donderdag 20 augustus 2015

De culturele valkuil in het islamdebat



Met zijn artikel ‘Het islamdebat’ op Republiek Allochtonië gooit socio-linguïst en taalkundig antropoloog Jan Blommaert van de universiteit van Tilburg zijn kont tegen de krib in de islamdiscussie en brengt nogmaals alle links-relativistische stellingen naar voren waar al meermalen doorheen is geprikt. Afgezien van zijn terechte verwijt dat veel islamcritici zich vaak net zo irrationeel en dogmatisch opstellen in hun argumentaties als degenen die ze een gebrek aan Verlichting verwijten, is de strekking van het artikel toch vooral dat we alle moslims niet over één kam moeten scheren en dat de islam een ‘sociaal, politiek en cultureel feit is met grote historische diepgang’. Het artikel is een historische en sociologische relativering van islamkritiek die voor een deel geldig is, maar die ons niet helpt te begrijpen waar de huidige wereldwijde crisis in de islam vandaan komt en waarom westerse critici zich steeds meer beginnen te roeren. (1)

‘Gewoon een religie’

Een opmerking in het artikel van Blommaert die onmiddellijk opvalt is dat de islam voor hem niet a priori speciaal of uitzonderlijk is, maar ‘gewoon een religie’. Het is inderdaad gewoon een religie, maar religies zijn niet gewoon. Religies zijn geen onschuldige concentraties van mensen die ‘homogeniteit van waarden en praktijken’ bereiken zoals hij het eufemistisch uitdrukt, maar een verschijnsel uit een andere tijd (of een onderdeel van een cultuur die nog leeft in een andere tijd). Waar het altijd mis gaat in het islamdebat en waarom dit debat zich ook iedere keer zo verhard, is dat de cultuurrelativisten geen inhoudelijke discussie willen aangaan met de islam, zoals dat wel eeuwen lang gebeurde met het christendom. Vanuit een links idee van ‘privacy’ durven ze niet aan de persoonlijke overtuigingen van mensen te komen, die paradoxaal genoeg juist door die sterk homogeniserende werking van religie helemaal niet ‘persoonlijk’ zijn. 

Sharia for Holland

Ze vergeten voor het gemak dat het de publieke aanval is geweest op christelijke geloofswaarheden die ze hun huidige vrijheid heeft gegeven en dat er niemand aan de macht van de kerk had kunnen ontsnappen als burgers het met de christelijke leer ‘persoonlijk’ niet eens waren geweest. Het onderscheid dat Blommaert maakt tussen atheïsme (niet in God geloven) en seculariteit (onderhuids, in de privésfeer) doet daarom in het maatschappelijk debat over de islam niet ter zake, omdat de angst die velen hebben voor de islam gebaseerd is op het feit dat een aantal moslimgroeperingen de grens van hun privédomein naar het publieke domein juist willen overschrijden. En wel in onze democratische rechtsstaat, niet in een of ander achtergesteld islamitisch land. Sharia voor de UK ( Belgium, Holland) brengt landen als Iran en Saoedi-Arabië naar onze voordeur en terecht dat velen daarvan griezelen. Maar het gaat niet alleen over dit soort groepjes van fanatiekelingen, want ook van officiële zijde geven verschillende regeringen van islamitische landen de ondubbelzinnige boodschap dat ze de islam de beste religie ter wereld vinden die zoveel mogelijk moet worden gepromoot, desnoods met geweld. (2)

Onmogelijkheid van godsdienstkritiek

Een geloofsaspect dat altijd wordt overgeslagen door mensen die met de islam sympathiseren als maatschappelijke ‘underdog’ is het permanente ‘beledigd’ zijn van moslims, variërend van het willen verbieden van islamitische afbeeldingen op zeepjes in de westerse supermarkt tot het afbeelden van hun profeet in de krant. De boosheid van moslims wordt door hen steevast toegeschreven aan de stigmatisering van hun religie, maar er is wel wat meer aan de hand. Waar je nooit over hoort spreken in het islamdebat is het begrip ‘Paradigma’, dat in het kader van de islam en moderniteit een uitstekende term is om weer eens van stal te halen. Het is voornamelijk een paradigmaverschil tussen het westen en de islamitische landen dat voor het grootste deel van de problemen zorgt, maar dit wordt vaak onvoldoende uitgelegd. Impliciet is het aanwezig in het betoog van mensen die beargumenteren dat de islam geen Verlichtingsperiode heeft doorgemaakt, maar ik betwijfel of mensen begrijpen dat het veel meer om het lijf heeft dan een politiek-cultureel verschil. Het betreft een geheel andere denkwijze op collectief niveau en maakt dat de beoordeling van veel aspecten van het maatschappelijk leven heel anders verloopt. Vanuit het paradigmaverschil is godsdienstkritiek voor veel moslims gewoon onbestaanbaar, want kritiek op het geloof of op de profeet zou voor hen neerkomen op het beledigen van God zelf. En daarnaast is hun geloof zo verweven met het cultuurmodel dat geloofskritiek ook veel onderdelen van het maatschappelijk leven in het geding zou brengen.

