een integrale aanpak van specialistische en sociale aspecten van de hulpvraag van jeugdigen (even heel ideaal gesteld).

Haastig doordrukken

Om verschillende redenen was dit onrealistisch en dat lag niet alleen aan het ideologische drijfzand waar het stelsel op gebouwd is, maar eveneens aan de slechte voorbereiding en gehaaste manier waarop alles vanuit Den Haag is doorgedrukt, zelfs tegen adviezen in van de mensen die de voortgang van de Transitie moesten monitoren. De Ouder-en-Kindadviseurs in Amsterdam die vanuit de scholen zouden gaan opereren, hadden op 1 januari 2015 geen beschikking over de beloofde psychiatrische basiskennis, nog geen ervaring met de ‘zware gevallen’ en hun positie als gemeenteambtenaar binnen de scholen was juridisch nog onduidelijk. Reden voor de toenmalige jeugdzorgbaas Erik Gerritsen om voor zijn JBRA alvast van tevoren een driejarig contract met de gemeente af te sluiten om de werkgelegenheid voor zijn medewerkers, maar ook de kennis en ervaring nog een tijdje in stand te houden, want hij zag de bui met de sociale wijkteams natuurlijk al hangen. De gemeenten hadden geen idee wat er over ze heen kwam, omdat de meesten van hen geen voorkennis hadden over wat er in het oude jeugdzorgsysteem niet had gewerkt en waarom de overheid voor deze oplossing had gekozen.

Protest

Het had iets te maken met de hulp ‘dichtbij’ organiseren en Eigen Kracht en daarom zou het veel goedkoper worden en leuker. Maar dat had alleen gekund als de decentralisatie er geruisloos doorheen was gesluisd en niemand was gaan nadenken over de politiek-sociale consequenties van marktwerking in de zorg voor jeugdigen. Helaas voor het kabinet begonnen verschillende groepen stemming te maken en werd al gauw geroepen dat de wijkteams de toegang tot specialistische hulp zouden gaan blokkeren, net zoals Bureau Jeugdzorg zo vaak had gedaan. Toen de protesten begonnen aan te zwellen en ook de specialisten in actie kwamen, werden de bewindslieden ertoe gedwongen overduidelijk te maken dat de rechtstreekse toegang tot de huisarts en zijn doorverwijzing naar specialistische hulp gewoon gehandhaafd zou blijven in de nieuwe jeugdwet. En dat was meteen het ideologisch failliet van het hele plan, want er bleef zodoende een ontsnappingsroute over voor ouders om aan de gemeentelijke regie te ontkomen en de hulp voor hun kind in eigen hand te houden. De geplande sociale omwenteling lag daarmee op zijn gat nog voordat de wijkteams operationeel waren.

Gewoon vertrouwen?

Voor 1 januari 2015 hadden de gemeenten op de meeste vragen van kritische burgers nog geen antwoord en werd alles afgedaan met een beroep op de voorlopigheid van de maatregelen die in de praktijk nog verder uitgewerkt zouden worden. Je mag toch verwachten dat wanneer de overheid een sociale revolutie in gang zet, ze dat met meer overtuiging en doorzettingsvermogen doet dan met de mededeling dat al die open eindjes na de ingangsdatum van de nieuwe wet vanzelf wel aan elkaar geknoopt zullen worden! Het was bij degenen die met de decentralisatie bij de gemeenten belast waren steeds een kwestie van ‘zoeken’, ‘proberen’, ‘nog wennen aan elkaar’ en meer van dat tentatieve gestamel. Uit alles bleek dat de Transitie vooral op geloof was gebaseerd en dat er concreet nog niets voor elkaar was. Maar dat heeft de dames en heren in Den Haag er niet van weerhouden om gewoon met het megalomane plan in te stemmen en erop te vertrouwen dat de gedroomde regie voor de gemeenten revolutionair zou gaan werken. We moesten vooral veel vertrouwen hebben in de professionals, al wisten de meeste onder hen zelf ook nog niet hoe ze hun nieuwe functie invulling moesten geven. En nu nog steeds, in augustus 2015 zijn ze daar lekker mee aan het experimenteren.

