vrijdag 30 maart 2018

Het Openbaar Vervoer in Amsterdam wordt uitgekleed

Eerst werd bekendgemaakt dat tramlijn 14 zal worden opgeheven in het kader van de grote verandering van het GVB-netwerk in de hoofdstad en dat er gegoocheld gaat worden met de nummers van een aantal andere lijnen,(1) maar nu blijkt ook nog dat de bus- en tramhalte aan de Egidiusstraat zal verdwijnen. Armoediger kan het niet. Het betekent dat sommige mensen een kwartier moeten lopen naar de dichtstbijzijnde halte en oudere mensen met bijvoorbeeld een rollator nog langer. Het argument van GVB-directrice Alexandra van Huffelen dat lijn 14 onvoldoende gebruikt zou worden was al onwaar (de andere lijnen zoals 7 en 13 zijn gewoon nog meer overbelast) en de reden voor opheffing van de lijn is dubieus (geld besparen om de peperdure Noord-Zuidlijn te bekostigen) (2) maar met het weghalen van een belangrijke halteplaats laat het GVB definitief zien dat zij maling heeft aan het vervoersgemak van de inwoners van Amsterdam.       

De halte Egidiusstraat is een belangrijk punt, omdat daar veel winkels gevestigd zijn en voor mensen die wonen ter hoogte van de Erasmusgracht is het nu al een flinke wandeling naar de bus of de tram. Als halte Egidiusstraat verdwijnt en tegelijkertijd ook zoals voorgenomen de halte Erasmusgracht zal worden opgeheven waar lijn 7 rijdt, betekent dat voor die mensen dat het Bos en Lommerplein de dichtstbijzijnde opstapplaats is. Daar zou een soort ‘superhalte’ gecreëerd worden om halte Egidiusstraat en halte Erasmusgracht overbodig te maken. Niet alleen slaat dit nergens op vanwege de afstand er naartoe, maar het is ook nog eens een strategisch domme plaats, omdat juist daar het verkeer het meest intensief is en dus het gevaarlijkst voor voetgangers. Daarbij loop je als reiziger (denk aan ouderen en moeders met kinderwagens) tegen de heuvel op en dat is ook al geen aanbeveling. Er valt te verwachten dat er op die plaats een veel te groot aantal reizigers zal moeten instappen en nu al is het daar eindeloos wachten, door de dubbele stoplichten (voor de KFC en bij de ringweg) en de halte Bos en Lommerplein zelf, voordat er kan worden doorgereden naar de Burgemeester de Vlugtlaan. De chaos zal nog groter worden en beslist niet ‘veiliger’ zoals het GVB beweert.

Op dit moment is lijn 14 tijdelijk opgeheven tot half april, voordat ze 22 juli 2018 definitief zal verdwijnen, ondanks flink protest van de inwoners van Amsterdam.(3) Het gevolg is op dit moment dat tram 7 en 13 nog voller zijn dan anders, dus iedere rit moeten veel mensen staan. Doordat deze lijnen bij het Bos en Lommerplein rechts afslaan naar het Mercatorplein is het voor de mensen die normaal gesproken rechtdoor gingen een pittige wandeling geworden. Dat wordt vanaf de zomer dus permanent en het houdt onder meer in dat iedereen die met bus 21 naar Amsterdam Oost wil reizen (Rembrandtplein, Artis, Tropenmuseum) nu op het Centraal Station moet overstappen op lijn 9. Dat is een omweg die extra geld en moeite kost, terwijl iedereen juist zo tevreden was over lijn 14. In de informatiebrief van de gemeente ‘Concept Nota van Uitgangspunten’ wordt vermeld dat door het opheffen van de genoemde haltes ‘het OV beter kan doorstromen’. Wat een argument. Als ze alle haltes langs deze route opheffen kunnen de bussen en trams helemaal lekker doorstromen. Filmmaker S.G. Collins heeft al aangetoond dat juist bij storingen het openbaar vervoer in Amsterdam gebaat is bij meer tramlijnen en niet minder, i.v.m. de omleidingen die dan nodig zijn. Bovendien hebben mensen die van Oost naar West reizen helemaal geen behoefte aan de Noord-Zuidlijn, maar ze moeten er wel voor betalen. Het opheffen van lijn 14 is een bezuiniging in de ijdele hoop dat er straks overvloedig gebruik zal worden gemaakt van deze nieuwe metrolijn om zo de budget-overschrijdende kosten (een verdubbeling) terug te verdienen. Maar waarom zouden de Oost-West reizigers hier de dupe van moeten worden? Een goede verbinding tussen Noord en Zuid verdient zichzelf terug als ze zo broodnodig is, en als dat niet het geval is zal het wegpesten van reizigers op andere routes daar niets aan veranderen.   

Sven Snijer

 




Burgers kunnen hun klachten aan het GVB kenbaar maken door een email te sturen naar openbaarvervoer@amsterdam.nl onder vermelding van inspraak Concept Nota van Uitgangspunten project Bos en Lommerplein.