Slechts één auteur

Een extra kwetsbaar punt voor de islam is dat deze religie in beginsel afkomstig is van één persoon, die met zijn eigen boek de voorgaande religies heeft gedevalueerd (de joods-christelijke boodschap zou ‘vervormd’ en ‘vervalst’ zijn) zodat twijfel aan de profeet twijfel is aan het fundament van de islam. Een atheïst als Blommaert zou toch moeten durven zeggen dat Mohammed alles zelf heeft verzonnen en geconstrueerd uit oudere verhalen. Een atheïst gelooft niet in goddelijke openbaring, dus vanwaar al dat ‘respect’ als het op niet meer betrekking heeft dan het menselijke streven naar een ideaal? Religie is een restverschijnsel uit de premoderne tijd en het trekt ons in filosofische en wetenschappelijke zin achterwaarts. Terecht geeft Blommaert voorbeelden van religieuze invloeden in het westen die zich ook nog steeds (op hoog niveau) vermengen met de rationaliteit van onze cultuur. En zeker is het gedrein van Tibet-sympathisanten om herstel van het oude Tibet (dat hij aanvoert om het wat breder te trekken) een roep om herstel van de feodale cultuur die eerder middeleeuws is dan modern. Maar dat bewijst juist dat onze taak in het westen nog lang niet klaar is. Dit soort argumentatie kan geenszins gelden als verzachtende omstandigheid voor de islam, dat we zelf ook nog vaak irrationeel en dom zijn en met twee maten meten. Ik sluit me op dit punt van harte bij de opsomming van Blommaert aan. Het gehuichel van Amerikaanse evangelisten is voor mij niet minder dom dan de brutaliteit van IS terroristen die bloedbaden aanrichten in Irak en Syrië, want beiden leggen hun eigen verantwoordelijkheid ergens anders neer.

De weg van de Rede

Maar bij zijn eigen identiteit als ‘Verlichtings-denker’ heb ik enige flinke tegenwerpingen, want een verlichtingsdenker gelooft in een betere wereld volgens het principe van de Rede en dat betekent geen vals respect opbrengen voor mensen die de eigen verantwoordelijkheid buiten zichzelf plaatsen in een boek. Voor een atheïst moet het in principe niet uitmaken om wat voor soort literatuur het gaat, de Koran of  De Aanslag van Harry Mulisch. Zou Blommaert net zoveel respect opbrengen voor een samenleving gebaseerd op een gemiddelde romanschrijver en zijn fantasieën? Waarom is de Koran dan anders? Mohammed kon militaire middelen aanwenden om zijn ideeën aan anderen op te dringen, maar dat maakt ze niet meer bijzonder. Vóór Mohammed bestond het heilige boek niet en vlak na Mohammed was het opeens de onwrikbare grondslag van een goddelijk geïnspireerde maatschappelijk orde, waarvan niemand meer mocht afwijken. Vreemd toch? Twee andere boeken van beroemde schrijvers die de maatschappij naar hun persoonlijke ideeën wilden veranderen zijn Das Kapital en Mein Kampf van respectievelijk Karl Marx en Adolf Hitler. Die hebben beiden ook maatschappelijke systemen voortgebracht waarbij de protesterende minderheid werd weggedrukt voor het grote ideaal.

