dinsdag 25 augustus 2015

De bliksemafleider in het islamdebat


Er zijn mensen die mijn houding tegenover religie en spiritualiteit niet helemaal begrijpen in relatie tot de vrijheid van meningsuiting en de godsdienstvrijheid. Hoewel ik beweer dat ik de Rede als voornaamste methode beschouw voor de menselijke vooruitgang en ontwikkeling (ik ben geen gevoelsfetisjist), lijk ik mensen hun recht op religieuze beoefening te willen betwisten door continu de openbaringsreligies op de korrel te nemen. Hoe kan ik toch zo intolerant zijn om mensen hun ‘persoonlijke’ geloofs-overtuiging aan te vallen, terwijl ik mezelf een redelijk mens vind?

De botsing

De verwarring in deze is dat het niet per definitie getuigt van redelijkheid om overal respect voor te hebben en ieder zijn overtuiging -op grond van het wettelijk recht op die (religieuze) overtuiging- een warm hart toe te dragen. Redelijkheid bestaat niet alleen uit het redelijk om kunnen gaan met de onredelijkheid of bijgelovigheden van anderen, maar ook uit het ontmaskeren en ontmantelen van onredelijke overtuigingen door kritische vragen en tegenwerpingen bij absolute geloofswaarheden. De ‘botsing’ is evengoed een aspect van de rede als de waardering van de verschillen tussen mensen en hun overtuigingen. Naar mijn idee zijn we flink doorgeslagen in de waardering voor  de verschillen en laten we het al meer dan dertig jaar afweten bij het kritisch bevragen van de onredelijke elementen van religie, vooral als het een religie ‘van buiten’ betreft, omdat kritiek daarop gevoelsmatig in de buurt komt van xenofobie en discriminatie. Er zijn veel mensen die menen dat kritiek op de islam ‘racisme’ genoemd kan worden, alsof het moslim zijn een etniciteit is.

Karen Armstrong en Robert Spencer

Deze vergissing staat symbool voor de bliksemafleider in het islamdebat, het idee dat het debat zou moeten gaan over gekwetste gevoelens en die ‘harteloze mensen’ die niets liever willen dan daar op in hakken om zoveel mogelijk emotioneel leed te veroorzaken. (Omdat ze zelf een saai en verbitterd leven hebben en daarom anderen moeten pesten.) Helaas wordt door die verdachtmaking van de intentie van islamcritici de inhoud van hun argumenten over het hoofd gezien en verkrijgen we hiermee geen ideologische duidelijkheid. Zo wist religiekenner en schrijfster Karen Armstrong,(1) die in linkse kringen geldt als een soort heilige van de multi-religiositeit te melden dat het boek van Robert Spencer ‘The Truth about Muhammad’ een ‘hatelijk’ boek is dat geen ander doel heeft dan mensen te kwetsen. Nu heb ik het boek van de week net uitgelezen en ik kan zeggen dat het inderdaad kritisch geschreven is en geen aanbeveling om moslim te worden, maar hatelijk is het beslist niet. De strategie van Spencer is geweest om vooral de islam zelf aan het woord te laten, door zoveel mogelijk van de originele islamitische teksten te citeren en netjes alle namen van gezaghebbende biografen, hadith-verzamelaars en koranexegeten te vermelden, zowel van het verleden als het heden. Op die manier, zal Spencer gedacht hebben, veroordeelt de religie zichzelf en kan ik niet beschuldigd worden van teveel eigen interpretatie en invulling.

Het boek geeft dan ook zelden interpretaties en blijft heel dicht bij de originele teksten, die door verschillende hedendaagse moslimgroeperingen en moslimorganisaties -vaak gelieerd aan verschillende overheden- gebruikt worden om hun geloof mee uit te leggen aan gelovigen en niet-moslims. Deze opzet is de kracht van het boek, want de rode draad is daarmee de islamitische schriftuur zelf en niet een vooringenomen plan van Spencer om een vooraf bepaalde stelling mee te verdedigen. Uiteraard wil hij aan de lezer duidelijk maken dat er een verband bestaat tussen hedendaags religieus geweld, de religieuze teksten en de interpretatie van die teksten door schriftgeleerden, maar hij brengt niets over de islam naar voren wat moslims zelf ook niet doen. 

Karaktermoord

Ik herkende meteen de onreglementaire methode die Karen Armstrong hanteerde, die ik bij wel meer mensen ben tegengekomen wanneer ze intellectueel in het nauw komen; de toevlucht nemen tot karaktermoord. Niet de boodschap is verontrustend, maar de ‘kwade bedoeling’ van degene die probeert ons brein te verhelderen met broodnodige informatie. ‘Hoe kan iemand zulke gemene en harteloze dingen zeggen?’ Het betekent meestal ‘hoe kom ik uit de ijzeren greep van de logica die geen ruimte meer laat voor mijn lang gekoesterde illusies, waarin ik me verbonden heb met talloze andere mensen die mij straks niet aardig meer vinden als ik de ratio toelaat in mijn leven.’ De persoonlijke belangen van de mens spelen vaak een grotere rol in zijn handelen dan zijn zucht naar beter begrijpen. 