“Don't mention the tramnummers!” Lezersbrief van Howard Kramer in het Parool, 17 maart 2018 https://www.parool.nl/opinie/-ego-s-geld-en-macht-maken-openbaar-vervoer-kapot~a4581389/ 

dinsdag 20 maart 2018

Raadslid Lokaal Apeldoorn over werkwijze jeugdzorg - Veilig Thuis


[Interview]

Dark horse: Opvallend in het pamflet dat jullie hebben gemaakt vonden wij de vermelding dat jeugdzorg onder curatele moet worden gesteld.(1)

Wim Willems: Wij zitten heel erg bovenop de jeugdzorg, omdat we zien dat er veel zaken misgaan. Wij merken vooral in het begintraject dat ouders worden overvallen met een telefoontje met de mededeling van Veilig Thuis: “We komen op die datum langs in het kader van een melding kindermishandeling”, maar er wordt ze niet gewezen op rechten en plichten. Ouders krijgen niet te horen dat ze recht hebben op een afschrift van de melding. Er wordt ze niet gewezen op het recht op cliëntenondersteuning of vertrouwenspersonen of als je ontevreden bent waar je met je klachten terecht kan. Ze krijgen een visitekaartje van de betreffende medewerker. Er wordt ze niet verteld hoe de verdere procedure verloopt, zoals het tien weken onderzoek na de triage door Veilig Thuis. Bij binnenkomst krijgen ouders direct een kruisverhoor. De dingen die opvallen in huis worden direct al genoteerd. Ik geef een voorbeeld: er staat een asbak van 15 centimeter op tafel met sigaretten erin. Dat vind ik totaal irrelevante informatie, maar dit soort zaken komen in een dossier terecht met als bedoeling een bepaalde sfeer te creëren, van bijvoorbeeld een asociaal gezin. We merken dat de eerste kennismaking met Veilig Thuis niet verloopt zoals die beschreven staat in de jeugdwet. Het is niet volgens het handelingsprotocol en dat is wat wij al zien gebeuren in het begintraject.

Dan zien wij verder dat de hele communicatie erg belabberd is. Eén van de punten die ons opvalt en waar wij ons aan ergeren, is dat aan het voet van het briefpapier staat: Meldpunt Kindermishandeling. Veilig Thuis is meer dan een Meldpunt Kindermishandeling. Veilig Thuis bestaat officieel niet. Het is AMHK, de samenvoeging van Advies en Meldpunt Kindermishandeling en Meldpunt Huiselijk Geweld, maar Veilig Thuis klinkt sympathieker. In de communicatie zijn ze vrij direct en ook vaak niet bereikbaar voor ouders, maar ook voor mij als gemeenteraadslid niet. Als je vragen hebt dan krijg je gewoon geen antwoord en als ze ouders brieven sturen doen ze dat vaak om 16:45 uur en het liefst op vrijdagmiddag. Daar storen wij ons mateloos aan. Wanneer je een dossier opvraagt krijg je vaak te horen: “U mag het hier inzien”. Nou, nee, je mag altijd een afschrift vragen en daar wijzen wij ouders ook op. Daar wordt ook heel moeilijk over gedaan en het kan weken duren voordat ouders een afschrift krijgen. Wil je een afspraak maken omtrent een klacht dan krijg je gewoon een datum voorgesteld met de mededeling: “Dan en dan kunt u bij ons op kantoor verschijnen”. Je behoort in gezamenlijkheid een afspraak te maken. Als je de rollen omdraait en zegt: “Dan kan ik niet, ik stel een andere datum voor” dan komen ze niet en bellen ook niet af. Ze laten niets van zich horen. Dus zij nemen de regie en denken dat ze daarmee alle macht hebben om het op die manier te doen. Dat zijn de symptomen die erg op de voorgrond treden.

DH: Als we dat mogen samenvatten: Ouders worden overrompeld door een telefoontje van Veilig Thuis naar aanleiding van een melding kindermishandeling. Zij geven aan wanneer ze langs zullen komen. Ouders worden niet gewezen op hun rechten, ze krijgen geen afschrift en geen uitleg over de verdere procedure of een klachtenregeling.

WW: We merken dat de medewerkers van Veilig Thuis en van jeugdbescherming al vrij snel een vooringenomen standpunt hebben en dat men zegt: “Wij doen niet aan waarheidsvinding”. Dat komt toch wel heel vaak naar voren in die gesprekken.

DH: Hoe komen ouders met hun klachten bij jullie terecht?

WW: We hebben anderhalf jaar geleden een melding gemaakt op social media dat wij met het onderwerp jeugdzorg bezig zijn naar aanleiding van de actualiteitsvragen die wij op 16 december 2016 hebben gesteld in de gemeenteraad en dat wij graag van ouders willen horen wat hun bevindingen zijn met betrekking tot de jeugdzorg. Apeldoorn.raadsinformatie.nl (notulen 16 december 2016) We zijn heel erg geschrokken van de verhalen die wij ontvingen. De laatste tijd komen mensen ook spontaan naar ons toe. Mensen die zeggen, “Ik heb begrepen dat ik bij u moet zijn met klachten aangaande jeugdzorg.” Er zijn ook mensen die via zorgverleners naar ons toe komen. 

DH: Hoeveel mailtjes hebben jullie ontvangen vanaf 2016? 

