donderdag 13 augustus 2015

‘Voedselbank en participatiegeloof’


Het probleem van de participatiesamenleving is niet dat bepaalde zaken wat rommelig verlopen bij de overheveling van zorgtaken naar de gemeenten, maar dat de achterliggende gedachte ervan is gecorrumpeerd. En dat was toch al niet zo’n briljant uitgangspunt. Het neoliberale denken van een zich terugtrekkende overheid is geheel in strijd met de pedagogische Civil Society waar het allemaal mee begon, want daarbij speelde de overheid juist een actieve rol richting de burgers om hun eigen kracht te faciliteren met concrete middelen, zodat ‘samen leven’ werd ondersteunt door samen vormgeven. De sociale samenhang in een wijk was daarbij zowel een gevolg als voorwaarde om het te laten slagen. En je kon pas weten of het zou werken als het in een wijk daadwerkelijk geslaagd was.   
                                                 

Vooruitlopen op het resultaat

Wat we nu zien gebeuren is dat het beoogde resultaat van meer sociale samenhang in de wijk en hierdoor een geldbesparing voor de overheid door de  toegenomen zelfred-zaamheid van de burgers, meteen als uitgangspunt wordt genomen voor huidige beleidsmaatregelen, waardoor er nu al op de financiële middelen kan worden gekort. Dat is een voorschot nemen op de ingecalculeerde besparingen, nog voordat die gerealiseerd zijn of zelfs maar een reële kans van slagen hebben. Mensen afknijpen om geld over te houden, zodat het allemaal binnen het krappe budget past dat met een bezuiniging naar de gemeenten is gegaan nog voordat welk resultaat dan ook zichtbaar was. Normaal gesproken denk je bij een succesvolle onderneming aan een soort van franchising, waarbij er pas een nieuwe vestiging wordt geopend als de eerste een succes is gebleken. De goede resultaten waar je mee begint worden gedupliceerd en uitgebreid in de nieuwe vestigingen, om langzaam als een olievlek uit te breiden over de hele te veroveren markt. Bij gebleken groot succes hadden de Sociale Wijkteams dan overal kunnen worden ingezet.

Maar zo werkte het niet bij de Nederlandse overheid. Die maakte liever een communistisch vijfjarenplan en liet dat van bovenaf op de burgers neerdalen, want zo hadden de grote leiders het in hun oneindige wijsheid besloten. Grote leiders tussen aanhalingstekens natuurlijk, want in Nederland bestaan geen grote leiders en daarom moeten ze het volk hier te lande ook wijsmaken dat ze het zelf graag zo hebben gewild. ‘Jullie mogen het zelf bepalen gemeenten’. En de gemeenten mogen trots aan de burgers vertellen dat ze het allemaal zelf kunnen en zelf de regie mogen voeren in een sociale omwenteling waar niemand om gevraagd heeft en waar we allemaal een beetje door zijn overvallen onder het mom van ‘economische noodzaak’. Alsof de economische  aanleiding ook automatisch moet leiden tot maar één soort van oplossing. Economische theorieën zijn kennelijk door de jaren heen nooit veranderd! De economie dicteert ons dit te doen, want als politici kunnen wij het ons tegenwoordig niet meer veroorloven zelf na te denken. Dat past niet langer in het marktmechanisme.

De overheid wil er vanaf

Ik kan er geen enkel bezwaar tegen hebben wanneer een overheid haar invloed minimaliseert, als uit de praktijk blijkt dat de burgers veel dingen zelf kunnen en zelf willen organiseren, maar het is toch wel heel eigenaardig dat een overheid zich terugtrekt nog voordat er van enige emancipatie op wijkniveau sprake is (en bovendien onvrijwillig) en de burgers het verder mogen uitzoeken met de mededeling dat de centjes nu eenmaal op zijn. Dat is niet eens denken als een ondernemer, maar denken als een vader die zijn kind met zeventien jaar het huis uit zet, ‘omdat hij al bijna volwassen is’ en teveel energie begint te kosten met zijn puberproblemen. De overheid wil duidelijk ergens vanaf en zegt dat het voor onze eigen bestwil is. Echte veranderingen in een samenleving komen van onderaf en hoeven door de overheid enkel te worden begeleid. Ze kunnen niet worden opgewekt als de intrinsieke motivatie bij de burgers ontbreekt, helemaal als die burgers sterk het gevoel hebben dat de overheid haar eigen verborgen motivaties heeft. Naar mijn idee hebben veel politici al lang geaccepteerd dat er een nieuwe scheiding komt in de samenleving tussen arm en rijk en de Participatie-samenleving moet dat een beetje verhullen. ‘Geef het volk brood en spelen’ zei Caesar in het oude Rome en nu roepen de beleidsmakers ‘Geef het volk de voedselbank en het participatiegeloof’.