Moderniseren onder voorbehoud

Meerdere modernisten en hervormers in de islam hebben geprobeerd de Koran als een stuk ‘cultuurgoed’ te beschouwen, maar dat gaat volkomen mank. De islam is geen traditie die tot ons is gekomen uit lang vervlogen tijden, zoals de vele Griekse mythen en sagen waar talloze toneelstukken op gebaseerd werden in verschillende versies. De Koran was er plotseling, werd dwingend aan de samenleving opgelegd met uitsluiting van andere ideeën (de geschriften van de kritische tijdgenoten van Mohammed bestaan niet meer) en de islamitische cultuur die eruit voortkwam werd hierdoor gestuurd en beperkt. Van de Griekse en Romeinse mythologie kan iedereen gebruik maken, want het is een open traditie. Het is voedsel voor astrologen, toneelschrijvers, psychoanalytici, kunstenaars enz, en daarom heet het cultuur. Het is van ons allemaal en het is eeuwig in ontwikkeling. Er is geen religieuze commissie die bekijkt of we het allemaal wel ‘goed’ doen, op straffe van… Als de Koran een stuk cultuur was geweest, dan zou Mohammed met zijn eigen literaire creatie hebben kunnen aanschuiven bij de voorafgaande boeken in de ‘religieuze cultuur’ als de Bijbel, de Zend Avesta of de Dhammapada. In de middeleeuwen verschenen er regelmatig verhalen van schrijvers die zich baseerden op oudere bronnen en iedereen wist dat. Ze gaven er vaak een andere draai aan en verbonden het daarmee  met hun eigen tijd, maar ze diskwalificeerden de verhalenvertellers uit het verleden niet. Maar Mohammed gaf niet slechts bewerkingen van voorgaande traditionele verhalen, hij verwierp deze en verklaarde zijn eigen versie voor enige en eeuwig geldende waarheid.

De bronnen van de Koran

Wie de Koran ontleed ziet overduidelijk dat Mohammed zich baseerde op specifiek Perzische (3), joodse en Oosters-christelijke bronnen, wat een openbaring ‘rechtstreeks uit de hemel’ erg ongeloofwaardig maakt. Het is rationeel en van verlichtingsdenken getuigend om dat hardop te zeggen en te betwijfelen dat Allah het geopenbaard heeft. Allah is literair gezien het Alter Ego van Mohammed, wat tot uiting komt in de talloze openbaringen in de Koran die een bijzonder opportuun karakter hebben. Allah bemoeit zich continu met triviale aangelegenheden om Mohammed bij alles te rechtvaardigen in sociaal verband en laat het nu net de geloofwaardigheid van de profeet zijn die tien jaar lang het hete hangijzer is in Mekka! De Koran loopt over van de frustraties van Mohammed dat zo velen zijn boodschap niet willen aanvaarden en daarom zwaait hij voortdurend met vergelding in het hiernamaals voor hen die zijn religie verwerpen en overvloedige beloningen voor hen die hem aanvaarden. Zogeheten allemaal in het belang van deze critici en hun zielenheil, maar in werkelijkheid zijn het de overredingskunsten van een boodschapper met een imagoprobleem.

De Koran bewijst ‘zichzelf’

Het fragmentarische karakter van veel teksten (waarin hij helemaal niets uitlegt over de Bijbel of de Thora) maakt duidelijk dat de openbaringen in de Koran meestal maar één functie hebben en dat is de geloofwaardigheid van Mohammed bevestigen. Het is alsof Mohammed in een constante rap-battle verwikkeld is met degenen die hem willen ‘dissen’. Waarom geloven ze hem nou niet, want hij bedoelt het zo goed! En de kritiek dat Mohammed uit oudere bronnen zou putten en christenen en joden zou napraten was in zijn eigen tijd al het belangrijkste element van het conflict dat naderhand zou leiden tot het militante karakter van de islam. En als zijn tijdgenoten al hun rationele twijfels hadden bij de ‘goddelijke boodschap’, waarom hebben zoveel wetenschappelijk denkende mensen in deze tijd daar dan zo’n moeite mee? Zijn zij soms minder intelligent dan de tijdgenoten van Mohammed? Mensen die de islam als cultuur blijven zien zijn helemaal geen verlichtingsdenkers, maar cultuur-relativisten die de superioriteit van hun eigen op wetenschap en rede gebouwde cultuur naar beneden halen door een vals respect op te brengen voor een derdewereldgodsdienst die niet kan begrijpen dat we in het westen in een antropocentrische maatschappij leven en niet in een (semi-)theocratie. De mens richt zich in de moderne wereld niet langer naar een ‘door God gewilde’ maatschappelijke orde, maar richt de maatschappij in naar de menselijke maat en naar datgene wat hij zelf humaan en redelijk vindt. Dat religie daar nog steeds een plaats in heeft is meer een blijk van ‘levende geschiedenis’ dan een verwijzing naar de toekomst. Religie bestaat nog steeds omdat ze nog niet geheel is verdwenen, maar op termijn zal dat zeker gebeuren met alle huidige manifestaties ervan.