WW: Ik had voor de zomer 20 casussen liggen vanuit Apeldoorn en inmiddels zit ik op 31 casussen. Wat wij merken is dat we bijna geen rapporten krijgen, cliënten moeten daarvoor strijden en knokken. Er is recent een dossier opgevraagd van zowel de Raad voor de Kinderbescherming als de Jeugdbescherming Gelderland, als veilig Thuis. Veilig Thuis heeft het rapport opgeleverd, maar wel via druk op de directie. Jeugdbescherming Gelderland belt gewoon niet terug. Interne klachtenprocedure kan je starten, maar het duurt tijden voordat je tot een afspraak komt. We zijn in sommige casussen meer dan een week bezig en ze bellen niet terug. Uiteindelijk wil je al die dossiers hebben, omdat je ziet dat er heel veel omissies in zitten. Als je al die dossiers naast elkaar legt, dan zie je bijvoorbeeld dat partij A contact legt met partij B. Dat zie je wel bij A in het dossier staan, maar niet bij partij B, dat er contact is geweest. Het is verplicht om dat te vermelden en dan zie je dus dat het dossier onvolledig is. Op het moment dat je dat soort dingen aangeeft raken de jeugdbeschermers snel geïrriteerd, zeker Jeugdbescherming Gelderland. 

DH: Op welke wijze merken jullie dat?

WW: Vooral non-verbaal; Jeugdbescherming Gelderland neemt gewoon niet op. Als je de klager bent, dan bellen ze gewoon niet terug. Ze houden het ook heel erg af. Mailtjes afhouden en je sterk de indruk geven dat als jij zo doorgaat, nou dan zal je nog wel zien wat je met ons gaat meemaken! Ook verbaal stelt men het heel duidelijk bij Veilig Thuis: “Als je niet meewerkt gaan we naar de Raad voor de Kinderbescherming”. Dan zeg ik: “Het is binnen het vrijwillige kader, waarom begint u nu al met dreigen? Het heeft geen zin om te dreigen, want het is vrijwillige hulpverlening. Als u nu al gaat dreigen met de Raad voor de Kinderbescherming is de hulp niet vrijblijvend meer.” Je ziet dat eigenlijk bij alle instanties gebeuren, terwijl je notabene nog bezig bent met gesprekken. Jeugdbescherming Gelderland speelt met de macht, dat is een veel gehoorde klacht. Soms gaan ze over tot maatregelen die schadelijk zijn voor het kind en dan sta je als ouder echt toe te kijken bij wat er gebeurt. Ik zat bij een gesprek met Veilig Thuis en er werd mij gevraagd naar mijn rol als vertrouwenspersoon. Ze vertelden dat ze eerst toestemming aan vader moesten vragen, want ze wisten niet of mijn aanwezigheid wel geoorloofd was. Toen heb ik ze gewezen op de jeugdwet, de grondwet en de algemene wet bestuursrecht en dan zitten ze je gewoon aan te kijken alsof ze water zien branden. Je ziet ze denken ‘Ja, ja, wel heel erg lastig, maar dan moet het maar’.

DH: Heb je het idee dat er weinig kennis is of dat ze je proberen af te poeieren?


WW: Ik heb het gevoel dat er geen kennis is over de jeugdwet bij de medewerkers van Jeugdbescherming. Het zit gewoon niet tussen de oren. Anderhalve week geleden heb ik in de raadsvergadering vragen gesteld met betrekking tot het toelaten van vertrouwenspersonen, mede ook in het licht van het feit dat Zorgbelang Gelderland een wachttijd hanteert van twee weken. Je begrijpt dat als je vandaag een brief ontvangt met de mededeling “Uw kind wordt uit huis geplaatst”, dat je als ouder wil dat er een toetsing plaatsvindt. Dan wil je acuut een vertrouwenspersoon hebben. Daarvoor staat twee weken wachttijd en dat vind ik onacceptabel. Dan zie je ook nog dat Zorgbelang Gelderland in een mail die ik heb ontvangen schrijft dat ze er alleen maar zijn voor klachtenprocedures waar ze dan bij gaan zitten, maar de verwijzing dat je dan verdere ondersteuning kan krijgen door hun aanwezigheid bij gesprekken met cliënten wordt niet genoemd. Ook daar laten ze je als cliënt heel erg zwemmen. Ik wil geborgd hebben dat als een ouder te maken krijgt met de jeugdbescherming, Veilig Thuis of het Centrum voor Jeugd & Gezin (CJG), dat ze weten wat hun rechten zijn. Dat ze weten dat ze er iemand bij kunnen halen in de vorm van een vertrouwenspersoon of een cliëntondersteuner en dat de jeugdbeschermer ook heel duidelijk op de hoogte is van de procedures. En wat wij nu heel erg merken is dat de procedures niet worden nageleefd en daarom zeggen wij: stel de jeugdzorg maar onder curatele. We zien, zelfs na de gesprekken die ik recent heb gehad met de directie van Veilig Thuis en van het CJG dat ze er nog steeds niet naar handelen. Ik heb nu een casus die helemaal uit de klauwen loopt, waar de medewerker van Veilig Thuis stelt dat het dossier is gesloten, maar ze heeft het dossier niet gesloten. Ze zegt: “Over drie maanden gaan we monitoren en dan ga ik wel kijken welke zorg ik ga inzetten”.

DH: Monitoren is zo’n vaag begrip. Het is niet gespecificeerd, terwijl gemeenten wel degelijk invloed kunnen uitoefenen op de uitvoering van de jeugdhulp door te eisen dat er aan haalbare doelen gewerkt wordt.