Sven Snijer


(1)Erik Gerritsen is thans Secretaris-generaal van het ministerie van VWS.

(2)”Door deze manier van organiseren en interveniëren, kan het beroep op specialistische en gedwongen hulp worden verminderd. In deze opzet ligt een prikkel besloten voor de gemeente om extra te investeren in preventie, vroeghulp en hulp tot zelfhulp. “ (Memorie van antwoord op het voorlopige verslag inzake de jeugdwet) 


 (3)”De prikkel voor gemeenten zit in het tijdig investeren in passende hulp. (…)De gemeenten hoeft immers minder te besteden aan de jeugdige die kort hulpverlening nodig heeft, dan wanneer er wordt geïnvesteerd in een hulpverleningstraject wat niet aansluit bij de zorgbehoefte van de jeugdige en waardoor de problematiek verergert.” (Memorie van antwoord op het voorlopige verslag inzake de jeugdwet)

(4)Calamiteitenonderzoek Amsterdam - Borgen van veiligheid in kwetsbare gezinnen

Ondanks dat de politie geen partij is die intensief betrokken is bij het bieden van zorg en ondersteuning aan kwetsbare gezinnen, kwam het grootste deel van de meldingen na een crisis van de politie. (september 2015)

(5) https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2014/01/10/memorie-van-antwoord-op-het-voorlopig-verslag-inzake-de-jeugdwet



Update 25 december 2015: 
 

"We kennen meerdere gevallen van druk en soms zelfs intimidatie. Mensen die te horen krijgen: bezwaar aantekenen of in beroep gaan kan gevolgen hebben voor toekomstige indicaties, dus denk er nog maar eens goed over na.”

Precies een jaar geleden stond Nederland aan de vooravond van grote zorgveranderingen. Per 1 januari 2015 kregen gemeenten meer zorgtaken. Veel mensen waren ongerust. Staatssecretaris Van Rijn zette vooraf tien veelgehoorde zorgen op een rij die volgens hem gebaseerd waren op misverstanden over wat er stond te gebeuren. Nu, een jaar later, ging belangenvereniging Ieder(in) na of die zorgen terecht waren.



Update 18 februari 2016:

Door: Maarten van Dun 

De gemeente gaat een criminele familie in Amsterdam, bestaande uit 12 gezinnen en veertig familieleden, onderwerpen aan een strikte aanpak, die lijkt op de Top 600-methode. Volgens de Amsterdamse politie zijn er tientallen van dit soort families in de stad.

Binnen deze 'systeemaanpak' gaan straf en zorg hand in hand, zoals dat ook geldt bij de aanpak van veelplegers in de Top 600. Organisaties als het Openbaar Ministerie, politie, GGD, gemeente en Jeugdzorg werken aanpak intensief samen om crimineel gedrag tegen te gaan en te straffen, terwijl tegelijkertijd wordt gekeken welke hulp het meest effectief is om de familie op het rechte pad te krijgen. De pilot loopt tot eind 2016 en is ook bedoeld om een methode te ontwikkelen die vaker kan worden gebruikt.


Lees verder…..

http://www.parool.nl/amsterdam/gemeente-start-met-top-600-aanpak-voor-grote-criminele-familie~a4247414/


2 maart 2016



Veilig Thuis is zichzelf aan het uitvinden. Het lastige is: dat geldt ook voor de wijkteams, …

In werkelijkheid laat de deskundigheid van die teams inzake mishandeling vaak te wensen over, zeggen directeuren van Veilig Thuis. Wijkteams hangen geregeld aan de lijn bij Veilig Thuis – „klopt onze aanpak voor dit gezin zo?” – en ook dat kost tijd. 

Kinderombudsman Marc Dullaert: 18 maart 2016  
Jeugdhulp nog steeds niet op orde.
 
Zorgen over de deskundigheid van de wijkteams zijn niet verdwenen https://www.perssupport.nl/persbericht/98074/kinderombudsman-jeugdhulp-nog-steeds-niet-op-orde.