Mijn eigen drijfveer is lange tijd een spiritueel ideaal geweest, de verspreiding van het bewustzijn dat er meer is tussen hemel en aarde, maar niet die vrijblijvende en minimalistische wijze van geloven dat er ‘iets’ is, want dat is mij wat te zuinig. En ook niet de blijde weg van de christelijke bekering, want ik sterf liever in de goot dan de hele dag tegen volslagen vreemden te moeten zeggen dat ‘Jezus mijn beste vriend’ is. Als overtuigd Platonist (boeddhist/vedantist) leek mijn taak aanvankelijk gelegen in de overbrugging van psychologie en een filosofisch-esoterisch streven naar hoger bewustzijn waar rozenkruisers en antroposofen het over hebben. Maar mijn gevoel van nuttig bezig zijn ging steeds meer in de richting van de maatschappelijke houding tegenover levensbeschouwing in het algemeen en de islam in het bijzonder. Vooral omdat die religie in opkomst is en onze geseculariseerde samenleving daar een antwoord op moet zien te formuleren, omdat het integratieproces bepaald niet vanzelf gaat. Mijn houding tegenover de islam is in beginsel altijd positief geweest, omdat mijn eerste associatie met dat geloof de soefi-mystiek was.

Barbaarse praktijken

Lange tijd heb ik barbaarse praktijken verbonden met Koranteksten geprobeerd te negeren en te doen alsof het enkel de niet-spirituele en misvormde islam betrof. Mohammed kon zoiets nooit bedoeld hebben met een geloof dat zo nobel en diepzinnig was dat het mensen als Roemi, Saadi en Ibn Arabi had voortgebracht. Maar erg lang kon ik mezelf niet voor de gek houden, omdat ik al vroeg in mijn soefi-belangstelling de Koran aanschafte en een exemplaar van de Hadith. Met mijn eigen ogen las ik over de opdracht die Mohamed gaf aan zijn metgezellen om hem te ‘verlossen’ van een paar van zijn bespotters, onder andere een bejaarde dichter die in zijn eigen huis werd vermoord.(2) Daar werd ik al een beetje uit de droom geholpen, maar het probleem bleef bestaan dat de schoonheid en verhevenheid van het latere soefisme een historisch feit was en dat zij de islam vele eeuwen grote glans had gegeven. Maar hoe lang mag dat een excuus blijven voor andere moslims die de Koranteksten zo lezen dat bloedvergieten ermee gelegitimeerd wordt en dat de Jihad helemaal niet ‘symbolisch’ opgevat hoeft te worden? Deze tegenstelling heeft me lang dwars gezeten, maar vond uiteindelijk een oplossing in de constatering dat de islam door een ontwikkeling van eeuwen op een veel hoger spiritueel plan is gekomen dan waar ze ooit mee begon.

Terug naar het begin

Na de verloren strijd met de Europese mogendheden vanaf 1700 zijn veel islamitische culturen langzaam weer naar de uitgangssituatie van het geloof teruggekeerd en zijn de letterlijke geloofswaarheden manifester geworden (dus ook het bloedvergieten) ten nadele van de spirituele symboliek. Lange tijd had ik het gevoel dat het bekritiseren van de huidige staat van de islam oneerlijk was omdat daarmee miskend werd wat voor een rijke geschiedenis de moslims achter zich hebben, maar we leven als het er op aankomt niet voor de geschiedenis. We leven voor het heden en moeten van de geschiedenis leren voor zover dat ons kan helpen een beter begrip te krijgen van de huidige tijd. En dan hebben Robert Spencer en zijn geestverwanten het bij het rechte eind als ze hun focus richten op de begintijd van de islam. 

Het soefisme dat eeuwen lang de islam spirituele kracht en diepgang gaf leert ons helemaal niets over de huidige politieke islam en de crisis waar de islam momenteel doorheen gaat. De gematigde islam leert ons op dit punt ook niets, omdat zij het product is van die latere tijd ver na de grote Arabische veroveringen, na de bloedbaden in India die miljoenen het leven kostten en na de introductie van de Griekse filosofen in de islam die ruimte schiep voor een bredere kijk op het leven dan enkel de visie van Mohammed. De gematigde islam is een erfenis van een lange geschiedenis, maar de gewelddadige islam die we elke dag in het nieuws zien is ook een erfgenaam van die geschiedenis, de heel vroege geschiedenis van dat geloof. Het is historisch juist als IS ‘terroristen’ om hun domein een kalifaat te noemen, want het eerste kalifaat van de begintijd was ook het centrum van waaruit de Arabische expansie werd gecoördineerd. 