WW: Dat is het grootste probleem. Je ziet bij Veilig Thuis dat ze een maximum termijn van 10 weken hebben voor het onderzoek, maar dat onderzoek moet je afsluiten met een veiligheidsplan. Dan moet je zeggen, dit zijn de doelen die gesteld worden en waar we aan gaan werken. Ik zie nu dat in een casus helemaal geen doelen worden vermeld. Er wordt gewoon gezegd: “We gaan over drie maanden wel weer verder kijken”. Ondertussen rinkelt de kassa, want de gemeente betaalt de rekening. Dat zie ik nu bij het CJG. Er wordt een beschikking afgegeven, maar er wordt geen doel geformuleerd. Er wordt alleen gesteld, ‘binnen een half jaar is er zoveel uur besteed aan het gezin’. Maar welk doel willen we dan bereiken? Er wordt ook niet gesteld wat er gebeurt als een van de ouders bijvoorbeeld de zorg staakt. Zet de punten smart op papier, dat helpt alleen maar in het proces verder.

DH: Er worden dus geen SMART doelen opgesteld? (specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch, tijdgebonden)

WW: Nee, ik heb dit pas nog bij het College aangekaart. Ik zie casussen waarin interne klachtenprocedures lopen. Ik vind het dan een heel vreemde zaak dat ouders niet eerst over de dossiers beschikken en over alle andere papieren. Dat terwijl er een interne klachtenprocedure loopt al meteen wordt overgegaan tot dwingender maatregelen. Kunnen jullie hier ingrijpen, vraag ik dan. “Nee, we kunnen hier niet ingrijpen”, antwoordt de gemeente. Ouders krijgen niet de rechtsbescherming die geborgd is in de wet. Dan wordt er gezegd dat die ouders er maar een advocaat op moeten zetten, maar ouders halen gewoon bakzeil.

DH: In theorie moet een ondertoezichtstelling dienen om een uithuisplaatsing te voorkomen. Je kunt niet zomaar een machtiging UHP aanvragen.

WW: Je probeert met z’n allen te voorkomen dat het tot een uithuisplaatsing komt. Een OTS is een middel om samen te kijken wat er moet gebeuren. Een plan van aanpak is nodig, maar ook daar zie je dat jeugdbeschermers partijdig zijn en vooringenomen standpunten hebben. Dat er wel overleg is tussen bijvoorbeeld CJG, Veilig Thuis, Jeugdbescherming en de Raad voor de Kinderbescherming, maar dat ouders hier niet over worden geïnformeerd. Soms ook de arrogantie van zo’n medewerker! Die tegen mij zegt: “U mag hier helemaal niet bij zitten.” Ik zei, u heeft een gesprek gehad bij veilig Thuis over de omgangsregeling en over twee meldingen die bij Veilig Thuis liggen, dan verwacht ik nu dat u hier het rapport op tafel legt van wat bij Veilig Thuis is besproken. En ze verwijst mij gewoon naar Veilig Thuis, want dat verslag moest ik daar zelf maar gaan halen. Maar op basis van dat verslag, dat we nog steeds niet hebben, heeft ze wel beslissingen genomen die naar mijn oordeel niet in het belang zijn van het kind.

DH: Hebben jullie de indruk dat door de overheid enkel de vriendelijke kant van de jeugdhulp wordt getoond, zoals hulp en advies bij de opvoeding? Weten ouders dat er ook ‘drang’ kan worden toegepast en dat er kan worden gedreigd met beschermtafels en de rechter als er een visieverschil ontstaat tussen ouders en hulpverleners?

WW: Nee, ik denk dat in het hele kader van jeugdhulpverlening ouders eigenlijk niet worden meegenomen in wat alle consequenties zijn. Ik heb pas meegemaakt dat er vanuit een school een maatschappelijk werker werd ingezet en die wilde contact binnen de hele jeugdzorgketen. Je handtekening zetten onder zo’n toestemmingsverklaring, kan erin resulteren dat je meteen de jeugdzorg op je dak krijgt. Daar wordt überhaupt niet over gerept en er wordt naar privacyregels verwezen die niet te vinden zijn. Er wordt niet gewezen op je rechten, maar ook niet dat je in een verwijsindex wordt opgenomen en dat alles onder een WGBO in een dossierkast komt te liggen. Ze stellen zelfs in een brief dat aan het einde van de termijn als het dossier gesloten wordt, het dossier wordt vernietigd. Dat is niet zo, want dat wordt opgeslagen in het WGBO en dat mag niet worden vernietigd. Ook daar zie je weer dat er verkeerd gecommuniceerd wordt naar de ouders waarbij ouders eigenlijk voor de gek worden gehouden en niet op een adequate manier geïnformeerd.

DH: Ouders krijgen niet genoeg voorlichting, zoals bij wijze van spreken een postbus 51-spotje, of een folder met ‘Dit zijn uw rechten zodra u in contact komt met de jeugdhulpverlening’.