De Eeuwige Religie

Laat ik nog eens de vergelijking maken met een echte culturele traditie op religieuze grondslag, het hindoeïsme. Dat is daadwerkelijk een open systeem waar al duizenden jaren aan wordt toegevoegd door uiteenlopende profeten, zieners, heiligen, filosofen en wijzen en het is nog steeds niet afgesloten. Het heet ‘Sanatana Dharma’ - de Eeuwige religie, omdat men in India begrijpt dat niemand het kan claimen en dat ook niemand het kan verpesten. In deze traditie gaat het er niet om dat iemand juist heeft gekozen voor het ‘ware geloof’, maar dat een mens groeit in zelfkennis, omdat volgens de Vedanta-filosofie niemand ooit afgesneden is van de goddelijke realiteit. En niemand voelt zich beledigd als de leer niet wordt aanvaard, want een persoon schaadt daarmee enkel zichzelf en vertraagt hooguit zijn persoonlijke evolutie met een paar extra levens. Ongeloof is geen misdaad en geloof geeft geen onmiddellijke toegang tot het Paradijs. Mensen doden uit naam van het geloof maakt geen ‘martelaar’, maar levert negatief karma op waar men zelf de prijs voor moet betalen. Maar evengoed leidt het hindoeïsme ook aan de mankementen van het mythologisch wereldbeeld zoals de islam en het christendom, omdat ook hier het onderscheid tussen de archetypische werkelijkheid van de mythologische verhalen (die een uitbeelding zijn van het innerlijke spirituele proces) en de wetenschappelijke werkelijkheid niet altijd duidelijk is, maar in de diepere lagen van de Vedanta-filosofie komt dit onderscheid helder naar voren. Uiteindelijk hoeft in deze cultuur niets te worden aanvaard op het gezag van een autoriteit van buitenaf.

Radicalen leiden het debat

Mensen die pretenderen zelf atheïst te zijn en welwillend omgaan met openbaringsgeloven, laten de deur open voor allerlei soorten van achterlijkheid en repressie die verbonden zijn met de onfeilbaarheid van personen waarvan gezegd wordt dat ze boven kritiek verheven zijn, zoals de profeet Mohammed. En hoe verlicht en ontwikkeld is dat? Het is mooi makkelijk om jezelf ervan af te maken en te stellen dat een religie een cultuur is, alsof die cultuur niet een specifieke doctrine kent die zichzelf daarmee boven de rest van de samenleving  plaatst. Een groot percentage moslims in Nederland vond volgens recent overheidsonderzoek dat de islam niet verenigbaar is met de democratie en dat is rechtstreeks terug te voeren op het religieuze paradigma dat aan de moderne tijd vooraf ging, dat goddelijke wetten boven menselijke wetten staan. Zo bezien lijkt cultuurrelativisme de oplossing van lafaards en niet een teken van schappelijkheid, redelijkheid of tolerantie. Het is typerend voor veel linkse denkers om alle extremiteiten in de wereld tegenwoordig als ‘fascisme’ te bestempelen en daar (sinds het bekend worden van de communistische strafkampen en massamoorden) enkel nog een mentaliteit mee te bedoelen, in plaats van een welomschreven ideologie, wat het fascisme en het communisme feitelijk zijn. Op die manier ontspringt ook de islam de dans met haar ideologische ondersteuning van geweld tegen de tegenstanders van het geloof, want je kunt je dan makkelijker richten op individuele moslims die sociaal en vriendelijk zijn.   