De ware islam

Daarmee zeg ik niet dat zij het ware gezicht van de islam zijn, want wat de ware islam is hangt af van het standpunt dat wordt ingenomen. Ziet men het historisch cultureel dan wordt de ware islam gevonden tussen het jaar duizend en vijftienhonderd, want dat heeft spiritueel en cultureel het meeste opgeleverd voor de wereld, maar bekijkt men het met de ogen van de actualiteit dan is de ware islam een religie die geen tegenspraak duldt, die doodstraf toekent aan afvalligen, die alle vrouwen in het zwart wil kleden en een plek achter het aanrecht geeft. Ik bepleit vanuit de realiteit van het paradigmaverschil tussen de islamitische wereld en het westen, dat we momenteel het beste naar de letterlijke interpretatie van Koranteksten kunnen kijken en het historische voorbeeld van de profeet Mohammed, want concreet gezien heeft de spiritualiteit van de latere islam weinig relevantie voor de komende jaren vanwege factoren van economische, politieke, sociale en dogmatische aard. 

De islam die ons tegemoet treedt in Europa, is hoewel geschakeerd en over verschillende culturen en etniciteiten verspreid toch een geloofswaarheid die zich sterk collectief manifesteert. Al was het maar door de manier waarop moslims zich verdedigen tegen islamkritiek. ‘DE islam wordt beledigd’, ‘ze willen de islam in een kwaad daglicht stellen’, ‘ze doen geen moeite om de islam beter te begrijpen’, ‘wij blijven toch geloven in de islam (omdat dit het ware geloof is), ‘de islam zal uiteindelijk overwinnen’, ‘de islam leert..’, ‘de islam is vrede’, ‘de islam is Gods woord’, enz. Dat klinkt allemaal heel uniform en het wordt nog  een stuk eensgezinder als er een zondebok gevonden moet worden voor misdaden begaan uit naam van de islam, want dan zijn het opeens de joden of de Amerikanen die verkleed als moslims een terreurdaad plegen om ‘de’ islam te belasteren.

Ongelijke behandeling

Wat ik cultuur-relativisten in het westen verwijt (en liberale mooipraters die enkel aan oliebelangen denken en het ‘voorkomen van maatschappelijke onrust’) is dat ze het vrijheidsbegrip hebben versmald tot een onverschillige houding van de overheid die zegt dat burgers mogen doen en beleven wat ze willen, zo lang ze zich maar aan de wet houden. Dit lijkt heel liberaal en respectvol naar de privésfeer, maar als we bedenken dat juist in die privésfeer de plannen worden beraamd die bloedbaden opleveren in het publieke domein dan is wat gelovigen in hun eigen hoofd denken misschien toch niet zo privé als het lijkt. En voordat er meteen mensen opspringen en gaan schreeuwen dat ik een ‘gedachtepolitie’ wil instellen, zouden ze er beter aan doen om er notie van te nemen dat een religie die geen Verlichting heeft gekend, geen individuatie, geen ontmythologisering van geloofswaarheden en geen educatie of emancipatie van haar aanhangers op brede schaal, helemaal niet zoveel individualiteit kent, maar een collectieve (internationale) kracht is, al zijn er nog zoveel onderlinge verschillen. En een seculiere overheid kan wel degelijk invloed uitoefenen op het persoonlijke geloof van mensen, als dat geloof maar net zo wordt behandeld als ieder ander geloof in de multiculturele samenleving, maar dat is nu net wat er niet gebeurt.

Geen respect, maar lafheid

De islam wordt de toetssteen van de rede bespaard, omdat niemand zijn leven wil riskeren met het fileren van de islamitische geloofswaarheden door middel van kritische wetenschap, zoals met het christendom is gedaan. Bij de islam laten we het een beetje in het midden wat we ervan vinden. En dat is, zoals Pat Condell(3) in zijn talloze videoboodschappen vanuit het Verenigd Koninkrijk steeds opnieuw verkondigt, geen ‘respect’ maar pure lafheid. Het zorgt ervoor dat we moeten nadenken of bepaalde mensen ons dood zullen maken als we onze mening ergens over willen geven. De media hebben ons als eerste in de steek gelaten als verdedigers van de vrijheid van meningsuiting, want die boden meteen een podium aan lieden die de barbaarse aanslag op Charlie Hebdo weliswaar ‘verschrikkelijk’ vonden, ..MAAR……dat de redactie van dat blad ‘het er zelf ook wel een beetje naar gemaakt had.’ De filosoof Sam Harris (zie afbeelding) was één van de weinigen die zijn gezonde verstand wist te bewaren bij de collectieve angst voor het terroristische gevaar vlak na de aanslag. Hij zei: ‘Er is geen ‘maar’. Mensen zijn vermoord voor het maken van tekeningen. Einde van de morele analyse…

Sven Snijer