WW: Ik denk dat je het vrij makkelijk kunt oplossen. Als je een nette folder maakt, waarin je zegt ‘Dit is Veilig Thuis, dit is Jeugdbescherming, dit is het CJG, dit is de Raad voor de Kinderbescherming en als de melding hier, op dit niveau binnenkomt dan gaat er dit gebeuren en dit en dat zijn de mogelijkheden. Dit is de verwijsindex en dit is de externe klachtenprocedure. Eén van de dingen die ik aan de orde heb gesteld in december, is dat de klachtenprocedure niet is benoemd bij Veilig Thuis. Het antwoord was dat het stond te lezen op de website, maar dat was alleen een interne klachtenprocedure. Er stond bij ‘Als u het er niet mee eens bent kunnen wij de klacht extern voor u doorzetten’. Maar zo werkt het niet. Er is een handelingsprotocol en je hoort te verwijzen naar de externe klachtencommissie. Dat is nu geregeld. Sinds kort staat er bij Veilig Thuis dat er een externe klachtencommissie is waar ouders terecht kunnen. Dat is Zorgbelang Gelderland, wat ik discutabel vind, omdat Zorgbelang ook de vertrouwenspersonen levert. En ik weet dat het twee gescheiden werelden zijn, maar voor de ouders geeft dat geen goed beeld. Er staat dezelfde naam boven. En los daarvan hoort daar ook het handelingsprotocol bij. 

Wat hoor je als ouder aan te leveren als je een externe klacht indient om ontvankelijk te worden verklaard? Dat staat er weer niet bij. Bij het CJG wordt verwezen naar de geschillencommissie zorg. Dus ik heb dat uitgezocht en toen heb ik tegen die directeur gezegd dat als ik een klacht heb in het kader van de jeugdwet, ik helemaal niet terecht kan bij de geschillencommissie zorg. De volgende dag hebben ze gebeld met de geschillencommissie zorg en toen bleek dat ouders inderdaad bij een andere klachtencommissie moesten zijn. Dus we hebben wel degelijk de vinger op de zere plek gelegd. Alleen je ziet gewoon dat door de gemeente waar we nu een gesprek mee hebben gehad, in de antwoordbrief die we hebben ontvangen het allemaal een beetje wordt weggemoffeld met ‘we doen het eigenlijk allemaal heel erg goed en er zijn misschien een paar kleine omissies geweest, maar die zijn meteen opgelost’. Ondertussen hebben we een beerput opengetrokken, maar dat durven ze niet te schrijven.

DH: Wat bedoelen jullie met de represailles die ouders kunnen ervaren vanuit de jeugdzorg als ze het ergens niet mee eens zijn en hun beklag doen?

WW: Dreigen met de Raad als je niet meewerkt. Bij het CJG gaan ze snel over tot drang & dwang; melding doen bij de nodige instanties (vaak direct Veilig Thuis overslaan en meteen bij jeugdbescherming ingestoken) Dan vraag ik, jongens, moeten jullie echt gelijk zo zwaar insteken? Jullie zijn juist de partijen die moeten zorgen dat het probleem opgelost gaat worden. En dat los je niet op door het gewoon ergens op een ander niveau te melden en die het te laten oplossen.

DH: Hebben jullie ook beschermtafels in de gemeente Apeldoorn? Die horen tussen Veilig Thuis en de Raad in te staan, om doorsturen van het dossier naar de Raad voor de Kinderbescherming zo mogelijk te voorkomen door middel van een veiligheidsplan.

WW: Dat is nog niet zo vaak ter sprake gekomen, dus daar heb ik nog niet alle input van. De meeste casussen die we binnen zien komen gaan over de angst om problemen te melden bij het CJG, de procedures bij Veilig Thuis en het machtsvertoon van de jeugdbescherming.

DH: En bij die verschillende organisaties komen jullie ongeveer hetzelfde tegen?

WW: Ja, en dat is voor ons ook het punt. Wij krijgen van het college (B&W) het verwijt dat wij die casussen bij hen moeten melden, maar daar zit nou net het probleem. Ouders durven geen klachten in te dienen, omdat ze bang zijn voor represailles. We hebben het Meldpunt Sociaal, maar dat is gewoon een algemeen nummer van de gemeente, dat gaat niet werken. Ouders zijn gewoon zo ongelofelijk bang om een klacht in te dienen en dat merk je aan de feedback die je krijgt. Ik heb een gesprek met de teamleider van jeugdbescherming gehad, en die zegt “Het mag echt niet zo zijn dat de cliënt daar last van heeft”. Ik zeg “Nee, maar het leeft wel, want je wordt lastig gevonden.” Ik heb het zelf gemerkt. Bij een klachtenprocedure in het zuiden van het land bij Veilig Thuis was het niet de klachtencommissie die uiteindelijk het proces recht trok, maar de directeur die inzag dat het niet goed ging. Daar hebben ze uiteindelijk van de 30 punten die we gemeld hebben er ook echt 24 opgepakt. Die directeur van Veilig Thuis heeft mij uitgenodigd op een gegeven moment met de mededeling “Ik wil een terugkoppeling geven van wat we met al uw punten hebben gedaan”.

DH: Dat is heel bijzonder. 