Jurken en baarden

Het is feitelijk een miskenning van de religieuze boodschap van de islam die wordt gedegradeerd tot cultuur, waarvan de ambities voor veel gelovigen verder gaan dan een mooi geïntegreerd stukje stof te worden in de multiculturele lappendeken van onze samenleving. In het theologisch paradigma moet het ‘ware geloof’ nog steeds overwinnen en dat mag voor een aantal in het westen gevestigde moslimorganisaties best gepaard gaan met een tijdelijke schijnaanpassing aan de democratische rechtsstaat om tenslotte het systeem tegen ons te gebruiken. Als je ziet dat er in een modern en ontwikkeld land jonge mannen over straat lopen in jurken met baarden, die roepen dat ze onze democratie niet respecteren, de rechtbank niet, dat homo’s de doodstraf verdienen, dat ze gescheiden onderwijs willen voor mannen en vrouwen en dat ze hier over vijftien jaar de baas willen zijn, dan moet er bij ieder rationeel en ‘verlicht’ mens toch een alarmbelletje gaan rinkelen. En het is inderdaad niet de meerderheid van de moslims in het westen die zich zo manifesteert, maar de meerderheid spreekt het ook niet tegen. Dat komt omdat moslims hun eigen religie enkel kennen als cultuur en traditie en vrij onbekend zijn met de letterlijke inhoud van hun geloofsteksten. De radicalen die wereldwijd in het islamdebat de boventoon voeren en die drijven op de politieke instabiliteit en economische onzekerheid van veel islamitische landen, kennen hun geschriften wel en dat brengt gematigde moslims regelmatig in verlegenheid.

Een islamitische infrastructuur

Aanvankelijk had ik nog een welwillende houding tegenover het voorstel van de Rotterdamse burgemeester Aboutaleb voor een islamitische infrastructuur, om te komen tot in Nederland opgeleide en geïntegreerde imams, maar hoe langer ik er over nadenk, hoe meer de twijfel daarover begint te groeien. Voor een echte integratie zal het feitelijke leven van Mohammed onder de loep moeten worden genomen, inclusief zijn veelwijverij, zijn seksslavinnen, zijn geweldslegitimatie en het sterk autobiografische karakter van de openbaringen die meer onthullen over de mens Mohammed en zijn omstandigheden dan over de goddelijke realiteit. Alleen op die manier kunnen de Koranteksten in hun historische context worden geplaatst en dat is nodig om de universele toepasbaarheid ervan te bestrijden die nu aanleiding geeft tot een ongedefinieerde ‘strijd tegen de ongelovigen’ gedurende een onbeperkte tijdspanne. Maar als aan de universele betekenis van de teksten wordt getwijfeld komen moslims op een hellend vlak, want wie aan één aspect van de leer begint te betwijfelen kan een domino-effect verwachten voor de rest van de geloofszekerheden.

De dubbele binding

Daarom zijn islamitische uitleggingen in de historische context ook uitsluitend bedoeld om Mohammed ‘s optreden onder alle omstandigheden te rechtvaardigen als het meest zuivere rolmodel denkbaar en nooit om zijn boodschap te relativeren. De meeste islamitische ‘modernisten’ van vandaag willen moderniseren binnen de islamitische context van een onbetwijfelbare goddelijke openbaring, waarbij ze enkel de interpretatie van bepaalde zaken willen veranderen, maar nooit het geloof in de openbaring zelf. En daarmee is het verlichtingsproces voor de islam in feite onmogelijk, want kritiek op de profeet betekent kritiek op de Koran en de Koran is de enige bron die moslims hebben. Het is een ‘dubbele binding’ waar ze niet uitkomen. Echte moderniteit betekent een kettingreactie van twijfels op gang brengen omtrent de theologische waarheid en de Koran en Mohammed afschermen van alle kritiek betekent indirect het in stand houden van fundamentalisme en terrorisme, want zo lang niemand betwist dat Mohammed’s boodschap onfeilbaar is mag iedereen uit de geschriften halen wat hij nodig heeft voor zijn eigen zaak.

Sven Snijer  


(2)”The Muslims are required to raise the banner of jihad in order to make the word of Allah supreme in this World, to remove all forms of injustice and oppression, and to defend the Muslims.”

(Website of  Islamic Affairs Department (IAD) of the Saudi Arabian Embassy in Washington DC, november 2003). Bron: ‘The Truth about Muhammad’, Robert Spencer.

(3)Beschrijvingen van het Paradijs in de Koran bijvoorbeeld hebben opvallende overeenkomsten met de beschrijvingen ervan in de Perzische religie van Zarathoestra en zelfs met de geschriften van de hindoes (die beiden wortels hebben in de Indo-Iraanse cultuur) Ze zijn nergens te vinden in de geschriften van joden of christenen, in welke traditie Mohammed zichzelf graag ziet als profeet.