De democratie in Amerika

Bij de stichting van de Verenigde Staten werd de democratie ingevoerd om twee redenen, vanwege een politiek ideaal en vanwege de angst voor de groeiende invloed van het zelfbewustzijn van het gewone volk. De ‘Founding Fathers’ die de grondwet opstelden, waren zowel begeesterd door het idee van een nieuw soort samenleving met meer gelijke rechten voor de burgers, als bevreesd dat het proces van gelijkschakeling te snel zou gaan en de gevestigde orde daarbij gevaar zou lopen haar macht en invloed te verliezen, met bijkomende problemen van maatschappelijke instabiliteit en anarchie. De Founding Fathers waren allemaal grootgrondbezitters, plantage-eigenaren en fabrikanten, die een positie bekleedden die te vergelijken was met de adellijke families in Europa. Bij het opstellen van de grondwet was een groot deel van de afgevaardigden nog voorstander van het aanstellen van een koning(!) voor de Verenigde Staten, maar de meerderheid was er tegen. Het idee van de nieuwe grondwet was om de bestaande maatschappelijke ontwikkelingen te stroomlijnen en het volk net voldoende inspraak en zeggenschap te geven om ze tevreden te stellen, maar de macht van het volk wel voldoende te beperken, zodat de gevestigde orde gewoon door kon gaan met het nemen van de belangrijkste politieke en economische besluiten.

De dynamiek ontbreekt

Dit is eigenlijk het ideale model, omdat er van twee kanten belangen spelen die op een intelligente manier worden opgelost in een systeem dat aan ieder zijn wensen tegemoet komt. Die spanningsboog is noodzakelijk om tot een dynamische ontwikkeling te komen, maar wanneer deze spanningsboog ontbreekt moet je mensen gaan duwen en trekken en overal veel subsidie tegenaan smijten, of zoals in het huidige systeem de collectieve rechten die mensen hebben opeens voorwaardelijk maken in een gemeentelijk beoordelingssysteem. Het uitgangspunt is complete waanzin en het kan niet werken. Dat zouden ze toch van de Centra voor Jeugd en Gezin moeten hebben geleerd, maar het rotsvaste geloof in ‘leuk doen’ en mensen enthousiast maken lijkt wel een onuitroeibaar onkruid in onze cultuur. Men schijnt te vergeten dat het hemelhoge enthousiasme bij het geld inzamelen voor de zoveelste ramp op de Filippijnen of Haïti altijd snel weer wegebt na een week of wat, en dat we ook nooit controleren wat er met ons gedoneerde geld gebeurd is als het weer een paar jaar achter ons ligt. Nee, dat zou het enthousiasme voor weer een nieuwe humanitaire ramp doen afnemen en we zijn net zo lekker bezig!

Noodfondsen

De Participatiesamenleving is mogelijk ook een humanitaire ramp, maar dan wel eentje die niet na een paar weken weer weg gaat. Dit is er eentje die nog jaren aan ons zal blijven trekken en de resultaten zullen onder onze neus zichtbaar worden. We zijn er net als een overstroming door overvallen en we proberen nu met man en macht orde in de chaos te brengen, maar we weten eigenlijk al dat de  juiste sociale infrastructuur ontbreekt om het echt tot een succes te maken. De noodfondsen worden al aangesproken (de reservepotjes van de gemeenten) en waar ze het de komende jaren van moeten betalen weet nog niemand. Een beetje leuk en betrokken doen zal helaas niet volstaan in een systeem dat fundamenteel niet doordacht is, dat onze rechtstaat doet wankelen en dat in plaats van meer geëmancipeerde burgers, een steeds minder geïnteresseerde en verantwoordelijke overheid als resultaat heeft.

Sven Snijer