WW: Ja, dat vond ik ook. Dat was echt heel netjes. Als ik dan nu de directeur van Noord Oost Veluwe zie, die had niet eens pen en papier voor zich liggen bij het gesprek. Nou, dan weet ik genoeg, want dan heb je niets opgeschreven. En de macht van de jeugdzorg is zo ongelofelijk groot. Ouders zijn bang voor jeugdzorg en durven geen melding te maken van onregelmatigheden. Sterker nog, advocaten ontraden ze een klachtenprocedure te starten, want dat kan wel eens tegen ze werken. Ik heb tegen een advocaat gezegd ‘Je kan me wat’. Als er procedureel dingen niet goed gaan moet je dat op tafel leggen en mocht dan blijken dat een jeugdbeschermer over de schreef gaat, omdat naar aanleiding van een interne klacht die represailles volgen richting de ouders, dan is het heel snel een gevalletje tuchtraad, want dat betekent dat hij echt buiten zijn boekje gaat.

DH: Bij veel gemeenten gebeurt dit niet, ouderondersteuning op deze manier vanuit de gemeenteraad.

WW: Bij ons gebeurt dat dus ook niet. Ik vind dat de gemeente daar te passief in is, dus wij hebben als lokale partij dit onderwerp stevig opgepakt. Ook naar aanleiding van de drie decentralisaties hebben we gezegd, hier gaan we ons in vast graven. Ik wil me echt vastbijten in dit dossier.

DH: Heeft jullie pamflet geholpen? Hoe reageren de andere raadsleden erop?

WW: De wethouder op dit dossier was Paul Blokhuis van de CU en die partij is niet echt blij met onze actie, omdat zij het idee hadden dat ik hun wethouder wilde laten struikelen. Het gaat mij helemaal niet om de wethouder, maar om de jeugdzorg. Ik heb ooit eens in de politieke markt in Apeldoorn naar voren gebracht of het niet beter was om Veilig Thuis op te heffen? Ze lossen evenveel problemen op als dat ze veroorzaken. Ik zeg niet per definitie dat alles van Veilig Thuis slecht is, want ze doen ook veel goede dingen. Er zijn echt gezinnen waar de hulp hard nodig is, maar ik zie ook gezinnen waar ze zo doorslaan en de rechten van ouders niet respecteren en waar de communicatie echt slecht is. Ik vind gewoon dat die medewerkers daarop aangesproken moeten kunnen worden. Elke fout die er in de jeugdzorg wordt gemaakt, is er één teveel.

DH: Wat moet er gebeuren?

WW: Ik ben er zo langzamerhand klaar mee en wil dat jeugdzorg onder curatele komt te staan. Ik wil dat er een onafhankelijke kwaliteitsmanager boven komt te staan, die er gewoon bovenop gaat zitten en vraagt “Ik heb hier een casus, wat is de procedure? Hoe heb je die ouders geïnformeerd, wat heb je gedaan, wanneer heb je dat gedaan, enz”. Want het inspectierapport wijst netjes naar de hoeveelheid wachttijd en of het binnen de onderzoekstermijn is gedaan, maar jongens, hoe is het veiligheidsplan, hoe is het besproken met de ouders, hoe is er teruggekoppeld naar de melders, enz. Ik heb ook melders aan de telefoon gehad en die hebben allebei geen terugkoppeling gehad over de melding. En het is gewoon verankerd in het protocol dat dit behoort te gebeuren. En als ik hiernaar informeer dan worden mijn vragen door het college beantwoord met: “Ja hoor, dat gebeurt altijd”.

Dus ik heb de vijftig vragen die ik heb gesteld natuurlijk met een dubbele bodem gesteld, want ik wist het antwoord al. En als het college stelt dat de klachtenprocedure ordentelijk is bij Veilig Thuis en ordentelijk bij het CJG en het blijkt niet zo te zijn… Het college antwoordt zelfs tot drie keer toe in een brief dat ze niet aan waarheidsvinding doen. Dat is gewoon verankerd in de wet. De minister heeft daar duidelijke uitspraken over gedaan in 2014, men behoort aan waarheidsvinding te doen.

DH: De tekst in de jeugdwet (art 3.3) zou beter uitgewerkt en gespecificeerd kunnen worden, maar ze kunnen inderdaad niet meer zeggen dat ze niet aan waarheidsvinding hoeven te doen.

WW: Toch wordt dat drie keer zo gesteld, terwijl in antwoord op mijn actualiteitsvragen in december 2016 de wethouder nog zegt “Jazeker moeten wij aan waarheidsvinding doen”. Nou, een jaar later bij schriftelijke vragen zeggen ze “Wij hoeven niet aan waarheidsvinding te doen”. Dan word ik een beetje kribbig en voel ik me niet serieus genomen. Daar gaan we dus wat aan doen. Die kwaliteitsmanager willen we echt daar bovenop hebben. Die kan naar een casus kijken, desnoods met een afvinklijstje, ‘heb je dit gedaan, is dat gebeurd?’ Er wordt nu naar de inhoud van een casus gekeken door een koker heen en er wordt niet gekeken of men zich houdt aan de procedures zoals die gelden. En ook in communicatieve zin ‘hebben wij een brief gestuurd naar de ouders, hebben we een informatieboekje erbij gedaan, hebben we ze op al hun rechten gewezen? Hebben we na vijf werkdagen en triage de ouders geïnformeerd, hebben we na vier weken onderzoek de ouders een tussenstand gegeven, hebben we na acht weken een tussenstand gegeven, hebben we na tien weken het veiligheidsplan klaar? Is het veiligheidsplan geaccordeerd door beide ouders en is de melder geïnformeerd?’. Het zijn gewoon afvinklijstjes. Zo moeilijk kan dat niet zijn, maar dat doen ze niet. Ik wil ook op dat punt kunnen zeggen, laat er maar iemand over hun schouders meekijken om te zorgen dat we die slag in eerste instantie maken, maar ook met terugbelnotities. Als er een terugbelnotitie ligt, moet je gewoon terugbellen. Ik heb de jeugdbescherming zo’n twintig keer gebeld en ik ben nog steeds niet teruggebeld. Afgelopen donderdagavond heb ik de voicemail ingesproken van de regiomanager en die heeft niet teruggebeld. Vrijdag heb ik de regiomanager nogmaals gebeld en die zou het neerleggen bij de teamleider, maar ik word niet gebeld. Daar kunnen ze zeker wat leren als het om bereikbaarheid gaat.

DH: Het klinkt helaas bekend. Het is wel opvallend dat ze niet alleen ouders zo behandelen, maar dus ook mensen van de gemeenteraad.

WW: Dat klopt en dat is één van de dingen waar ik veel moeite mee heb, als we kijken naar de klachtenprocedure en bijvoorbeeld Veilig Thuis. Voordat er wat gebeurt ben je wel even op dreef, dan ben je vaak al een week of drie, vier onderweg. Als je dan een klacht indient bij de klachtencommissie duurt het vier weken voordat deze in behandeling wordt genomen. Dan kun je nog een bemiddelingsgesprek hebben met de directie, bestuur, teamleider, om de zaak te onderzoeken, dus voordat er goed en wel een uitspraak ligt van de klachtencommissie is die casus al voorbij. Dan is het onderzoek al afgelopen.

DH: Dan kun je al voor de rechter staan of je kind is al uit huis.

WW: Dat is eigenlijk niet goed verankerd in de jeugdwet, maar dat kunnen wij lokaal niet aanpassen, alleen maar landelijk. Ik vind dat je op zo’n moment als cliënt met spoed ergens iets moet kunnen neerleggen, om dat te kunnen doorbreken. De gemeente Apeldoorn zegt dat ze dat doen met het Meldpunt Sociaal, maar die intervenieert helemaal niet op de juiste manier. Ik heb ook het gevoel door de gesprekken die ik de afgelopen tijd heb gevoerd, dat ze op een aantal punten gewoon de jeugdwet niet kennen.

DH: Er ontbreekt dus veel kennis bij de gemeente over jeugdzorg?

WW: Ik heb een gesprek gehad in Brabant waar ik aan tafel zat met een directeur die onder de gemeentesecretaris viel, die gaf op den duur aan “Ik weet niet of u er wel bij mag zitten”. Toen heb ik op die vraag gezegd “In uw functie hoort u de grondwet te kennen (art. 18) en de Algemene Wet Bestuursrecht. Gaat u die eerst maar even lezen en kom dan nog eens terug, anders hoef ik u niet serieus te nemen.” Toen werd mij gevraagd of ik jurist was. Dat ben ik niet. Ik ben een raadslid met een bijzondere interesse voor de jeugdzorg. Uiteindelijk heeft Veilig Thuis Zuid-Oost Brabant die zaak heel netjes afgehandeld. Ze hebben van een andere vestiging iemand gevraagd om mee te kijken naar alle vragen die door mij aan de orde zijn gesteld en daar een rapport van gemaakt. Bij complexe echtscheidingen werken ze niet meer met één onderzoeker, maar met twee onderzoekers, eentje voor vader en eentje voor moeder, juist om die partijdigheid te voorkomen. Dus dat soort aanbevelingen hebben ze daar overgenomen en die onderzoekers gaan samen met de gedragswetenschapper en de teamleider de vervolgstappen zetten. Ik zeg niet dat het dan honderd procent goed gaat, maar er is in ieder geval op een goede manier over nagedacht.

DH: Hoe is er in jullie gemeente gereageerd op de Transitie? Hebben ze in Apeldoorn geprobeerd sturing te geven aan de jeugdhulpverlening?

WW: Wel geprobeerd, maar erg voorzichtig. Eerst hebben we het twee jaar aangezien op de huidige manier. Anders ga je alles overhoop halen en dan heb je nergens meer controle over. Langzamerhand komen de evaluaties boven water. Ik vind het zorgelijk. Er zijn bij ons 400 zorgaanbieders, maar bij een complex geval durft niemand het aan, ook niet met een PGB om kennis van buiten te halen. Daar wordt heel moeilijk over gedaan en die gesprekken heb ik binnenkort vast nog wel met het CJG. Eén van de dingen die ik zie bij ouderverstoting, want daar heb ik ook een aantal casussen van, daar wordt gewoon niet geacteerd. Zowel niet door Veilig Thuis als door het CJG.

DH: Praten we dan over gevallen waarbij de ene ouder het kind weghoudt bij de andere ouder?

WW: Ja, dat bedoel ik.

DH: Het doel van de Transitie was om zorgaanbieders te laten concurreren met elkaar, maar bij hulp in het gedwongen kader valt er niet veel te kiezen voor de gemeenten. Jeugdbescherming is nog steeds het oude Bureau Jeugdzorg van voor de Transitie, waar geen alternatief voor bestaat.

WW: Als ik nu Jeugdbescherming Gelderland neem, dat is gewoon gedwongen winkelnering. En Veilig Thuis is een samenwerkingsverband tussen meerdere gemeenten. Dat betekent dat je twintig gemeenten moet zien te overtuigen als je daar iets zou willen veranderen.

DH: Het meest praktische op gemeentelijk niveau lijkt dan inderdaad zo’n kwaliteitsmanager waar je het over had, die alle voorgeschreven procedures controleert.

WW: Dat lijkt mij de snelste manier om een slag te maken en de kwaliteit van de jeugdzorg te verbeteren.

DH: Als dat navolging zou krijgen in andere gemeenten zou dat voor ouders heel gunstig zijn.

WW: Ik zag op social media dat mensen bij ons persbericht de oproep deden om de informatie te delen met andere gemeenten. Maar in bijvoorbeeld de gemeente Best heb ik dezelfde problemen gesignaleerd en dat gemeld aan verschillende raadsleden en die zitten me aan te kijken met een gezicht van ‘volgens mij gaat het hier allemaal wel goed’ of ‘ik weet het niet’. Het ontbreekt ook wel aan kennis bij raadsleden. Dat is ook niet zo vreemd, want het is een lekenbestuur en dit onderwerp heeft mijn bijzondere interesse opgewekt. Ik ben erin gedoken, maar ik zie bij collega’s niet veel belangstelling voor de problematiek in de jeugdzorg.

DH: Je krijgt het gevoel dat ze ernaar kijken alsof ze ‘water zien branden’?

WW: Dat klopt. Ik had een PvdA-raadslid van de gemeente Best aan de lijn die ik vertelde over de jeugdzorgproblematiek in zijn gemeente. Ik zei hem “Jouw wethouder gaat hier over de schreef. Ik heb hier actualiteitsvragen, die zou ik maar eens gaan stellen”. Maar hij wilde liever persoonlijk bij de wethouder langs gaan om met hem te praten, zodat hij niet openlijk zijn wethouder hoefde af te vallen. Maar we zitten in een dualisme, geen monisme. Volgens mij kun je gewoon die vragen gaan stellen. Dat ligt heel moeilijk en ik zie dat ook daar helemaal niets is veranderd.

DH: Zo ontstaat er geen inzicht in de problematiek.

WW: Er wordt mij verteld dat er geen budgettekort is in de gemeente over 2017, maar ik lees recentelijk in het Eindhovens Dagblad dat er een budgettekort is van 2,5 miljoen bij de jeugdzorg. Dan denk ik logisch, want die wethouder in Best heeft het ook gewoon niet op orde.

DH: De landelijke overheid heeft de jeugdzorg overgeheveld naar de gemeenten, maar die sturen niet op inhoud en kwaliteit. Ze stellen geen vragen als ‘Wat heeft u gedaan wijkteam’, ‘Welke doelen hebben jullie behaald?’ Het is vaak niet duidelijk waar ze mee bezig zijn, maar jeugdwerkers presenteren wel de gemeente de rekening.

WW: Het gaat net zo met het inspectierapport. Dat meet alleen de harde cijfers. Zijn er wachtlijsten? Hoeveel casussen heeft u binnen die termijn van tien weken niet opgelost? Ik heb nu een casus die heeft het vinkje van ‘opgelost’, maar hij loopt nog door….Er wordt niet naar de inhoud gekeken en ook niet naar de benadering. De communicatie is niet meetbaar, dat is een gevoel, maar daar gaat juist heel veel fout. Ik vind dus dat het rapport van de inspectie eigenlijk op die gronden niet deugt, want die kijkt alleen of men voldoet aan de cijfers. Eigenlijk zeggen ze, blijf je binnen het budget dan is alles wel goed. 

DH: Hoe zien jullie de rol van de gemeenten bij het jeugdzorgbeleid? Weten ze welke invloed ze erop kunnen uitoefenen? Wij denken dat veel gemeenten niet weten hoe ze kunnen sturen.

WW: Ze durven ook niet. Ze doen het al jaren zo, dus ze blijven het zo doen. En er durft niemand met de vuist op tafel te slaan en te zeggen “Jongens, we gaan het nu eens een keer echt anders doen”. We hebben hier natuurlijk best een goede wethouder gehad. Paul Blokhuis heeft echt veel dingen opgepakt, maar bij de dingen waar het echt niet goed gaat, is gewoon niet doorgepakt. Er wordt niet met de vuist op tafel geslagen. Soms heb je iemand nodig die zegt “We gaan het nu echt anders doen”.

DH: Wij hebben het idee dat lokale partijen meer kunnen betekenen voor ouders die met jeugdzorg te maken hebben dan de grote partijen, omdat die niet zo vastzitten aan vertegenwoordigers in Den Haag en de landelijke partijlijn.

WW: Het is eigenlijk ‘not done’ voor de gevestigde partijen om tegen het beleid in te gaan. Ze willen wel verandering, maar met hele kleine stapjes. Als je kritiek levert op de uitvoering van jeugdzorgtaken dan denken ze al gauw dat je op de man speelt, dat je de wethouder moet hebben, maar het gaat ons puur om beter jeugdbeleid. En dat hopen we na 21 maart bij een gunstige verkiezingsuitslag vorm te gaan geven.

Sven Snijer
Ranada van Kralingen